As salamoe aleykoem wa rahmatoellahi wa barakatoe, geachte imaam Nordin Taouil.

Het besluit van de koninklijke athenea in Antwerpen en Hoboken om ingaande het schooljaar 2009 – 2010 de Islamitische hoofddoek te verbieden is een misdadig besluit. Het probeert de moslima’s weg te houden van de Islamitische manier van leven, door hen het menselijk recht om zich te kleden naar de voorschriften van hun religie te ontnemen.

Iedereen die de gebeurtenissen bijgehouden heeft die zijn gevolgd op dit misdadige besluit, heeft kunnen zien dat u zich in deze zaak tot het uiterste heeft ingespannen om de rechten van de moslims te beschermen. Ik schrijf u nu deze brief omdat ik mij bewust ben van het feit dat u hierdoor twee rechten op mij tot stand heeft gebracht. Immers, Allah (swt) heeft het gebieden van het goede en het verbieden van het kwade verplicht en tot de allerbeste van handelingen verklaard:

“Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, (zolang) jullie tot het goede (al ma’aroef) oproepen en jullie het kwade (al moenkar) verbieden, en jullie in Allah geloven” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 10).

En dit impliceert dat wanneer iemand probeert op dit meest nobele pad voort te gaan en werkt voor de zaak van Allah (swt), vóór recht en tegen onrecht, dat gans de Oemma van Islam dan verplicht is om hem hiervoor te danken en hem hierbij te ondersteunen.

Middels deze brief wil ik ervoor zorgen dat u mijn woorden van dank voor uw inspanningen ontvangt. En ik vraag Allah (swt) om iedereen die werkt voor Zijn (swt) zaak, vóór recht en tegen onrecht, te helpen en te ondersteunen en te leiden. En middels deze brief wil ik u ook ondersteunen in het werk voor de zaak van Allah (swt), vóór recht en tegen onrecht, door hetgeen gezegd en geschreven is naar aanleiding van het besluit tot hoofddoekenverbod te analyseren. Aan de hand van deze analyse kunnen namelijk de ware beweegredenen voor dit besluit, en de steun voor dit besluit, achterhaald worden. En deze kennis is noodzakelijk voor degene die zich op de juiste wijze tegen genoemde misdaad wil verzetten.

Geachte imaam Taouil,

Hopende hun besluit tot verbod op de Islamitische hoofddoek van rechtvaardiging te kunnen voorzien, hebben de athenea laten verklaren: “Radicale moslimjongeren zetten meisjes nu onder druk om een hoofddoek te dragen”, “We merken dat de gelijkwaardigheid en de vrijheid van onze leerlingen in het gedrang komt”, en “Het is mogelijk dat leerlingen zich onder sociale druk verplicht voelen politieke en religieuze symbolen te dragen. Daarom laten we het niet meer toe”.

Deze woorden laten zien dat het besluit van de athenea betreffende de Islamitische hoofddoek voortkomt uit zorg voor het concept “individuele vrijheid”. Het concept “individuele vrijheid” is een filosofisch idee dat een centrale plaats inneemt in de ideologie die door de mensen in de westerse wereld doorgaans aangehangen wordt, zijnde kapitalisme (of ook wel: “seculier liberalisme” en “liberale democratie”). Dit concept stelt dat ieder mens zelf over goed en slecht moet oordelen, en zelf moet weten hoe hij zich gedraagt. In de praktijk betekent dit dat religie niet toegestaan wordt om de mens voor te schrijven hoe deze moet oordelen of handelen. [1] Het concept “individuele vrijheid” neemt een centrale plaats in in de kapitalistische ideologie, omdat bijna al de overige karakteristieken van deze ideologie ermee verbonden zijn. Bijvoorbeeld het kapitalistisch systeem voor regeren, de seculiere democratie waarin de mensen zelf bepalen welke wetten over hen van toepassing zullen zijn, is verbonden met “individuele vrijheid”. Want het wordt pas noodzakelijk voor de mens om de wet te bepalen nadat het de religie verboden is om zich met de levens van de mensen bezig te houden. Oftewel, op het moment dat religie, zoals het concept van “individuele vrijheid” wil, de mens niet meer mag voorschrijven hoe deze oordeelt of handelt.

Genoemde woorden laten verder zien dat, in de perceptie van de athenea, de Islamitische hoofddoek conflicteert met de individuele vrijheid. En aangezien de athenea geloven dat het leven gebaseerd op individuele vrijheid het juiste leven is, is het dus niet echt verwonderlijk dat zij gereageerd hebben op het feit dat alsmaar meer moslima’s op hun scholen de Islamitische hoofddoek dragen. Wat wel verwonderlijk is, echter, is de manier waarop zij gereageerd hebben. Want hoe kan iemand die voorstander is van individuele vrijheid besluiten tot de invoering van regels en wetten die de individuele keuzevrijheid beperken?

Daar de athenea effectief beweren dat de Islamitische hoofddoek hoofdzakelijk wordt gedragen ten gevolge van onderdrukking (middels hun woorden zeggen ze in feite: “Eigenlijk beperken we de vrijheid van de moslima’s niet met onze beslissing, we geven hen juist de individuele vrijheid terug die hen ontnomen is door mensen die hen tegen hun zin gedwongen hebben de hoofddoek te dragen”) is bewezen dat zij deze vraag ook overdacht hebben. En door van de Islamitische hoofddoek een symbool van onderdrukking te maken proberen ze enerzijds kritiek vanuit de hoek van de aanhangers van individuele vrijheid op hun besluit te voorkomen, en anderzijds steun te vergaren voor hun besluit onder de aanhangers van individuele vrijheid.

