Geachte Prof. Dr. Smalhout,

Het vormen van een mening bij een kwestie op basis van vooroordeel, om deze mening vervolgens tegenover anderen te presenteren als vaststaand feit in de wetenschap dat er hiervoor geen redelijke argumentatie te bieden valt, dit gedrag is één van de uitingen van irrationele haat, weledelgeleerde professor.

U zegt in uw column in De Telegraaf van zaterdag 25 maart, 2006, en ik citeer, “Als aankondiging van wat ons te wachten staat, fulmineerde vorige week in de gemeenteraad van het dorp Houten bij Utrecht, het pas benoemde islamitische PvdA-raadslid Abdallah Monahbi tegen het in deze christelijke gemeente gebruikelijke ambtsgebed. Dat wordt altijd vóór de aanvang van de raadsvergadering gebeden. In dit door de burgemeester uitgesproken gebed wordt aan de Eeuwige om wijsheid, inzicht, gerechtigheid (en) geduld gevraagd, maar Abdallah verliet demonstratief tijdens het gebed de raadszaal. Kennelijk zijn wijsheid, gerechtigheid, inzicht en geduld ongewenste begrippen voor moslims.” Einde citaat.

Weledelgeleerde professor, om maar niet om de hete brei heen te draaien, ik schrijf u bij deze aan daar het u aan te rekenen valt dat u aldus concludeert over de moslims in de wereld. Om te voorkomen dat u mijn mening zult opvatten als een uiting van irrationele haat, staat u mij toe de argumentatie achter deze mening uiteen te zetten:

Ten eerste, u heeft het gedrag van één persoon in één specifieke situatie genomen en zonder verdere argumentatie dit geïnterpreteerd naar beweegreden. Vervolgens heeft u hetgeen u dus zonder argumentatie aandraagt als beweegreden geprojecteerd op de ganse moslimgemeenschap in de wereld, om dan ten slotte over hen allen te oordelen. Meneer professor, dit is lasterlijk ten opzichte van de moslimgemeenschap en niets minder dan dat.

Ten tweede, u trekt conclusies over de beweegreden van het “islamitische” raadslid alsof deze overduidelijk is, terwijl uit niets met relatie tot het plaatsgevondene deze overduidelijkheid blijkt. Nu, het is vanzelfsprekend mogelijk dat in uw belevingswereld het gedrag van een moslim altijd eenduidig is betreffende de beweegreden, u zult misschien altijd denken aan irrationaliteit en algemene barbaarsheid, maar dit maakt uw interpretatie van het gedrag van de moslim nog niet tot juist. Integendeel zelfs, want interpretaties gebaseerd op vooroordeel zijn altijd onjuist, en, zoals ik al zei, soms zelfs uitingen van haat. Waar u aan voorbijgaat in uw artikel zijn verschillende andere mogelijke beweegredenen waarop het islamitische raadslid zich mogelijk gebaseerd heeft. Mogelijk, namelijk, was dit gedrag demonstratief bedoeld zoals u beweerd, maar mogelijk ook niet, en dit is een nuancering die u uw lezers onthoudt. Omdat u heeft geoordeeld behoort u te weten dat zijn religie de moslim niet toestaat de riten van andere religies bij te wonen, en mogelijk heeft het islamitische raadslid het gebed van zijn mederaadsleden opgevat als vallende onder dit verbod. Oftewel, het is heel goed mogelijk dat het raadslid niet zozeer “fulmineerde” bij het verlaten van het gebed, maar dit in alle rust en eerbied deed in overeenstemming met de geboden en verboden van zijn religie. En dat hieruit dus niet de afwezigheid van respect blijkt voor het christelijke gebed, maar enkel en alleen inachtneming van de geboden en verboden van de eigen islamitische religie. U zou het gedrag van het raadslid daarom ook hebben kunnen respecteren als dat van een principieel en tolerant mens, die niet het gebed wenste te verstoren maar zich enkel wenste te onttrekken aan deelname ervan, in plaats van het te beschimpen zoals u heeft gedaan.

