De Islamitische Staat van de Boodschapper van Allah (saw)

Met hun aflegging van asj sjahada (“Er is geen ilah buiten Allah, en Mohammed is Zijn Boodschapper”) namende stammen Al Aws en Al Khazraj uit Yathrib Islam als enigste leidraad in het leven. Islam werd voor hen hetgeen waaruit ze hun meningen haalden en hetgeen waarop ze hun verlangens baseerden. De Goddelijke Oordelen, de Wet van Allah (swt), werden voor hen de maatstaf in het leven waarmee ze goed en kwaad beoordeelden. En het was derhalve natuurlijk voor hen om vervolgens de Boodschapper van Allah (saw) uit te nodigen om bij hen te komen leven om als staatshoofd met Islam over hen te regeren. Omdat hierdoor zij in alles de Wet van Allah (swt) toegepast zouden zien worden, waarmee zij de tevredenheid van hun Heer (swt) zouden kunnen verdienen. En tevens, zo zagen Al Aws en Al Khazraj in, met enkel en alleen de Wet van Allah (swt) zou Yathrib eindelijk de problemen oplossen waar zij reeds mee kampte voor zolang de mensen zich konden herinneren. De problemen die resulteren uit het feit dat mensen een instinctieve neiging hebben om te streven naar macht en dominantie over anderen, om anderen hun wil en wens op te leggen als wet: onderdrukking, uitbuiting, oorlog en algehele onrust in de samenleving.

Dit betekende dat de Boodschapper van Allah (saw), na verschillende stammen gecontacteerd en gesproken te hebben, eindelijk gevonden had datgene waar zijn Islam hem (saw) naar op zoek had laten gaan, zijnde de praktische toepassing van Islam middels een staat. Eerder al hadden individuen in zowel Mekka als daarbuiten aan de oproep tot Islam gehoor gegeven en waren tot Islam gekomen. Al de personen die behoorden tot deze mensen leerden net als Al Aws en Al Khazraj vervolgens ook het verlangen kennen om hun levens te ordenen volgens Islam, om hun problemen op te lossen met de Wet van Allah (swt). Want omdat zij allen tot Islam geïntroduceerd waren door de Boodschapper van Allah (saw) hadden zij allen Islam geadopteerd op basis van een correct begrip van haar betekenis. Islam als totale overgave aan Allah (swt) en Zijn (swt) wetten. Islam als alomvattende levensordening. Islam als ideologie. Al Aws en Al Khazraj, echter, brachten meer dan enkel dit begrip. Zij brachten met zich mee het vermogen om deze Islam de praktische toepassing te geven waarnaar de Boodschapper van Allah (saw) dus al langer op zoek was geweest. In hen, komende uit Yathrib, vond de Boodschapper van Allah (saw) mensen die niet enkel zijn boodschap accepteerden, maar die tevens in staat waren om deze boodschap te beschermen en te verdedigen. Het is voor deze reden dat de Boodschapper van Allah (saw) hun uitnodiging, die hem (saw) hun leider zou maken en Islam hun systeem van regeren, accepteerde. Want deze uitnodiging was een aflegging van asj sjahada (geloofsgetuigenis) tezamen met de eed om Islam te zullen beschermen en verdedigen door van een volk dat hiertoe in staat was. Derhalve liet de Boodschapper van Allah (saw) zijn metgezellen in Mekka emigreren naar Yathrib, alvorens zelf ook te vertrekken. Zo werd Yathrib al Madina. Zo werd Mohammed (saw) naast Boodschapper van Allah tevens staatsman. En zo ging Islam van een idee voor oplossing van de problemen van de mens, naar een praktische oplossing van de problemen van de mens.

De Islamitische Staat: een unieke staat

De Islamitische Staat die aldus gesticht werd zou al snel een bijzondere staat blijken te zijn. En wel voor verschillende redenen. Ten eerste, in tegenstelling tot wat gewoon was in de wereld op dat moment zou deze staat niet geleid worden door de kortzichtige belangen van haar leider. In de Islamitische Staat van Al Madina was er niet een koning, of een keizer, of een kapitalist wiens wensen en verlangens bepaalden wat de wet van het land zou zijn waaraan het volk zich te houden had. En die deze wet vervolgens liet veranderen zoals hij beliefde, waar en wanneer hij beliefde, omdat hij dit beliefde. Bij aankomst in Al Madina verordende de Boodschapper van Allah (saw) dat het fundament van de staat het “Laa illaaha ilAllah, Mohammed ar RasoelAllah” van Islam zou zijn, wat impliceerde dat de wet van deze staat enkel en alleen de Wet van Allah (swt) zou zijn. Alles in gehoorzaamheid tegenover Allah (saw):

“Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

“Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken, Noch spreekt hij naar eigen begeerte. Het is slechts de Openbaring die hem wordt nedergezonden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nadj 53, vers 2 – 4)

“Oordeel daarom tussen hen volgens hetgeen Allah heeft geopenbaard” (Zie de vertalingen van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 48)

“Maar nee, bij jouw Heer, zij geloven pas echt als zij jou (Mohammed) tot scheidsrechter maken over wat bij hen omstreden is, en als zij dan bij zichzelf geen moeite hebben met wat jij geoordeeld hebt en het volledig aanvaarden.” (Zie de vertalingen van de betekenissen van de Koran, soera An Nissaa 4, vers 65)

