Dr. Tahir,

Sinds de verschijning van uw artikel “De Islamitische Staat”, waarin u ingaat op vraag wat precies de Islamitische Staat Al Khilafa is en wanneer een staat aan de vereisten voor Al Khilafa voldoet, zijn al ruim 6 jaren verstreken.

Er moet onder de moslimmassa’s toen al grote interesse voor het concept “de Islamitische Staat” hebben bestaan, want anders zou u waarschijnlijk niet de moeite hebben genomen om uw ideeën hierover op te schrijven en met de wereld te delen. Ondertussen, echter, is deze interesse duidelijk overgegaan in een gepassioneerd verlangen naar de wederoprichting van de Islamitische Staat. Het beste bewijs hiervoor is de zogenoemde Arabische Lente. Bij al deze opstanden spraken de moslims zich namelijk duidelijk uit voor een terugkeer van Islam in hun dagelijks leven. En toen hen eindelijk de mogelijkheid werd gegeven om hun vertegenwoordigers in regeren te kiezen gingen verreweg de meeste stemmen naar de partijen en individuen die zichzelf met een Islamitisch imago promootten. Met andere woorden, de moslims nu zijn niet enkel geïnteresseerd in de Islamitische Staat, ze willen deze terug hebben in hun levens.

Ik acht het derhalve niet onwaarschijnlijk dat uw artikel nu meer aandacht krijgt dan toen u het oorspronkelijk publiceerde. Te meer daar ook duidelijk is geworden dat veel moslims niet precies weten wat de Islamitische Staat is. Voor deze reden heb ik uw artikel bestudeerd en zou ik graag een aantal van uw ideeën omtrent Al Khilafa met u willen bespreken.

In uw artikel geeft u een prachtige beschrijving van Islam. U zegt:

“Islam is niet slechts een kwestie van filosofie of persoonlijke religie. Islam is een complete leiding voor het leven en, nog meer zelfs, het is een compleet systeem dat geïmplementeerd moet worden. Het schrijft de taken en verplichtingen op alle moslims voor, de manier waarop ze met andere mensen en groepen om moeten gaan, de rechten van het individu en van de gemeenschap als geheel, familierecht, strafrecht inclusief strafmaat, burgerlijk recht, publiek recht, economisch recht en belastingrecht, en ook de systemen en de vestiging van rechtbanken en instituties die nodig zijn om te administreren, ten uitvoer te brengen en deze zaken af te dwingen.” (pagina 11)

Naar mijn mening is deze realiteit van Islam er de reden voor dat de moslims terug verlangen naar de Islamitische Staat. De voorbije decennia hebben we in de moslimwereld alle wetten, systemen en regeringsvormen die het menselijke verstand kan bedenken namelijk wel een keer geprobeerd, maar onder allen is de situatie van de moslims enkel van kwaad naar erger gegaan. Dit heeft de moslimpsyche ervan overtuigd dat enkel Islam de gewenste wederopleving van de oemma kan realiseren. En daarom verlangen de moslims naar de Islamitische Staat Al Khilafa die Islam compleet ten uitvoer zal brengen waardoor alle bereiken van het leven van de mens op de juiste manier geordend worden, precies zoals u zo mooi beschreven heeft.

Maar terug naar uw artikel, opmerkelijk genoeg zegt u hierin ook dat Islam niet de systemen, rechtbanken en overige instituties bevat die nodig zijn om te administreren, de Islamitische wet ten uitvoer te brengen en gehoorzaamheid aan deze wet af te dwingen:

“Volgens de Koran en de Soenna is Khilafa de basis-natuur van de heerschappij, of het karakter van de Islamitische heerschappij, [maar] niet een specifieke regeringsvorm. (…) Derhalve, als de echte Islamitische heerschappij ten uitvoer wordt gebracht en al het beleid, richtlijnen, wetgeeflijke en uitvoerende functies [van de staat] onderdanig zijn aan de wetten vastgesteld door de Koran en de Soenna, dan kan [deze staat] als Khilafa gezien worden ongeacht de regeringsvorm waarvan gebruik gemaakt wordt.” (pagina1)

