Alsof secularisme en de seculiere staat recente uitvinden van de mens zijn, vindt in Nederland momenteel een debat plaats over de plaats die religieuze levensbeschouwingen in de samenleving een seculiere staat hebben.

Volgens de PVV is de scheiding van kerk en staat voortgekomen uit een “christelijk-joodse traditie”. En daarom is zij van mening dat de staat als taak heeft om deze “christelijk-joodse traditie” te beschermen. Dit betekent feitelijk dat er volgens de PVV in Nederland enkel plaats is voor christenen en joden. En de PVV wil daarom dat de staat iedere uiting van andere religieuze levensbeschouwingen verbiedt. Daarom kwam PVV’er Hero Brinkman bijvoorbeeld met zijn voorstel voor een verbod op de Islamitische hoofddoek in het provinciehuis, en in de bus.

VVD’er Jeanine Hennis heeft opgeroepen tot een verbod op de Islamitische hoofddoek in gemeentehuizen, scholen en universiteiten omdat volgens haar secularisme betekent dat de staat “neutraal” moet zijn. En deze neutralieit betekent volgens haar dat medewerkers van de overheid geen uiting mogen geven aan hun levensbeschouwing. En dat er in overheidsgebouwen door niemand uiting gegeven mag worden aan zijn of haar levensbeschouwing. De Hogeschool van Amsterdam zei op basis van dit begrip van de seculiere en neutrale staat haar stilteruimte gesloten te hebben. Want als overheidsinstelling in een seculiere en dus neutrale staat behoorde zij zich niet bezig te houden met religieuze zaken, zei ze.

Maar er zijn ook stemmen in het publieke debat volgens wie een seculiere en neutrale staat inhoud dat er in het publieke leven geen uiting gegeven mag worden aan religieuze levensbeschouwingen. Volgens hen houdt een seculiere en neutrale staat in dat de mensen hun religieuze levensbeschouwing enkel mogen beleven in hun huizen, en niet daarbuiten. Bijvoorbeeld de arabist Simon Admiraal riep op basis van dit begrip van de seculiere en neutrale staat in de Volkskrant op tot een comleet verbod op de Islamitische hoofddoek in de publieke ruimte. Dus ook op straat. Volgens hem is voor de Islamitische hoofddoek, als onderdeel van Islam, in de seculiere staat enkel plaats in de huizen van de moslims.

Verwarring alom, derhalve. Al de bovengenoemden zeggen dat ze de “scheiding van kerk en staat” willen dienen. Allen zeggen dat ze praktijken die de scheiding van kerk staat “ondermijnen” tegen willen gaan. Maar allen geven de term “seculiere en neutrale staat” een verschillende betekenis. En ten gevolge hiervan verschillen ze van mening over de ruimte in de samenleving van een seculiere en neutrale staat voor de uitingen van religieuze levensbeschouwingen.

Dus wat precies is de “neutrale staat” nu eigenlijk? Waarom wordt hiertoe nu opgeroepen? En hoe wenselijk is deze werkelijk? Dat zijn de onderworpen van het nu volgende.

Geschiedenis van secularisme en de neutrale staat

Iedereen weet dat het seculiere idee een reactie is op het idee van droit divin (goddelijk recht) dat de katholieke kerk in de middeleeuwen uitdroeg in Europa. Het idee van droit divine stelde dat God de heersers voor de mensen uitkiest. En dus dat een goede christen te allen tijde zijn heerser moet gehoorzamen, wat deze ook doet en wat deze ook eist en verlangt. Onder het droit divine was er dus een nauwe samenwerking tussen de staat en de kerk. Want de heerser in de staat dankte zijn macht over de mensen aan de leerstelling van de kerk. En dus was hem er alles aan gelegen om de mensen in de kerk te houden. De kerkelijkheid kende natuurlijk eenzelfde wens en verlangen. Omdat heerser en kerkelijkheid dus voor een groot deel gelijke belangen kenden, was een nauwe samenwerking tussen hen natuurlijk in de tijd van het droit divine. Maar deze samenwerking had zowel op economisch als sociaal vlak desastreuze gevolgen.

Voor wat betreft de economische situatie, uit de leer van droit divine resulteerde grootschalige uitbuiting van de mensen door hun heersers. De mensen stelden zich in opdracht van hun kerk op als slaven voor hun heersers, en over het algemeen behandelden de heersers hun onderdanen hier dan ook naar. De mensen leefden daarom als slaven in diepe armoede, terwijl hun heersers, samen met de kerkelijkheid, in grote rijkdom leefden.