Er is echter één groot probleem met de bewering dat de Islamitische hoofddoek een symbool van onderdrukking is. En dit probleem is dat de waarneembare realiteit overduidelijk conflicteert met deze bewering. Anno 2009 weet namelijk iedere moslima die nadenkt over het dragen van de Islamitische hoofddoek dat dit weerstand op zal roepen in haar omgeving, en dat dit het leven ernstig zal bemoeilijken. Want door heel Europa wordt er nu al jaren gesproken over hoofddoekenverboden, en op verschillende plaatsen zijn hoofddoekenverboden al langer een feit. Verder kent iedereen van de moslims wel een moslima die ooit eens achtergesteld is door een werkgever vanwege het dragen van de hoofddoek, of die is genegeerd door bedienend personeel in winkels vanwege het dragen van de hoofddoek, of die op straat is beschimpt en nageroepen vanwege het dragen van de hoofddoek. Deze beproevingen die samenkomen met het dragen van de Islamitische hoofddoek tonen aan dat de beslissing bij alsmaar meer moslima’s om de Islamitische hoofddoek te dragen ingegeven is door een weloverwogen keuze voor hun religie Islam. Want het dragen van de hoofddoek komt in Europa met consequenties. En enkel een weloverwogen keuze stelt de mens in staat om te volharden wanneer ernstige beproevingen komen met een bepaalde keuze. Bovendien, de massale protesten en demonstraties in Antwerpen in reactie op het hoofddoekenverbod van de athenea, waar de jonge moslima’s zich vastberaden en vol overgave vóór de hoofddoek toonden, zelfs degenen onder hen die vanwege de sociale dwang tot stand gebracht door de mode-industrie niet de Islamitische hoofddoek dragen, hebben verder aangetoond dat de Islamitische hoofddoek voor de moslima’s een weloverwogen keuze is. En niet een kwestie van dwang.

Uit alles blijkt dus dat wanneer we spreken over de Islamitische hoofddoek, dat we dan spreken we over een kledingstuk gedragen door sterke en zelfbewuste vrouwen die ervoor gekozen hebben om hun leven in te richten in overeenstemming met de geboden en verboden van Islam. Vrouwen die ervoor gekozen hebben om zich enkel door hun religie Islam de wet te laten voorschrijven. En niet over zwakke en onderdrukte vrouwen, zoals de athenea de mensen willen doen geloven.

Deze observatie leidt de discussie betreffende het hoofddoekenverbod op de athenea van Antwerpen en Hoboken naar de kern van de zaak. Want aangezien het duidelijk is dat de moslima’s sterke en zelfbewuste vrouwen zijn die op weloverwogen basis kiezen voor de Islamitische hoofddoek, is de kern van de zaak de vraag:waarom beweren de ongetwijfeld intelligente mensen die het bestuur van de athenea uitmaken dan toch halsstarrig iets anders? Waarom weigeren zij pertinent om deze realiteit van de moslima’s en hun hoofddoek te erkennen, alhoewel zij getuige waren van de demonstraties en protesten door de moslima’s met en zonder hoofddoek tegen hun besluit, en blijven zij beweren dat de moslima’s onderdrukte vrouwen zijn die bevrijd moeten worden door een hoofddoekenverbod?

Afgaande op hetgeen gezegd en geschreven is naar aanleiding van hoofddoekenverbod van de athenea kom ik tot twee mogelijke verklaringen hiervoor. Deze wil ik in het nu volgende met u gaan behandelen.

Geachte imaam Taouil,

Het beweren dat de moslima’s onderdrukte vrouwen zijn die bevrijd moeten worden door een hoofddoekenverbod, oftewel het leven in mythe en fantasie in plaats van in de realiteit, kan soms verklaard door arrogantie en racisme.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij Rik Pinxten, professor antropologie aan de Universiteit Gent en voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV), en Björn Siffer, woordvoerder en adjunct-directeur van de HVV, die in De Morgen een pleidooi hielden ter ondersteuning van het besluit van de athenea. Zij begonnen hun reactie op het hoofddoekenverbod van de athenea in De Morgen met ondermeer de volgende beweringen: “Het is algemeen bekend dat nogal wat migranten een identiteitscrisis doormaken”, “(Migranten) zijn vaak de taal onvoldoende machtig” en “Wanneer ze (migranten) dan ook nog eens op dit aspect (hun identiteit) worden aangevallen (…) gaan ze heel defensief en radicaal reageren”