Oftewel, hoe precies de staat georganiseerd is, hoe precies de wet bepaald wordt, wie precies de wet bepaalt, en hoe precies de wet ten uitvoer gebracht wordt, dit alles doet er in de Islamitische Staat niet toe zegt u:

“Islam bemoeit zich niet met zulke onbelangrijke mechanismen.” (Pagina 1)

Op basis hiervan komt u vervolgens tot wat werkelijk de kern van uw betoog is, namelijk de stelling dat de moslims gerust de systemen van democratie mogen gebruiken, zoals het tweekamersysteem van Groot-Brittannië waarin een Lagerhuis (“House of Commons”) tezamen met een Hogerhuis (“House of Lords”) de wetten bepaalt onder leiding van een premier (“prime-minister”); of het tweekamersysteem van Amerika waarin een Senaat (“Senate”) samen met een Congres (“Congress”) de wetten bepaalt onder leiding van een president (“president”); of het tweekamersysteem van Duitsland waarin een Bondsdag (“Bundestag”) tezamen met een Bondsraad (“Bundesrat”) de wetten bepaalt onder leiding van een kanselier (“Bundeskanzler”); zolang deze instituten maar regeren middels de Islamitische wet. Want dan reeds, zegt u, is aan de vereisten voor de Islamitische Staat voldaan, hebben de moslims hun plicht tegenover Allah (swt) vervuld en mag deze staat Khilafa genoemd worden.

U moet mij vergeven wanneer ik zeg dat ik dit verwarrend vind. Hoe kan een moslims enerzijds erkennen dat Islam “ook de systemen en de vestiging van rechtbanken en instituties die nodig zijn om te administreren, ten uitvoer te brengen en deze zaken af te dwingen” bevat, maar anderzijds beweren dat de moslims vrij zijn om willekeurig welk systeem van regeren te gebruiken zeggende dat Islam zich niet bemoeit “met zulke onbelangrijke mechanismen”? Dit is tegenstrijdig.

In toevoeging hierop wil ik u zeggen dat uw bewering dat de moslims vrij zijn om willekeurig welk systeem van regeren te gebruiken aantoonbaar onjuist is, voor verschillende redenen.

Ten eerste, Islam heeft niet de gewoonte om de mensen te zeggen wat zij moeten doen zonder duidelijk te maken hoe zij dit moeten doen. Bijvoorbeeld betreffende het gebed zegt Allah (swt):

“Voorwaar, het gebed is de gelovigen voorgeschreven op vastgestelde tijden” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisaa 4, vers 103)

Profeet Mohammed (saw) heeft vervolgens duidelijk gemaakt hoe precies het gebed verricht moet worden: “Bid zoals jullie mij zien bidden.” (Boechari).

Net zo betreffende het vasten waarvoor Allah (swt) de plicht heeft duidelijk gemaakt:

“O gij gelovigen, het vasten is jullie voorgeschreven zoals het degenen die voor jullie waren was voorgeschreven, opdat jullie vroom zullen zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 183)

Maar ook hoe er gevast moet worden:

“En eet en drink totdat de witte draad van de ochtend verschijnt, onderscheidbaar van de zwarte draad (van de nacht). Vast dan totdat de nacht invalt.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 187)

Deze gewoonte van Islam om zowel taak als methode te omvatten komt ook goed tot uitdrukking in de overlevering van Profeet Mohammed (saw): “Allah is goed en enkel het goede bereikt Hem.” (Moeslim). Oftewel, Allah (swt) heeft het niet aan de moslims zelf gelaten om te bepalen hoe zij de plichten op hen nakomen. Wij moeten ook in de methode Zijn (swt) Goddelijk Oordeel volgen.

