Soevereiniteit en autoriteit in de Islamitische Staat Al Khilafa

In een context van politiek, staat en staatsvorm betekent de term soevereiniteit het recht wetten te bepalen. In deze context betekent autoriteit de macht om te bepalen welke wetten ten uitvoer gebracht zullen worden en door wie.

In verschillende verzen van de Koran en overleveringen van de Boodschapper van Allah (saw) wordt ingegaan op soevereiniteit. Allah (swt) zegt:

“Oordeel dan tussen hen volgens wat Allah heeft nedergezonden en volg niet hun lusten afwijkend van het wezenlijke (Islam) dat tot u gekomen is.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera al Maida, vers 48)

“En oordeel tussen hen volgens wat Allah heeft nedergezonden en volg niet hun lusten en neem u in acht voor hen dat zij u niet afleiden van een deel van wat Allah tot u heeft nedergezonden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera al Maida, vers 49)

“Maar wie niet oordelen volgens wat Allah heeft nedergezonden die zijn de ongelovigen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera al Maida, vers 44)

En bijvoorbeeld in de overlevering van ‘Oebada ibn as Samit:

“(…) en dat wij niet vechten tegen degenen die beschikken over het recht tot heersen over ons (degene aan wie de gelofte van gehoorzaamheid gedaan is). Hij (de profeet) zei: ‘Behalve wanneer jullie bij hen duidelijke Kufr (kufr bawahan) waarnemen, waarvoor jullie van Allah definitief bewijs gekregen hebben.” (Boechari).

Volgens Islam is Allah (swt) dus de Soeverein, de enige Wetgever, en moet alles in het leven geordend worden volgens Zijn (swt) geboden en verboden.

In Islam is de autoriteit in handen van het volk, van de Oemma. Allah (swt) heeft dit tot plicht gemaakt, het bewijs waarvoor in verschillende overleveringen naar voren komt. Zo heeft Moeslim overgeleverd van ‘Oebada Ibn as Samit dat deze heeft gezegd:

“We beloofden de Boodschapper van Allah dat we hem zouden volgen en gehoorzamen in voor- en tegenspoed.”

Jarir ibn ‘Abdullah zei:

“Ik deed tegenover de Boodschapper van Allah de gelofte van gehoorzaamheid dat ik hem zou gehoorzamen en advies zou geven aan iedere moslim.”

Met andere woorden, het is de Oemma die de gelofte van gehoorzaamheid geeft aan de Kalief en hem daarmee als heerser aanstelt, en gehoorzaamheid wordt pas een plicht wanneer een Kalief door de Oemma in alle vrijheid de gelofte van gehoorzaamheid gegeven is. Dit bewijst onomstotelijk dat de autoriteit bij de Oemma ligt en bij niemand anders, omdat gehoorzaamheid door de Oemma gegeven wordt en niet afgedwongen mag worden. Het is duidelijk dat de Boodschapper van Allah zelf de gelofte van gehoorzaamheid afnam van de mensen, ook al was het reeds een geaccepteerd feit dat hij een profeet en de laatste boodschapper was. Hij (swt) nam de gelofte van gehoorzaamheid af van de mannen en vrouwen, enkel niet van de kinderen. En dit feit, dat het de moslims zijn die de Kalief benoemen en dat de Kalief pas autoriteit verkrijgt na de afname van de gelofte van gehoorzaamheid, maakt duidelijk dat inderdaad de autoriteit in handen is van de Oemma.

Hiermee is het fundamentele idee van de Islamitische Staat duidelijk geworden. Zij is de staat die soevereiniteit bij Allah (swt) legt en dus ordent en oordeelt enkel op basis van de geboden en verboden van Allah (swt), en waarin de Oemma haar natuurlijke autoriteit door middel van een gelofte van gehoorzaamheid uit vrije keuze overdraagt aan een Kalief om over hen te regeren enkel met de systemen en wetten van Islam.

