Geachte heer Verwey,

Met meer dan gemiddelde interesse heb ik uw artikel “Liberaal islambeleid hard nodig” [1] gelezen in de online editie van de Volkskrant. Net als u ben ik namelijk ook bezorgd om het welzijn van de Nederlandse samenleving. En ik waardeer daarom iedere oprechte poging om dit welzijn te dienen. Bovendien, zoals iedereen weet heeft uw partij de VVD de meest recente verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer gewonnen. Dit feit geeft volgens mij een extra dimensie aan het belang van uw artikel, want ik verwacht van een partij als de VVD dat zij bij de totstandbrenging van beleidsvoorstellen advies zal zoeken bij haar leden die experts zijn op de desbetreffende gebieden. Volgens mij bestaat er is derhalve een reële kans dat de ideeën die u, als liberaal arabist, uiteenzet in uw artikel, op termijn zullen doorvloeien in daadwerkelijk overheidsbeleid.

Dat ik u nu aanschrijf in reactie op uw artikel heeft twee redenen. Allereerst is er mijn persoonlijke visie betreffende wat precies welzijn van de Nederlandse samenleving zal realiseren. Ik ben van mening dat het welzijn van de Nederlandse samenleving onlosmakelijk verbonden is met het welzijn van de gemeenschappen die de Nederlandse samenleving uitmaken. De Nederlandse samenleving als geheel zal volgens mij nooit in welzijn kunnen verkeren als de gemeenschappen die de Nederlandse samenleving uitmaken niet in welzijn verkeren, net zoals de gemeenschappen die de Nederlandse samenleving uitmaken nooit in welzijn kunnen verkeren als de Nederlandse samenleving als geheel niet in welzijn verkeert. In toevoeging hierop, na uw artikel bestudeerd, geanalyseerd en overdacht te hebben ben ik voor mezelf tot de conclusie gekomen dat het “liberaal islambeleid” dat u uiteenzet in uw artikel onmogelijk het welzijn van de Islamitische gemeenschap in Nederland kan realiseren dat nodig is voor welzijn van de Nederlandse samenleving.

In het nu volgende zal ik mijzelf verder verklaren. Ik hoop dat u hier geen aanstoot aan zult nemen, want dit is allerminst mijn bedoeling. Ik hoop enkel dat wij, door het delen van ideeën, het welzijn van de Nederlandse samenleving als geheel en de gemeenschappen die de Nederlandse samenleving uitmaken, zullen kunnen dienen.

Uw betoog “Liberaal islambeleid hard nodig” zegt feitelijk het volgende. Ten eerste zegt u dat er momenteel in Nederland discriminatie / achterstelling bestaat van niet-gelovigen omdat de Nederlandse grondwet volgens u rechten geeft aan gelovigen die het niet aan de niet-gelovigen geeft: “Zo is de situatie ontstaan dat gelovigen rechten hebben die niet-gelovigen niet hebben”. Als voorbeelden van deze discriminatie / achterstelling van niet-gelovigen geeft u “de vrijheid tot het belijden van een godsdienst en het uitvoeren van religieuze rituelen” en de wettelijke bescherming van eredienst en de eerbaarheid van gelovigen: “gelovigen (mogen) niet zomaar worden beledigd”.

Ten tweede zegt u dat het gevaarlijk is om gelovigen voor te trekken en dat dit schadelijk is voor het welzijn van de mensen: “Meer religieuze invloed in een samenleving waar zoveel verschillende culturen en geloven in een klein land bij elkaar wonen, zal leiden tot een verregaande polarisering van de maatschappij. De schade voor de politieke stabiliteit van het land en de economie zal enorm zijn.”

Op basis hiervan pleit u vervolgens voor “beleid gericht op de invloed van religieuze ideeën in het algemeen”, dat “godsdienst bewust buiten de politiek” moet houden. Als voorbeelden van wat dit beleid in de praktijk zou inhouden geeft u dan: “Religieuze rechtbanken worden verboden, geen besnijdenissen en andere religieuze verminkingen bij jonge kinderen, en er gaat geen overheidsgeld naar religieuze organisaties. De vrijheid van meningsuiting wordt actiever beschermd door de overheid en de Grondwet zou moeten worden aangepast op die plaatsen waar gelovigen extra rechten krijgen.”

