Geachte heer Benzakour,

De eerste serieuze poging tot uitroeiïng van religie resulteerde uit Frankrijks seculiere revolutie van ondertussen alweer ruim 200 jaar geleden. Na omverwerping van de monarchie werd door de nieuwe seculiere Franse staat de “religie van de rede” geïntroduceerd en gepromoot, opdat deze de plaats van de traditionele religie in zou nemen. De traditionele religie van de Kerk, dankzij wie de monarchie vele eeuwen het volk had kunnen uitbuiten. Echter, ondanks deze geschiedenis van uitbuiting dolf de nieuwe religie al snel het onderspit tegen dezelfde aloude Kerk. Blijkbaar kon de absolute meerderheid van Fransen eenvoudigweg niet zonder God in hun leven.

In het politieke bereik was er wel een overwinning voor het atheïstisch idee dat ten grondslag ligt aan het secularisme. Door het secularisme werd God verbannen uit het publieke leven en deze seculiere ontkenning van het allereerste recht van God, het recht om te bepalen voor hetgeen Hij geschapen heeft, heeft vele malen meer invloed gehad op de religieuze beleving van de mensen dan de op dwang gebaseerde poging tot introductie van de religie van de rede. Want voortaan groeiden de mensen op in een omgeving die hen leerde om God te vergeten in hun dagelijks leven. Vrijheid zou immers regeren, en niemand – in het bijzonder God niet – zou anderen nog voor mogen schrijven hoe te handelen of wat denken. Dit had als resultaat dat religie onder de Europeanen zich inderdaad richting het einde leek te bewegen, ten gunste van het atheïsme.

De trend van de voorbije 200 jaar in Europa was dan ook de voortdurend verdere secularisering van de maatschappij, het alsmaar meer a-religieus worden van de mensen. Maar juist op het moment dat menig atheïst gedacht moet hebben dat de dood van religie in het vizier kwam, de komst van het tijdperk van globalisatie, is deze trend een halt toegeroepen. In hun verlangen tot macht en invloed flirten vandaag de dag politici in al de seculiere democratieën weer openlijk met religie. Sommigen verklaren zich “geleid” te voelen worden door God, zoals Tony Blair. Anderen schamen zich niet om te verkondigen dat zij denken enkel de wens van God ten uitvoer te brengen, zoals George W. Bush. En weer anderen verkondigen dat het christendom “een wezenlijk onderdeel” zou moeten zijn van de Europese grondwet zoals Frau Merkel uit Duitsland. Of dan toch op zijn minst van de vaderlandse grondwet zoals Geertje Wilders met zijn eis “Joods-christelijke en humanistische traditie als dominante cultuur in Grondwet”. En natuurlijk, feit is dat de binnenlandse en buitenlandse politiek in zo goed als al de westerse landen terug gedomineerd wordt door religie. Bijvoorbeeld door de angst voor de groei van Islam intern, en door de angst voor de terugkeer van de Islamitische Staat al Khilafa extern. Ten gevolge hiervan spreekt, denkt en debatteert ook het niet-religieuze deel van de samenleving voortdurend over religie.

Met andere woorden, waar eens religie ten dode opgeschreven leek (in de westerse wereld dan toch), daar is zij vandaag de dag levend als nooit te voren. Niet langer wordt gesproken over hoe religie te weren uit het publieke leven, heden ten dage wordt gedebatteerd welke plaats religie gegeven moet worden in staat en samenleving. Dus niet God is dood, om Nietzsche eveneens eens geciteerd te hebben, maar het atheïsme.

Derhalve zouden wij de meest recente uitgave van het magazine Filosofie & Praktijk (F&P), dat de boodschap van het atheïsme nu juist als onderwerp had gekozen, normaal gesproken in het geheel hebben genegeerd. Ware het niet, echter, voor het eigenaardige feit dat u die toch regelmatig opgevoerd wordt als representant van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland, en die derhalve als vooraanstaand moslim wordt gezien, hieraan een bijdrage levert.