Dit is een verbazingwekkende introductie voor een commentaar op het hoofddoekenverbod op de athenea in Antwerpen en Hoboken. Ten eerste omdat in de kwestie van het hoofddoekenverbod op de athenea in Antwerpen en Hoboken jonge moslima’s het lijdend voorwerp zijn, die hoofdzakelijk in België zijn geboren en getogen. En niet enkel zijn zijzelf bijna zonder uitzondering geboren en getogen in België, zelfs hun ouders zijn vaak geboren en getogen in België. Pinxten en Siffer zijn dus volstrekt incorrect om in deze kwestie “migranten” tot onderwerp maken, want degenen over wie deze kwestie gaat zijn in het geheel geen “migranten”. Ten tweede omdat deze jonge moslima’s aan de athenea van Antwerpen en Hoboken, daar zij geboren en getogen zijn in België, juist uitstekend Nederlands / Vlaams spreken. De enige mogelijke kritiek op het Nederlands / Vlaams van de deze jonge moslima’s aan de athenea is dat zij dit in het “Aantwarps” dialect spreken, zeg ik met een kwinkslag. Maar Pinxten en Siffer zijn dus volstrekt incorrect om in deze kwestie uit te gaan van een lijdend voorwerp dat niet goed Nederlands / Vlaams spreekt. En ten derde, de jonge moslima’s waar het in de kwestie over gaat zijn zij die studeren aan de meest vooraanstaande instituten voor onderwijs in het Antwerpse. Zij studeren op de scholen waar de meest intelligente en scherpe jonge geesten van de regio Antwerpen zich verzamelen. Pinxten en Siffer gaan dus tegen iedere vorm van logica in wanneer zij beweren dat het lijdend onderwerp in de kwestie mensen zijn die typisch “defensief” en “radicaal” reageren wanneer men met hem probeert te discussiëren over identiteit, want hiermee beweren ze feitelijk dat de jonge moslima’s die studeren aan deze meest vooraanstaande instituten voor onderwijs in het Antwerpse niet goed en helder kunnen nadenken.

De aannames waar Pinxten en Siffer zich op baseren in hun pleidooi voor het hoofddoekenverbod op de athenea van Antwerpen en Hoboken hebben dus niets te maken met de realiteit van de moslima’s aldaar. Dit toont aan dat Pinxten en Siffer niet hebben geredeneerd op basis van de realiteit van deze moslima’s, maar op basis van het beeld van de moslims dat zich in hoofd bevindt. En de beweringen die Pinxten en Siffer doen betreffende deze “moslim” in hun hoofden maakt duidelijk dat de moslim volgens hen:

a. Niet thuis hoort in België, wat blijkt uit het feit dat Pinxten en Siffers spreken over “migranten”;

b. Typisch dom is, wat blijkt uit het feit dat Pinxten en Siffers uitgaan van iemand die de taal niet goed kan spreken;

c. Een onbeschaafde barbaar is, wat blijkt uit het feit dat Pinxten en Siffers uitgaan van iemand die niet kan redeneren maar enkel “defensief” en “radicaal” reageren wanneer men met hen probeert te discussiëren.

Oftewel, Pinxten en Siffer koesteren ernstige racistische vooroordelen betreffende de moslims.

Dit heeft grote arrogantie in hen boven gebracht op het moment dat zij zich bezig gingen houden met de kwestie van het hoofddoekenverbod op de athenea in Antwerpen en Hoboken. Waardoor zij zich niet geschaamd hebben om als niet-moslims, zonder enige relatie met of kennis van Islam of de moslims, toch maar voor de moslims te oordelen over hoe de moslim precies zou moeten zijn: “Het godsdienstige aspect van hun identiteit is té prominent aanwezig”. En over wat precies goed en slecht is voor de moslims: “Beste moslima’s, een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld”. Dit is de arrogantie ten top.

Het probleem van mensen zoals Pinxten en Siffer, bij wie arrogantie en racisme het denken beheerst, is dat de realiteit eigenlijk altijd volledig aan hen voorbij gaat. Ten gevolge van hun arrogantie hebben zij simpelweg de capaciteit verloren om de realiteit te erkennen, als deze niet in hun straatje van vooringenomenheid past. Zij vinden zichzelf zo geweldig dat zij iedereen die het niet men hen eens is, iedereen die anders is dan zij zelf zijn, als in een impuls voor dom en achterlijk verklaren. Daarom kunnen zij niet zien dat de moslima’s sterke, overtuigde vrouwen zijn die er weloverwogen voor gekozen hebben om zich enkel door hun religie Islam de wet te laten voorschrijven. En daarom houden zij ondanks alle bewijzen van het tegendeel, en ook al maken ze zichzelf hiermee belachelijk, vast aan de illusie van de onderdrukte en zwakke moslima.

Geachte imaam Taouil,

Soms ook wordt het beweren dat de moslima’s onderdrukte vrouwen zijn die bevrijd moeten worden door een hoofddoekenverbod, oftewel het leven in mythe en fantasie in plaats van in de realiteit, verklaard door politiek pragmatisme, in plaats van door arrogantie en racisme.

De uitleg van deze stelling vereist dat de moslims zich realiseren dat hun Islam in een ideologisch conflict verwikkeld is. Een ideologisch conflict is een conflict tussen ideeën, en het resulteert wanneer conflicterende ideeën zich bewust worden van elkanders bestaan. In deze situatie, namelijk, zal ieder idee proberen haar eigen juistheid aan te tonen, en de onjuistheid van haar concurrent. Het ideologisch conflict is derhalve een verheven conflict, want het stelt de Waarheid in staat om zich te onderscheiden van de Valsheid. Het is dus niet een conflict dat gevreesd moet worden, of dat men uit de weg moet gaan. Het is het conflict dat iedereen die in een idee gelooft op zou moeten zoeken, omdat hij door het conflict kan toetsen of zijn idee inderdaad het juiste is of dat een ander idee betere argumenten heeft. En het is het conflict dat iedereen die nog niet in een idee gelooft zou moeten aanschouwen, zodat hij het juiste idee zal kunnen vinden en aan zal kunnen nemen.