De Boodschapper van Allah (saw) installeerde een staatsbestel om Islam de praktische toepassing te geven. Hij bracht in Al Madina vrede en verdraagzaamheid door het samenleven van de verschillende mensen, de verschillende rassen en de verschillende religies in Al Madina te ordenen met de Wet van Allah (swt). Hij bracht in Al Madina rechtvaardigheid door de oordelen volgens de Wet van Allah (swt) uit te spreken om twisten mee te slechten. En om te kunnen zorgen voor de mensen benoemde hij (saw) volgens de Wet van Allah (swt) assistenten voor zichzelf in regeren; en leiders voor de legers ter bescherming van het volk en ter behoud en verspreiding van de ideologie Islam; en gouverneurs als regent voor de verder weg gelegen deelgebieden (wilaat, gouvernementen) van de staat; en ambtenaren voor administratie van de staatsaangelegenheden; et cetera. Dus in de door de Boodschapper van Allah (saw) gevestigde Islamitische Staat van Al Madina werd ieder facet van het leven van de mensen georganiseerd volgens Islam, waardoor de mensen de echte en complete Islamitische manier van leven konden smaken. En de heersers na hem (saw), de Khoelafa’a, volgden dit voorbeeld gesteld door hem (saw) en zij regeerden zoals Islam dit voorschrijft volgens de Wet van Allah (saw), in de wetenschap dat Allah (swt) zegt:

“En wie niet rechtspreken volgens hetgeen Allah heeft nedergezonden, dezen zijn overtreders.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 47)

“En wie niet rechtspreken volgens hetgeen Allah heeft nedergezonden, dezen zijn onderdrukkers.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 45)

“En wie niet rechtspreken volgens rechtspreken Allah heeft neergezonden, dezen zijn ongelovigen.” (Zie de vertalingen van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 44)

Het tweede dat deze Islamitische Staat bijzonder deed zijn was er het succes dat deze staat kende, in al de mogelijke bereiken. Begonnen in een stad waar voor zover de mensen zich konden herinneren altijd stammentwisten waren geweest, en gebouwd door het samenwerken van enerzijds juist de stammen die dus altijd met elkaar gevochten hadden (de stammen van Yathrib, de zogenoemde “hulpers” of Al Ansaar) en anderzijds mensen die men nu “vluchtelingen” of “asielzoekers” genoemd zou hebben (Al Moehadjiroen), daar was deze Islamitische Staat slechts enkele jaren later reeds de dominante staat op het Arabisch Schiereiland. Heel het Arabisch schiereiland verenigde zich tegen haar omdat zij de Islamitische Staat was, maar zij ging niet ten onder. Integendeel, zij overwon. Nog tijdens de tweede opvolger van de Boodschapper van Allah (saw) in regeren, Khalifa ‘Oemar ibn al Khattab, strekte deze Islamitische Staat zich reeds uit van de Arabische Golf tot voorbij de Rode Zee, tot aan Middellandse Zee in Palestina en Egypte. En weer niet veel later regeerde deze Islamitische Staat eveneens in Spanje en Frankrijk in het westen, in Rusland in het noorden, in Nigeria en Madagascar in het zuiden, en Indonesië in het oosten.

Het ware succes in deze is niet dat de Islamitisch Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw) zo snel zo groot en machtig werd. Andere staten voorheen en sindsdien zijn immers eveneens groot en machtig geworden (zij het misschien niet zo groot en machtig, maar dit terzijde). Het succes is de transformatie die Islam tot stand bracht. De pre-Islamitische Arabieren waren nog barbaren geweest waar de wereld ongeïnteresseerd op neer had gekeken. Na de komst van Islam bleken deze zelfde Arabieren plotsklaps in staat om de wereld te domineren. En wat hen hierin bijzonder maakte was dat hun Islamitische Staat niet tot de gebieden buiten het Arabisch schiereiland kwam met imperialistische plannen tot uitbuiting, maar enkel en alleen om de mensen te introduceren tot Islam door hen te regeren met Islam. Zo brachten de moslims voorspoed, waar zij Islam ook brachten. Door Islam aangespoord tot onderzoek, tot denken en tot zorgzaamheid voor de mensen, vond in Islamitische Staat een ontwikkeling in kennis en wetenschap plaats die nooit eerder gezien was in de wereld en die sindsdien nooit meer is geëvenaard. Al de bestaande wetenschappen werden bestudeerd en de onderdanen van de Islamitische Staat deden grote schreden voorwaarts daar waar eerdere wetenschappers waren gebleven. In bijvoorbeeld de wiskunde bereikten de onderdanen van Islamitische Staat reeds in haar tweede eeuw (de 9e eeuw naar christelijke jaartelling) een niveau dat pas honderden jaren later nog maar werd geëvenaard door de Europeanen. Terzelfdertijd werden in de medische wetenschap ontdekkingen gedaan als de invloed van hygiëne en het bestaan van besmettelijkheid, de keizersnede werd uitgevonden, anestesie, et cetera. En volkomen nieuwe bereiken van wetenschap namen een aanvang met de onderdanen van de Islamitische Staat, zoals ondermeer de chemie en de sociale wetenschappen. De Islamitische Staat spoorde de wetenschap aan en het deelde de vruchten van de vooruitgang die hieruit resulteerde met al haar onderdanen, Arabier en niet-Arabier, moslim en niet-moslim. Scholen en universiteiten werden gevestigd en gefinancierd door de Staat opdat eenieder vrij onderwijs verkreeg; ziekenhuizen werden gevestigd door gans het land; gigantische bibliotheken werden opgericht in de grote steden van de staat; uitkeringen werden beschikbaar gesteld voor de zieken en zwakken; wegen werden aangelegd en herbergen gebouwd waar reizigers kostenloos konden overnachten en eten; straatverlichting en politie beschermden de mensen, de wetenschap en de handel tegen ieder kwaadwillend persoon; et cetera. Al dit leidde ertoe dat de Europeanen hun zonen naar de universiteiten van de moslims stuurden, dat uit de boeken geschreven door onderdanen van de Islamitische Staat les werd gegeven op de universiteiten in Europa, en dat de Arabische taal de taal van de wetenschap werd.