Het eerste punt van kritiek dat ik heb op dit betoog is het feit dat er geen goede argumenten zijn die uw vertrekpunt, het door u veronderstelde probleem van “discriminatie / achterstelling van gelovigen”, staven. Artikel 1 van de Nederlandse grondwet spreekt namelijk over “godsdienst of levensovertuiging”: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”. En artikel 6.1 dat specifiek ingaat op de rechten die horen bij “godsdienst of levensovertuiging”, zegt: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden”. De implicatie van het feit dat de grondwet consequent spreekt over “godsdienst of levensovertuiging” is dat de rechten waarvan u zegt dat de grondwet dezen enkel aan gelovigen geeft, zoals de vrijheid tot het belijden van een godsdienst, de vrijheid tot het uitvoeren van religieuze rituelen en de wettelijke bescherming van de eerbaarheid van gelovigen, in werkelijkheid gelden voor iedereen met een godsdienst of een levensovertuiging. Degenen die het liberalisme als levensovertuiging hebben aangenomen kunnen volgens de grondwet dus ook aanspraak maken op deze rechten. Zij worden hiervan niet, zoals u beweert, uitgesloten. Dat de meeste liberalen (de vrijmetselaars mogelijk uitgezonderd) geen religieuze rituelen kennen, en daardoor geen aanspraak kunnen maken op vrijheid van het uitvoeren van religieuze riten, kan de grondwet niet aangerekend worden. Dit is immers hun eigen keuze en er kan daarom niet gesteld worden dat de grondwet de liberalen achterstelt. Zeer zeker, echter, worden ook de liberalen door de grondwet beschermd tegen belediging en laster: men mag iemand niet beledigen vanwege zijn God, maar men mag iemand ook niet beledigen omdat hij geen God heeft.

Verder is het vertrekpunt van uw betoog gebaseerd op een incorrecte manier van redeneren. Uit het feit dat de grondwet op verschillende plaatsen religie specifiek benoemt concludeert u dat de grondwet aan gelovigen speciale rechten geeft. Maar dit is methodologisch incorrect. Als we op deze simplistische mathematische manier naar de grondwet zouden kijken, dan zouden we net zo goed kunnen zeggen dat de religieuzen ernstig vervolgd worden in Nederland. De Nederlandse grondwet wordt immers begrepen als een seculiere grondwet. Dit betekent dat de grondwet specifiek de religieuzen iets verbiedt wat het de niet-gelovigen wel toestaat, zijnde werken om het staatsmodel dat hoort bij de aangehangen levensovertuiging geïmplementeerd te krijgen. Volgens de grondwet mag namelijk enkel het staatsmodel dat hoort bij de liberale levensovertuiging geïmplementeerd worden. De bewering van sommigen dat de grondwet ook toestaat om op te roepen tot een religieuze staat wordt weerlegd door artikel 1 aan van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die werking en functionering van de nederlandse geheime politie, de AIVD, ordent. Volgens deze wet kent de AIVD als primaire taak: “Het verrichten van onderzoek naar organisaties en personen die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde” [2]. Oftewel, de AIVD is opgericht om de seculiere democratie in Nederland te beschermen.

Het is dus niet correct om het feit dat religie genoemd wordt in de grondwet te begrijpen als betekenende dat religie speciale rechten heeft gekregen van de grondwet. Er is geen sprake van extra rechten voor de gelovigen, maar van gelijke rechten voor gelovigen en niet-gelovigen middels verschillende bepalingen in de grondwet.

Omdat uw vertrekpunt incorrect is bevindt uw visie voor de toekomst zich op een verkeerd spoor. U neemt de “slachtofferrol” aan en dit heeft u ertoe gebracht een “islambeleid” voor te stellen dat uw eigen levensovertuiging tot maatstaf neemt voor de bepaling van goed en kwaad, toegestaan en verboden. Middels uw visie “Gelovigen zouden geen enkele bijzonder recht moeten hebben, dat niet ook door niet-gelovigen wordt genoten” zegt u u feitelijk “wij liberalen hebben geen religieuze rituelen, dus zouden de religieuze rituelen van gelovigen niet door de wet beschermd moeten worden”; en “wij liberalen hebben geen religieuze identiteit op basis waarvan we beledigd kunnen worden, dus de religieuze identiteit van de gelovigen zou niet door de wet beschermd moeten worden”; en “wij liberalen hebben geen God die beledigd kan worden, dus zou de God van de gelovigen niet door de wet beschermd moeten worden tegen belediging”.

In reactie hierop zou ik het volgende willen opmerken:

Polarisatie binnen een samenleving ontstaat wanneer de gemeenschappen binnen de samenleving elkaar niet respecteren en eerbiedigen. En, respect en eerbied bestaat enkel en alleen in het erkennen van verschillen EN het ruimte laten voor verschillen. Want respect en eerbied kunnen niet alleen maar woordelijk beleden worden. Men kan spreken over respect en eerbied al men wil, maar als men geen ruimte laat voor het bestaan van de verschillen dan verbiedt men feitelijk de verschillen. En dit blijft gewoonweg vervolging van het “andere”, ongeacht de mooie redeneringen waarmee men dit probeert te rechtvaardigen.