Het ideologisch conflict waarin Islam verwikkeld is, is een conflict met kapitalisme. Omdat de fundamentele ideeën van Islam anders zijn dan de fundamentele ideeën van kalitalisme.

Kapitalisme en haar fundamentele ideeën individuele vrijheid, secularisme en democratie gaan er van uit dat het er niet toe doet of er een Schepper bestaat. Omdat deze, zo zegt kapitalisme, zich toch niet mag bemoeien met het leven van de mensen, zelfs als Hij bestaat. Want kapitalisme zegt dat de mens zelf moet bepalen wat goed en slecht is, wat dus de wet moet zijn, en hoe hij zijn leven moet leiden. En hierbij, zo zegt kapitalisme, moet de mens niet kijken naar een leven na de dood. De mens moet hierbij enkel kijken naar dit leven en het profijt in de leven. Dus in de visie van kapitalisme mag religie het leven van de mensen niet beïnvloeden.

Het argument voor deze ideeën is de ervaring die is geresulteerd uit het regeren op basis van het christendom (theocratie) tijdens middeleeuwen in Europa, wat leidde tot grote ellende voor de mensen. De zwakte van dit argument is dat het de ervaringen van één regio, op één specifiek moment, met één specifieke religie, gebruikt om te oordelen over hoe heel de wereld, al de mensen en al de religies moeten zijn. Bovendien, de verstandelijke mens begrijpt dat het bestaan of niet bestaan van de Schepper onmogelijk irrelevant kan zijn zoals kapitalisme zegt. Het is in werkelijkheid de meest belangrijke vraag in het leven, het antwoord waarop alles in het leven zal bepalen. Als namelijk de Schepper van Hemelen en Aarde niet bestaat, dan hoeft er helemaal niet gezegd te worden dat de Schepper zich niet met het leven van de mensen mag bemoeien. Dit zou dan onzinnig zijn. Anderzijds, als de Schepper van Hemelen en Aarde wél bestaat, dan betekent dit dat de Almachtige, de Alwetende, de Alziende, de Alles controlerende, en de Veroorzaker en Beëindiger van het leven bestaat. En hoe kan de kleine, geschapen en afhankelijke mens nu tegen deze Onafhankelijke en Almachtige Schepper zeggen: “jij mag je niet bemoeien met ons”? Bij het bestaan van de Schepper zou dit niet verstandelijk zijn maar juist krankzinnig.

Islam, daarentegen, zegt dat Allah (swt) de Schepper van de Hemelen en de Aarde is, die de mens heeft geschapen voor de aanbidding van Hem (swt):

“Hij heeft alles geschapen, en Hij is de Kenner van alle dingen. Zo is Allah, uw Heer. Er is geen God naast Hem, (Hij is) de Schepper aller dingen, aanbidt Hem Want Hij is de Voogd over alles.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An’am 6, vers 102)

De mens is dus volledig afhankelijk van Allah (swt), heeft alles te danken aan Hem (swt), en is dus volledig behoeftig aan Allah (swt):

“Allah wil het voor u gemakkelijk maken, de mens is hulpbehoevend geschapen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 28)

Voor deze reden moet de mens Hem (swt) aanbidden, op de manier die Hem (swt) tevreden stelt. En dit doet de mens door zich volledig aan Hem (swt) te onderwerpen en enkel Hem (swt) als oordeler en wetgever te accepteren:

“(Zeg:) De leiding van Allah dat is de rechte leiding en ons is bevolen ons over te geven aan de Heer der wereldwezens.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An’am 6, vers 71)

En:

“Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

En:

“Heden heb Ik uw religie voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en Islam voor u als Dien (levenswijze) gekozen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 4).

Om de juistheid van haar ideeën aan te tonen roept de Koran de mens op om de realiteit van het bestaan overdenken:

“In de schepping van de hemelen en de aarde, in het verschil tussen nacht en dag, in de schepen die op zee varen met wat nuttig is voor de mensen, in het water dat Allah uit de hemel laat neerdalen om daarmee de aarde te doen herleven nadat zij dood was, in dat Hij allerlei dieren erop heeft verspreid, in het besturen van winden en in de wolken die voortgedreven worden tussen hemel en aarde, zijn tekenen voor mensen die verstandig zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 164)

Het overdenken van het bestaan doet de mens namelijk inzien dat de materie over een begin en een einde beschikt. De mens wordt geboren en gaat dood, en ook de aarde die de mens bewoont kent een begin en zal met het onvermijdelijke imploderen van de zon aan een einde komen. Dit toont aan dat de eerste van de drie mogelijke verklaring voor het bestaan van de materie, zijnde dat de materie altijd bestaan heeft en altijd zal bestaan, een onmogelijkheid is. De materie beschikt zeker over een begin en einde.