Khalifa en Khilafa, Imaam en Imaama

Vanwege het feit dat de heerser in de Islamitische Staat door de Boodschapper van Allah (saw) Khalifa (Kalief) genoemd is, is deze staatsvorm bekend onder de naam Khilafa. In andere overleveringen bij het onderwerp ordenen en oordelen gebruikt de Boodschapper van Allah (saw) de term Imaam voor de heerser, ten gevolge waarvan de Islamitische Staat ook wel wordt aangeduid met de naam Imaama. De Boodschapper van Allah (saw) heeft bijvoorbeeld gezegd:

“De Imaam is als een schild; men vecht vanachter hem en men beschermt zich door hem.” (Moeslim).

“Wie een Imaam de gelofte van gehoorzaamheid (bai’a) doet, de hand geeft en de vrucht van zijn hart, dan moet hij hem gehoorzamen wanneer hij hiertoe in staat is. Wanneer een ander komt en met hem (de Imaam) om de heerschappij twist, hak de ander dan het hoofd af.” (Moeslim).

“Wanneer twee Kaliefen de bai’a gegeven is, doodt dan de laatste.” (Moeslim).

Echter, beide termen zijn synoniem en tussen Khilafa en Imaamah bestaat evenals tussen Khalifa en Imaam geen verschil. Zij zijn de Islamitische Staat en de leider van de Islamitische Staat.

De structuur van de Khilafa

De structuur van de Khilafa is gebouwd op acht pilaren. De bewijzen hiervoor komen uit de handelingen van de Boodschapper van Islam (swt), oftewel de structuur van de staat zoals opgericht door de Boodschapper van Islam (swt) in al Madinah. Deze staat in al Madinah is niet enkel een uitstekend functionerend voorbeeld van een politieke entiteit van immense historische significantie, maar ze is tevens de maatstaf en het voorbeeld voor de Islamitische Khilafa-staat in een moderne context.

Pilaar 1: De Khalifa
De Boodschapper van Allah (saw) ordende al de aangelegenheden van de mensen van al Madinah met Islam, en oordeelde tussen hen met enkel Islam. In deze rol vertegenwoordigt de Khalifa de Oemma in regeren en in de ten uitvoer brenging van de goddelijke wetgeving, de implementatie van de systemen van Islam. Hij is verantwoordelijk voor de behartiging van de belangen van Islam en al de onderdanen van de Islamitische Staat (moslim en niet-moslim) door middel van Islam. Als zodanig is de Khalifa de eindverantwoordelijke voor al hetgeen valt onder de verantwoordelijkheid van de staat. Economie, binnenlandse politiek, buitenlandse politiek, het leger, politie, internationale verdragen, et cetera.

De benoeming van de Khilafa vindt plaats door middel van het in vrijheid geven van de bai’a, de gelofte van gehoorzaamheid op voorwaarde van regeren met Islam, door de Oemma.

Zijn ambtstermijn is in principe enkel beperkt door zijn leven, want de post van Khalifa is voor het leven. Bij overlijden of terugtreden van de Khalifa moet de Oemma uit degenen die hun kandidatuur voor de post hebben ingediend een nieuwe Khalifa kiezen. Indien de Khalifa op enig moment ongeschikt wordt bevonden voor verdere uitoefening van zijn ambt door de entiteit die hierop toezicht houdt (“duidelijk kufr” verricht, oftewel regeert met iets anders dan Islam), dan is de overeenkomst tussen hem en de Oemma verbroken, omdat de voorwaarde voor de bai’a was dat de Khalifa met Islam zou regeren. In een dergelijk geval is het de Oemma verplicht deze Khalifa uit zijn ambt te verwijderen en een andere persoon tot de positie van Khalifa te benoemen.

Pilaar 2:De Vertegenwoordigende Assistenten (al Moe’awin al Tafweed)
De Boodschapper van Allah (saw) koos Aboe Bakr (ra) en ‘Oemar (ra) als zijn twee assistenten, wat bewijst dat de notie van assistentie in regeren stevig verankerd is in het model dat als voorbeeld dient, en dus geïmplementeerd zal moeten worden. Al Hakim en at Tirmidhi hebben overgeleverd dat Aboe Sa’id al Khoedri heeft gezegd:

“De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: ‘Mijn twee assistenten uit de hemel zijn Djibril (de engel Gabriël) en Mika’iel (de engel Michaël), en van de mensen op aarde zijn het Aboe Bakr en ‘Oemar’.”