Ook rechtvaardigheid brachten de moslims zo, waar zij Islam ook brachten op deze manier. Dat de grote wetenschappers van de Islamitische Staat zowel moslims als niet-moslims waren is een uiting van het feit dat er sprake was van een werkelijk respectvol samenleven van de verschillende religies, waardoor eenieder zich kon ontplooien ongeacht zijn of haar religie. Zowel moslims als niet-moslims fungeerden als adviseur voor de Khoelafa’a en woelaa (gouverneurs) en zowel moslims als niet-moslims werden vanwege hun wetenschappelijke onderzoeken financieel ondersteund door de Islamitische Staat. Het feit dat de moslims tot voorbeelden voor de mensen werden daar waar zij kwamen te regeren, vertelt eveneens dat de moslims met het groter worden van hun Staat rechtvaardigheid verspreiden over de wereld. Ganse volkeren kwamen tot Islam toen de Islamitische Staat hen de realiteit van Islam deed ervaren door over hen te regeren met Islam. En masse verlieten de mensen hun oude religies en tradities om deze in te ruilen voor Islam, voor een leven als moslim. Uiteindelijk dus door het regeren met Islam lieten honderden verschillende rassen met verschillende talen en geschiedenissen en tradities zich omvormen tot één oemma met één taal zijnde de taal van Islam het Arabisch, één basisidee zijnde het basisidee van Islam, en één stelsel van ideeën over goed en kwaad zijnde de Goddelijke Oordelen. En zelfs degenen die niet de religie van de moslims overnamen maar vasthielden aan de religies van hun voorvaderen, die namen toch niet zelden de moslims als voorbeelden in al de andere bereiken van het leven. Ook zij namen de taal van Islam tot hun eigen taal alsmede de niet religie gebonden gebruiken waarmee de moslims tot hen waren gekomen.

Onjuiste ideeën betreffende de ondergang van de Islamitische Staat

Vandaag de dag, echter, bevinden de moslims zich terug in de situatie waarin de Boodschapper van Allah (saw) zich bevond voor zijn emigratie van Mekka naar Yathrib. Sindsdien was de Islamitische Staat er lange tijd. Maar het is nu ook alweer een lange tijd sinds deze Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (swt) verloren is gegaan. De moslims vinden zich sinds 1924 zonder Islamitische Staat Al Khilafa. De eenheid die de moslims genoten in de Islamitische Staat is vernietigd door de opsplitsing van Al Khilafa in ruim 50 staten aan de hand van de koloniale westerse naties. En in geen van deze staten wordt nog geregeerd met enkel en alleen de Wet van Allah (swt) zoals de Wet van Allah (swt) dit voorschrijft. Het enigste dat resteert, op sommige plaatsen in wat eens de Islamitische Staat Al Khilafa was, zijn enkele Islamitische wetten zoals voor het huwelijk en en het scheiden, die enkel ten uitvoer worden gebracht om tegenover de moslims de schijn op te kunnen houden dat met Islam geregeerd wordt.

Over hoe dit heeft kunnen gebeuren bestaan verschillende meningen, de meesten waarvan de realiteit niet correct weergeven, echter. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat de Islamitische Staat uiteindelijk verloren is gegaan omdat zij niet in staat was om met haar tijd mee te gaan. De Islamitische Staat zou een “onvermogen tegenover de moderne tijd” gekend hebben, wordt dan beweerd. Waardoor men effectief beweert dat Islam niet in staat was om problemen die horen bij de moderne tijd op te lossen, waardoor de Islamitische Staat wel ten onder moest gaan. Maar niets is minder waar. Wanneer men wil leren uit de geschiedenis dan moet naar gans de geschiedenis worden gekeken en niet enkel naar korte tijdsperiodes onderwijl de grotere geschiedenis negerend. Dat de Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw) tegen haar einde in onbegrip keek naar de wetenschappelijke vooruitgang die gerealiseerd werd in Europa en niet wist hoe hiermee om te gaan is inderdaad een feit. Maar tegelijkertijd is een feit dat dezelfde Islamitische Staat eerder voor honderden jaren de drijvende kracht achter wetenschappelijke vooruitgang was, zoals hierboven uiteengezet, waarbij Europa in onbegrip naar haar keek. De Islamitische Staat was dus lange tijd de bron van vooruitgang. Niet bestond er toen een conflict tussen de Islam ten uitvoer gebracht door de Islamitische Staat en de vooruitgang, maar de vooruitgang werd geïnitieerd en aangespoord door Islam! Dus hoe kan men dan zeggen dat Islam iets kent als een “onvermogen tegenover de moderne tijd”?

