Het Europese hof van justitie heeft bepaald dat werkgevers alle moslima mogen weigeren die een hoofddoek dragen, zolang de werkgever het in zijn bedrijfsreglement heeft opgenomen. Als argument wordt aangegeven dat er sprake moet zijn van een gelijke behandeling en neutraliteit. De hoofddoek is een religieus en politiek symbool. Een tijd geleden ben ik ingegaan op het neutraliteitsprincipe en het leek mij een goed moment om te schrijven over gelijke behandeling of eigenlijk het o zo geprezen ‘gelijkheid’ van het Westen.

Ik werd verder geinspireerd door Sybrand Buma van de CDA. Hij zei namelijk op 6 maart dat gelijkheid een typisch Christelijke waarde is welk van duizenden jaren terug dateert en hij voegt daaraan toe: ‘Denk maar aan de positie van vrouwen’. Zonder in te gaan op zijn beperkte kennis over gelijkheid, Christendom en het Middeleeuwen, wil ik snel het onderwerp van ‘gelijkheid’ aankaarten, omdat er Moslims zijn die moeite hebben om zich uit te kunnen drukken tegen het gelijkheidsprincipe. De Moslims kunnen namelijk denken dat het gelijkheidsprincipe van Islam afkomt of dat Islam geen beter alternatief heeft voor het ordenen van de relatie tussen man en vrouw. Een aantal punten die weliswaar niet het volledige onderwerp dekken, maar een duw in de goede richting kunnen geven:

Allereerst; Het Westen weigert te accepteren dat er verschillende rollen en verantwoordelijkheden zijn tussen man en vrouw om hun sociale toenemende dilemmas op te lossen. En dat is een probleem. Het huidige seculiere kader, vanwaaruit gelijkheid voortvloeit, zorgt voor geslachtspolarisatie. Het is of man of vrouw die de rollen en verantwoordelijkheden beslissen. Wie ook beslist, het voedt aantijgingen omtrent vooroordelen, voorkeuren en privileges jegens de beslissende geslacht, door het patriarchale of matriarchale te versterken. De mens kan het gewoonweg niet bepalen, omdat de rollen en verantwoordelijkheden niet worden ingevuld door Degene die de man en vrouw heeft geschapen. Vandaar dat de vrouw zich heeft moeten invechten en nog steeds vecht, laat staan wat voor een oorlog een bekeerde Moslima moet blijven voeren in het Westen. Het is een vrouw. Zij is bekeerd. En zij moet leven in zo’n maatschappij. ‘Gelijkheid’ is beperkt en kan niet de relatie reguleren, omdat de vrouw telkens moet vechten tegen de maatstaf die door de man is vastgelegd.

Ten tweeede; Een vrouw in de islamitische sociale framework heeft een volmachtend en eervolle positie. Haar wordt recht gegeven om te eigenen, ge-enthousiasmeerd om te leren en geleerde te worden, om politiek actief te worden, stemrecht en huwelijksrechten inclusief het recht om te scheiden. Het islamitisch kader meet waarde niet in welvaart of toegang tot welvaart, zoals het in het Westen is sinds de komst van het liberale kapitalisme. Moederschap wordt helaas gewogen op basis van of het wel of niet direct financieel bijdraagt aan de economie.

Ten derde; Islam ziet de man ook niet als dominante op het werkplaats alsof zij patriarchie vertegenwoordigden. Of dat de maatschappij in dienst is van de behoeftes van de man. Het islamitisch framework is gebouwd op de acceptatie dat de man en vrouw gelijke mensen zijn die niet inferieur zijn ten opzichte van de ander en zij worden gelijk beoordeeld tegenover hun Schepper. Het bekritiseren van verschillen als ongelijkheid is een ongemanierde kijk. Het labellen van Islamitische sociale framework als het promoten van ongelijkheid is niets meer dan het zeggen dat het anders is. Er is totaal geen universeel kritiek aanwezig tegen het islamitisch systeem, hoe graag het Westen dit ook zo wilt laten overkomen. Het gelijkheidsprincipe snijdt daarentegen wel in haar eigen vingers.

Comments

comments

DELEN