Toen de Profeet (saw) op bevel van Allah (swt) zijn emigratie (hidjra) maakte van Mekka, waar hij en zijn Sahaba (ra) jarenlang vervolgd werden, naar Medina was het tijd om Islam naar een hoger niveau te tillen. Islam zou namelijk toegepast worden als een werkelijke ideologie waar goddelijke oordelen uit voort zouden komen via Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) om de mensen te leiden naar het Paradijs en de samenleving te voorzien van de juiste ordening. Daarom deed Allah (swt) verzen nederdalen die te maken hadden met het sociale leven.

De Sahaba (ra), welke in Medina bestonden uit de moehaadjirien (emigranten van Mekka) en de ansaar (helpers vanuit Medina), waren op een enkeling na allemaal Arabieren en hadden daarom eeuwenoude Arabische gewoonten die diepgeworteld zaten in hen. Één van de meest befaamde gewoonten van de Arabieren, waar zij bekend om stonden, was het overmatig nuttigen van alcohol (gamr). Alcohol was zo geliefd bij de Arabieren dat zij in hun poëzie hun liefde voor alcohol veevuldig hebben geuit. ‘Oemar ibn Al Gattaab (ra) ging vaak naar de Profeet (saw) om aan te geven dat alcohol verboden zou moeten worden, vanwege het kwaad welk in haar zit. Hij deed een smeekbede naar Allah (swt) voor duidelijker eindoordeel. Allah (swt) beantwoordde uiteindelijk zijn smeekbede en het volgende vers werd geopenbaard:

“O jullie die geloven! Voorwaar, de wijn en het gokken en de afgodsbeelden en pijlen om te verloten zijn onreinheden die tot het werk van de satan behoren, neemt er dus afstand van opdat jullie zullen slagen.” (Zie VBK soera Al Maida, vers 90)

Dit betekende dus dat de Islamitische Staat als een nieuwe wet zou invoeren dat het enorm geliefde alcohol van de Arabieren voor eens en altijd zou gaan verbieden. En dat degene die hierna nog zou drinken, dan zou degene bestraft worden volgens de nieuwe wet van de Staat.

Twee eerdere verzen veroordeelden reeds in een vroeger stadium het nuttigen van alcohol en er was een verbod om het gebed in een staat van dronkenschap te benaderen. Echter, een algeheel verbod was er nog niet geweest.

Boegaarie heeft overgeleverd van Anas bin Maalik dat hij heeft gezegd: “Ik serveerde dranken aan ‘Oebaida ibn al Djarraa en Oebay bin Ka’ab welke gemaakt van onrijpe en verse dadels toen een voorbijganger kwam en zei: ‘Voorwaar, alcoholische dranken zijn verboden geworden.’ Daarop zei Aboe Talha: ‘O Anas! Sta op en breek de houder (waarin de drank zich in bevond).’ Ik stond op en nam een puntige steen en sloeg de houder aan de onderkant totdat deze in stukken brak.” (Boegaarie)

Alhoewel deze sahaba veel liefde hadden voor het drinken van alcohol, was hun liefde voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) groter. Zij stelden het stoppen van het drinken van alcohol niet uit voor een week, dag of zelfs een minuut. Integendeel; zij haastten zich naar het direct naleven van het nieuwe Goddelijke Oordeel, welke het verbod was op alcoholische dranken.
Uit dit voorbeeld leren wij het volgende: Hoe groot onze neiging of liefde voor zaken van haraam ook is, wij dienen altijd het intellectuele leiderschap van Islam aan te nemen door haar concepten direct op te volgen. Wanneer wij dus horen van het Goddelijk Oordeel, dienen wij onze  best te doen om zo snel mogelijk te streven naar de naleving hiervan met volledige vastberadenheid en zonder uitstel.

Comments

comments

DELEN