De oorsprong van liefdadigheid

Allah (swt) heeft ieder mens met een instinct geschapen dat hem doet geven om anderen. Dit is het menselijkheidsinstinct. Het doet de mens verlangen naar voortplanting, maar ook naar goede relaties met familie en de mensen in zijn omgeving. Vanwege dit instinct voelt de mens ook verdriet en een behoefte om te helpen als hij andere mensen ziet lijden.

Het menselijkheidsinstinct is echter niet het enige instinct dat op de mens van invloed is, er zijn ook anderen. Bijvoorbeeld het overlevingsinstinct. Dit instinct doet de mens ondermeer verlangen naar macht en rijkdom en kan daarom van de mens een psychopaat maken, een tiran die zonder wroeging andere mensen doet lijden om er zelf beter van te worden. Want als het overlevingsinstinct in een mens dominant is, dan zal hij geen grenzen kennen om macht en rijkdom te vergaren. Hij zal dan met liegen, bedriegen, vechten of moorden geen moeite hebben, als hij denkt hierdoor macht en rijkdom te kunnen vergaren.

Hoe precies een mens reageert in een situatie is dus afhankelijk van het instinct dat dominant in hem is. Als dit het overlevingsinstinct is, dan kan hij eenvoudig een mensensmokkelaar worden die misbruik probeert te maken van de ellende van vluchtelingen omdat hij hierdoor rijk kan worden. Daarentegen, als het menselijkheidsinstinct in hem dominant is, dan kan het lijden van vluchtelingen hem tot tranen brengen en bereid maken alles wat hij heeft weg te geven om hen te helpen.

Welk instinct precies dominant zal zijn in de mens is afhankelijk van de ideeën die hij geadopteerd heeft. De mens die besluit dat rijkdom en macht het allerbelangrijkste zijn in zijn leven heeft hij er effectief voor gekozen om het overlevingsinstinct dominant te laten zijn in hem. Daarentegen, de mens die besluit dat het welzijn van de mensheid het allerbelangrijkste is heeft effectief aan het menselijkheidsinstinct de voorkeur gegeven.

De realiteit is daarom dat in iedere samenleving voorbeelden van liefdadigheid gevonden zullen kunnen worden, simpelweg omdat het zorgen voor anderen natuurlijk is voor de mens. Sommige beschavingen zullen echter meer of minder liefdadigheid tot gevolg hebben dan anderen, vanwege de specifieke ideeën waartoe zij de mensen oproepen. De ene beschaving zal de mensen aansporen om prioriteit te geven aan hun menselijkheidsinstinct, terwijl anderen de mensen zullen aansporen om prioriteit te geven aan hun overlevingsinstinct.

De visie van Islam op liefdadigheid

Het onderzoek naar het Goddelijk Oordeel betreffende liefdadigheid is derhalve een onderzoek naar de precieze positie die Islam heeft gegeven aan het menselijkheidsinstinct.

In antwoord op deze vraag kan gezegd worden dat het zorgen voor anderen een kernonderdeel van Islam is. Bijvoorbeeld zegt Allah (swt) dat het zorgen voor anderen hoort bij het geloof in Hem (swt):

لَن تَنَالُواْ الْبِرَّ حَتَّى تُنفِقُواْ مِمَّا تُحِبُّونَ وَمَا تُنفِقُواْ مِن شَيْءٍ فَإِنَّ اللّهَ بِهِ عَلِيمٌَ

“Gij zult stellig geen goedheid bereiken, tenzij gij hetgeen u lief hebt deelt. En wat gij ook besteedt, Allah is hiervan op de hoogte.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ali Imraan 3, vers 92)

Tegelijkertijd zegt Hij (swt) dat het niet zorgen voor anderen hoort bij ongeloof in Hem (swt):

إِلَّا أَصْحَابَ الْيَمِينِ * فِي جَنَّاتٍ يَتَسَاءلُونَ * عَنِ الْمُجْرِمِينَ * مَا سَلَكَكُمْ فِي سَقَرَ * قَالُوا لَمْ نَكُ مِنَ الْمُصَلِّينَ * وَلَمْ نَكُ نُطْعِمُ الْمِسْكِينََ