Voor wat betreft de sociale situatie, omdat de leer van het droit divine van de katholieke aan de basis lag van de macht van de meeste heersers in Europa waren zij er op gebrand om iedereen katholiek te houden. Daarom werkten de heersers in Europa samen met de katholieke kerk in de bestrijding van iedere afwijking van de leer van de katholieke kerk. Grof geweld werd hierbij, zoals iedereen weet, niet geschuwd. En dit was de oorzaak voor de grootschalige religieuze vervolgingen en godsdienstoorlogen die Europa teisterden tijdens de middeleeuwen.

Deze sociale situatie kende dan ook weer een economische consequentie. Uit angst dat iemand, mogelijk, met een idee zou komen dat tegen de leer van de kerk in zou gaan, werd het zelfstandig denken feitelijk verboden door staat en kerk. En dit hield iedere vorm van wetenschappelijke vooruitgang tegen in Europa, wat dan weer de armoede van de mensen in stand hield.

Het secularisme werd daarom geformuleerd in een poging aan deze ellendige situatie in Europa een einde te maken. Om aan zowel de economische onderdrukking van de mensen, als de religieuze onderdrukking van de mensen, als de onderdrukking van het denken van de mensen, een einde te maken. Het secularisme zegt dat de staat en de kerk niet mogen samenwerken zoals ten tijde van het idee van droit divine de praktijk was, maar dat zij beiden van elkaar gescheiden moeten worden. De kerk mag zich niet bemoeien met de aangelegenheden van de staat en de staat mag zich niet bemoeien met de aangelegenheden van de kerk. Feitelijk betekent dit dat de mensen zelf moeten beslissen hoe zij willen dat hun staat is en met welke wetten er geregeerd wordt. Volgens het secularisme mag de kerk de mensen hierin niets voorschrijven. De kerk mag de mensen enkel betreffende kerkelijke aangelegenheden, oftewel de rituelen van aanbidding, de wet voorschrijven.

Volgens het idee van secularisme mag de staat dus niets van doen hebben met enige religie. De staat moet “religie neutraal” zijn, zogezegd. Maar wat dit precies betekent, deze “neutrale staat”, hierover bestaan in de seculiere traditie twee meningen.

In de Angelsaksische wereld werd de “neutrale staat” gedefinieerd als de staat die religieuze argumenten verbiedt wanneer gedebatteerd wordt over de ordening van de staat en de samenleving; en die in haar ordening van de staat en de samenleving geen enkele religie bevoor- of benadeelt, op geen enkele wijze. In de Angelsaksische wereld ziet men dus geen conflict tussen de neutrale staat en uitingen van religie in kleding, of haardracht, enzovoorts. Als daar een religieuze persoon zich met de staat en de wet wil bemoeien, dan mag dit. En dan mag hij zich hij van kleden zoals hij wil. Maar, hij mag van hen niet naar zijn heilige boeken wijzen ter argumentatie van zijn standpunten: “We doen iets wanneer we het goed achten, en we doen iets niet wanneer we het slecht achten. We doen dit niet omdat het toevallig zo in uw boek staat, meneer!”.

In de Franse visie, echter, was het voor een correct functioneren van secularisme ook noodzakelijk dat de staat actief een “neutrale houding” uitdraagt. In de Franse visie is het noodzakelijk om religieuze uitingen uit te bannen, om te voorkomen dat mensen religeuze argumenten gaan gebruiken.En daarom is het volgens het Franse begrip van secularisme niet enkel verboden om religieuze argumenten te gebruiken bij debatten over de ordening van de staat en de samenleving. Het is in deze visie ook noodzakelijk dat ambtenaren, of bezoekers van overheidsinstellingen, geen religieuze uitingen dragen.

