Geachte direkteur Goris,

Het is als vanzelfsprekend van het grootste belang dat onze jeugd en toekomst een goede opleiding en opvoeding geniet. Een opleiding die haar in staat zal stellen om onafhankelijke en productieve leden van de samenleving te worden en een opvoeding die haar in staat zal stellen om gewaarde leden van de samenleving te worden. Het is dan ook op uw schouders dat een grote verantwoordelijkheid rust, u als direkteur van een scholengroep, daar u de opleiding van onze jeugd verzorgt. En hierdoor kent u tevens enige mate van verantwoordelijkheid voor wat betreft de opvoeding van onze jeugd, of u dit nu wilt of niet, omdat opleiden en opvoeden nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En voor deze reden kijkt de samenleving naar u en naar mensen zoals u, in hoop op een goede toekomst.

Voor deze reden heeft uw interview tegenover De Standaard met betrekking tot de recente uitspraak van de raad van beroep van het Gemeenschapsonderwijs, bij de vraag of een school haar leraressen mag verbieden om de Islamitische hoofddoek te dragen of niet, bij verscheidene mensen zorg boven doen komen, mogelijk zonder dat u zich dit heeft gerealiseerd. Het is dan ook in reactie op uw interview dat ik u aanschrijf, om u te informeren over deze zorg onder veel moslim inwoners van België, maar vooral ook om u te informeren over de reden voor deze zorg.

U vraagt zich nu misschien vertwijfeld af “waarom dan toch?”, want u heeft in vermeld interview laten weten dat na completering van het ontslag van de twee hoofddoek-dragende leraressen van uw scholengroep, u de kwestie van de Islamitische hoofddoek het liefst achter u wilt laten. En dan wordt door deze brief de kwestie weer opgerakeld, zult u zeggen.

Deze houding die naar voren komt in het interview, geachte direkteur, is één van de redenen voor de zorg onder veel moslims, omdat u ermee lijkt aan te geven dat voor u de opvattingen en gevoelens onder de moslim gemeenschap hooguit van minderwaardig belang zijn.

In het interview laat u ondermeer optekenen “Ik stel voor dat we in Brussel met z’n allen rond tafel gaan zitten om de echte problemen aan te pakken” gevolgd door “En dan heb ik het over gelijke onderwijskansen en toekomstperspectieven, kansen op de arbeidsmarkt”. Dit zijn woorden die gesproken lijken te worden als vanuit een ivoren toren, waarin u zich hoog verheven vindt boven de eenvoudige moslim-Belgen. Want op het oog lijkt u hiermee de moslims te zeggen dat zij enerzijds onterecht van uw verbod op het dragen van de hoofddoek een probleem maken, en anderzijds niet goed weten wat de echte problemen zijn waarmee zij te kampen hebben. Uitspraken die zo denigrerend zijn tegenover de moslimgemeenschap dat zij bij een persoon van het statuut schooldirekteur eigenlijk niet passen.

Meneer de direkteur, wanneer u zo reageert op de pogingen van twee van uw leraressen om onder inachtneming van de op hen geldende religieuze verplichting van de Islamitische hoofddoek bij te dragen aan de opleiding en opvoeding van de jeugd van België, dan gaat u voorbij aan een belangrijk punt. Het is namelijk niet zo dat het de moslims zijn geweest die van het dragen van de hoofddoek een probleem hebben gemaakt. Het is uw scholengroep geweest die hiervan een probleem heeft gemaakt en wel op het moment dat zij besloot om de Islamitische hoofddoek te verbieden voor haar leraressen. De aanname achter uw opvatting dat het dragen van de hoofddoek door een lerares een probleem is, zijnde dat het dragen van de hoofddoek het principe van neutraliteit van uw scholengroep geweld aan doet, is volstrekt onjuist. Ter argumentatie van mijn bewering vraag ik u, waar is het bewijs voor uw aanname dat de hoofddoek u in uw neutraliteit schaadt? Integendeel, u zou juist uw neutraliteit bevestigd hebben zou u aan ieder van uw leraren en leraressen de mogelijkheid gegeven hebben om hun leven vorm te geven in overeenstemming met de eigen religieuze opvattingen, oftewel zou u eenieder van staf de mogelijkheid geboden hebben om de voorschriften van de eigen religie te volgen. Dan zouden de mensen hebben gezegd “deze school is werkelijk neutraal, want zij biedt ruimte voor iedere levensbeschouwelijke overtuiging”!