Nadat Aboe Bakr Khalifa werd benoemde hij ‘Oemar ibn al Khattab als vertegenwoordigende assistent. Voor een indicatie van het mandaat bij dit assistentschap volstaat het om aan te geven dat een van de sahabah eens tegen Aboe Bakr heeft gezegd:

“Het valt ons moeilijk om vast te stellen wie nu de Khalifa is, jij of ‘Oemar.”

Al Mawardi, in zijn boek Al Ahkam Al Soeltaniyya noemde deze post Wizarat ut Tafweed en beschreef haar als volgt:

“Voor wat betreft de Vertegenwoordigende Assistenten, het betekent dat de Imaam een Wazir benoemt en aan hem delegeert de verantwoordelijkheid om de zaken van de mensen te regelen naar zijn eigen mening en (dus) in overeenstemming met zijn eigen ijtihad.”

Dus de Vertegenwoordigende Assistent staat de Khalifa bij in al zijn taken. Hij heeft een mandaat om al de taken die horen bij de post van Khalifa te verrichten, of de Khalifa hem deze taak nu opgedragen had of niet, want hem is gegeven een algemeen mandaat. Echter, de Vertegenwoordigende Assistent moet betreffende alles dat hij doet rapport uitbrengen bij de Khalifa, want hij blijft een assistent en is geen Khalifa. Zijn recht tot ordenen en oordelen resulteert niet uit zijn persoon, maar uit de positie die hem gegeven is.

Pilaar 3: De Uitvoerende Assistenten (al Moe’awin al Tanfid)
De Khalifa benoemt een assistent als deze om de ten uitvoer brenging van beleid te verzorgen en op te volgen, en om de ten uitvoer brenging van zijn orders te controleren / verifiëren. Hij speelt de rol van intermediair tussen enerzijds de Khalifa en anderzijds de verschillende departement van bestuur binnen de staat en het volk. Hij is dus duidelijk niet iemand die regeert, maar iemand die orders ten uitvoer brengt.

Pilaar 4: De Amir van Jihad
In de geschiedenis viel het leger qua verantwoordelijkheid onder de Boodschapper van Allah (saw), hij was de aanvoerder van het leger. Hij (saw) was bereidde het leger voor, en voorzag hun van training en bewapening Hij (saw) stuurde mensen naar Jurash in Jemen om daar de kunst van de fabricatie van wapens te leren. En hij (saw) stelde individuen aan als commandant bij expedities van het leger. ‘Abdullah Ibn Jahsh werd aangesteld als commandant van een expeditie naar de Qoraish, en bij een andere expeditie stelde de Boodschapper van Allah (saw) Aboe Salma Ibn ‘Abdil Asad aan als commandant over een legereenheid van 150 man, en overhandigde aan hem het vaandel.

De Khulafaah die de Profeet (saw) opvolgden voerden een gelijk beleid. Het was ‘Oemar ibn al Khattab die als Khalifa een kabinet van oorlog (Diwan al Joenoed) installeerde, en een hoofd voor dit kabinet bepaalde die de functie van Amir van Jihad zou bekleden. De Amir van Jihad is verantwoordelijk voor het buitenlands beleid van de Khilafa, het leger en politie, binnenlandse veiligheid en industrie.

Pilaar 5: De Gouverneurs (al Woelat)
De gebieden van de Khilafa worden ingedeeld in gouvernementen genaamd Wilaya. De Boodschapper van Allah (saw) benoemde gouverneurs voor de verschillende provinciën als verantwoordelijken. Zo benoemde hij bijvoorbeeld Attab Ibn Oesayd als Wali voor Mekkah na de verovering van deze. En nadat Bazan Ibn Sasan moslim geworden was, werd hij benoemd tot Wali voor Jemen. Alhoewel de Boodschapper van Allah (saw) een beambte aanstelde verantwoordelijk voor specifieke gebieden, werd hiermee niet een aparte staatsstructuur gecreëerd. De gouverneurs waren allen en altijd onderdeel van het bestuur van de staat.