Opvallend genoeg laat de Nederlandse traditie wat betreft de neutrale staat zich door geen van deze beide hoofdstromingen in de seculiere traditie echt goed beschrijven. [1] In Nederland, met haar verzuiling, maakte de neutrale staat oorspronkelijk juist wel ruimte voor religieuze argumenten. Iedere religieuze groepering in Nederland had vaak zijn eigen mening in kwesties. Om kwesties op te lossen probeerde de Nederlandse staat daarom voorstellen te formuleren waar al de religieuze groepen mee konden leven. Oftewel, die al de religieuze argumenten in ogenschouw nam en die al de religieuze overtuigingen iets van hun zin gaf. Oorspronkelijk was de “neutrale staat” in Nederland dus om te voorkomen dat één van de religeuze overtuigingen zijn wil zou opleggen aan de andere religieuze overtuigingen. De wetgeving betreffende het speciaal onderwijs is een typerend voorbeeld hiervan. De neutrale Nederlandse staat biedt al de religies de mogelijkheid om hun eigen scholen te openen, en om hiervoor subsidies te krijgen. Deze subsidie is gebaseerd op het aantal leerlingen, waardoor de neutrale Nederlandse staat voorkomt dat een religie voorgetrokken wordt ten opzichte van een andere.

Later in de Nederlandse geschiedenis werd de betekenis van het begrip “neutraliteit” verruimd doordat de Nederlandse staat niet-religieuze levensbeschouwingen gelijk ging stellen aan religieuze levensbeschouwingen. Dus ook niet-religieuze levensbeschouwingen konden vanaf dat moment aanspraak doen op subsidies waar religieuze levensbeschouwingen aanspraak op konden doen, en dus ook scholen en media beginnen met behulp van overheidsgeld.

Weer later werd het begrip “neutraliteit” in Nederland verder verruimd, wat leidde tot gedeeltelijke afschaffing van de promotie middels wetgeving van één specifieke (religieuze) moraal. Lange tijd bevatte de Nederlandse wetgeving wetten die voortkwamen uit een religieuze overtuiging, zoals een verbod op abortus en dergelijke. Om de staat meer “neutraal” te maken werden vele van deze bepalingen – maar niet allemaal – uit het wetboek geschrapt. Hierdoor werd de mensen meer ruimte gegeven om zelf te beslissen hoe ze plezier willen maken, zonder hierin door de staat gehinderd worden middels wetten die voort zijn gekomen uit een religieuze levensbeschouwing. Het “homohuwelijk” is zo tot stand gekomen.

De betekenis van de “neutrale staat” in de Nederlandse traditie is dus: de dominante groep mag haar macht niet gebruiken om eigen visies te promoten, of om andere visies te vervolgen, maar moet alle visies in ogenschouw nemen en iedere burger evenveel steun geven voor het beleven van zijn eigen levensbeschouwing.

Uit deze behandeling van seculiere tradities blijken de grenzen die, op basis van het filosofisch idee secularisme, door de neutrale staat aan uitingen van religie gesteld kunnen worden. De Franse traditie beperkt de ruimte voor religies het meest. Volgens haar theorie is enkel in het private (thuis) en het openbare (op straat) ruimte voor uitingen van religie. Overheidsinstellingen zijn volgens haar volkomen verboden terrein voor religie. Zowel voor de ideeën van een religie als de uitingen ervan.

Het Angelsaksische model biedt overal ruimte voor religieuze uitingen, zowel in het private als in het openbare als in overheidsinstellingen. Maar bij debatten over de ordening van staat en samenleving verbiedt zij religieuze argumenten, terwijl zij uitingen van religie toestaat.

Het historisch Nederlandse model biedt religie de meeste ruimte. Het biedt overal ruimte voor religieuze uitingen, zowel in het private, als in het openbare, als in overheidsinstellingen. En bij debatten over de ordening van staat en samenleving staat zij zowel religieuze argumenten als uitingen van religie toe.

Is de “neutrale staat” een wenselijk iets?

De positie van de PVV, die de staat oproept om in overheidsinstellingen Islamitische uitingen te verbieden, maar tegelijkertijd alle andere religieuze uitingen toegestaan wil houden; en die de staat oproept om in het openbare Islamitische uitingen te verbieden, maar tegelijkertijd ook daar alle andere religieuze uitingen toegestaan wil houden, is dus volstrekt onhoudbaar. Dit is namelijk oproepen tot (ernstige) benadeling van één specifieke levensbeschouwing. En dit is vanuit menselijk perspectief onacceptabel, want het is gewoonweg racisme. En het is ook onmogelijk om dit te eisen op basis van secularisme. Want noch de traditioneel Nederlandse omgang met secularisme en de neutrale staat, noch de Angelsaksische of Franse praktijken hieromtrent, zien dit als acceptabel voor de seculiere staat. Omdat secularisme aan het voortrekken van één religie en het onderdrukken van alle anderen juist bedoelt een einde te maken. Volgens het idee van secularisme gaan “neutrale staat” en “christelijk-joods traditie beschermen” dus niet samen. Want dit is eigenlijk precies wat men in de middeleeuwen deed, in de tijd van het droit divine. De PVV lijkt dus meer beïnvloed door het middeleeuwse idee van droit divine en cuius regio eius religio [2] dan door het secularisme, en roept Nederland dus feitelijk op om naar de middeleeuwen terug te keren!

