Veel moslims zijn bekend met het probleem van de balans tussen het zoeken van kennis en het doen van aanbiddingen en goede daden. Zo zijn er sommigen die zich enkel bezig houden met het vermeerderen van kennis en tegelijkertijd de daden verwaarlozen en zo zijn er anderen die zich storten op aanbiddingen en goede daden terwijl kennis verwaarloost wordt. Hoe is hier toch een juiste balans in te vinden?

De persoonlijkheid van de mens bestaat uit een aqliyya en nafsiyya. De aqliyya is de tool die gebruikt wordt om zaken te gebruiken om oordelen over de realiteit te geven. Het is als het ware een bril waardoor men kijkt om de zaken te beoordelen. Wanneer deze bril Islamitisch is en er dus een Islamitisch referentie kader wordt gebruikt om de zaken te beoordelen spreken we van een Islamitische aqliyya. Wanneer de bril bijvoorbeeld Kapitalistisch is dan spreken we van een Kapitalistische aqliyya waarmee hij de zaken volgens Kapitalistische maatstaven beoordeeld. De aqliyya gaat dus om ideeën die je hebt over de realiteit en niet over handelingen.

De nafsiyya zijn de neigingen die een persoon heeft om zijn organische behoeften en instincten te vervullen. Dit gaat dus om handelingen. Wanneer een persoon zijn behoeften volgens de oplossingen en richtlijnen van Islam vervult heeft hij een Islamitische nafsiyya. Wanneer hij dit echter op een andere manier doet heeft hij geen Islamitische nafsiyya.

Balans
Het is van groot belang dat deze aqliyya en nafsiyya in balans zijn zodat de Islamitische persoonlijkheid gecreëerd wordt. Als een persoon bijvoorbeeld veel kennis heeft (hoge aqliyya) maar er niets van uitvoert dan zal hij enkel een academicus zijn, een boekenworm die geen invloed op zijn eigen leven heeft en niet zal veranderen. Hij zal misschien goed zijn in discussiëren en het vertellen van de details maar hij zal geen sterke moslim zijn die Allah (swt) gehoorzaamt in al zijn handelingen en die werkt om de samenleving te verbeteren.

Wanneer de nafsiyya enkel hoog is, betekent dit dat men veel daden doet zonder dat men de kennis erover heeft. Dit kan leiden tot innovatie en daden van ongeloof omdat de persoon niet goed weet waar hij mee bezig is. 

Hoe kan ik mijn persoonlijkheid versterken en ontwikkelen?
Hier komt een belangrijk onderscheid omdat eigenlijk zowel de aqliyya en de nafsiyya gevoed moeten worden. We kunnen niet de één voeden en de ander laten, ze zijn als het ware twee aparte entiteiten die wel een relatie met elkaar hebben.

De aqliyya kan zich ontwikkelen door het opdoen van kennis, door de visie en het oordeel van Islam te weten over de realiteit waarin we leven. Hoe meer we weten over de visie van Islam over de realiteit, hoe meer we dit kunnen naleven en daarmee de Tevredenheid van Allah (swt) kunnen behalen. Dit betekent ook dat de aqliyya gereinigd moet worden van alle andere maatstaven zoals de Kapitalistische maatstaf die hedendaags veel invloed heeft op de wereld. Ideeën zoals democratie, secularisme, vrijheid, nationalisme en anderen zijn ideeën die niet in oorsprong Islamitisch zijn.

De nafsiyya ontwikkelt zich door gewoon te doen en uit te voeren. De aqliyya vertelt ons het oordeel over de realiteit en het is aan de nafsiyya om dit na te leven. Zo dient de moslim in eerste instantie zich te haasten om de verplichtingen na te komen en weg te blijven van de verboden. Vervolgens zal hij verder gaan om de aangeraden daden uit te voeren waardoor hij in groei zal toenemen totdat hij een stralend voorbeeld voor anderen is.

Het belangrijke aan dit verhaal is dus dat de moslim iedere keer wanneer hij nieuwe zaken leert en daarmee zijn aqliyya vergroot dat hij dit probeert uit te voeren zodat zijn nafsiyya natuurlijkerwijze meegroeit en daarmee dus zijn totale persoonlijkheid.