Voor wat betreft dit begin en einde, in het beperkte leven op deze beperkte aarde is de mens van verschillende zaken afhankelijk. Hij is afhankelijk van voeding, waarvoor hij dan weer afhankelijk is van vruchtbare grond, zon en zoet water. Dit toont aan dat ook de tweede van de drie mogelijke verklaring voor het bestaan van de materie, zijnde dat de materie zichzelf tot bestaan gebracht heeft, oftewel zichzelf geschapen heeft, een onmogelijkheid is. Want een materie die afhankelijk is van andere materie kan zichzelf niet geschapen hebben. Niets dat zichzelf zou kunnen scheppen, zou zichzelf scheppen afhankelijk van andere zaken die het niet kan scheppen. Bovendien, al de materie is onderdanig aan wetten die haar bestaan ordenen. De zogenoemde natuurwetten. Water kan niet anders dan koken, en dus overgaan van vloeibare vorm in gas, bij een temperatuur van 100 graden Celsius en een druk van 1 Bar, ongeacht tijd of plaats. Het water heeft hierbij geen keus en dus geen invloed, dit is voor haar bepaald. De mens kan niet lopen over water daar zijn dichtheid groter is dan de dichtheid van water. En het is nu eenmaal zo dat hetgeen een dichtheid heeft groter dan de dichtheid van water zinkt; dat hetgeen een dichtheid heeft gelijk aan de dichtheid van water zweeft; en dat hetgeen een dichtheid heeft kleiner dan de dichtheid van water drijft. Dit is opgelegd zowel aan het feit dat zich in het water bevind als aan het water zelf, en geen van beiden heeft hierbij enkele zeggenschap. De mens vindt dat deze andere wetten altijd en overal gelden en dat al de materie niet anders kan dan zich aan deze en andere wetten onderwerpen, wat aantoont dat deze wetten niet van de materie afkomstig kunnen zijn. En dit alles bewijst het bestaan van de Schepper. De beperktheid van het bestaan van de materie en de afhankelijkheid van de materie in het bestaan bewijzen dat iets buiten de materie verantwoordelijk is voor het bestaan van de materie. Oftewel dat de Schepper bestaat. En het bestaan van natuurwetten die het universum ordenen, die van invloed zijn op de materie, terwijl niets van onder de materie van invloed op de natuurwetten is, is een verder definitief bewijs voor het bestaan de Schepper. Gans de materie is onderdanig aan de natuurwetten, en het bestaan van de natuurwetten kan daarom enkel verklaard worden door het bestaan van een Schepper buiten de materie.

Dit is verstandelijk bewijs voor het bestaan van de Schepper dat onomstotelijk is. En tezamen met het wonder van de Koran, de taal waarvan de capaciteit van de mens te boven gaat wat bewezen wordt door het feit dat nog nooit iemand iets in dezelfde stijl heeft voortgebracht ondanks het feit dat de Koran de mensen hiertoe uitdaagt:

“Of zeggen zij: ‘Hij (de Profeet) heeft het verzonnen?’. Zeg: ‘Brengt dan een hieraan gelijke Soera voort en roept buiten Allah wie gij kunt (om hulp aan), als gij waarachtig zijt’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joenoes 10, vers 38)

Is dit het argument voor de ideeën van Islam.

Het is duidelijk dat deze argumenten voor Islam de argumenten voor de ideeën van kapitalisme eenvoudigweg verpulveren. Het is zoals Allah (swt) heeft gezegd:

“Wij schiepen de hemel en de aarde en al hetgeen er tussen is, niet tot vermaak. Indien Wij een spel hadden willen doen, dan zouden Wij met Onszelf hebben gespeeld, maar dit doen Wij niet. Neen, Wij stellen de Waarheid tegenover de Valsheid zodat de eerste de laatste het hoofd breekt en ziet, zij vergaat.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Anbiyaa 21, vers 16 – 18)

In de arena van het ideologisch conflict hebben deze argumenten gesproken en Islam is als overwinnaar uit de strijd gekomen en kapitalisme is als verliezer in een hoekje gekropen. Het bewijs hiervoor is het feit dat overal ter wereld Islam groeit. Islam groeit in de harten en hoofden van de moslims, die allen alsmaar vromer worden en meer verlangen naar de echte pure Islamitische manier van leven onder de Sjari’a van Allah (swt). En Islam groeit doordat alsmaar meer mensen, ook in België, hun harten en hoofden openen voor Islam en moslim worden.

Maar, dit betekent niet dat het ideologisch conflict nu over is. Want in ieder ideologisch conflict zal degene die verliest op basis van argumenten op zoek gaan naar andere manieren om toch de overwinnaar te kunnen worden. En dit is de situatie waarin het ideologisch conflict tussen Islam en kapitalisme zich momenteel in bevindt. Kapitalisme is zonder argumenten achtergelaten door Islam en zoekt nu naar andere manieren om toch maar haar dominante positie te kunnen houden. Het enige dat kapitalisme nog rest om nog een tijdje staande te kunnen blijven alhoewel haar onjuistheid onduidelijk is, is onderdrukking en vervolging van de Waarheid Islam. Middels onderdrukking en vervolging van Islam hopen de aanhangers van kapitalisme de trend van groei van Islam tegen te kunnen houden. Ze hopen de moslims weg te kunnen duwen van Islam en te kunnen voorkomen dat mensen Islam accepteren in de plaats van het onjuiste en falende kapitalisme. Ze reageren op Islam dus precies zoals Aboe Lahab en Djahl deden ruim 1400 jaar voor hen…

En dit is de tweede reden waarom wordt vastgehouden aan de illusie van de onderdrukte en zwakke moslima, ondanks alle bewijzen van het tegendeel. Omdat hierdoor de waarheid, zijnde dat kapitalisme in het ideologisch conflict met Islam verloren heeft en nu uit wanhoop middels onderdrukking en vervolging staande probeert te blijven, gemaskeerd kan worden.