De positie van degenen die in naam van secularisme oproepen tot een “religie vrije openbare ruimte” is eveneens onhoudbaar. Deze positie roept de in de samenleving dominante groep, en dit is de seculiere groep die besloten heeft geen religie te volgen, om alle anderen in de staat te verbieden (zichtbaar) een religie volgen. Ook deze opvatting hoort meer bij het middeleeuwse droit divine dan bij het secularisme dat zich hiertegen verzette, want er is geen wezenlijk verschil tussen het verbieden door katholieken van alle andere religies en het verbieden door seculiere atheïsten van alle religies. De staat waar deze mensen toe oproepen is dus niet werkelijk “neutraal”, maar eerder tiranniek zoals in de middeleeuwen.

De VVD oproep om naar Frans voorbeeld alle relieuze argumenten en uitingen te verbieden in overheidsinstellingen. Voor deze positie bestaat dus een precedent, maar het is wel een precedent dat buiten de Nederlandse traditie ligt. Verder moeten er drie punten van kritiek gegeven worden op dit Franse precedent betreffende secularisme en de neutrale staat:

Ten eerste, het is naïef om te denken dat het wel of niet uiten van een religie een fundamenteel verschil maakt in het functioneren van de overheidsambtenaar. Als een ambtenaar fundamentalistisch christen is en op die basis wil werken als ambtenaar, zal een verbod op het zichtbaar dragen van zijn kruisje dan echt een verschil maken? Zal dit hem echt op andere gedachten brengen en hem plotseling overtuigd fundamentalistisch-seculier maken? Wie denkt dat het zo werkt met uitingen van religie, die gelooft feitelijk dat er van religieuze uitingen een “magische kracht” uitgaat die mensen fundamentalistisch-religieus maakt. Een mysterieuze macht die mensen dwingt om de seculiere wetten te vergeten en te oordelen en werken op basis van religieuze wetten. Dit soort dingen geloofden de mensen in de middeleeuwen. Maar welk zinnig mens gelooft hier nu nog in?

Ten tweede, er is een argument voor het compleet verbannen van religie uit overheidsinstellingen dat zegt dat als ambtenaren religieuze uitingen mogen dragen, dat sommige mensen dan kunnen gaan denken dat de staat hen religieus vervolgt. Dus als een rechter met een keppeltje tegen een niet-jood zou oordelen, dan zou deze persoon kunnen denken dat de staat joods is en hem als niet-jood vervolgt terwijl dit in werkelijkheid niet zo is. En daarom zouden religieuze uitingen verboden moeten worden in overheidsinstellingen, zegt men dan, om te voorkomen dat mensen ten onrechte zo gaan denken. Echt intelligent is dit argument niet, echter. Religieuze vervolging kan namelijk niet vastgesteld worden door een analyse van het uiterlijk van de overheidsmedewerker. Dit kan enkel vastgesteld worden door een analyse van het werk of het oordeel van de overheidsmedewerker. Daarom is het onzinnig om te schreeuwen “ik wordt religieus vervolgd!” enkel en alleen omdat men bij de overheidsmedewerker een uiting van religie waarneemt. Men moet kijken naar het werk van de overheidsmedewerker of naar de argumenten achter zijn oordeel. En daarom is het onzinning om degene die toch klaagt op basis van uiterlijkheden serieus te nemen.

Als men zegt “we willen gewoon de schijn van religieuze vervolging voorkomen”, dan is het antwoord: als men de lijn van dit argument volgt, dan moeten in Europa alle rechters verplicht blank worden omdat bij een niet-blanke rechter mogelijk iemand kan klagen “ik wordt op basis van ras vervolgd!”. En alle rechters moeten ook verplicht worden om hermafrodiet te worden omdat er anders de kans bestaat dat iemand ooit zal klagen “ik wordt op basis van geslacht vervolgd!”.