We warend hierdoor verrast omdat het atheïsme bij uitstek voor de moslims een onderwerp van de geschiedenis is, moge dit ooit een actueel onderwerp zijn geweest. Een onderwerp dat ten gevolge van de wederopleving van Islam hen niet meer bezig houdt, dat hen niet meer interesseert. En er vallen verschillende argumenten aan te dragen die bevestigen dat dit in feite een gerechtvaardigde omgang met het atheïsme is, en niet een onnadenke reactie zoals de atheïst zou willen doen geloven. Het atheïsme drijft immers in zo grote mate op eurocentrisme dat het nooit echt de aandacht van de moslims heeft kunnen trekken. Het vermeende conflict tussen religie en wetenschappelijke vooruitgang, dat door de aanhangers van het atheïsme altijd ter eigener rechtvaardiging wordt aangehaald, is bijvoorbeeld een zuiver Europese realiteit. Dat er een fundamenteel conflict bestaat tussen de wetenschap enerzijds en de leerstellingen van de Europse Kerk anderzijds, daar kan geen twijfel over bestaan. Evenmin dat in de middeleeuwen dit de Kerk ertoe bracht Europa’s verlossing van armoede en ellende tegen te werken door de wetenschap te versmoren, in een poging haar autoriteit te beschermen. Islam kent dit conflict niet, echter. Islam heeft de mensen juist altijd aangespoord om onderzoek te doen, om dingen te ontdekken, omdat door onderzoek van hun omgeving de mensen het bestaan van Allah zullen ontdekken. Dit verklaart waarom voor lange tijd de wetenschap in de gebieden onder de heerschappij van Islam de rest van de wereld ver vooruit was. Zoals in de mathematiek, waarbinnen bijvoorbeeld Al Chawarizmie de algebra ontdekte; in de natuurkunde, waarbinnen bijvoorbeeld Al Chazini het concept zwaartekracht introduceerde; in de geneeskunde waarbinnen Ibn Nais al Qarsji drie eeuwen voor William Harvey het feit van bloedcirculatie ontdekte en beschreef, en waar Ibn Sina sprak over besmetting en bacteriën terwijl de Europeanen nog lang zouden denken dat wassen ongezond was; in de sociale wetenschappen ook die effectief uitgevonden zijn door Ibn Chaldoen; en in de chemie waarbinnen Jabir ibn Hayan weliswaar voortborduurde op de werken van de oude Grieken maar wel als eerste de wetenschappelijke methode van proefondervindelijk onderzoek toepaste. Vooral wanneer men de werken leest van de “middeleeuwse” moslims die zich bezig hielden met biologie dan realiseert men zich waarom Roger Bacon, volgens de westerse wereld de “vader van de wetenschappelijke methode van denken”, aan Oxford in het Arabisch studeerde en bij de studenten van de moslims van Al Andaloes.

Hetzelfde geldt voor het atheïstische argument dat de Wet van God synoniem staat voor onderdrukking. Wederom klopt dit wanneer men enkel de Europese geschiedenis in ogenschouw neemt. Daarentegen, echter, in de ervaring van de moslims heeft juist de afwezigheid van religie in regeren geleid tot onderdrukking en tirannie. Tot op de dag van vandaag zijn alle moslims het erover eens dat het tijdperk van regeren van de Khoelafaa ar Raasjiddien, de heersers die zich in regeren baseerden op niets anders dan Islam, het op één na beste tijdperk was in hun geschiedenis. Enkel toen de Profeet van Islam zelf regeerde met Islam was het beter. Het was de komst van het regeren los van religie, door de imperialistische Europese staten geïntroduceerd in de landen van de moslims, die in de landen van de moslims heeft geleid tot onderdrukking, onrechtvaardigheid en armoede. Binnen tien jaar na de atheïstische revolutie in Frankrijk organiseerde datzelfde land een invasie van Egypte. Groot-Brittannië zocht door middel van oorlog de heerschappij over de moslims van Groot-India, Nederland deed dit in Indonesië en Rusland op de Krim en in de Kaukasus. En tot op de dag van vandaag zijn het de belangen van de imperialistische naties die regeren in de landen van de moslims, waardoor hun situatie achteruit is gegaan van het niveau waar de Khalifa er niet in slaagde de zakat te verdelen in Noord-Afrika simpelweg omdat er niemand gevonden kon worden die aan de vereisten om van de zakat te mogen krijgen voldeed (onder Khalifa ‘Oemar bin ‘Abdoel Aziez), naar het niveau waar de moslims geassocieerd worden met armoede (onder malik Al Saoed). Dit is wat de moslims zich herinneren wanneer de atheïsten prediken, en niet enkel ontneemt dit de moslims iedere zin om het atheïsme te overdenken of te bediscussiëren, het volstaat om hen het atheïsme te doen mijden als de pest.