“Doch degenen aan de rechter hand, in het Paradijs vragen zij aan de overtreders: ‘Wat heeft jullie in de Hel gebracht?’. Zij (zullen) zeggen: ‘Wij behoorden niet tot degenen die aanbeden. En wij behoorden niet tot degenen die eten gaven aan de armen’.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Moedaththir 74, vers 39 – 44)

Profeet Mohammed (saw) heeft daarom gezegd: “Liefdadigheid is bewijs van geloof.” (Moeslim)

Allah (swt) weet dat het natuurlijk is voor de mens om zorg te voelen voor het welzijn van anderen, maar Hij (swt) weet ook dat het overlevingsinstinct de mens tot egoïsme en zelfs tirannie kan aanzetten. Daarom roept Allah (swt) de mensen niet enkel op om hun menselijkheidsinstinct de prioriteit te geven. Hij bespreekt ook de emoties die het overlevingsinstinct in de mens naar boven kan brengen en die ertoe kunnen leiden dat hij toch niet zorgt voor anderen.

Het overlevingsinstinct geeft de mens angst voor armoede, wat hem kan weerhouden van het weggeven en het delen met anderen. Daarom zegt Allah (swt):

مَّن ذَا الَّذِي يُقْرِضُ اللّهَ قَرْضًا حَسَنًا فَيُضَاعِفَهُ لَهُ أَضْعَافًا كَثِيرَةً وَاللّهُ يَقْبِضُ وَيَبْسُطُ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ

“Wie aan Allah het goede deel afstaat, Hij zal het voor hem vele malen vermenigvuldigen en Allah vermindert en vermeerdert en tot Hem zult gij worden teruggebracht.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 245)

مَن ذَا الَّذِي يُقْرِضُ اللَّهَ قَرْضًا حَسَنًا فَيُضَاعِفَهُ لَهُ وَلَهُ أَجْرٌ كَرِيمٌَ

“Ieder die met Allah een goede lening sluit, Hij zal deze voor hem vermenigvuldigen en hem zal bovendien een voortreffelijke beloning ten deel vallen.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hadied 57, vers 11)

إِنَّ الْمُصَّدِّقِينَ وَالْمُصَّدِّقَاتِ وَأَقْرَضُوا اللَّهَ قَرْضًا حَسَنًا يُضَاعَفُ لَهُمْ وَلَهُمْ أَجْرٌ كَرِيمٌَ

“De mannen en vrouwen die aalmoezen geven en degenen die met Allah een goede lening sluiten, deze zal voor hen vermenigvuldigd worden, bovendien zullen zij een eervolle beloning ontvangen.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hadied 57, vers 18)

الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُم بِاللَّيْلِ وَالنَّهَارِ سِرًّا وَعَلاَنِيَةً فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلاَ خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلاَ هُمْ يَحْزَنُونََ

“Zij, die hun rijkdommen nacht en dag, heimelijk of openlijk weggeven, ontvangen hun beloning van hun Heer; zij zullen niet vrezen, noch zullen zij treuren.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 274)

Profeet Mohammed (saw) heeft verder gezegd: “Liefdadigheid vermindert de rijkdom niet”. (Moeslim). En hij (saw) heeft gezegd: “Iedere dag dat de gehoorzame slaaf (van Allah) opstaat in de ochtend, dalen twee engelen neder. De ene van hen zegt: ‘O Allah! Compenseer degene die geeft!’. De andere zegt: ‘O Allah! Vernietig de rijkdom van degene die gierig is!’.” (Moeslim).