De Wali kan zowel de alomvattende verantwoordelijkheid voor zijn gebied krijgen als een beperkte verantwoordelijkheid. In geval van alomvattende verantwoordelijkheid fungeert de Wali als verlengstuk van de Khalifa in zijn gebied en speelt hij in dit gebied een rol als die van Khalifa en draagt hij verantwoording voor al de taken die horen bij ordenen en oordelen. Echter, ten alle tijde is de Wali verantwoording verschuldigd aan de Khalifa. De Wali met beperkte verantwoordelijkheid kan bijvoorbeeld aangesteld worden als legeraanvoerder in een bepaalt gebied, met als taak het verzorgen van veiligheid, rust, vrede en bescherming voor al de onderdanen aldaar. ‘Oemar al Khattab stelde Moe’awiya ibn Abi Soefyan aan als Wali met alomvattende verantwoordelijkheid, en ‘Ali ibn Abi Talib stelde ‘Abdullah ibn Abbas aan als Wali met beperkte verantwoordelijkheid voor enkel financiën in een bepaald gebied.

De Boodschapper van Allah (saw) gaf zijn gouverneurs als advies:

“Vergemakkelijk het voor de mensen, verzwaar het niet voor hen.” (Boechari).

Pilaar 6: De Rechterlijke macht
Het Goddelijk Oordeel wordt door gedefinieerd alszijnde “het oordeel van Allah betreffende de handelingen der mensen”. Zondig is hij die de geboden en verboden van Allah overtreedt, waarbij opgetekend moet worden dat Islam in haar wetgeving onderscheidt maakt tussen wetten met Islam als voorwaarde en onvoorwaardelijke wetten. Onvoorwaardelijke wetten zoals bijvoorbeeld het verbod op rente gelden voor al de inwoners van de Islamitische staat, ongeacht hun religie of overtuiging. Wetten met Islam als voorwaarde zoals bijvoorbeeld het verbod op het verkopen van alcohol zijn een plicht ten opzichte van enkel de moslims, en niet-moslims zijn van deze plicht vrijgesteld. Bestraffing bij overtreding van wetten is een verantwoordelijkheid voor de Khilafa-staat. Wie bij een zonde bestraft wordt door de Khilafa in het huidige leven, die zal van deze zonde vrijgesteld zijn op de Dag des Oordeels.

De Boodschapper van Allah (saw) stond zelf aan het hoofd van de rechterlijke macht in al Madinah. Hij benoemde de rechters die oordeelden tussen de mensen op basis van het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Profeet. Bijvoorbeeld ‘Ali ibn aboe Talib werd aangesteld als rechter in Jemen. At Tabarani heeft overgeleverd van Masroeq:

“De mensen van de rechterlijke macht ten tijde van de Boodschapper van Allah waren zes: ‘Oemar, Ali, ‘Abdullah ibn Masoed, Oebay ibn K’ab, Zeyd ibn Thabit en Moesa al Ash’ari.”

Er bestaan drie typen van rechters (Qadhi). Er is de Qadhi die belast is met het oordelen bij onenigheid tussen de mensen en overtreding van de wet. Er is ook de Muhtasib, welke verantwoordelijk is voor het oordelen in geval wetten gebroken zijn ten gevolge waarvan de gemeenschap in haar rechten benadeeld is zonder dat er zich een individu of groep als klager voordoet. De derde rechter is de Mazaalim die oordeelt bij geschillen tussen het volk en de staat. Bij de Mazaalim kan het volk terecht indien zij van mening zijn dat de staat hun rechten geschonden heeft. Het is de Mazaalim die oordeelt over het functioneren van de Khalifa, of deze zich aan de wetten van Islam houdt.