U heeft persoonlijk kennis gemaakt met de mensen die op deze basis de realiteit van de jonge moslima’s aan de athenea van Antwerpen en Hoboken ontkennen. De mensen die “politiek pragmatisch” zijn, oftewel die gewoon staalhard liegen om onderdrukking en vervolging van Islam te kunnen rechtvaardigen, omdat ze zonder argumenten tegen Islam zijn. Uw “kennismaking” met deze mensen vond plaats nadat u tijdens uw eerste toespraak in reactie op de aankondiging van het hoofdoekenverbod tegen de moslima’s zei dat gehoorzaamheid tegenover Allah (swt) belangrijker, beter en uiteindelijk voordeliger is dan al hetgeen zich de hemelen en de aarde bevindt. En dus dat zij beter thuis blijven van school dan hun hoofddoek afnemen.

In eerste instantie, voor uw toespraak, hield de politieke elite van België zich volledig stil bij de aankondiging van het hoofddoekenverbod. De kwestie moest zogezegd overgelaten worden aan de “autonomie van de scholen”, zo zei minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. Maar nadat u de moslims opriep om vast te houden aan Islam, toen viel plotseling gans de politieke elite van België over uw heen! Toen waren ze niet stil en onpartijdig. Toen dwongen zij u, met alle macht waarover zij beschikken, om uw woorden terug te nemen! En bijna schuimbekkend dwongen zij u om te verklaren dat het volgen van een opleiding belangrijker is dan de hoofddoek, en dus dat het verbod op de hoofddoek de moslima’s er niet van mag weerhouden om naar school te gaan. Het initiële zwijgen van de politieke elite in België had dus niets te maken met een positie van onpartijdigheid. Ze zweeg bij de aankondiging van het hoofddoekenverbod enkel omdat dit tot stand brengt wat zij graag tot stand gebracht wil zien worden, te weten onderdrukking en vervolging van Islam en de moslims. Omdat zij wil dat de mensen hun leven blijven baseren op het kapitalistische idee van individuele vrijheid, maar geen argumenten heeft om de mensen hiervan te overtuigen. En daarom zweeg zij niet toen u de moslima’s zei te kiezen voor de gehoorzaamheid tegenover Allah (swt), oftewel voor de hoofddoek, en thuis te blijven van school bij een hoofddoekenverbod. Want dit is nu precies hetgeen de politieke elite wil voorkomen, dat moslims kiezen voor gehoorzaamheid tegenover Allah (swt).

Geachte imaam Taouil,

Er zijn dus twee soorten mensen die het hoofddoekverbod op de athenea in Antwerpen en Hoboken, en zoveel andere scholen in België en het Antwerpse, ondersteunen.

De eersten zijn de arrogante racisten die denken dat de moslims door hen beschermd moet worden, waardoor ze verworden tot kleine dictators die de samenleving oproepen tot onderdrukking en vervolging van Islam en de moslims. Enkel omdat wij niet zoals zij de kapitalistische ideeën als uitgangspunt nemen in het leven. Want wij nemen Islam als uitgangspunt in het leven. Deze mensen, alhoewel zij zeggen zich te baseren op vrijheid voor het individu, schamen zich niet om op te roepen tot puur dictatoriaal totalitarisme. Zoals Pinxten en Siffer in hun artikel in De Morgen: “En een overheid, of in dit geval een school die bij voorkeur een instituut is dat jongeren hoopt op te voeden tot kritische burgers, heeft het recht, ja zelfs de plicht, om haar jongeren bij te sturen indien het dreigt mis te lopen met die identiteitsbeleving.” En ook de “grote roerganger” van het liberalisme in Vlaanderen, Dirk Verhofstadt, behoort tot deze categorie mensen. Verblind door arrogantie kan ook hij de realiteit niet meer als zodanig erkennen. Na welgeteld zes moslima’s te hebben geïnterviewd voor één van zijn boeken, kwam ook hij in De Morgen [3] tot de volgende conclusie betreffende al de moslima’s: “Daarmee doorprikt ze in één welgemikte zin de hele argumentatie van moslimmeisjes en vrouwen die beweren dat ze hun hoofddoek in volle vrijheid dragen – en zo zullen er ook wel een aantal zijn. Het gaat hier echter vooral over ‘angst’, over de vrees ‘er niet bij te horen’ en over de schande ‘om over te komen als iemand die niet genoeg gelovig is’.” En ook hij vervalt ten gevolge van zijn arrogantie in oproepen tot plat, barbaars dictatoriaal totalitarisme: “Het is immers de plicht van de overheid om (toe te zien dat) ál onze kinderen (…) in elke school de liberale grondrechten zoals de gelijkwaardigheid van elke mens aangeleerd krijgen en toegepast zien”. Pinxten, Siffer en Verhofstadt roepen de overheid dus op om haar te macht te gebruiken tegen degenen die niet geloven in de “liberale grondrechten”, oftewel in kapitalisme en haar ideeën. Om hen te dwingen naar zichzelf en naar het leven te kijken zoals Pinxten, Siffer en Verhofstadt menen dat goed is.