Betreffende uw opmerking dat andere problemen belangrijker zouden moeten worden geacht door de moslimgemeenschap, in reactie hierop moet men één ding zeggen: als voor u de hoofddoek werkelijk maar een kleine kwestie is, waarom dan is het ontslaan van uw leraressen voor uw scholengroep zo belangrijk geworden? Had u in plaats van tijd en arbeid te steken in het ontslaan van uw (naar ik aanneem) verder goed functionerende leraressen dit dan niet veel beter kunnen besteden aan wat volgens u de werkelijk grote problemen voor moslimgemeenschap zijn? Voor de goede orde, de moslims zelf weten heel goed wat hun problemen zijn en hoe dezen te rangschikking zijn. Het is enkel zo dat de maatstaf die de moslims hanteren ter rangschikking van problemen volkomen anders is dan de maatstaf die u zou hanteren, ten gevolge waarvan u misschien niet begrijpt waarom de kwestie van de hoofddoek voor de moslimgemeenschap zo een dringende kwestie is. Voor degene die voortgaat in het leven als moslim op basis van een juist begrip van Islam is duidelijk dat de eerste en voornaamste plicht in dit leven het volgen van de wet van de Schepper is. De bewuste moslim doet derhalve zijn uiterste best om al zijn handelingen en opvattingen te beperken tot hetgeen de Schepper heeft toegestaan, en om weg te blijven van hetgeen de Schepper heeft verboden. Dit is de juiste manier van leven, daar is de moslim van overtuigd. De manier van leven die de mens eervol zal laten zijn, verheven in gedrag en moraal. De manier van leven die juiste relaties zal doen laten ontstaan tussen mensen, relaties gebaseerd op respect en eerbied. En de manier van leven die – door dit alles – rust zal laten heersen in de samenleving en in de harten van de mensen. (Ik hoop dat u deze beschrijving van de betekenis van Islam voor de moslims zult herkennen, en mogelijk zult u hieruit al eerder begrepen hebben waarom de letterlijke betekenis van het Arabische woord Islam dus zowel “vrede” is als “onderwerping”: volgens Islam is onderwerping aan de wet van de Schepper de enige weg tot ware vrede – voor het individu en voor de gemeenschap, in het hiernamaals en in dit leven.)

Echt opzienbarend is dit idee van de moslims overigens niet, mocht u dit onverhoopt toch denken, omdat waarschijnlijk iedere volgeling van iedere religie en iedere volgeling van iedere ideologie betreffende zijn religie of ideologie precies ditzelfde denkt: enkel de mijne is in staat om de problemen van de mensen werkelijk op te lossen. Grote denkers als John Locke hebben deze menselijke neiging dan ook ronduit erkend en voor hem was het één van de redenen om te verklaren dat er zoiets moet bestaan als godsdienstvrijheid. Volgens John Locke, immers, is de gelovige, willekeurig van welke religie, geneigd om te denken dat zijn eigen religie de juiste religie is en dat uit zijn eigen religie de juiste manier van leven en de juiste oplossingen voor de problemen van het leven resulteren. Maar omdat volgens Locke geen enkele religie definitieve argumenten aan kan dragen om te bewijzen dat zij ook werkelijk de juiste religie is, zo redeneerde Locke, bestaat er voor niemand een excuus om anderen een specifieke manier van leven op te leggen. Ergo, ieder mens moet in staat gesteld worden het leven te leiden in overeenstemming met de eigen religieuze opvattingen, stelt Locke in zijn brieven over tolerantie.