Pilaar 7: Administratieve departementen
De Boodschapper van Allah (saw) stelde personen in dienst van de verschillende administratieve taken die horen bij een overheid. Zo werd ‘Ali ibn aboe Talib verantwoordelijk voor de overeenkomsten van de staat, waaronder de vredesovereenkomsten met andere volkeren en naties. Moe’ayqib ibn aboe Fatima werd verantwoordelijk voor het beheer van de hetgeen de vijanden van de moslims op het slagveld achterlieten en dat daarmee in bezit van de staat kwam, en had hij de verantwoordelijkheid voor de zegel van de Profeet, gebruikt ter ondertekening van officiële documenten. Hoedhaifa ibn al Yaman werd verantwoordelijk gemaakt voor het inschatten van de oogst in Hijaz. Zoebair ibn al ‘Awaam hield bij hetgeen de staat aan sadaqah (giften) had verzameld, Al Moeghira ibn Shoe’ab registreerde schuldposities en hield bij de handelstransacties die werden gedaan, en Shoerabeel ibn Hasanah was degene die de brieven schreef gericht aan de leiders andere naties. Dus ook in de komende Khilafa-staat zullen administratieve departementen bestaan die de besluiten van de Khalifa ten uitvoer brengen.

Pilaar 8: Majlis al Oemma (Raad van het Volk)
De Majlis al Oemma, ook wel Majlis ash Shoera (Raad voor Consultatie), kent twee kerntaken. De eerste is het bieden van een mogelijkheid tot consultatie van het volk aan de Khalifa, de tweede is het ter verantwoording roepen van de Khalifa door het volk. De Boodschapper van Allah (saw) zelf heeft tijdens zijn leven niet een permanent lichaam voor consultatie en advies opgericht, maar hij (swt) was wel gewoon de moslims te consulteren wanneer hij (swt) dit noodzakelijk achtte, waarmee hij (swt) hij het principe van consultatie van het volk als onderdeel van het bestuur van de staat duidelijk heeft gemaakt. De Boodschapper van Allah (saw) riep bijvoorbeeld de moslims bijeen op de dag van ‘Oehoed, en op de dag van “Hadith oel Ifk (de belastering van ‘Aieshah)”, en bij verscheidene andere gebeurtenissen. Hier riep de Boodschapper van Allah (saw) al de moslims bijeen, terwijl bij andere gelegenheden hij specifieke individuen om advies verzocht. Deze mensen werden beschouwd als de leiders van de Oemma, en zij waren Hamza, Aboe Bakr, Ja’afar, ‘Oemar, ‘Ali, Ibn Mas’oed, Salman, ‘Ammar, Hoedhaifa, Aboe Dhar, Al Moeqtad en Bilal. Zij werden beschouwd als de Shoera van de Profeet (Vzmh), omdat hij hen geregeld consulteerde. De komende Khilafa zal dan ook een Majlis al Oemma instellen waarin vertegenwoordigers van al de gemeenschappen binnen de staat, zowel moslim als niet-moslim, plaats zullen nemen. De Majlis zal niet wetten maken of vaststelle, maar zij zal de Khalifa adviseren betreffende de belangen van de moslims, en een klankbord zijn voor de Oemma door middel waarvan de Oemma feedack kan geven aan de Khalifa betreffende zijn functioneren.

De Islamitische Staat Al Khilafa versus de westerse politieke ideeën

Daarmee is duidelijk dat in de Islamitische Staat de Khilafa geen plaats is voor wetten en systemen die niet hun oorsprong vinden in Islam. Concepten als democratie, nationalisme of patriottisme zullen dan ook geen toepassing kennen binnen de Islamitische Staat omdat zij feitelijk strijdig zijn met Islam. Evenmin zal de Islamitische Staat dan ook eigenschappen kennen die horen bij de theocratie, de republiek of de monarchie, omdat dit allen staatsvormen zijn die niet uit Islam resulteren.