Hierdoor draait Allah (swt) de invloed van het overlevingsinstinct op de mens om. Want Allah (swt) zegt dat als de mens meer wil hebben, dat hij dan meer moet geven. Hij (swt) zegt dat geven en delen de rijkdom doet toenemen, terwijl egoïsme en oppotten de rijkdom vernietigen. Allah (swt) zegt:

الشَّيْطَانُ يَعِدُكُمُ الْفَقْرَ وَيَأْمُرُكُم بِالْفَحْشَاء وَاللّهُ يَعِدُكُم مَّغْفِرَةً مِّنْهُ وَفَضْلاً وَاللّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ

“Satan dreigt u met armoede en raadt u hetgeen slecht is aan, terwijl Allah uit Zichzelf u vergiffenis en overvloed belooft. En Allah is Overvloedig-gevend, Alwetend.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 268)

In Islam is liefdadigheid dus een prioriteit. Het is belangrijk op te merken, echter, dat Allah (swt) enkel de liefdadigheid beloont die wordt gegeven met de intentie om Zijn (swt) Tevredenheid te verdienen. De liefdadigheid die wordt gegeven om woorden van dank te krijgen van de mensen, of om door hen gerespecteerd of geëerd te worden, zal niet door Allah (swt) beloond worden:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تُبْطِلُواْ صَدَقَاتِكُم بِالْمَنِّ وَالأذَى كَالَّذِي يُنفِقُ مَالَهُ رِئَاء النَّاسِ وَلاَ يُؤْمِنُ بِاللّهِ وَالْيَوْمِ الآخِرِ فَمَثَلُهُ كَمَثَلِ صَفْوَانٍ عَلَيْهِ تُرَابٌ فَأَصَابَهُ وَابِلٌ فَتَرَكَهُ صَلْدًا لاَّ يَقْدِرُونَ عَلَى شَيْءٍ مِّمَّا كَسَبُواْ وَاللّهُ لاَ يَهْدِي الْقَوْمَ الْكَافِرِينَ * وَمَثَلُ الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمُ ابْتِغَاء مَرْضَاتِ اللّهِ وَتَثْبِيتًا مِّنْ أَنفُسِهِمْ كَمَثَلِ جَنَّةٍ بِرَبْوَةٍ أَصَابَهَا وَابِلٌ فَآتَتْ أُكُلَهَا ضِعْفَيْنِ فَإِن لَّمْ يُصِبْهَا وَابِلٌ فَطَلٌّ وَاللّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌََ

“O, gij die gelooft, maakt uw aalmoezen niet waardeloos door verwijt of krenking, zoals hij, die zijn rijkdommen weggeeft, om op te vallen bij de mensen en hij gelooft niet in Allah en de laatste dag. Hij is als een gladde rots, die met aarde is bedekt, waarop een stortregen valt, welke haar kaal achterlaat. Zij hebben geen macht over wat zij verdienen. En Allah leidt het ongelovige volk niet. En de gelijkenis van degenen, die hun rijkdommen weggeven, Allah’s welbehagen zoekende en hun ziel versterkende, is als een tuin op hooggelegen grond, die bij regen tweevoudig vruchten voortbrengt. En als er geen regen op valt, dan is dauw voldoende. Allah ziet, wat gij doet.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 264 – 265)

الَّذِي يُؤْتِي مَالَهُ يَتَزَكَّى * وَمَا لِأَحَدٍ عِندَهُ مِن نِّعْمَةٍ تُجْزَى * إِلَّا ابْتِغَاء وَجْهِ رَبِّهِ الْأَعْلَى * وَلَسَوْفَ يَرْضَىَ

“Maar de rechtvaardige zal ver daarvan (de Hel) verwijderd worden. Hij, die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren, en die niet denkt aan een beloning van iemand hiervoor, maar die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene, weldra zal hij tevreden zijn.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Layl 92, vers 18 – 21)

In de visie van Islam, wat is liefdadigheid precies?

In de kapitalistische samenlevingen wordt de natuurlijke behoefte van mensen om andere mensen te helpen als dezen lijden gekanaliseerd naar liefdadigheid. Dit kan men duidelijk zien in de reactie op de ellende in Syrië. De mensen in Europa worden door hun regeringen opgeroepen om vooral niet naar daar te gaan om te helpen, maar om in plaats hiervan aan liefdadigheid te doen. Om geld, kleding, voedsel en medicijnen in te zamelen, die dan naar Syrië gestuurd kunnen worden. Het kapitalisme ziet liefdadigheid dus als het hoogtepunt van menselijkheid.