Inderdaad is de afwezigheid van gelijke kansen in onderwijs, op de arbeidsmarkt en de woningmarkt ten gevolge van racisme een groot probleem voor veel van de moslims in België, zoals u terecht opmerkt. Maar bij bovenstaande kennis betreffende de psyche van de mens zou u moeten kunnen begrijpen waarom in de belevenis van de moslims in België de maatregel van uw scholengroep om het dragen van “religieuze symbolen” tot verboden te verklaren, en om daarnaast de Islamitische hoofddoek onder de religieuze symbolen te achten, een nog vele malen groter probleem representeert. Om geheel eerlijk en openhartig met u te zijn, het valt namelijk moeilijk voor te stellen dat het bestuur van uw scholengroep, een verzameling van ongetwijfeld geleerde en wel-opgeleide personen waaronder u zelf, niet in staat is geweest om het verschil te maken tussen een symbool en een religieus gebod. Daarom wantrouwen de moslims uw oprechtheid wanneer u ze bezweert dat het verbod op de hoofddoek “geen beperking (is) van de godsdienstvrijheid”. En weet u, al de moeite die wordt gedaan om maar vol te kunnen houden dat het verbieden van het dragen van de hoofddoek door de moslim vrouw toch vooral geen overtreding van de godsdienstvrijheid representeert, tot het punt dat de mensen impliciet verzocht wordt het verstand uit te schakelen zodat gelooft kan worden dat de hoofddoek een religieus symbool is (ik zal uw tijd niet verdoen door het verschil tussen religieus gebod en religieus symbool uit te leggen, alsof u dit niet reeds weet), dit maakt het voor de moslims zo duidelijk als de zon aan de hemel dat uw scholengroep in werkelijkheid ook wel weet dat haar beleid de moslims feitelijk ontneemt toch echt een menselijk recht is, een leven in overeenstemming met de eigen religieuze opvattingen. En wanneer fundamentele menselijke rechten worden geschonden, wanneer onrecht wordt gedaan in plaats van recht en wanneer totalitarisme heerst in plaats van tolerantie, dan is dit toch een goede reden voor grote zorg, nietwaar?

U zelf introduceert het onderwerp samenleven op het moment dat het onderwerp de hoofddoek van de moslim vrouw betreft, wanneer u in vermeld interview zegt: “Het verbod op de hoofddoek dient de integratie van onze allochtone leerkrachten”. Zegt u daarmee feitelijk niet dat enkel wanneer de moslim vrouw zonder hoofddoek is, wanneer zij dus is zoals u denkt dat zij moet zijn, u bereid zult zijn om de moslims in België te accepteren als “geen bedreiging”? Geachte direkteur, wat voor “samenleven” refereert u naar, wanneer u zegt dat het verbod op de hoofddoek de integratie dient en dus impliciet stelt dat samenleven enkel mogelijk is als de moslims zich eerst veranderen? Het is een bijzonder pervers begrip van samenleven waaruit de opvatting resulteert die stelt dat aan de andere burgers eisen gesteld kunnen worden over hoe zij denken en zich kleden. Samenleven vereist immers het bestaan van verschillende gemeenschappen in een samenleving, anders is er niets om mee samen te leven. Samenleven vereist dus ook acceptatie van het bestaan van verschillen tussen gemeenschappen, en in het verlengde hiervan respect voor het bestaan van deze verschillen. Mensen die zeggen dat iedereen die anders is maar moet veranderen tot zoals zij zelf verordend hebben (“de hier geldende normen en waarden moet accepteren”, zo wordt dit meestal eufemistisch verwoord), die kennen geen acceptatie van verschil en die hebben geen respect voor verschil – die mensen zijn intolerante bruten.

Waarde direkteur, uw scholengroep heeft beleid gemaakt en u heeft uitlatingen gedaan waaruit sommigen van uw studenten mogelijk begrijpen dat het normaal is om anderen op te leggen hoe zij horen te zijn. En waar sommigen van uw studenten mogelijk uit begrijpen dat mensen die anders zijn dan zijzelf maar te luisteren en te gehoorzamen hebben. Niet lang geleden was Europa in de greep van mensen die dachten dat al de andere mensen in feite minderwaardig waren aan hen, en dat al de andere mensen net zo als zij zouden moeten als zij wensten samen te leven met hen. En bij het beleid van uw scholengroep en uw uitlatingen gaan de gedachten terug naar deze tijd. Dat is wat de moslims zorgen baart in de kwestie die van het dragen van de Islamitische hoofddoek gemaakt is. Dat er geen begrip en geen respect meer zal bestaan voor haar, dat haar opgelegd zal worden hoe zij zal moeten zijn. Oftewel, dat haar bestaan als unieke gemeenschap met een eigen levensbeschouwing en specifieke daaruit voortvloeiende opvattingen niet meer geaccepteerd zal worden. En voor wie zijn geschiedenis kent is dit waarlijk een angstaanjagend toekomstbeeld.