Andere mensen spreken ter verklaring van het verloren gaan van de Islamitische Staat over een “onmacht tegenover de westerse militaire macht”. En niet zelden op een manier van uiterste verslagenheid die de indruk wekt dat gedacht wordt dat een terugkeer van de Islamitische Staat enkel mogelijk zal zijn wanneer het westen haar millitaire macht vrijwillig opgeeft. Ook dit is een begrip van de geschiedenis die resulteert uit een kortzichtige en oppervlakkige studie. Ten eerste wordt de militaire macht van de Islamitische Staat tegen haar einde hierdoor schromelijk onderschat. Een achteruitgang in militaire macht bestond zeker voor de Staat die eerder de uitvinder was geweest van buskruit en het kanon, en wel precies vanwege de achteruitgang in haar wetenschappelijke capaciteit. Maar desalniettemin kende Europa angst voor dezelfde Islamitische Staat. Zelfs toen de Islamitische Staat doodziek was en op haar laatste benen liep durfde geen van de Europese naties het aan om in haar eentje de Islamitische Staat te bevechten. Iets van moed sijpelde pas in de harten van de Europese vijanden van de Islamitische Staat toen zij overeenstemming hadden over het tezamen bevechten van de moslims: Groot-Brittannië voorop en met haar Frankrijk, Italië en Rusland. En ten tweede wordt vergeten dat de Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw) voor lange tijd in haar geschiedenis het absolute summum van militaire macht was. Vergeten wordt dat na de verdrijving van de kruisvaarders uit Palestina de Europeanen samenkwamen om te bediscussieren hoe de moslims en hun Islam voortaan te bestrijden, gezien er consensus bestond in Europa dat het fysieke bevechten van de moslims een zinloze zaak was! Dus zeer zeker was militaire onmacht niet de hoofdoorzaak voor het verloren gaan van de Islamitische Staat, en zeer zeker is militaire onmacht niet een onvermijdelijk gevolg van het regeren met Islam, juist integendeel.

Deze beide feiten die door sommigen aangehaald worden als verklaring voor het uiteindelijk verloren gaan de Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw), en wel ruim 1300 jaar later, zijn in werkelijkheid niets meer dan verschillende uitingen van één en dezelfde ziekte. En de ziekte achter deze uitingen dat is waar de Islamitische Staat door verloren is gegaan. De eigenlijke vragen zijn dus “waarom hield de Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw) op een gegeven moment op de drijvende kracht achter wetenschappelijke vooruitgang te zijn, en geraakte zij uiteindelijk in een zodanig verval dat haar ontwikkeling tot stilstand kwam op het moment dat Europa zich begon te ontwikkelen?”, en “waarom verloor de Islamitische Staat langzaam maar zeker haar militaire overmacht tegen het einde van haar bestaan?”.

De echte redenen voor de ondergang van de Islamitische Staat

De verklaring van het fenomeen dat het succes van de Islamitische Staat uiteindelijk gelijk een nachtkaars doofde, ligt in hetgeen de moslims en hun Islamitische Staat in eerste instantie het succes bracht. Want het was enkel en alleen Islam en haar ideeën dat de grote vooruitgang en voorspoed bracht. En het was een zich stilaan ontwikkelend onbegrip betreffende Islam dat vervolgens de vooruitgang deed veranderen in stagnatie dat de Islamitische Staat gevestigd door de Boodschapper van Allah (saw) deed veranderen van een leidende natie in de wereld waar Europa met angst en vol bewondering naar opkeek tot een volgende natie in de wereld waar de de koloniale staten op neer keken alsof het een prooi betrof. De oorzaak voor het ontstaan van dit onbegrip betreffende Islam onder de moslims kent zowel interne als externe factoren.

Interne factoren achter het verloren gaan van de Islamitische Staat

Van de interne factoren achter het verloren gaan van de Islamitische Staat heeft de eerste te maken met de kennismaking door de moslims met de filosofieën van andere beschavingen. Naarmate Islam gebracht werd tot steeds meer en steeds verder van Al Madina gelegen gebieden kwamen de moslims in contact met steeds meer andere religies, gebruiken, gewoonten en ideeën. Bijvoorbeeld kwamen de moslims in contact met de filosofie van de oude Grieken, welke gebaseerd is op de logische denkmethode. De moslims vertaalden en bestudeerden de werken van de oude Grieken – zoals Socrates, Plato en Aristoteles – en sommigen van hen lieten zich hierdoor beïnvloeden. Sommigen adopteerden de ideeën en opvattingen van de oude Grieken, ook al zijn dezen duidelijk tegenstrijdig aan de ideeën van Islam. Vervolgens probeerden zij deze ideeën in het reine te brengen met Islam, om daarna op basis van deze ideeën verder te filosoferen volgens de denkmethode van de oude Grieken. Ook al past de denkmethode van de oude Grieken evenmin bij Islam als de ideeën van de oude Grieken, omdat de denkmethode van Islam de verstandelijke methode van denken is en niet de logica. Met andere woorden, deze moslims adopteerden idee en methode van de oude Grieken. Ten gevolge van deze beïnvloeding baseerden sommige moslims zich in hun boeken en bij discussies niet langer op het fundament van Islam. Zij vertrokken in feite van de ideeën van de oude Grieken en niet van de Koran en Soenna. Deze mensen behoorden hierdoor eigenlijk niet langer tot de gemeenschap van moslims, want wat zij presenteerden aan ideeën en meningen was niet Islamitisch. Desalniettemin hadden verscheidene van deze filosofen, zoals Al Farabi, wel invloed op de moslims, die hun ideeën en meningen acceepteerden alsof zij Islamitisch waren en zich in hun Islam dus door deze niet-Islamitische ideeën lieten leiden.

Anderen onder de moslims verwierpen weliswaar de ideeën van de oude Grieken omdat dezen niet gebaseerd zijn op Koran en Soenna, maar als methode van denken adopteerden zij wel de logica van de oude Grieken. Zij adopteerden dus niet de idee van de oude Grieken maar wel de methode. Dit is in feite het ontstaan van de bewegingen van Islamitische scholastici zoals zij genoemd worden (meest vooraanstaand Al M’oetazila). Omdat deze methode van de denken anders is dan de verstandelijke methode van denken die Islam voorschrijft was het direkte effect van de arbeid van deze denkers een verkeerd begrip van Islam en misinterpretaties van de Openbaringen van Islam. Maar buiten dit directe effect had de invloed van de Griekse filosofie op genoemde denkers verscheidene andere, minder opvallende maar misschien nog veel ernstigere consequenties.