Islam, daarentegen, ziet dit als het minimum wat een mens kan doen voor zijn medemens. Islam vergeet namelijk niet dat ellende altijd een oorzaak heeft, en dat liefdadigheid enkel ellende verlicht en niet de oorzaak ervoor oplost. Allah (swt) eist daarom meer van de moslims dan enkel aan liefdadigheid doen. Hij (swt) eist van hen dat zij naast het bestrijden van de ellende tevens de oorzaak van de ellende bestrijden. Dit is de betekenis van de volgende verzen:

وَلَا يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ

“En gij spoort anderen niet aan betreffende het eten van de armen.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Haqqa 69, vers 34)

وَلَا تَحَاضُّونَ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينَِ

“En jullie sporen elkander niet aan betreffende het eten van de armen.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Fadjr 89, vers 18)

وَلَا يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينَِ

“En gij spoort anderen niet aan betreffende het eten van de armen.”

(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maaoen 107, vers 3)

De betekenis van deze verzen is dat Allah (swt) van de mensen niet enkel liefdadigheid verwacht, maar dat Hij (swt) van hen ook verwacht dat zij hun gemeenschappen aansporen om aan liefdadigheid te doen. De werkwoorden hadh-dha en tahadh-dha in deze verzen kennen dezelfde oorsprong en betekenen daarom in essentie hetzelfde: het aansporen van anderen.

Het aansporen van anderen waar deze verzen dus effectief toe oproepen is echter niet beperkt tot het weggeven van de eigen bezittingen. Allah (swt) zegt dat het aansporen moet gaan over ta’aamil miskien, wat letterlijk betekent “het eten dat het bezit is van de armen”. Allah (swt) zegt dus feitelijk dat de mensen elkaar moeten aansporen om ervoor te zorgen dat de armen de beschikking hebben over het eten dan hun bezit is. De precieze betekenis hiervan wordt verklaard door hetgeen Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd: “De zoon van Adam kent geen groter recht dan deze drie dingen: een huis waarin hij mag verblijven, een stuk kleed waarmee hij zijn naaktheid mag bedekken, en een stuk brood en water (om zich te voeden).” (At Tirmidhi). Oftewel, in de visie van Islam hebben alle mensen recht op deze drie zaken. Als iemand van de mensen dus niet over deze zaken beschikt, dan is hem onrecht aangedaan. Hem is dan niet gegeven wat zijn recht is. Wanneer hem dan deze zaken gegeven worden, wordt hem dus niet een gunst gedaan, iets waarvoor hij moet zeggen “dankjewel”. Hem wordt dan enkel zijn recht gegeven, oftewel het onrecht dat hem werd aangedaan wordt dan gecorrigeerd.

Deze verzen bespreken dus effectief de oorzaak van ellende. Allah (swt) bekritiseert in deze verzen de mensen die gezien hebben dat sommigen onder hen hun rechten niet zijn gegeven, maar die niet midden in hun samenleving gewerkt hebben om aan dit onrecht een einde te maken. Met andere woorden, wat Allah (swt) in een dergelijke situatie van de mensen verwacht is niet enkel het geven van liefdadigheid, oftewel het compenseren van het onrecht, maar werk ter verwijdering van het onrecht zodat de mensen hun rechten zullen krijgen.

Praktisch gezien is dit werken voor de wederoprichting van de Islamitische Staat en her-implementatie van de Islamitische Wet de Sjarie’a. Dit, namelijk, beëindigt het onrecht en geeft de mensen hun rechten zoals gedefinieerd door Allah (swt) terug. Daarom heeft Profeet Mohammed (saw) gezegd: “Het gebieden van het goede en het verbieden van het kwade is liefdadigheid.” (Boechari).

Comments

comments

DELEN