Overigens, om u de wind alvast uit de zijlen te nemen, of dit verbod nu wel of niet van toepassing is hier, uit het islamitische verbod op bijwonen van riten van andere religies mag niet begrepen worden dat Islam neerkijkt op de riten van andere overtuigingen. Uit het feit dat de sjari’a van Islam ook voor andere religies het recht erkent om naar eigen inzichten de aanbidding te verrichten, en de mogelijkheid hiertoe garandeert, blijkt dat Islam de andere religie respecteert. De mate waarin deze riten overeenstemmen met de tradities van de moslims is in deze geen kwestie. Met andere woorden, in de komende Islamitische Staat zal de tolerantie voor andere religies weer definitief en absoluut zijn omdat Islam dit eist. Vergelijk dit met de tolerantie in de wereld die u in uw columns schetst, waar deze afhankelijk is van de mate waarin de gebruiken overeenstemmen met de tradities van het land, en relatief want enkel geldend indien dit degene die tolerant moet zijn uitkomt.

Mogelijk heeft u voor uzelf deze alternatieve beweegreden van het raadslid overwogen. Maar, doordat u zich niet de moeite heeft getroost aan te gegeven waarom u uw uitleg aan het gedrag van raadslid heeft gegeven, heeft u in de richting van uw lezers het bestaan van deze alternatieve beweegreden eenvoudigweg ontkend. Oftewel, u heeft ervoor gekozen een mening tegenover anderen te presenteren als vaststaand feit, zonder hiervoor een redelijke argumentatie te bieden. En dit is een professor onwaardig, want op zijn minst lasterlijk, eventueel gewoon dom, maar zoals gezegd mogelijk zelfs een uiting van haat.

Ten derde, uw beschrijving van de gebeurtenis in het gemeentehuis van Houten is zonder bronvermelding gebleven. Dus onduidelijk is in hoeverre u de realiteit van het plaatsgevondene heeft weergegeven, danwel dat u met uw eigen woordkeuze een indruk betreffende het plaatsgevondene heeft geprobeerd te wekken die uw uitleg hiervan zou rechtvaardigen. U gebruikt zoals gezegd “fulminerend” zonder aan te geven waarom deze beschrijving passend is. En u beschrijft de praktijk van het gebed ter aanvang van de raadsvergaderingen in de christelijke gemeente Houten met de woorden “in dit gebed door de burgemeester uitgesproken gebed wordt aan de Eeuwige om wijsheid, inzicht, gerechtigheid (en) geduld gevraagd”. Het “de Eeuwige” is natuurlijk een bij uitstek religie neutrale benaming van het Opperwezen, waarmee de indruk wordt gewekt dat het gebed zelf religie neutraal was. Zonder bronvermelding door u heb ik natuurlijk niets om dit te verifiëren, maar ik zou verbaasd zijn indien het gebed in het van oudsher christelijke Houten niet “in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest” uitgesproken werd, in plaats van een gebed tot de volgens u “Eeuwige”. Maar tot op zekere hoogte ik begrijp het nalaten van een bronvermelding wel, want had u bijvoorbeeld geschreven “het pas benoemde islamitische PvdA-raadslid Abdallah Monahbi onttrok zich van het in deze christelijke gemeente gebruikelijke ambtsgebed”, en “In dit door de burgemeester uitgesproken gebed wordt aan de drie-eenheid om wijsheid, inzicht, gerechtigheid (en) geduld gevraagd, ten tijde waarvan Abdallah de raadszaal verliet”, dan zou uw uitleg van het gedrag van het raadslid helemaal geen rechtvaardiging meer kennen. Tenminste bij uw wijze van beschrijven van de gebeurtenis valt er nog iets te maken van het neerzetten van al de moslims als barbaren. Bij een meer neutrale – meer objectieve, misschien – beschrijving zou u zich misschien voor uw eigen conclusie geschaamd moeten hebben.