Dit was te zien bij de Sahaba’s waarvan overgeleverd is dat sommigen van hen niet meer dan 10 verzen van de Koraan gingen leren totdat ze alles hadden begrepen en uitgevoerd wat er in deze 10 verzen te vinden was. Op deze manier groeiden ze tot geweldige persoonlijkheden.

De invloed van gehoorzaamheid aan Allah op kennis en inzicht
Voor degene die de Koraan leest zal het opvallen dat Allah (swt) bijna altijd spreekt over ‘degenen die kennis gegeven zijn’. Allah (swt) laat hiermee nadrukkelijk zien dat kennis niet iets is wat een persoon zelf opdoet, maar dat Allah (swt) het schenkt aan de persoon nadat hij de moeite ervoor heeft gedaan.

Allah (swt) zegt bijvoorbeeld in soera al Anbiyaa over de profeten Dawoed en Soelaymaan:

فَفَهَّمْنَاهَا سُلَيْمَانَ وَكُلًّا آتَيْنَا حُكْمًا وَعِلْمًا

“We deden Soelaymaan het begrijpen en we hebben beiden wijsheid en kennis geschonken”(Al Anbiyaa: 79)

In dit geval ging het over een kwestie toen Dawoed en Sulaymaan allabei gingen rechtspreken over een kwestie en Allah (swt) vertelt in dit vers dat Hij (swt) Soelaymaan het beter heeft doen laten begrijpen maar dat hij hen beiden wijsheid en kennis heeft geschonken.

Allah (swt) zegt in soera Moehammad:

وَمِنْهُم مَّن يَسْتَمِعُ إِلَيْكَ حَتَّى إِذَا خَرَجُوا مِنْ عِندِكَ قَالُوا لِلَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ مَاذَا قَالَ آنِفًا أُوْلَئِكَ الَّذِينَ طَبَعَ اللَّهُ عَلَى قُلُوبِهِمْ وَاتَّبَعُوا أَهْوَاءهُمْ

“En van onder hen is degene die naar jou luistert en wanneer hij van jou vertrekt zegt hij tegen degenen die kennis is gegeven: “wat heeft hij zojuist gezegd?” Dat zijn degenen wiens harten Allah heeft verzegeld en hun begeerten hebben gevolgd” (Moehammad: 16)

In dit vers zie je dat de persoon de Profeet (saw) niet kon begrijpen wegens het feit dat hij dus enkel zijn begeerten volgde en niet de sjaria. Allah (swt) heeft zijn hart verzegeld en hem weg gehouden van begrip wegens zijn ongehoorzaamheid.

Eén vers verderop zegt Allah (swt)

وَالَّذِينَ اهْتَدَوْا زَادَهُمْ هُدًى وَآتَاهُمْ تَقْواهُمْ

En degenen die Leiding accepteert (door deze te volgen) Hij zal hem doen toenemen in Leiding en hem Godsvrees schenken. (Moehammad: 17)

Hier zien we dus het belang van de aqliyya en de nafsiyya. Het houden aan de geboden van Allah (swt) en het nakomen hiervan zorgt ervoor dat Allah (swt) hem in deze wereld beloond met meer begrip en Leiding en godsvrees. Volgens de tafsier van as Sa’dy betekent dit dat de persoon toeneemt in profijtvolle kennis en goede daden.

Samenvattend is het dus belangrijk dat we niet enkel bezig zijn met het vergaren van kennis, noch enkel bezig zijn met het doen van aanbiddingen en andere daden. Beide zaken dienen gevoed te worden zodat er een krachtige Islamitische persoonlijkheid gerealiseerd wordt.

Praktisch betekent dit dat de moslim zijn best doet om bijvoorbeeld Koraan, hadieth, fiqh en aqieda te leren, maar dit moet altijd praktisch zijn met het oog op uitvoering in de realiteit. Tegelijkertijd houdt de moslim zich aan zijn gebeden en andere verplichtingen, probeert hij te excelleren door veel aangeraden daden te doen en staat hij vooraan om de da’awa van Islam te dragen naar zijn omgeving en te werken voor de terugkeer van Islam.

Comments

comments

DELEN