Ten gevolge van de kennismaking met de oude Griekse filosofie verwerd Islam in het denken van de mensen tot een wetenschap waarvoor men gestudeerd moet hebben alvorens men deze kan begrijpen. Om logisch te kunnen redeneren zoals de oude Grieken dit deden moet men bekend zijn met de regels voor de logica. De logica is een kunde die men bestudeerd moet hebben alvorens men hier mee om kan gaan. Dus als logica wordt genomen tot de methode waarvolgens over Islam gedacht moet worden, dan kunnen enkel nog de mensen die logica gestudeerd hebben nadenken over Islam. Zo werd Islam ontoegankelijk gemaakt voor het “gewone volk”, waardoor discussie en nadenken over Islam onder grote delen van de bevolking onbestaand werd. En waar niet gediscussieerd wordt, daar wordt niet nagedacht. En waar niet nagedacht wordt, daar sterft het begrip van Islam in de hoofden van de mensen heel snel, en daar dooft langzaam maar zeker het vuur van Islam in de harten van de mensen.

Een andere ernstigere consequentie was de verschuiving in onderwerpen waarmee de ‘oelama (geleerden) van Islam zich onder invloed van de kennismaking met de oude Griekse filosofie bezig hielden. De onderwerpen voor de geleerden waren niet langer de praktische problemen waarmee de mensen te maken hadden, om de oplossing voor deze praktische problemen te kunnen halen uit Islam en ze door de Khalifa te laten implementeren als wet. De onderwerpen van de geleerden werden de filosofische problemen van de oude Grieken. Onderwerpen als “wat is de essentie van Allah?”, “kan men door het uitleggen van Islam iemand uitnodigen tot Islam of is de Leiding enkel bij Allah?”, “heb ik een vrije wil als ik ergens voor kies, of is mijn keuze eigenlijk de wil van Allah?”, et cetera. Ook hierdoor doofde Islam in de hoofden en harten van de mensen. Omdat Islam onder invloed van de oude Griekse filosofie losgekoppeld werd van de praktische realiteit van het leven.

De kennismaking met de oosterse filosofieën beïnvloedde de moslims eveneens. Ook hiervoor geldt dat sommigen zich door hun studie van de oosterse filosofie op een zodanig dwaalspoor lieten brengen dat ze zowel de idee als de methode van de oosterse filosofie adopteerden alszijnde juist, ook al zijn beiden in conflict met Islam. Hierdoor namen deze moslims feitelijk afstand van Islam en werden tot kafir (ongelovige in Islam). Ze adopteerden tezamen met de methode van de oosterse filosofen ook de ideeën van de oosterse filosofen als waarheid, zelfs als deze ideeën definitieve opvattingen van Islam verwierpen of tegenspraken zoals “de slaaf (al ‘abd) is de Heer (Rabb) en de Heer is de slaaf”, “Allah is aanwezig in alle dingen” en “kijk naar mij en je ziet Allah”. Ook voor sommigen van deze mensen geldt dat zij beroemdheden zijn geworden onder de moslims, wat aangeeft dat de moslims zich ook door hun pseudo-Islamitische opvatting lieten leiden in hun Islam.

Onder de moslim studenten van de oosterse filosofieën die zich niet lieten beïnvloeden door de ideeën van de oosterse filosofie waren er sommigen die zich desalniettemin wel lieten beïnvloeden door de methode van de oosterse filosofiën. Zo kwam het dat ideeën als “materie versus spiritualiteit” geaccepteerd werden onder de moslim oemma, waardoor sommige moslims gingen denken dat “men moet het lichaam laten lijden om dicht bij Allah te kunnen komen” of “men moet het wereldse leven verlaten om dicht bij Allah te kunnen komen”. Oftewel dat de beste aanbidding het volledig negeren van het wereldse leven is en het onderdrukken van de organische en instinctieve behoeften. Zo ontstond het Islamitisch soefisme, door de vermenging van Islam met de oosterse filosofie. Ook dit had consequenties die veel verder gaan dan enkel het verkeerd begrijpen van Islam en het misinterpreteren van de Openbaringen. Islam is gekomen om de praktische problemen die horen bij het leven op te lossen. In Islam is aanbidding het implementeren van de Goddelijke Oordelen ter oplossing van de problemen die horen bij het leven. In het soefisme, daarentegen, is aanbidding losgekoppeld van het leven. Als zodanig drijft soefisme een wig tussen het leven en Islam.

Het resultaat hiervan is dat hierdoor de praktische oplossingen van Islam voor de praktische problemen die horen bij het leven worden genegeerd. Bijvoorbeeld verordent Islam dat honger bij een individu een probleem is voor de gemeenschap. Het geeft de Islamitische Staat de plicht om ervoor te zorgen dat de moslims honger uitbannen en Islam heeft duidelijk gemaakt hoe precies de Islamitische Staat de honger moet bestrijden. Wanneer nu Islam wordt losgekoppeld van de praktische problemen, dan worden uiteindelijk de praktische oplossingen zoals gegeven door Islam voor de praktische problemen genegeerd. In plaats hiervan worden an pseudo-Islamitische oplossingen aangedragen zoals het lezen van de Koran en de hadith, het verrichten van dhikr (gedenken, lofprijzen) en doe’a (smeekbeden), in de hoop dat Allah (swt) dan het probleem zal oplossen. Zo ook bij honger, bij invasies van de Islamitische Staat door andere staten, et cetera. In reactie las men de Koran en de hadith, verrichte men dhikr en doe’a in de hoop dat Allah (swt) het probleem dan wel zou oplossen, alhoewel Allah (swt) met Islam de mens de oplossing heeft gegeven voor het praktische probleem.