De tweede soort mensen die het hoofddoekverbod ondersteunen zijn de “pragmatisten”. Zij willen ook dat de mensen naar zichzelf en het leven kijken op de manier die kapitalisme goed acht, dus op basis van de kapitalistische ideeën individuele vrijheid, secularisme en democratie. En zij zien in Islam en de moslims een probleem omdat wij degenen zij die de kapitalistische ideeën niet als uitgangspunt nemen in het leven. Want wij nemen Islam als uitgangspunt in het leven. En omdat deze pragmatisten geen argumenten hebben tegen onze visie op het leven, vervallen ook zij in puur dictatoriaal totalitarisme. Zij willen Islam en de moslims vervolgen en onderdrukken, hopende dat Islam hierdoor zal verdwijnen en zij hun valsheid overeind zullen kunnen houden. Zij hopen de mensen er van te kunnen weerhouden om Islam te adopteren als leidraad voor het leven in plaats van de individuele vrijheid, secularisme en democratie van kapitalisme, door het de mensen onmogelijk te maken om te leven op basis van een geloof in iets anders dan kapitalisme. Ze willen de situatie zo maken dat degene die wenst als moslim door het leven te gaan hiervoor een groot offer zal moeten brengen, zodat hij er van af zal zien om zijn wens te realiseren.

Dit is de realiteit achter het besluit tot hoofddoekenverbod op de koninklijke athenea in Antwerpen en Hoboken.

Voor wat betreft onze reactie erop, wij moeten ervoor waken dat we niet op het hoofddoekenverbod reageren middels het inslaan van een door Allah (swt) verboden weg. Oftewel door de hoofddoek ook daadwerkelijk thuis te laten.

Wij moeten ons herinneren dat Allah (swt) ons allen heeft verplicht om Hem (swt) te gehoorzamen:

“O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt Zijn boodschapper.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisaa 4, vers 59)

En Allah (swt) heeft de moslima’s verplicht om zich op een specifieke wijze te kleden, waaronder de hoofddoek:

“En zeg tot de gelovige vrouwen … dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Noer 24, vers 31)

Wij moeten ons ook herinneren dat Allah (swt) heeft beloofd dat Hij (swt) ons zal testen in dit leven:

“En Wij zullen u een weinig beproeven door vrees, honger, verlies van bezittingen, levens en vruchten” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 155)

En:

“Gij zult zeker worden beproefd in uw bezittingen en in uzelf en gij zult gewis vele pijnlijke dingen horen van degenen, aan wie het Boek was gegeven vóór u en van degenen die afgoderij bedrijven.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 186)

Hij (swt) zal ons testen om te zien in hoeverre wij Hem (swt) zullen blijven aanbidden door Hem (swt) te gehoorzamen, als het ons iets zwaarder wordt gemaakt om dit te doen. Hierbij heeft Hij (swt) ons opgedragen om altijd geduldig te volharden in het vasthouden aan Islam:

“…verricht het gebed en gebied het goede en verbied het kwade en verdraag geduldig wat u ook overkomt. Dit zijn belangrijke geboden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Loeqman 31, vers 17)

En Hij (swt) heeft ons gewaarschuwd om Zijn (swt) beproevingen niet als excuus te nemen om de geboden en verboden van Islam te negeren. Dit is namelijk de eigenschap van de hypocrieten:

“Gelooft gij dan slechts in een gedeelte van het Boek en verwerpt gij een ander gedeelte? Er is geen beloning voor degenen uwer, die zulks doen, behalve schande in dit leven; en op de Dag van Opstanding zullen zij de strengste kastijding moeten ondergaan, want Allah is niet onachtzaam betreffende hetgeen gij doet” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 85)

En hierin is enkel verlies:

“En verkoopt het verbond van Allah niet voor een geringe prijs. Hetgeen bij Allah is, is voorzeker beter voor u, wist gij het slechts.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 95)

En dit is een pad dat leidt naar de ondergang:

“O gij die gelooft, als gij sommigen hunner wie het Boek is gegeven gehoorzaamt, zullen zij u weer tot ongelovigen maken, nadat gij hebt geloofd.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 100)

Dus wij moeten ons herinneren dat wij, als wij in reactie op het hoofddoekenverbod op de athenea ook daadwerkelijk de hoofddoek thuis zouden laten, bij Allah (swt) grote verliezers zullen zijn.

Maar niet alleen bij Allah (swt). De analyse van hetgeen gezegd en geschreven is naar aanleiding van het besluit tot het hoofddoekenverbod heeft aangetoond dat de hoofddoek niet het echte probleem is voor de mensen die nu oproepen tot het hoofddoekenverbod. De hoofddoek is veel meer een symbool van wat het echte probleem is voor hen, en dat is dat de moslims zich in het leven baseren op Islam, op aanbidding van Allah (swt) en dus de Halal en de Haram. En niet, zoals zowel de arrogante racisten als de politieke pragmatisten graag van ons willen, op individuele vrijheid en op het negeren van het bestaan van de Almachtige Schepper en de komende Dag des Oordeels.