En dat dit niet een nieuw begrip van Islam is blijkt duidelijk uit hetgeen overgeleverd is van de metgezel van Profeet Mohammed (saw) Al Hoebab bin al Moenthir (ra). Toen Profeet Mohammed (saw) bij de Slag van Badr de moslims opdracht gaf om op een specifieke plaats hun kamp op te maken vroeg Al Hoebab (ra) hem (saw) heel voorzichtig: “Heeft Allah u geïnspireerd om deze plaats te kiezen [oftewel is dit een Goddelijk Oordeel] of is het onderdeel van strategie en open voor consultatie?”. (Ar Rahieq al Maktoem). Deze heel voorzichtige benadering van de kwestie door Al Hoebab (ra) bewijst dat de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) wisten dat de Islamitische wetgeving zich met meer bezig houdt dan enkel de taak die gedaan moet worden. Ze gaven daarom niet direct hun mening over hoe de taak gedaan moest worden maar vroegen Profeet Mohammed (saw) eerst of de Islamitische wetgeving überhaupt ruimte had gelaten voor hun mening.

Met andere woorden, in tegenstelling tot wat u beweert zijn “mechanismen” voor Islam eigenlijk nooit onbelangrijk.

Ten tweede, specifiek voor wat betreft de methode van tenuitvoerbrenging van de Islamitische wet maken de bronnen van bewijsvoering van Islam duidelijk Islam dit niet onbesproken heeft gelaten maar juist in detail heeft georganiseerd.

Profeet Mohammed (saw) heeft duidelijk gemaakt dat Allah (swt) de taak van het regeren over de mensen met Islam heeft gegeven aan een Kalief, een Khalifa: “Banoe Israa’iel werden geregeerd door profeten. Elke keer dat een profeet overleed werd hij opgevolgd door een andere profeet. Na mij komt echter geen profeet. Er zullen choelafaa’u komen die veel in aantal zullen zijn.” Men vroeg hem: “Wat beveelt u ons (om te doen)?”. Hij (saw) antwoordde: “Geef hen de bay’a [belofte van loyaliteit], de één na de ander. Vervul hun rechten [gehoorzaam hen], want Allah zal hen vragen over wat Hij hen heeft toevertrouwd.” (Boechari).

Door de precieze betekenis van de bay’a duidelijk te maken heeft Islam de taak van de Khalifa verder verduidelijkt: “De Boodschapper van Allah (saw) riep ons bijeen en we gaven hem de eed van trouw aan Islam, en onder de voorwaarden op basis waarvan hij de eed van ons nam was dat we zouden luisteren en gehoorzamen zowel op de momenten dat we actief zouden zijn als op de momenten dat we moe zouden zijn, op de momenten dat het moeilijk zou zijn en (op de momenten dat het) makkelijk zou zijn. En dat we gehoorzaam zouden zijn tegen de heerser en hem zijn recht zouden geven zelfs als hij niet aan ons onze rechten gaf, en om niet tegen hem te vechten tenzij we bij hem Koefr Boewa [duidelijke, openlijke Koefr] zouden bemerken waarvoor we een bewijs zouden hebben van Allah.” (Boechari, Moeslim). Oftewel, de Khalifa heeft de taak om de Islamitische wet ten uitvoer te brengen. Als hij dit doet dan is het zijn recht dat de moslims hem gehoorzamen. Maar als hij hierin faalt of nalatig is dan is het een plicht op de moslims om hem te corrigeren.