Bovendien, bij religieuze uitingen gaat het bijna altijd om dingen waarvan de gelovige denkt dat zijn God hem dit verplicht heeft. Verboden op religieuze uitingen verbieden dus een deel van het geloof van mensen en een verbod op religieuze uitingen is daarom een vorm van vervolging van religie. Om dit te doen enkel en alleen om te voorkomen dat iemand die zijn verstand niet gebruikt – want dat is degene die oordeelt over de behandeling die hem ten deel gevallen is op basis van het uiterlijk van de overheidsmedewerker – eventueel het gevoel krijgt dat hij door een religieus iemand vervolgd wordt, is dus duidelijk compleet disproportioneel en daarom misdadig. Want men vervolgt dan religie om te voorkomen dat de onzinnige zich eventueel religieus vervolgd zal voelen.

Ten derde, de Franse praktijk waar de VVD in Nederland toe oproept verbiedt niet enkel overheidsmedewerkers om religieuze uitingen te dragen, maar ook burgers die de overheidsinstellingen bezoeken. En hiervoor valt werkelijk geen zinnig verstandelijk argument te bedenken. Het dragen van religieuze uitingen die overheidsinstellingen bezoeken heeft immers geen enkele invloed op de operaties van de overheidsinstellingen.

Het vierde en laatste argument tegen het Franse precedent voor wat betreft secularisme en de neutrale staat is dus het simpele feit dat dit leidt tot vervolging van religie. Wanneer men religieuze uitingen verbiedt op bepaalde plaatsen, dan verbiedt men in veel gevallen een deel van de religie van mensen. En zoals al eerder opgemerkt, is er een wezenlijk verschil tussen het verbieden door katholieken van alle andere religies, en het verbieden door seculiere atheïsten van (delen van) religies? Het verbieden van religieuze uitingen op bepaalde plaatsen is dus gewoonweg een middeleeuwse praktijk, dat in een modern jasje is gestoken.

Dit laatste punt van kritiek kan ook gegeven worden betreffende de Angelsaksische traditie in secularisme en de seculiere staat. Deze verbied immers religieuze argumenten binnen de staat. Maar is er een wezenlijk verschil tussen het verbieden door katholieken van niet-katholieke opinies, en het verbieden door seculieren van religieuze opinies? Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee, en daarom moet gezegd worden het secularisme er niet in is geslaagd om het fundamentele onrecht dat in het droit divine zo duidelijk was, weg te doen. Ten tijde van het droit divine werd de mensen voorgeschreven wat zij mochten denken, zijnde enkel en alleen wat de katholieke kerk dacht. Nu in de tijd van het secularisme mogen de mensen weliswaar denken wat zij willen, maar niet alles wat zij denken uiten. Zij mogen hun uitgesproken meningen immers niet uit religie halen. (Het bewijs hiervoor is dat degene die dit wel doet een “fundamentalist” en “radicaal” genoemd wordt. En deze “fundamentalisten” en “radicalen” zijn tegenwoordig staatsvijand-nummer-één, zo is welbekend.) Dus in secularisme zijn de grenzen gesteld aan het denken van de mensen enkel wat ruimer dan ten tijde van het droit divine, maar ze bestaan nog steeds.

Het voordeel van een seculiere staat is dus op zijn minst gezegd twijfelachtig. Deze staat is voordelig voor de niet of minder gelovigen, maar eigenlijk precies zoals de Europees theocratische staat in de middeleeuwen voordelig was voor de gelovigen.

De “neutrale staat” discussie is een hatelijke aanval op Islam

Een analyse van het debat over religieuze uitingen mag echter niet voorbijgaan aan de diepe hypocrisie in dit debat. Er is namelijk geen seculier Europees land of haar wetboek van strafrecht bevat wetten die voortkomen uit religies.

Het instituut “huwelijk” is het beste voorbeeld hiervan. Het huwelijk is een van oorsprong religieus ideaal. Maar in de meeste seculiere landen zijn allerhande belastingvoordelen gekoppeld aan het getrouwd zijn. Hiermee promoot de staat dus een in oorsprong religieus ideaal. Een ander voorbeeld is polygamie, dat in de meeste seculiere staten verboden is. Dit verbod is eveneens religieus geïnspireerd, wat duidelijk blijkt uit het feit dat de meeste seculiere landen ontucht en overspel wel vrijelijk toestaan. En waarom wel een verbod op een huwelijkse relatie tussen meer dan twee mensen, als dit op basis van vrije wil gebeurd, maar niet een verbod op andere relaties tussen meer dan twee mensen, als dit op basis van vrije wil gebeurd? Hier valt geen zinnig antwoord op te geven behalve “dat vinden wij hier nu eenmaal normaal”. Maar dit “normaal” is onlosmakelijk verbonden met de (tot voor relatief kort) dominantie van de christelijke opvattingen in de westerse seculiere landen. Deze en andere religieuze wetten worden dus al decennia gewoonweg geaccepteerd in de seculiere landen, zonder serieus klagen.