Als wij hen nu hun zin zouden geven en in reactie op het hoofddoekenverbod de hoofddoek thuis laten, dan zullen wij deze mensen laten denken dat zij in staat zijn om te realiseren wat zij willen realiseren. Als de moslims nu de hoofddoek thuis zouden laten dan zullen deze mensen dit opvatten als een bevestiging dat zij inderdaad de moslims weg kunnen duwen van Islam. Dat zij de moslims inderdaad ertoe kunnen brengen om de Tevredenheid van Allah (swt) in te ruilen voor het profijt in dit huidige leven, weg van geloof in Islam richting geloof in kapitalisme. En dat zal hen enkel motiveren om de moslims verdere dingen te verbieden. Want over deze mensen heeft Allah (swt) gezegd:

“En de joden en de christenen zullen nooit van jou houden, totdat jij hun religie belijdt” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 120)

De mensen die nu oproepen tot het hoofddoekenverbod zullen dus altijd blijven spugen op alles dat de moslims doen vanwege Islam, omdat het niet past bij hetgeen zij in (zeggen te) geloven, en zij zullen dus niet stoppen met hun oproepen tot vervolging en onderdrukking van Islam en de moslims. En na het verbod op de hoofddoek zullen zij dan op zoek gaan naar een volgend iets van de moslims dat zij kunnen laten verbieden, totdat zij gans Islam verboden hebben.

De enige manier om deze lage mensen hiervan te weerhouden is door hen duidelijk te maken dat zij kansloos zijn tegen Islam en de moslims en dat hun inspanningen allemaal zinloos zullen zijn. Dat zij nooit en te nimmer hun doelstelling zullen kunnen realiseren omdat de moslims toch nooit de gehoorzaamheid aan Allah (swt) zullen verlaten. Met andere woorden, wij moeten tegen hen zeggen: Wat jullie ook mogen doen, wij zullen nooit de geboden en verboden van Islam verlaten! Wij zullen nooit veranderen en het pad naar Tevredenheid van Allah (swt) verlaten! Want wij zullen nooit de Tevredenheid van de Schepper der Hemelen en Aarde verlaten om jullie lage mensen tevreden te stellen!

Als wij deze boodschap op de juiste wijze communiceren, dan zullen wij Allah (swt) aan onze zijde vinden:

“En voor hem die Allah vreest (en gehoorzaam blijft), zal Hij (altijd) een uitweg bereiden (in tijden van moeilijkheden).” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Talaq 65, vers 2)

De juiste wijze van communiceren van deze boodschap vereist van ons dat wij georganiseerd zijn en als de eenheid die wij ook daadwerkelijk zijn, als één Oemma van Islam, de misdaad en de misdadigers tegemoet treden. En de juiste wijze van communiceren van deze boodschap vereist verder van ons dat wij op intellectuele wijze de misdadigers tegemoet treden. Wij moeten hun intellectuele laagheid en hun arrogantie en racisme – wat zij proberen te verbergen van de mensen middels deftige woorden, ingewikkelde redeneringen, dure kostuums en indrukwekkende titels – openbaren aan de mensen. Zodat iedereen hen zal kunnen zien zoals zij werkelijk zijn. Als mensen die niets dan onrust en ellende brengen voor gans de samenleving. Want dit is hun realiteit:

“Wanneer hun wordt gezegd: ‘Richt geen onheil op aarde aan’, dan zeggen zij: ‘Wij zijn slechts vredestichters’. Pas op! Voorzeker, zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen het niet. En wanneer hun wordt gezegd: ‘Gelooft, zoals andere mensen geloven’, dan zeggen zij: ‘Zullen wij geloven, zoals de dwazen hebben geloofd?’. Ziet toe! Zij zijn het die dwaas zijn, doch zij weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 11 – 13)

Dit is wat wij tezamen verder zouden moeten bespreken, geachte imam Taouil, met iedereen die houdt van Allah (swt) en Zijn Profeet (saw) en die hart heeft voor het goede. Want hier ligt de verantwoordelijk voor de moslims zoals u, de personen met leiderschap binnen deze Oemma. Op hen rust de taak om ervoor zorgen dat de Oemma in reactie op de misdaad als één geheel opstaat en de juiste woorden laat horen. En ja, de haat van de vijanden van Islam en de moslims zal zich daarom eerst en vooral richten tot de personen van leiderschap binnen de Oemma van Islam. Maar hiervoor mogen wij en hoeven wij geen vrees te hebben, omdat Allah (swt) heeft beloofd dat Hij (swt) allen die werken voor Zijn (swt) zaak, vóór recht en tegen onrecht, terzijde zal staan:

“Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt. Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hajj 22, vers 40)

Daarom hoop ik spoedig van u een reactie te mogen ontvangen op mijn schrijven, in de hoop dat wij samen schouder aan schouder zullen kunnen staan bij het werk voor deze belangrijke zaak. Vóór Islam, vóór de moslims, vóór recht en tegen onrecht.

Ik groet u vriendelijk, as salamoe aleykoem wa rahmatoellahi,

Abdullah as Siddiq

________________________________________

[1] Voor een uitgebreide uiteenzetting (en kritiek op) het filosofisch concept “individuele vrijheid”, zie “Kritiek op het idee van persoonlijke vrijheid” op www.expliciet.nl/content/view/2169/85/

[2] www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/905717/2009/06/26/Hoofddoekverbod-is-niet-het-einde-van-de-wereld.dhtml

[3] www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/909095/2009/06/29/Hoog-tijd-om-hoofddoekenverbod-op-alle-scholen-toe-te-passen.dhtml

Comments

comments

DELEN