Hierover bestond een consensus onder de metgzelen van Profeet Mohammed (saw). Aboe Bakr (ra) zei na zijn verkiezing tot Khalifa tegen de moslims: “Nu is mij de verantwoordelijkheid gegeven voor deze autoriteit, en ik heb hier een afkeer van. Bij Allah, ik zou willen dat iemand van jullie hiervoor zorg zou dragen. Als jullie me de opdracht geven om tussen jullie te handelen zoals de Boodschapper van Allah (saw) heeft gedaan, dat kan ik niet. De Boodschapper van Allah (saw) was een slaaf die door Allah (swt) werd begunstigd met Openbaring en die Hij (swt) beschermde [tegen het maken van fouten]. Ik ben slechts een mens. Ik ben niets beter dan jullie. Zorg voor mij, en als jullie mij recht zien gaan volg mij dan en als jullie mij zien afwijken (van het Rechte Pad) corrigeer mij dan.” (As Soejoeti). Evenzo zei Khalifa ‘Oemar bin al Chattab (ra) na hem: “Als ik het rechte pad volg, volg mij dan. Als ik afwijk van het rechte pad, corrigeer me dan zodat we niet misleid worden” (Soejoeti). Khalifa ‘Oemar (ra) vroeg de moslims zelfs expliciet: “Wat zullen jullie doen, mijn vrienden, als ik op een dag afwijk van de waarheid?”. Een man stond toen op en zei: “Als jij welbewust afwijkt van de waarheid dan zullen we onze bay’a terugnemen en zal ik het als mijn taak beschouwen om je te doden met mijn zwaard.” Alsof hij boos was zei Khalifa ‘Oemar (ra) toen tegen deze man: “Man, weet je wel tegen wie je praat?” De man antwoordde: “Jawel, ik spreek tegen ‘Oemar, de leider van de gelovigen.” Khalifa ‘Oemar (ra) zei toen tegen de man: “Hoe, dan, durf je hem te bedreigen met je zwaard?” De man zei: “Jij ben de Khalifa en de leider zolang je de waarheid volgt. Als je welbewust van het pad van waarheid afwijkt dan zul je niet langer recht hebben op onze gehoorzaamheid. Dan hebben wij het recht om je te doden omdat je ons in de verkeerde richting leidt.” Khalifa ‘Oemar (ra) deed daarop een smeekbede tot Allah (swt): “Grote Allah! Ik dank u voor het feit dat er onder de gelovigen geen tekort aan mannen is die de moed hebben om het zwaard op te heffen, zelfs al was dit tegen het hoofd van ‘Oemar, als hij van de waarheid afwijkt.” (zie, bijvoorbeeld, “Het leven van ‘Oemar bin al Chattab” door Anwar al Awlaki).

In toevoeging hierop bevat Islam ook wetten die duidelijk maken hoe de Khalifa zijn taak moet nakomen. Allah (swt) heeft verordend dat de Khalifa bij zijn taak de moslims moet consulteren en om advies moet vragen:

“Door de barmhartigheid van Allah zijt gij (de Profeet) zachtmoedig jegens hen (gelovigen); als gij ruw en hardvochtig waart geweest zouden zij zich zeker uit uw omgeving hebben verwijderd. Vergeef hen daarom en vraag voor hen vergiffenis en raadpleeg hen in belangrijke zaken en wanneer gij vastbesloten zijt, leg dan uw vertrouwen in Allah. Voorzeker, Allah heeft degenen lief die vertrouwen in Hem hebben.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 59)

Maar Hij (swt) heeft ook duidelijk gemaakt waar en wanneer de Khalifa aan deze consultatie (sjoera) moet doen en wanneer niet:

“Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

En:

“En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou zijn in die zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, is zeker klaarblijkelijk afgedwaald.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ahzab 33, vers 36)

En:

“Aan Zijn koninkrijk laat Hij niemand deelnemen” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Kahf 18, vers 26)

‘Ali bin Aboe Taalib vroeg eens aan Profeet Mohammed (saw): “O Profeet, als we een kwestie hebben waarvoor we geen gebod of verbod kunnen vinden, wat is dan uw advies?’. Hierop antwoordde Profeet Mohammed (saw): “Vraag de wijze mensen om advies en baseer je niet op de mening van één individu.” (Tabarani).