Islam verwerpt het erfrecht betreffende leiderschap en dus is de Khilafa niet monarchisch. De heerschappij is voor degene aan wie de Oemma op basis van vrije keuze haar belofte van gehoorzaamheid heeft gegeven. Zeer zeker is de Khalifa niet boven de wet verheven zoals in de absolute monarchie het geval is. Het islamitische systeem van regeren kent de Khalifa geen speciale privileges of rechten toe. Hij wordt behandelt precies zoals eenieder andere inwoner van de staat. Hij is noch een symbool voor de Oemma die bezit maar niet regeert (zoals bijvoorbeeld de koning in Nederland / België), noch is hij een symbool die bezit en regeert en het land bestuurt zoals hij wenst (zoals bijvoorbeeld in Jordanië / Saoedi-Arabië). Hij is de vertegenwoordiger van de Oemma in regeren en macht, omdat de Oemma hem kiest en aan hem vrijwillig de gelofte van gehoorzaamheid geeft om door hem Islam ten uitvoer gebracht te krijgen. Hij is daarom in al zijn handelingen en oordelen, die als doel moeten kennen het zorg dragen voor de belangen en het welzijn van de Oemma, beperkt door de Goddelijke Wetgeving.

De Khilafa is ook niet een republiek. Het republikeins systeem is gebaseerd op democratie, waaronder soevereiniteit wordt gegeven aan het volk. Het volk beschikt over het recht op regeren en wetgeven. Zij beschikt over het recht om een grondwet en wetten op te stellen, en over het recht om dezen te veranderen of af te schaffen. Dit lijkt in niets op het systeem van regeren in Islam, welke is gebaseerd op enkel het basisidee van Islam en islamitische wetgeving. Soevereiniteit is voor de wetgever, en dit is Allah (swt) en niet de Oemma. De Oemma heeft daarmee geen recht op het maken van wetten, en evenmin heeft de Khalifa dit. De enigste wetgever is Allah (swt), en de Khalifa heeft enkel het recht om een specifiek Goddelijk Oordeel als wet te adopteren wanneer er zich bij een kwestie verschillende meningen hebben gevormd allen zuiver gebaseerd op het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Boodschapper.

En de Khilafa is ook niet koloniaal. De gebieden onder de heerschappij van Islam zijn nooit geregeerd door middel van een koloniaal systeem. Het koloniaal systeem, zoals dat geperfectioneerd door de Britten en Hollanders ten tijde van hun bestaan als koloniale mogendheden, behandelt de verschillende rassen die onderdeel uitmaken van het imperium niet als gelijken. Integendeel, zij plaats het moederland bij alles – sociaal, economisch en juridisch – in een bevoordeelde positie. Maar het is onderdeel van de islamitische manier van regeren om gelijkheid te creëren tussen de onderdanen in alle gebieden van de staat. Islam biedt haar niet-moslim onderdanen dezelfde rechten en verantwoordelijkheden als de moslims. De Khilafa maakt de regio’s onder haar bestuur niet tot koloniën, gebieden die zij economisch probeert uit te zuigen voor haar eigen welzijn, ongeacht de afstand waarin zij zich bevinden van het centrum van de Khilafa en ongeacht het ras dat het bevolkt. De Khilafa beschouwt iedere van haar gouvernementen een onafscheidbaar deel van de staat en ze maakt tussen haar onderdanen in het centrum en haar onderdanen in de periferie geen onderscheidt, want ten overstaan van allen heeft de Khilafa de plicht hun belangen te behartigen door middel van Islam.

Ten slotte is de Khilafa evenmin theocratisch. In de theocratie wordt de leider benoemt door enkel de kerkelijkheid en door niemand anders, en wordt hij beschouwd als de vertegenwoordiger van God op aarde in welke hoedanigheid hij de positie van wetgever bekleedt. Daarmee staat hij zelf boven de wet, hij is de wet, en kan en mag niemand hem uit zijn positie verwijderen ongeacht zijn regeerstijl of het resultaat van zijn regeren. Maar de Khalifa is niet Gods vertegenwoordiger op aarde, maar een individu gekozen van onder het volk door het volk om Gods wetten over het volk ten uitvoer te brengen. In al zijn handelingen is hij dus beperkt door de Goddelijke wetgeving en de belangen van het volk. Op beide basissen is de Khalifa dus verantwoording verschuldigd aan over het volk dat hem gekozen heeft, en wanneer de Khilafa de contractuele overeenkomst tussen hem en de Oemma verbreekt wordt zijn verwijdering een plicht.

De Khilafa is een moderne, vooruitstrevende staat waarnaar de moslims in de wereld verlangen om hun belangen mee te behartigen.

Comments

comments

DELEN