Wanneer het atheïsme zo het intellect beledigt, door de geschiedenis van de wereld te negeren om de geschiedenis van enkel Europa de maatstaf te maken waar al het andere aan opgehangen wordt, is het dan verwonderlijk te noemen dat de moslims zich door het atheïsme nooit aangesproken hebben gevoeld? En is het dan verwonderlijk dat de moslims het atheïsme negeren? Wij denken van niet. En daarom, meneer Benzakour, waren we verbaasd toen we vonden dat u zich mengde in een discussie over het atheïsme.

We hebben voor u altijd een bepaalde mate van respect gekend, niet zozeer resulterende uit de manier waarop u Islam beleeft alswel voor de scherpzinnigheid en de menselijkheid in uw analyses van politiek en samenleving. Maar, uw bijna benijdenswaardige beheersing van de Nederlandse taal kan niet verhullen dat u in uw brief “Mijn Beste God” in Filosofie & Praktijk feitelijk de pen opneemt voor het atheïsme. En daar dit niet te rijmen valt met Islam, scherpzinnigheid of menselijkheid, schrijven we u in een reactie aan.

U beklaagd zich tegenover Allah in uw brief, op het oog omdat u vindt dat u onbeantwoord achtergelaten bent. U schrijft:

“Mijn beste God, ooit stuurde u nog geregeld boodschappenjongens op ons af. Maar dat zijn voorbije tijden. Dat heeft u lang niet meer gedaan. U stuurt niet eens meer een vrolijke ansichtkaart.”

Maar meneer Benzakour, zou u uit de veertien eeuwen geschiedenis van de Koran ook maar één vraag kennen die de Koran en hetgeen deze naar verwijst niet hebben weten te beantwoorden, of zou u ook maar één kwestie hebben kunnen noemen die de Koran en hetgeen deze naar verwijst niet hebben weten op te lossen, dan zou u uw bovenstaande klacht gerechtvaardigd hebben. Maar, dit kunt u niet. De Islam van de Koran en hetgeen deze naar verwijst is namelijk gezonden om de problemen van de mensen op te lossen, om de vragen van de mensen te beantwoorden, en Islam heeft haar plicht niet verzaakt. Iedere van de gestelde vragen is altijd beantwoord, alle aangedragen problemen zijn altijd opgelost geworden. Uw klacht dat na Mohammed, vrede zij met hem, geen boodschapper meer is geweest is dus volkomen ongegrond, omdat zijn boodschap die bij u is al uw vragen kan beantwoorden en al uw problemen kan oplossen.

Verder valt het te prijzen dat u zich het lot aantrekt van de minderbedeelden op deze aarde, die inderdaad groot zijn in aantal en lijden. Uw reactie op dit lijden, echter, is beneden het intellect dat u in andere situaties hebt getoond:

“Mijn beste God, U bent een trotse arrogante, strenge man. (Ja ik denk dat U een man bent omdat een vrouw mij menslievender lijkt…). Niet alleen streng, op gezette tijden bent U zelfs schandelijk moordlustig. En wel voornamelijk jegens de armste verschoppelingen van deze aarde. Dat is mij volstrekt duister. Beproeving is prima, maar kent beproeving soms geen grenzen?”

In uw vraag benadert u het lijden van de schepping enkel in de context van de relatie tussen schepping en Schepper, terwijl voor wat betreft het lijden in deze wereld eigenlijk de relatie schepping versus schepping de boventoon voert. Betreffende lijden in de context schepping versus Schepper, inderdaad is Allah Almachtig en kan Hij het lijden van de mensen stoppen, zo Hij wil. Niets gaat Zijn Macht te boven, immers. Maar de logische conclusie die u trekt uit beide premissen (“de mensen lijden”, en “Allah heeft de macht om het lijden te verlichten”, gevolgd door “Allah is onrechtvaardig want de mensen lijden”) is een conclusie die de kwestie benadert op basis van ééndimensionaal en oppervlakkig denken. Het lijden in de wereld vandaag de dag is inderdaad grotesk, maar wanneer u onderzoekt of Allah ten gevolge hiervan onrechtvaardig genoemd kan worden dan moet u de kwestie alomvattend benaderen:

“Wij belasten geen ziel boven haar vermogen” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al ‘Araaf 7, vers 42)

Dus beproeving kent wel degelijk grenzen en niet is het te veel voor de mensen om te verdragen. Bovendien, het lijden dat Allah toestaat te bestaan is niet zinloos en zonder doel zoals u impliciet beweert. Het huidige leven is niets meer dan een test waarbij niemand boven zijn vermogen getest zal worden heeft Allah verzekerd, waardoor de goede mensen zich zullen kunnen onderscheiden van de slechte mensen. Imam Ahmed heeft overgeleverd via Moes’ab bin Sa’ad van diens vader die zei: “Ik zei: ‘O Boodschapper van Allah (saw)! Welke mensen worden het meest getest?’ Hij (saw) antwoordde: ‘Eerst de profeten, dan de rechtschapenen, dan de één na besten, en dan de daarna besten van mensen. Een man zal getest worden op basis van de mate waarin hij vasthoudt aan zijn dien. Als hij volhardend is, dan zal hij zwaarder getest worden, en als er iets van zwakte is in zijn vastberadenheid dan zal de test verlicht worden voor hem. Een man zal doorlopend getest worden totdat hij op de aarde loopt en en er geen zondes meer op hem zijn.’.”

Het lijden in dit leven is onderdeel van deze test, en niet vergeten mag worden dat dit leven slechts kort en vluchtig is in vergelijking met het Hiernamaals, en dat het genieten en het lijden hierin niet noemenswaardig is in vergelijking met dat in het Hiernamaals. Dus het lijden waarnaar u verwijst is geen onrecht begaan door Allah tegenover zijn schepping, het is de meest rechtvaardige test van al ‘Adl (de Meest Rechtvaardige), die ver verheven is boven ieder onrecht. En wanneer u zou oordelen op basis van deze completere informatie, en u staat ons toe u te herinneren aan het feit dat Profeet Mohammed, vrede zij met hem, gezegd heeft “Ik heb het paradijs gezien en het was vol arme mensen” (Boechari), kunt u dan nog zeggen dat Allah onrechtvaardig is jegens Zijn schepping gezien het lijden van de mensen in dit leven?

Tegelijkertijd negeert u het lijden dat de schepping elkaar aan doet. Mogelijk lezen wij andere kranten dan u, maar zijn het in uw wereld niet de legers van Amerika, de zionistische bezettingsstaat, Groot-Brittannië, Nederland en Frankrijk ondermeer, die de dood en het verderf zaaien? Die ganse naties platbombarderen, die buren en broeders tegen elkaar ophitsen om hen beiden te kunnen onderdrukken? Die armoede uitzaaien over de wereld, enkel en alleen opdat sommigen in luxe en weelde kunnen leven? En die degenen die hen hiervoor ter verantwoording roepen, die het kwade verbieden en die het goede gebieden, gevangen zetten of gevangen laten zetten? Die hen martelen en vermoorden of laten martelen en vermoorden? En bij deze realiteit speelt dan boven alles de vraag, heeft Allah ar Rahman (de Barmhartige) hen niet dit alles verboden onderwijl het Rechte Pad duidelijk makende? Dus het is makkelijk om Allah van onrecht te beschuldigen omdat lijden bestaat. Maar dat dit een voorbarige en onjuiste conclusie is die het feit maar uit één perspectief bekijkt (de relatie schepping versus Schepper) en die het andere perspectief vergeet (de relatie schepping versus schepping), en die resulteert uit ééndimensionaal en oppervlakkig denken dat niet past bij de intellectueel, zou nu duidelijk moeten zijn.