Ik zou nog vele andere andere verzen van de Koran, ahadieth van Profeet Mohammed (saw) en overeenstemmingen binnen de gemeenschap van metgezellen van Profeet Mohammed (saw) kunnen aandragen die zich bezig houden met de tenuitvoeringbrenging van de Islamitische wet. Maar hetgeen ik hierboven gepresenteerd heb volstaat reeds om duidelijk te maken dat Islam een eigen en uniek systeem van regeren heeft. Oftewel, dat het de methode ter tenuitvoeringbrenging van de Islamitische wet niet heeft vrijgelaten voor de mens om zelf over te beslissen. En dit betekent vanzelfsprekend dat u een fout maakt wanneer u zegt “Volgens de Koran en de Soenna is Khilafa de basis-natuur van de heerschappij, of het karakter van de Islamitische heerschappij, [maar] niet een specifieke regeringsvorm.”

Ten derde, de methode ter tenuitvoeringbrenging van de Islamitische wet is voor Islam niet een onbelangrijke kwestie. De plicht om altijd een Khalifa aangesteld te hebben is ondermeer met de volgende woorden duidelijk gemaakt: “En degene die sterft zonder de bay’a om zijn nek, die sterft de dood van Djahiliyya [onwetendheid].” (Moeslim). De betekenis hiervan is dat Islam de aanstelling van de Khalifa, oftewel het tenuitvoerbrengen van de Islamitische wet volgens het systeem dat Allah (swt) geopenbaard heeft, een kwestie van geloof en ongeloof acht.

De plicht om altijd één Khalifa aangesteld te hebben, en niet meer dan één, is ondermeer met de volgende woorden duidelijk gemaakt: “Als de mensen de bay’a geven aan twee Kaliefen, doodt dan de laatste van de twee”. (Moeslim) De betekenis van deze hadith is dat Islam de aanstelling van één Khalifa, oftewel het tenuitvoerbrengen van de Islamitische wet volgens het systeem dat Allah (swt) geopenbaard heeft, een kwestie van leven en dood acht.

Ik weet dat u dit idee dat er slechts één Khalifa mag zijn bestrijdt, want u zegt:

“Deze hadieth wordt vaak geciteerd en onterecht begrijpen de mensen hieruit dat er slechts één Khalifa moet zijn in de hele wereld. Waar in deze hadieth noemt de Heilige Profeet (saw) de hele wereld? Het woord voor hele wereld wordt hier niet gebruikt; het woord voor de hele oemma wordt evenmin gebruikt. De hadieth gaat in werkelijkheid over een situatie waar sommige mensen de bay’a hebben gegeven aan één Khalifa en andere mensen aan een andere in een enkele plaats.” (pagina 18)

En u zegt dat een verdere hadieth overgeleverd door Imaam Moeslim bewijst dat uw begrip van de kwestie de juiste is: “Als iemand tot jullie komt en jullie hebben reeds overeenstemming bereikt over het leiderschap voor een specifieke man, en jullie zo verenigd zijn, en hij wil onenigheid creëren in jullie gemeenschap, dan moeten jullie hem doden.” U zegt:

“De Heilige Profeet (saw) heeft niets gezegd over één Khalifa in de hele wereld en dat als er een andere Khalifa was deze gedood moet worden. Dit is helemaal niet het geval. De hadieth gaat over moslims die verenigd zijn onder één leider op één plaats. Als iemand komt om hem uit te dagen dan moet deze gedood worden.” (pagina 18)