Dus de kennismaking met de Griekse en oosterse filosofieën leidde ertoe dat, ten eerste, de moslims niet-Islamitische ideeen gingen ontwikkelen en praktiseren bij hun aangelegenheden. Ten tweede leidde het ertoe dat de moslims verkeerde methodes gingen hanteren bij het denken over Islam, waardoor zij tot verkeerde begrippen van Islam en de Openbaringen van Islam kwamen, wat eveneens ten gevolge had dat zich lieten leiden door onjuiste ideeën. En ten derde had de verkeerde omgang met de vreemde filosofieën, de beïnvloedding door de vreemde filosofieën, tot gevolg dat Islam steeds verder kwam te staan van de gewone moslim. Islam verwerd in het denken van de mensen tot iets waar enkel de geleerden zich mee bezig konden houden, en het werd steeds minder evident voor de mensen dat Islam gekomen was om hun problemen op te lossen.

Een tweede interne factor moet genoemd worden en deze is de taal. Nadat heel het Arabisch schiereiland door Islam verenigd was verspreidde Islam zich ook tot volkeren die niet in de Arabische taal grootgebracht waren. Grote aantallen niet-Arabieren kwamen tot Islam, tot het punt dat de niet-Arabieren de meerderheid werden in de oemma van Islam. Alhoewel vooral in het begin van de Islamitische Staat al de niet-Arabische volkeren die Islam binnen traden ter zijner tijd ook allemaal de Arabische taal overnamen (de Arabische moslims spendeerden veel tijd en zorg aan de opvoeding van de nieuwe moslims in de Arabische taal, en de nieuwe moslims wilden graag de taal van hun religie leren kennen om de boodschap van hun Schepper echt diep te kunnen begrijpen), was het gevolg hiervan wel dat in zijn algemeenheid de capaciteit van de oemma in omgang met de Arabische taal verzwakte. Aan de ene kant blijft er altijd een verschil bestaan tussen degene die opgroeid is in een taal en zijn capaciteit in de omgang met deze taal, en degene die deze zelfde taal op latere leeftijd leert en zijn capaciteit in de omgang met deze taal. Dit in zichzelf is normaal, maar de Arabieren die opgegroeid waren in het Arabisch lieten zich in hun taal beïnvloeden door de niet-Arabieren die Arabisch hadden leren spreken. Niet Arabische woorden drongen door tot het Arabisch, bijvoorbeeld, en grammaticale regels behorende bij het hoog-Arabisch werden in het dagelijks taalgebruik achterwege gelaten. Het gevolg hiervan was dat na een bepaalde tijd de gemiddelde moslim, zelfs de gemiddelde moslim-Arabier, niet langer over de kennis van het Arabisch beschikte die noodzakelijk is om Islam echt goed te kunnen begrijpen en om de Openbaringen van Islam een juiste uitleg te kunnen geven. Zo kwam het uiteindelijk dat de Arabische taal tot een wetenschap verwerd waarin men les kreeg wanneer men Islam wenste te studeren. En zo kwam het dat voor het eerst in de geschiedenis van Islam een meerderheid van moslims niet in staat was zelf de Openbaringen van Islam te onderzoeken naar betekenis en implicatie. Toen de Islamitische Staat Al Khilafa werd overgenomen door de Ottomaanse moslims en zij besloten het Ottomaans voortaan als voertaal te hanteren in plaats van het Arabisch, toen geraakte deze trend van een slechter wordend begrip van het Arabisch onder de moslims in een stroomversnelling.

Het gevolg van de afname van de capaciteit tot omgang met de taal van Islam binnen de oemma was dat ‘oelemaa (geleerden) alsmaar schaarser werden in de Islamitische Staat. Want men kan onmogelijk geleerde in Islam zijn zonder het hoog-Arabisch diep en grondig te kennen. In het verlengde hiervan, het moge duidelijk zijn dat bij de afname van het aantal ‘oelemaa het alsmaar moeilijker werd om de praktische kwesties in de samenleving op te lossen. En bovendien, een afname in het aantal ‘oelemaa is onlosmakelijk verbonden met de capaciteit van de gemeenschap van ‘oelemaa om Goddelijke Oordelen te extraheren uit de Openbaringen van Islam en om de gemeenschap van moslims op te leiden in Islam. Hoe kleiner het aantal ‘oelemaa, hoe lager het algemeen niveau van de geleerden van Islam, dit is een vanzelfsprekendheid. Tegelijkertijd met het ontstaan van dit probleem rondom de ‘oelemaa werd de oemma alsmaar meer afhankelijk van deze geleerden onder haar, omdat zij niet langer zelf in staat was om kwesties op te lossen volgens Islam. De oemma bestudeerde Islam niet langer omdat zij een groot deel van de capaciteit hiervoor ontbeerde. Zo doofde langzaam maar zeker het vuur van Islam in de harten van de moslims. Bij degenen wiens vuur desalniettemin toch warm bleef, die de mensen bleven oproepen tot Islam, die ontbeerden veelal de kennis om op correcte wijze Islam uit te leggen en te leren aan anderen.