Voor het welzijn van de Nederlandse samenleving en de gemeenschappen daarbinnen waar wij naar op zoek zijn, is het dus noodzakelijk om de bestaande verschillen tussen de gemeenschappen te respecteren en eerbiedigen. Oftewel, om ruimte te laten voor deze verschillen. Zodat al de gemeenschappen in de Nederlandse samenleving in staat worden gesteld om, binnen een afrastering van algemene wetten die voor allen gelden en die ervoor zorgen dat de samenleving een eenheid blijft, het leven vorm te geven volgens de eigen levensovertuiging. Hierdoor namelijk zullen al de gemeenschappen binnen de Nederlandse samenleving zich gerespecteerd en eerbiedigd voelen, wat zich zal uiten in respect en eerbied bij deze gemeenschappen voor de Nederlandse samenleving.

De juistheid van deze visie wordt bevestigd door de ervaringen van de Islamitische Staat Al Khilafa in de geschiedenis. Als arabist bent u hier ongetwijfeld mee bekend.

Als uiting van respect en eerbied voor de verschillen tussen mensen laat Islam de niet-moslims in de Islamitische Staat ruimte om het leven vorm te geven volgens de eigen levensovertuiging. Wat zij eten en drinken wordt aan hen zelf gelaten om te bepalen, en de Islamitische wet hieromtrent hoeven zij niet te volgen tenzij zij dit zelf wensen. Hoe zij hun sociale relaties zoals het huwelijk en de echtscheiding ordenen wordt aan hen zelf gelaten om te bepalen, en de Islamitische wet hieromtrent hoeven zij niet te volgen tenzij zij dit zelf wensen. En wat zij aanbidden en hoe zij aanbidden wordt aan hen zelf gelaten om te bepalen, en de Islamitische wet hieromtrent hoeven zij niet te volgen tenzij zij dit zelf wensen.

Dit respect en deze eerbied voor verschillen in Islam is niet geveinsd. Het is gegrondvest in de openbaringsteksten van Islam:

“O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hoedjoeraat 49, vers 13)

En:

“En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 48)

En:

“Allah verbiedt jouw niet, voor wat betreft degenen die niet tegen jouw vechten voor je geloof en die jullie niet uit jullie huizen drijven, hen aardig (met respect) en rechtvaardig te behandelen: want Allah houdt van diegenen die rechtvaardig zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Momtahana 60, vers 8)

Dit respect en deze eerbied is dus eerlijk en oprecht, wat is bewezen door de praktische tenuitvoerbrenging van Islam in de geschiedenis. Het is bijvoorbeeld bekend dat de niet-moslims overal in de Islamitische Staat in al de lagen van de bevolking teruggevonden konden worden. Net zoals de moslims waren ook zowel arbeiders, als handelslieden, doktoren, geleerden en adviseurs van de Kaliefen. En dit is enkel mogelijk wanneer de verschillende mensen gerespecteerd en eerbiedigd worden met hun verschillen.

En ook in de geschiedenis van de Islamitische Staat kunnen we zien dat de niet-moslims zich inderdaad gerespecteerd en eerbiedigd voelden, wat hen ertoe bracht om een grote mate van verbondenheid te voelen met de samenleving waarin zij leefden. Toen Ferdinand en Isabella op het Iberisch schiereiland de macht overnamen van de moslims, konden hun soldaten hun medechristenen niet identificeren temidden van de moslims. Zo waren de christenen en de joden opgegaan in de samenleving, dat zij de taal van de moslims hadden aangenomen; dat zij zich kleedden zoals de moslims; en dat zij woonden waar ook de moslims woonden, temidden van de moslims.

De manier van denken waartoe u oproept in uw artikel, die uw eigen levensovertuiging de maatstaf maakt voor de bepaling van goed en kwaad, toegestaan en verboden, staat feitelijk lijnrecht tegenover dit voorbeeld van Islam. Zou een staat deze manier van denken van u aannemen en toepassen in wetgeving, dan zou deze staat enkel toestaan wat de levensovertuiging van de dominante bevolkingsgroep toestaat en alles verbieden waar de levensovertuiging van de dominante bevolkingsgroep niet in gelooft. Deze staat verplicht iedereen dus om te leven volgens de levensovertuiging van de dominante bevolkingsgroep die de wetten maakt. Deze staat kan enkel omschreven als een tirannieke staat. Want het is een staat waar geen werkelijk respect en eerbied bestaat voor de verschillen tussen mensen.

Dit is mijn mening over hetgeen u voorstelt, meneer Verwey. En dit is mijn visie betreffende wat nodig is om welzijn in de Nederlandse samenleving te realiseren. Nogmaals, ik hoop dat u zich hierdoor aangespoord zult voelen om de kwestie verder te overdenken en te bespreken. Ik sta u hiervoor welwillend ter beschikking.

Abdullah as Siddiq

________________________________________

[1] http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5993/Liberaal_islambeleid_hard_nodig

[2] www.aivd.nl/onderwerpen/over-de-aivd/de-wet-op-de

Comments

comments

DELEN