In antwoord hierop zeg ik: Uw idee dat de betekenis van deze ahadieth beperkt is tot één plaats omdat de ahadieth niet uitdrukkelijk melden dat ze algemeen geldend zijn conflicteert met het principe van Oesoel oel Fiqh dat zegt dat een uitspraak algemeen geldend is tenzij hij uitdrukkelijke gespecifieerd is – als geleerde persoon kan het niet anders of u bent met dit oesoeli principe welbekend. Op basis van dit oesoeli principe is het juiste begrip van genoemde ahadieth dat er slechts één Khalifa mag bestaan in de hele wereld omdat Profeet Mohammed (saw) zijn woorden niet gespecifieerd heeft tot één specifieke plaats op één specifiek moment. En dit is ook wat de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) begrepen uit deze woorden, zoals blijkt uit wat overgeleverd is betreffende de benoeming van Aboe Bakr (ra) als eerste Khalifa na de dood van Profeet Mohammed (saw). Tijdens het overleg over wie de opvolger van Profeet Mohammed (saw) zou moeten worden in regeren met Islam zei iemand: “Één leider van jullie [de Moehaadjirien, emigranten] en één van ons [de Ansaar, helpers]”. Hierop antwoordde Aboe Bakr (ra): “Het is verboden voor de moslims om twee leiders te hebben want dit zou onenigheid veroorzaken in hun aangelegenheden, hun eenheid zou verdeeld worden en geschillen zouden uitbreken onder hen.” (Bayhaqi). Al de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) waren het eens met deze woorden. Dit betekent natuurlijk niet zoals u beweert dat enkel ten tijde van de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) er slechts één Khalifa mag zijn. Dit is een voorbeeld van consensus (idjm’a) onder de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) en een onbetwist basisprincipe van Oesoel oel Fiqh zegt dat iedere consensus (idjm’a) onder de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) een Islamitische wet aanduidt, omdat Allah (swt) zegt:

“En voor wat betreft de eersten van degenen die het domein van kwaad verlaten hebben (de Moehaadjirien) en degenen die hen het geloof beschut en beschermd hebben (de Ansaar), alsmede degenen die hen in goedheid volgen, Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem; en Hij heeft voor hen tuinen bereid, waar doorheen rivieren stromen. Daarin zullen zij voor eeuwig vertoeven. Dat is de grote zegepraal.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tauba 9, vers 100)

De opmerking van Aboe Bakr (ra) betreffende de kwestie van meer dan één Khalifa en de erkenning door de metgezellen van Profeet Mohammed (saw) van de mening van Aboe Bakr (ra) is dus een wetgeeflijk bewijs dat de Islamitische wet zegt dat er slechts één Khalifa mag bestaan in gans de wereld.

Bovendien zegt Allah (swt):

“En houd allen tezamen vast aan het koord van Allah en wees niet verdeeld” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 103)

En als de moslims verschillende leiders zouden hebben verdeeld over de wereld dan zouden zij in het politieke bereik verdeeld zijn, terwijl Allah (swt) iedere verdeeldheid van de moslims dus duidelijk verboden heeft.

De waarheid is derhalve dat “één Khalifa voor alle moslims” een verdere wet is van het regeringssysteem van Islam. En de manier waarop Islam dit duidelijk heeft gemaakt bewijst dat Islam het regeren met de Islamitische wet en volgens het regeringssysteem van Islam een zaak van het allergrootste belang acht, een zaak van geloof en ongeloof en van leven en dood. En dus niet een onbelangrijke kwestie zoals u beweert.

Ten vierde, uw bewering dat de democratische regeringssystemen ook gebruikt mogen worden door moslims is duidelijk gebaseerd op een bijzonder oppervlakkig begrip van de democratische regeringssystemen. U zegt over de republiek:

“Joemhoeriyya [republiek in het Arabisch] betekent een systeem voor verkiezingen dat gebaseerd is op het concept van de mening van de meerderheid van de mensen.” (pagina 6)

De algemeen geaccepteerde definities van republiek is echter “een systeem van regeren waarin het land een kwestie van het algemene publiek is en niet het private bezit van de heerser(s), ten gevolge waarvan de posities van heerschappij door middel van verkiezingen gevuld worden”. Een land is dus niet een republiek als het verkiezingen heeft. Een land is pas een republiek als de verkozen heerser regeert volgens de wensen en belangen van het volk. Anders gezegd, een land is een republiek als de wensen en belangen van het volk de wet uitmaken.

Over kabinet zegt u:

“De eerste Khalifa benoemde zijn opvolger, en deze benoeming was aangekondigd tegenover een consultatief committee, een Sjoera Chaas, dat ook wel kabinet genoemd kan worden – in andere woorden, een speciale groep van gekozen mensen.” (pagina 7)

In de democratische regeringssystemen is een kabinet echter niet een consultatief committee maar een dat committee wetten voorstelt en uitvoert.

