Vorige week lieten Khalid Benhaddou (voorzitter platform Vlaamse Imams en coördinator van het onderwijsnetwerk islamexperten) en Salah Echallaoui (voorzitter van het Moslimexecutief) andermaal hun licht schijnen over de plaats van de islam in de hedendaagse Belgische samenleving.[1] Dat beide heren een gewrongen islamdiscours voorleggen naar westerse maatstaven is niet verwonderlijk gezien hun eerdere stellingnames. De wijze waarop ze allebei haast op commando antwoorden formuleren die beleidsmakers maar al te graag horen, wordt echter alsmaar schrijnender.  Beiden grossieren in standpunten en antwoorden die compleet afwijken van de meest simpele basisideeën en principes van de islam. In hun ‘islamvisie’ blijken twee uitgangspunten centraal te staan: een Koranische lezing naar de geest van de tekst (de doeleinden) gekoppeld aan de historische context van deze openbaring.

Om dit meteen voorop te stellen: het staat buiten kijf dat de Koran verzen bevat met zowel letterlijke als figuurlijke interpretaties. Maar dezen hebben vanuit epistemologisch oogpunt vooral betrekking op de onwaarneembare realiteit (‘ilm ul-ghaaib). De verordeningen die dienen om de menselijke relaties te ordenen – zowel die uit de Koran als uit de andere aanvullende bronteksten (primair de Soenna) – bevatten daarentegen geen exuberante dubbelzinnigheden. Deze zijn veelal eenzijdig in betekenis of omvatten verschillende interpretatiemogelijkheden op basis van linguïstische factoren. Maar de inhoud van de teksten zelf blijven het uitgangspunt. Het voorgelegde discours van een (Koranische) lezing naar ‘de geest van de tekst’ houdt echter geen steek want dan zou de inhoud van de tekst feitelijk gezien compleet vervallen. Er is dan ook geen enkele aanwijzing vanuit de bronteksten zelf om zulk een benadering te legitimeren. Integendeel. Wat zou dan immers nog het nut zijn van een concrete openbaring? Vanaf wanneer zou haar betekenis bovendien vervallen (zijn geweest)? En volgens welke maatstaven? Die van het Westen, dat nogal wat islamitische teksten problematiseert en uit is op een secularisering van de islam?

Schrijnend is dan ook een zeer gepaste omschrijving wanneer Salah Echallaoui ‘een reflectie’ voorstelt aangaande de waarde van de hoofddoek. De hoofddoek zou volgens hem namelijk voorbijschieten aan haar zogenaamd oorspronkelijke doel (bescherming), gezien de vele aanvallen op gesluierde moslimvrouwen. De specifieke ideologische context waarbinnen de groeiende islamhaat wordt gevoed, laat hij voor het gemak onbesproken. Laat staan een duiding van de politiek-koloniale drijfveren. Hij benadrukt wél de compatibiliteit van het Darwinisme met de islam en doet zijn best om extra punten te scoren op de kap van moslimmeisjes die niet wensen deel te nemen aan zwemlessen. Ter compensatie neemt hij het dan op voor andere vrouwen die de functie van imam willen bekleden. Een geheel vertoog dat gestoeld zou zijn op ‘de geest’ van de islamitische tekst is in werkelijkheid niets minder dan een lezing naar de letter van het assimilatiebeleid.

Vertrekkende vanuit dezelfde tekstuele benadering, stelt Khalid Benhaddou op zijn beurt dat de Belgische rechtstaat de principes van de Koran kan waarmaken. De doeleinden waar de islam voor staat zouden volgens hem gewaarborgd zijn in de Belgische grondwet en dus is er geen ideologische tegenstelling tussen de twee. Of in andere woorden: de islam is congruent met het secularisme. Dit is niet enkel een absurde, maar tevens een valse redenering zonder enige onderbouwing of aanwijzing vanuit de bronteksten zelf. Waarom is bijvoorbeeld het islamitisch erfrecht (een door hem zelf aangehaald voorbeeld) zo gedetailleerd uiteengezet indien het niet letterlijk zou gelden of slechts beperkt in tijd zou gelden? Uit de bronteksten zelf blijkt dat alle Goddelijke verordeningen altijd en overal geldig zijn (soms wel contextueel gebonden aan voorwaarden voor de uitvoering ervan) en een strikte betekenis dragen (ofwel een beperkt aantal interpretatiemogelijkheden gebaseerd op de tekst zelf). Een interpretatie naar ‘de geest’ die de tekst zelf feitelijk opheft[2], druist in tegen deze fundamenten. En dus maakt ook Khalid Benhaddou zich schuldig aan misleidende verdraaiingen door de islamitische rechtsregels te ontheffen van hun authentieke betekenis en ze om te buigen volgens seculiere maatstaven.

[1] http://www.demorgen.be/binnenland/-god-staat-nooit-boven-de-grondwet-bee3697e/
http://www.knack.be/nieuws/belgie/imam-khalid-benhaddou-onze-rechtsstaat-is-ideaal-om-de-principes-van-de-koran-waar-te-maken/article-normal-817929.html

[2] In functie van haar doeleinde. In het geval dat een Goddelijk oordeel een expliciete reden (‘illah) kent en in zoverre de doeleinden (maqasid) zelf een algemeen en definitief karakter hebben.

Comments

comments

DELEN