Wie Islam begrijpt en wie de realiteit van de kapitalistische en communistische ideologieën kent die weet, meneer Benzakour, het is de ongehoorzaamheid tegenover Allah waaruit het onrecht resulteert:

“Wanneer hun (de ongehoorzamen tegenover Allah) wordt gezegd: ‘Sticht geen onheil op aarde’, dan zeggen zij: ‘Wij zijn slechts vredestichters’. Pas op! Voorzeker zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 11 – 12)

En dit is belangrijk omdat u met uw ongefundeerde klacht tegenover Allah de mensen in feite oproept tot ongehoorzaamheid tegenover Hem, al Malik (de Absolute Heerser). Weet dat u hierdoor in feite behoort tot de mensen die het onheil stichten!

U doet nog andere beschuldiging jegens Allah in uw brief, waardoor duidelijk wordt dat u eerdere fouten bij het aanspreken van Allah niet voortgekomen zijn uit onbegrip betreffende Islam. Niet dat er bij u geen onbegrip betreffende Islam bestaat, zoveel is wel duidelijk, maar een uitspraak van vertwijfeling bij het niet begrijpen van de Boodschap van Allah zou iets van nederigheid in zich dragen. Bij u, daarentegen, is er enkel de hoogmoed van het ongeloof:

“Uw gelijk is een Groot Gelijk (al heeft U vaak ongelijk). Uw waarheid is de grote waarheid (al liegt U ook).”

Als dit echt zo is, waarom draagt u geen voorbeeld aan van dit door u veronderstelde “ongelijk van Allah”. Waarom brengt u niet een voorbeeld van de volgens u “leugens van Allah”? Denkt u misschien dat de Toorn van Allah, al Moentaqiem (de Vergelder), u niet zal kunnen treffen, is dat de reden dat u zich niet schaamt om te liegen over Allah? Klaarblijkelijk niet, want bij wat u verder schrijft wordt duidelijk dat na het passeren van de grens tussen ongehoorzaamheid en ongeloof er voor u geen schaamte meer lijkt te hebben bestaan:

“Mijn Beste God, U weet dat ik in de loop der jaren vele etiketten op U heb geplakt. Ik noemde U de Jood van de Kosmos. De Fries van de Melkweg. De Koerd van het Universum. De God van mijn tante. De Berber van het Heelal. (…) U bent de kakkerlak van de zeven hemelen.”

De hoogmoed in uw brief doet de magen zich omkeren, maar is typerend voor de atheïst. Allah zij geprezen hiervoor, want zonder deze hoogmoed zou de atheïst inzien hoe zijn woorden hemzelf belachelijk maken. Zou hij inzien ook dat welbespraaktheid de domheid niet kan verhullen. En natuurlijk, zonder de hoogmoed van de atheïst zou u, die in veel gevallen gebruikt wordt als woordvoerder voor de moslim gemeenschap, waarschijnlijk nooit zo schaamteloos zijn ware aard hebben geopenbaard.

Meneer Benzakour, we merken op dat uw brief aan Allah voor iedereen duidelijk heeft gemaakt dat er niet slechts een probleem is met uw imaan. Iemand die tegen Allah durft te spreken zoals u in uw brief heeft gedaan die heeft geen imaan. En dit niet een vaststelling die ons pleziert. Het enige goede aan deze vaststelling is dat ten gevolge van haar niemand voortaan meer in de verleiding zal komen u als spreekbuis van de moslims te nemen of aan te zien, de moslims incluis. U schrijft tot besluit van uw brief:

“Mijn Beste God, het woord is aan U. Ik wacht Uw antwoord in ongeduld af.”

Wij besluiten onze brief door op te merken dat daar u zo hooghartig bent tegenover Allah, wij hopen dat al Chafid (de Vernederaar) u op gepaste wijze zal antwoorden.

“Hebt gij hem gezien, die zijn eigen begeerte tot zijn God maakt, en die Allah liet dwalen, ondanks zijn kennis, en wiens oren en wiens hart Hij heeft verzegeld en op wiens ogen Hij een sluier heeft gelegd? Wie zal hem buiten Allah kunnen leiden? Wilt gij dan geen lering hieruit trekken? En zij zeggen: “Er is niets dan dit tegenwoordige leven, wij leven en sterven; alleen de tijd vernietigt ons.” Maar zij hebben daaromtrent geen kennis, zij vermoeden slechts.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Djaasija 45, vers 23 – 24)

Namens de redactie van Expliciet,

Abdullah as Siddiq

Comments

comments

DELEN