En u beschrijft democratisering als:

“Iedere van de Choelafaa’a ar Raasjiddien was aangesteld volgens een andere methode en de methode voor aanstelling bleef zich ontwikkelen, [en] werd meer en meer georganiseerd in wat een proces van democratisering genoemd zou kunnen worden.” (pagina 8)

Dit is toch zeker niet wat George W. Bush bedoelde toen hij in 2002 zijn “Greater Middle-East Democratization Initiative” lanceerde. Democratisering gaat niet enkel over het kiezen van een leider, het gaat ook over de promotie van het westerse concept “vrijheid”, oftewel het idee dat ieder mens zou moeten mogen doen en laten wat hij wil. Voor wat betreft regeren betekent dit natuurlijk dat het verstand van de mens de bron van wetgeving moet worden. Alleen dan, namelijk, zal hij in de praktijk kunnen doen en laten wat hijzelf wil.

Deze meer precieze definties van de termen republiek, kabinet en democratie of democratisering maken duidelijk dat de democratische regeringssystemen allemaal één specifieke eigenschappen delen, want in hen allen is het verstand van de mens de bron van wetgeving. Er bestaat geen twijfel dat dit basisprincipe van de democratische regeringssystemen in conflict is met het regeringssysteem van Islam, de Khilafa. Zoals u ook erkent is in de Khilafa van Islam de wet enkel en alleen voorbehouden aan Allah (swt):

“Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

Dus wanneer u zegt dat de moslims gerust de democratische regeringssystemen mogen gebruiken zolang ze maar regeren met de Islamitische wet, dan zegt u iets dat praktisch onmogelijk is. Want de democratie accepteert niet dat er met de Islamitische wet geregeerd wordt. Want het is juist haar basisprincipe dat het verstand van de mens zelf de wet bepaalt en dat niemand het volk de wet op kan leggen – ook Allah (swt) niet.

Dr. Tahir,

Uw artikel bevat dus duidelijk verschillende fouten. Uw bewering dat Islam geen unieke unieke methode voor regeren heeft is fout. Uw bewering dat Islam de methode voor regeren niet belangrijk acht is fout. En uw bewering dat de democratische regeringssystemen gebruikt kunnen worden om de Islamitische wet ten uitvoer te brengen is fout.

Nu is fouten maken in principe geen probleem. En het zou ook in dit geval zo zijn geweest ware het niet dat uw artikel sommige moslims heeft beïnvloedt. Mede vanwege uw artikel denken zij dat zij Allah (swt) behagen en Islam en de moslims helpen door op te roepen tot de democratische regeringssystemen en door mee te doen met de democratische regeringssystemen. Men ziet hen daarom samenwerken met de niet-moslims om de democratische regeringssystemen te promoten in de moslimwereld, of lid worden van de democratische politieke partijen, of actief campagne voeren voor deze partijen, of zelfs plaats nemen in de democratische wetgevende instituties. Maar aangezien Islam een eigen unieke unieke methode voor regeren heeft, is dit allemaal haraam. Zij zullen hierdoor dus niet het behagen van Allah (swt) realiseren of Islam en de moslims helpen want, zoals ik al eerder heb aangehaald, “Allah is goed en enkel het goede bereikt Hem.” (Moeslim). Islam heeft een eigen unieke unieke methode voor regeren en dit maakt dat de moslim verplicht is om enkel deze te gebruiken.

U bent tenminste deels verantwoordelijk hiervoor. Ik adviseer u derhalve om niet enkel uw opvattingen betreffende de Khilafa te corrigeren maar ook om uw gecorrigeerde opvattingen betreffende de Khilafa te publiceren. Want zolang u dit niet doet blijft de mogelijkheid bestaan dat sommige mensen u als rechtvaardiging zullen gebruiken voor handelingen die tegen Islam ingaan. En er bestaat geen twijfel dat u deze verantwoordelijkheid niet op uw schouders zult willen hebben op de dag wiens komst onafwendbaar is, de Dag des Oordeels.

Comments

comments

DELEN