Gisteren schoof Halbe Zijlstra (fractievoorzitter Tweede Kamer, VVD) aan bij het praatprogramma Buitenhof. Tijdens de uitzending werden hem onder meer  vragen gesteld over etnische profilering en ‘radicalisering’. Etnisch profileren van rapper Typhoon deed hij af als risico-inschatting. Hij kon zich namelijk niet voorstellen dat het geweldige politiekorps in het vrije en tolerante Nederland zich schuldig maakt aan structureel racisme. Hij bezigde opvallend vaak het woord ‘ik’. Toen de presentatrice vroeg naar de uitsluiting van een deel van de samenleving (o.a. op de arbeidsmarkt) sprak hij wederom vol lof over zijn eigen ervaringen in Nederland.

Trots vertelde hij dat hij in verschillende landen heeft gewerkt, maar er geen land is waar men zo plezierig kan leven als Nederland dat geroemd wordt om haar vrijheden. Wederom een ik-perspectief. Toen de link tussen vervreemding, uitsluiting en je aansluiten bij ‘radicale’ bewegingen werd gelegd, kon Zijlstra zich dat wederom niet voorstellen. Wederom stak hij de loftrompet over de verworven vrijheden. Men hoeft geen socioloog te zijn om te begrijpen dat conformisme een belangrijke rol speelt in de leefwereld van jongeren. Men past zich aan, aan de opvattingen en gedragingen binnen een bepaalde groep, (vaak) met als doel om geaccepteerd te worden. Ieder optreden van Zijlstra omtrent dit thema wordt gekenmerkt door egocentrisme, eurocentrisme en paternalisme. Het superieure westen is verheven boven de rest en de rest moet zich conformeren aan ”onze” superieure waarden. Wie dit niet doet, ondermijnt automatisch de democratische rechtsstaat en moet bestreden worden, zelfs wanneer het gaat om intellectuele kritiek. Dit doet denken aan het spinnenweb dat door Allah (swt) wordt beschreven. Nadat Allah (swt) het lot van diverse volkeren die afgoden aanbaden en zich afwendden van de Profeten uiteen heeft gezet (waaronder ‘Aad, Thamoed, volk van Loet, Ibrahiem etc.) wordt Qoeraish geconfronteerd met de zwakte van hun credo. Allah (swt) zegt:

مَثَلُ الَّذِينَ اتَّخَذُوا مِن دُونِ اللَّهِ أَوْلِيَاءَ كَمَثَلِ الْعَنكَبُوتِ اتَّخَذَتْ بَيْتًا ۖ وَإِنَّ أَوْهَنَ الْبُيُوتِ لَبَيْتُ الْعَنكَبُوتِ ۖ لَوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ

‘’De gelijkenis van hen, die helpers verkiezen naast Allah, is als de gelijkenis van de spin die zich een huis maakt: en het zwakste der huizen is zeker het huis van de spin, als zij het slechts wisten!’’ (VBK Soera al-Ankaboet, vers 41)

Imam al-Baghwawi zegt hierover:

لا يدفع عنها حرا ولا بردا ، وكذلك الأوثان لا تملك لعابديها نفعا ولا ضرا

”Het is niet in staat hitte of kou af te wenden. Evenzo zijn de afgodsbeelden niet in staat hun ‘dienaren’ van nut te zijn of enige schade te berokkenen.”

Imam Ibn ‘Aashoer zegt hierover:

اتخذوها وقت الحاجة إليها وتزول بأقل تحريك

”Ze wendden zich in tijden van nood tot deze afgodsbeelden, maar zij zijn niet opgewassen tegen de minste geringste tegenslag.”

Wanneer men intellectuele kritiek gelijkstelt aan het ondermijnen van de democratische rechtstaat en het credo van een minderheidsgroep in de samenleving als gevaar ervaart, zegt dit veel over de ideologie die men aanhangt. Diens fundament is als het spinnenweb: fragiel en doordringbaar. Vandaar dat het Islamdebat anno 2016 nog steeds gekenmerkt wordt door stereotype vraagstellingen. Dit is het lot van degene die ‘intellectual bankrupt’ is.

Comments

comments

DELEN