Zo daalde en daalde ook onder invloed van de factor taal het niveau van de oemma, tot het punt dat zij de prioriteiten verkeerd begon te leggen: doenya (het huidige leven) werd geplaatst boven achira (het hiernamaalse leven), genieten werd geplaatst boven de belangen van Islam. Bij het alsmaar minder worden van de ‘oelemaa onder de Islamitische oemma, en met de invloed van de vreemde filosofieën, werden de kwestie in de samenleving dus op steeds minder goede wijze opgelost. En werden de mensen steeds minder goed opgeleid in Islam, waardoor het begrip van Islam onder de moslims significant daalde. Dit alles bracht de Islamitische Staat uiteindelijk tot het niveau waar zij niet langer in staat was de problemen op te lossen volgens Islam. De discussies tussen de geleerden begonnen zich te beperken tot wie nu de beste imam was geweest, bijvoorbeeld Imaam Sjafi’i of toch Imaam Ahmed. Oftewel, de discussies over Islam die er nog waren hielden zich bezig met de analyses van eerdere moslims en de boeken geschreven door eerder moslims. Er was nog enkel taqlied (imitatie) want de geleerden van hun tijd waren niet langer in staat om zelf echte idsjtihaad (oplossen van problemen op basis van de brinnen van wetten in Islam) te doen. En de gemiddelde moslim was in het geheel afhankelijk van deze geleerden. Nieuwe kwesties konden daarom niet opgelost worden. Dit verleidde verschillende geleerden tot één van twee paden, die beiden even schadelijk zijn voor de oemma. Ten eerste, het veroordelen als haram (verboden) van alles dat nieuw is, enkel en alleen omdat men niet weet hoe hiermee om te gaan volgens Islam. Of ten tweede, het adopteren van onderdelen van andere ideologiën als oplossing voor alles dat nieuw is, enkel en alleen omdat men niet weet hoe de oplossing van Islam te vinden.

Het eerste pad leidde ertoe dat de Islamitische Staat in wetenschappelijk opzicht stagneerde en geen vooruitgang meer boekte. Waardoor haar militaire kracht snel en sterk afnam, ook omdat de moslims het idee van oorlog voeren voor Islam langzaam maar zeker verlieten ten gevolge van het alom heersende onbegrip van Islam. Het tweede pad werd ingeslagen door de mensen die men nu de modernisten van Islam noemt, de mensen zoals Al Afghani, die opriepen om de wetten van mensenhanden uit Europa te kopiëren en te implementeren in de Islamitische Staat. Hierdoor werd het verschil tussen Islam en koefr bij de gemiddelde moslim steeds minder duidelijk, waardoor velen zich de noodzaak van het regeren met Islam en het probleem van regeren met koefr niet langer realiseerden. En zo kon het plaatsvinden dat langzaam maar zeker meer en meer wetten werden geïntroduceerd in de Islamitische Staat die feitelijk niets met Islam van doen hadden. Wetten die men kopieerde van de Fransen en Britten omdat er geleerden waren die dit beoordeelden als “toegestaan door Islam”.

Zo ontstond algehele chaos in de Islamitische Staat. De onderdanen van de Islamitische Staat begrepen Islam niet meer. De heersers in de Islamitische Staat begrepen Islam niet meer en pasten Islam niet langer correct toe. De heersers in de Islamitische Staat werden niet gecorrigeerd door het volk. De onwetende mensen begonnen fouten van de Islamitische Staat toe te schrijven aan Islam. De kloof tussen de gewone mensen en het regeren met Islam werd hierdoor nog groter. En de Islamitische Staat raakte in een neerwaartse spiraal.

Externe factoren achter het verloren gaan van de Islamitische Staat

Nadat de kruistochten op niets uitgelopen waren kwam Europa tezamen om een nieuwe, andere manier van bestrijden van Islam en de moslims te bedenken. De moslims en hun diepe begrip van Islam, waardoor zij streefden enkel en alleen naar de Tevredenheid bij Allah (swt) en waardoor zij de oplossing voor al hun problemen zochten in enkel en alleen Islam, was een te machtige tegenstander gebleken. Het resultaat was het oriëntalisme, de studie van Islam door niet-moslims, om met de opgedane kennis de moslims in verwarring te kunnen brengen. In eerste instantie was het doel om Islam te kunnen begrijpen, om hier dan leugens over te kunnen verspreiden zodat de Europeanen niet zouden luisteren naar de Boodschap van Islam.

De kennis van de oriëntalisten werd al snel een instrument in de handen van de imperialistische landen. De imperialisten stuurden missionarissen naar de landen die nog geregeerd werden met Islam en openden daar universiteiten en scholen. Ze gebruikten op deze scholen het onder de moslims heersende onbegrip betreffende Islam en voedden dit, om de moslims verder weg te kunnen duwen van Islam en het leven geordend volgens Islam. Middels hun oriëntalisten probeerde men twijfel over Islam te creëren onder de moslims, in een poging hen ontvankelijk te maken voor de Europese seculiere ideeën zoals vrijheid en secularisme die niets te maken hebben met Islam. En men probeerde de moslims in hun onwetendheid tegen elkaar op te zetten, door hen te doen laten houden van het niet-Islamitische idee van nationalisme. Zo probeerden de kolonialistische naties de chaos in de Islamitische Staat te verergeren.