Bovendien, voor de opkomst van Islam als politiek onderwerp in Nederland was er niemand die klaagde over bijvoorbeeld het kruisje rond de nek van de dame acher het loket, of over overheidssubsidies voor op religie gebaseerd verenigingen, of over inzamelingsacties ter ondersteuning van het Rode Kruis in staatsziekenhuizen, of over de donateurwerving op stadspleinen door het Leger des Heils. Het is pas sinds moslima’s met een hoofddoek achter een loket gevonden kunnen worden, of dat Islamitische verenigingen aanspraak doen op subsidies, dat men spreekt over “neutrale staat” en “neutrale publieke ruimte”.

Maar de neutraliteit van de staat waartoe nu opgeroepen wordt zou dus ondermeer als consequentie hebben dat kruizen en keppeltjes ook verboden moeten worden in overheidsinstellingen. En nonnen in hun uniform zullen uit gemeentehuizen scholen en ziekenhuizen geweerd moeten worden, evenals vrouwen in lange rokken. En voor een echt neutrale staat zal de koninklijke familie, als onderdeel van de staat, haar religie moeten verlaten en atheïst moeten worden. De eed voor inzwering van hoge ambtenaren zal ook veranderd moet worden.[3] Sinterklaas zal ook niet meer gevierd mogen worden op scholen. En er zullen geen kerstbomen meer opgezet mogen worden in overheidsgebouwen, of door overheden op de pleinen van steden en dorpen. Maar er is niemand in Nederland die daadwerkelijk wil dat dit gedaan wordt. Er is geen enkele kans dat een politicus in Nederland tot één van zaken zou oproepen. Laat staan dat het publiek enthousiast zou reageren op zo een voorstel.

En de neutraliteit van de publieke ruimte waartoe nu opgeroepen wordt zou ondermeer ook als consequentie hebben dat kruizen op kerken verboden moeten worden; dat het Rode Kruis en Leger des Heils zich niet meer op straat mogen vertonen; dat sportvereniging die voortgekomen zijn uit de verzuiling, dus katholieke en protestantse sportverenigingen zoals de voetbalclub RKC (Rooms Katholieke Combinatie), verboden moeten worden; en dat televisiezenders die voortgekomen zijn uit de verzuiling, zoals de EO, verboden moeten worden. En er is ook niemand in Nederland die daadwerkelijk wil dat dit gedaan wordt. En evenmin is er een kans dat een politicus in Nederland tot één van zaken zou oproepen, omdat niemand van het publiek enthousiast zou reageren op zo een voorstel.

En dit bewijst dat de oproep tot een neutrale staat, zoals die nu gedaan wordt, in werkelijkheid slechts een excuus is die de waarheid moet verhullen. Niemand van de oproepers, noch hun supporters, wil namelijk een werkelijk neutrale staat. De echte oproep is tot een staat waaruit Islam verbannen is. Het secularisme is er dus niet enkel niet in geslaagd om het fundamentele onrecht in droit divine van de middeleeuwen uit te bannen. Haar aanhangers gedragen zich nu precies zoals de aanhangers van het droit divine in het verleden. Precies zoals de middeleeuwers, met andere woorden.

________________________________________

[1] Zie: “Het ideaal van de neutrale staat”, oratie van dr. Mr. Wibren van der Burg, Erasmus Universiteit Rotterdam, www.publishing.eur.nl/ir/repub/asset/15701/BurgOratieDEF-1.pdf

[2] Volgens dit rechtsprincipe uit de middeleeuwen mocht de heerser van een gebied bepalen welke religie zijn onderdanen zouden volgen. En wie weigerde zijn heerser hierin te gehoorzamen, mocht gedood worden op het land uitgezet worden, al zijn bezittingen achterlatende voor de heerser.

[3] De zogenoemde “zuiveringseed” eindigt nu met de woorden: “Zo helpe mij God Almachtig!”.

Comments

comments

DELEN