Ten vierde, in uw artikel blijft de hypocrisie in de westerse wereld in de omgang met het secularisme volkomen onbesproken: so what als dit gedrag van het raadslid demonstratief bedoeld was? Ook u, weledelgeleerde professor, beklaagt zich geregeld over een gebrek aan inburgering van moslims, waaruit ik niet anders kan begrijpen dan een klacht over een gebrek aan adoptie van de “typisch voor Nederland”-se ideeën, zoals homofilie en secularisme. Zo vaak moeten de moslims horen en vernemen dat zij zich aan moeten passen aan de scheiding van kerk en staat, en nu, zou het inderdaad zo zijn dat het islamitische raadslid het gebed bij de raadsvergadering aan de kaak wil stellen, dan is deze schending van het seculiere dogma plotsklaps een mooie traditie die gerespecteerd zou moeten worden! De Europese traditie van secularisme lijkt wel enkel te bestaan wanneer hiermee de moslims het leven moeilijk gemaakt kan worden. Ik herinner u, toen de hoofddoek van de moslim vrouw op Franse scholen verboden werd, toen werd in gelijke adem door mensen zoals u verkondigd dat ‘de moslim dient zich aan te passen aan de traditie van het land waar deze verblijft, wat in geval van Europa de scheiding van kerk en staat is’. Maar korte tijd later, toen bekend werd dat bijvoorbeeld Italië ruimte heeft ingericht voor een beeltenis van Jezus aan het kruis in al de lokalen van de staatsscholen en iedere ziekenhuiskamer, toen bleek dit ineens weer een van die Europese tradities waaraan de moslim zich aan te passen heeft.

Bij mij rijst de vraag wat u geschreven zou hebben indien in een gemeenteraad met moslims bij meerderheid besloten zou worden om de raadsvergaderingen aan te laten vangen met een islamitische smeekbede voor leiding door Eeuwige, omdat enkel bij Hem wijsheid en de Juiste Leiding is (overigens, Islam is deze Leiding van de Eeuwige, waarvoor men dus niet meer hoeft te bidden maar die enkel nog maar toegepast hoeft te worden in een van de Islamitische landen). Corrigeert u mij alstublieft indien ik het verkeerd inschat, maar ik verwacht in dat geval een klaagzang van uw zijde over hoe de scheiding van kerk en staat niet gerespecteerd wordt door de moslims. En de indruk ontstaat dan ook dat uw klaaglied enkel is geresulteerd omdat het een moslim was die zich aan het gebed onttrok. Hiermee bejegent u het geachte raadslid natuurlijk bijzonder onheus: indien hij niet meedoet met uw seculiere democratie is hij een extremist, indien hij meedoet aan de seculiere democratie is hij een barbaar zonder gevoel voor traditie.

Weledelgeleerde professor, ik ben mij bewust van het feit dat u misschien niet gewend bent aan de toonzetting van mijn schrijven, die als hard en corrigerend gekarakteriseerd zou kunnen worden. Maar vergis u niet, het zou onjuist zijn dit te interpreteren als een uiting van een onvermogen mijner zijde in de omgang met de Nederlandse taal. Deze toonzetting is een bewuste keuze, omdat wanneer mensen zonder blikken of blozen en zonder de minste terughoudendheid door middel van oppervlakkige, argumentloze en bovenal onjuiste beweringen een gehele bevolkingsgroep – jawel, een ganse beschaving! – veroordelen en stigmatiseren, dan is de harde corrigerende toon de enigste gepaste toon. Want is dergelijk gedrag van opiniemakers niet onacceptabel?

Nu, het is niet mijn intentie om u in uw meningen te proberen beperken. Ik roep u enkel op alsnog te beargumenteren in deze kwestie, waarbij ik opmerk dat in afwezigheid hiervan u zich behoort te verontschuldigen voor uw (dan) argumentloze bewering betreffende het geachte raadslid, mijzelf als moslim, en al de moslims in de wereld.

Met de meeste hoogachting,

Abdullah as Siddiq

Comments

comments

DELEN