Voor wat betreft de landen die op effectief op de Islamitische Staat veroverd waren geworden, daar maakten de imperialistische staten hun oriëntalisten deel van het bestuur van deze nieuw gewonnen koloniën. Onder het mom van “ken je vijand” stuurden ze oriëntalisten naar deze gebieden. Enerzijds om het bevechten van de moslims effectief te kunnen laten verlopen. Anderzijds deden deze oriëntalisten zich niet zelden voor als moslim geleerde om de onwetende moslims het idee bij te brengen dat Islam gehoorzaamheid aan de kolonialist oplegde.

Met de macht die een heerser eigen is bevochten de kolonialisten in hun koloniën de opvoeding in Islam van de kinderen van de moslims. Op Islamitische scholen in de koloniën werden de onderwijsprogrammas veranderd zodat Islam naar de achtergrond verdween, terwijl de jonge moslims bloot werden gesteld aan de propaganda van de vrijheid en democratie. Niet-Islamitische scholen werden opgericht waar in het geheel geen les werd gegeven over Islam. Vervolgens werden de kinderen die op Islamitische scholen hun opleiding hadden genoten bij voortduring achtergesteld door de kolonialisten ten voordele van de kinderen die op de niet-Islamitische scholen hadden geleerd. Deze laatsten kregen werk en werden lid gemaakt van de heersende en welvarende elite, omdat zij niets wisten en niets begrepen van Islam. De Islamitisch geschoolde kinderen daarentegen kregen geen werk, waardoor de moslims verleid werden om hun kinderen ook naar de niet-Islamitische scholen te sturen. Niet zelden ook werd zelfs het spreken van de Arabische taal tot een misdaad gemaakt, werd het alfabet veranderd van Arabisch tot latijns, alles om de moslims dom te maken en te houden betreffende Islam. Zo werd het onbegrip van Islam onder de moslims versterkt.

Tegelijkertijd werd alles wat de moslims kon doen herinneren aan Islam en het regeren met Islam verboden of vernietigd. Overheidsgebouwen gebouwd door de moslims ten tijde van Al Khilafa werden gesloten of met de grond gelijk gemaakt. Moskeeën gingen tegen de vlakte. Het volgen van de soenna van de baard werd tot een misdaad gemaakt, zo ook de plicht van het dragen van de hoofddoek voor de moslim vrouw. Het was slechts een kwestie van tijd voordat de moslims zich Al Khilafa en het regeren met Islam niet meer konden herinneren en vergeten waren.

Conclusie

Het was Islam die de barbaarse Arabieren tot leiders van en voorbeelden voor de wereld maakte. Dus waar Islam eens de mensen had verheven, daar daalden de mensen weer af eenmaal zij onbegrip betreffende Islam lieten heersen. De Boodschapper van Allah (saw) had de moslims in de ideeën van Islam doen laten groeien en hierdoor waren zij als mensen gegroeid. En toen de moslims eenmaal toestonden dat Islam afnam in hun hoofden en harten, toen daalden zij als mensen.

De vijanden van Islam, de imperialistische landen, gebruikten deze zwakte van de moslims en werkten om deze zwakte te kunnen verergeren. En zij spendeerden grote sommen geld om gebruik te kunnen maken van deze zwakte. Zij werkten om agenten voor zichzelf te kunnen verwerven van onder de moslims, moslims die kozen voor aanzien en welzijn in doenya boven achira. En middels deze agenten werkten de vijanden van Islam van binnen in de Islamitische Staat aan de vernietiging van de Islamitische Staat. Middels hun agenten vergaarden de kolonialisten invloed in de Islamitische Staat en wisten zij verdere chaos te veroorzaken, door de moslims tegen elkaar op te zetten en tegen Al Khilafa op te zetten. De interne en extrene factoren achter het verlies van de Islamitische Staat werkten elkaar dus in de hand: achteruitgang in het begrip van Islam stelde de vijanden van de moslims in staat om dit onbegrip te verergeren en om hiervan gebruik te maken. Dus toen aan de hand van de Britse agent Moestafa Kemal in 1924 de Islamitische Staat Al Khilafa afgeschaft werd ten gunste van het secularisme, toen zagen veel moslims de ernst van deze handeling niet in. Het was zoals Khalifa ‘Oemar bin Al Chattab (ra) had gezegd: “Wij zijn een volk dat Allah vereert heeft met Islam. Als wij eer zoeken in iets anders dan Islam, dan zal Allah ons vernederen.”

Maar nu is waarneembaar dat de oemma van Islam overal bezig is de ketenen van onwetendheid betreffende haar religie van zich af te werpen, valt ook beter te begrijpen waarom nu terug de strijd van de vijanden van Islam tegen Islam en de moslims hevig geworden is. Het betekent namelijk dat de moslims terug op de weg naar omhoog zijn, terug naar het regeren met Islam om de mensheid te leiden van het donker naar het licht precies zoals de eerste generaties van moslims, opgeleid in Islam door Mohammed (saw), hebben gedaan. En vanuit een ander perspectief bezien, sinds het verloren gaan van de Khilafa en decennia van misdaden tegen de menselijkheid van de moslims overal ter wereld, realiseren de moslims zich terug de noodzaak tot leven volgens Islam, oftewel geregeerd met enkel en alleen de Wet van Allah (swt) en verenigd achter het Leiderschap van Islam in de vorm van een Khalifa.

“Het Profeetschap zal onder jullie zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij het wegnemen. Vervolgens zal er de Khilafa Raasjida zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij het weg nemen. Dan zal er een pijnlijk leiderschap zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij het weg nemen. En dan zal er de tirannie zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij het weg nemen. En dan zal er (terug) de Khilafa zijn volgens het voorbeeld van de Profeet. En toen zweeg de Profeet.” (Imaam Ahmed).

Comments

comments

DELEN