Ten slotte, de moslimgemeenschap is reeds enkele decennia in België. Voor velen van deze moslims is België het land waar zij geboren zijn, waar zij zich thuis voelen, en is het land van hun ouders of grootouders voor hen niet meer dan het land waarnaar zij op vakantie gaan. Zo zeer zijn de moslims en Islam onderdeel geworden van de België dat het vandaag heel normaal is om Belgen te vinden die zijn geboren uit oorspronkelijk Belgische families en die Islam hebben genomen als religie; die de moslims hebben omarmd als broeders, en die door de moslims zijn omarmd als broeders. En voor de gemeenschap van moslim-Belgen druist intolerantie, de afwezigheid van respect voor degene die anders is, fundamenteel in tegen alles waar zij voor staan en alles waar in zij geloven. Deze gemeenschap hoopt op een toekomst waarin de mensen onderlinge verschillen accepteren en respecteren, want dat is zeer zeker de enige juiste manier om het samenleven waarnaar iedereen verlangt te doen realiseren zo leert hun religie hen.

Ik hoop dan ook van ganser harte dat u mijn brief niet op zult vatten als aanval op u of uw scholengroep, maar als een eerlijk en openhartig betoog over de gevoelens die het beleid van uw scholengroep heeft losgemaakt binnen de moslim gemeenschap – want enkel dit is mijn bedoeling geweest. En ik hoop van ganser harte dat u mijn brief aan zult grijpen om in plaats van de moslims en hun manier van leven te bestrijden, u samen zult gaan werken met de moslims zoals zij zijn, op basis van de realisatie dat respect voor verschillen het juiste pad is. Samen kunnen wij bijvoorbeeld handen en voeten geven aan het concept tolerantie, door ideeën te vormen over wat precies respect voor verschillen impliceert in gedragingen en opvattingen. Ik hou mij van harte aanbevolen om tezamen met u te werken aan het respectvol en vreedzaam samenleven in België.

Met de meeste hoogachting,
Abdullah as Siddiq

ANNEX:

Hoofddoek reden voor ontslag: Het Gemeenschapsonderwijs mag leerkrachten ontslaan vanwege hun hoofddoek

Twee moslimleerkrachten van basisscholen in Etterbeek en Sint-Pieters-Woluwe blijven ontslagen. Dat heeft de raad van beroep van het Gemeenschapsonderwijs beslist. De twee vrouwen hadden bij die instantie beroep aangetekend tegen hun ontslag.

In het schoolreglement van de twee scholen van het Gemeenschapsonderwijs stond een verbod op opvallende religieuze symbolen. Ondanks een waarschuwing dat de hoofddoek daar ook onder viel, weigerden de twee die af te nemen tijdens de lesuren.

De Brusselse scholengroep stelde een compromis voor, namelijk dat ze hun hoofddoek alleen tijdens de islamlessen zouden aanhouden. De twee weigerden en werden ontslagen.

In beroep wordt dat ontslag nu bevestigd. Dat maakte Jacky Goris, de algemeen directeur van de scholengroep Brussel, bekend. De advocaat van de twee leerkrachten bevestigt die uitspraak, maar wacht voor verder commentaar op de schriftelijke argumentatie van de raad van beroep.

Goris heeft de argumenten wel al onder ogen gehad: ,,De raad bevestigt dat de neutraliteit van ons onderwijs in het gedrang komt door een hoofddoek die het hele gezicht omringt. De raad heeft ons bovendien gelijk gegeven dat dit in een schoolreglement mag worden omgezet. Dat is geen beperking van de godsdienstvrijheid.’’

De algemeen directeur hoopt dat de discussie over de hoofddoek niet langer op de spits wordt gedreven. ,,Ik stel voor dat we in Brussel met z’n allen rond tafel gaan zitten om de echte problemen aan te pakken. En dan heb ik het over gelijke onderwijskansen en toekomstperspectieven, kansen op de arbeidsmarkt.’’

Volgens Goris is het verbod op de hoofddoek bovendien een onderdeel van de integratie. ,,Het Gemeenschapsonderwijs staat voor neutraliteit, in alle richtingen. Het verbod op de hoofddoek dient de integratie van onze allochtone leerkrachten.’’

www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelid=GGD10BKEA

Comments

comments

DELEN