“En de eersten zijn de eersten. Dat zijn degenen die nabij zijn gebracht. In de Tuinen van gelukzaligheid (het Paradijs). Een aantal van de vroegeren. En weinig van de lateren. Op (met goud) geborduurde rustbanken. Daarop leunend, tegenover elkaar zittend. Onder hen gaan eeuwig jeugdigen rond. Met bokalen als kannen en glazen, gevuld aan een stromende bron. Waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet dronken worden. En vruchten waaruit zij kunnen kiezen. En vlees van gevogelte, wat zij maar verlangen. En schonen met schitterende ogen. Gelijk welbewaarde parels. Als een beloning voor wat zij plachten te doen. Zij horen daarin geen onzin en geen zondigheid. Slechts het zeggen van: “Vrede! Vrede!” En de mensen van de rechterzijde, (wat een voorspoed voor) de mensen van de rechterzijde! Temidden van lotusbomen zonder doornen. En bananenbomen vol met vruchten. En langdurige schaduw. En stromend water. En fruit in overvloed. Niet onderbroken en niet verboden. Op verhoogde rustbedden. Voorwaar, Wij hebben hen (de vrouwen in het Paradijs) opnieuw geschapen. En Wij hebben hen maagdelijk gemaakt. Liefdevol en gelijk in leeftijd. Voor de mensen aan de rechterzijde. Een aantal van de vroegeren. En een aantal van de lateren”

(Zie de betekenissen van de Koran, soera Al Waqi’ah 56, vers 10 – 40)

Djenna, het Paradijs, de beloning voor degenen die nadenken, degenen die de verzen van de Geweldige hebben overpeinsd en met een tomeloze en onvermoeibare inzet hiernaar hebben gestreefd. De waarachtigen, de weldoeners, de strijders voor de zaak van Allah (swt), dit zijn degenen die in aanmerking komen voor hetgeen elke moslim naar verlangt. Alhoewel geen mens, met zijn beperkte verstandelijke capaciteiten, in staat is zich deze plek voor te te stellen, heeft Allah (swt) in de Koran in de vorm van vele ayaat een beschrijving gegeven van het Paradijs. Tevens zijn in vele ahadith van de Boodschapper van Allah (saw) omschrijvingen te vinden van de zalige tuinen waar rivieren onder door stromen en geen pijn nog vernedering ervaren zal worden. Dit artikel zal een aantal van deze ayaat en ahadith aanhalen om op deze manier een korte impressie te kunnen geven van de beloning der beloningen welke ons allen, indien men de juiste daden verricht heeft gedurende zijn gegunde tijdsperiode in het wereldse leven, te wachten staat als Allah (swt) dit zo wil.

De poorten tot het Paradijs

Het paradijs kent verschillende poorten welke opengaan voor degenen die goede werken plachten te verrichten gedurende het aardse leven.

“Zij treden de Tuinen van ‘Adn (het Paradijs) binnen en (ook) degenen die oprecht waren van hun vaderen en hun echtgenoten en hun nakomelingen. En de Engelen treden bij hen binnen door iedere poort.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ar Ra’d 13, vers 23)

“En degenen die hun Heer vreesden zullen in menigten naar het Paradijs worden gevoerd, totdat, wanneer zij bij haar zijn aangekomen en haar poorten geopend zullen worden, en haar bewakers tot hen zullen zeggen: ‘Salaamoe ‘alaikoem. (Vrede zij met jullie) Jullie hebben goed gehandeld, treedt binnen, eeuwig levend’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Az Zoemar 39, vers 73)

Er zullen acht verschillende poorten in het Paradijs zijn die enkel voor specifieke handelingen van een moslim, verricht tijdens zijn aardse leven, zullen opengaan. Aboe Hoeraira (ra) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Degene die twee dingen uitgeeft op de weg van Allah zal worden geroepen van de poorten van het Paradijs en er zal worden gezegd: ‘O slaaf van Allah, hier is voorspoed!’. Dus degene van onder de mensen die zijn gebeden onderhield zal worden geroepen van de poort van salaat; en degene van onder de mensen die deelnam aan de djihaad zal worden geroepen van de poorten van djihaad; en degene van onder de mensen die gewend waren te vasten zal worden geroepen door de poort van Ar Rayyaan; en degene van onder de mensen die uitgaf voor liefdadigheid zal worden geroepen door de poort van liefdadigheid. Aboe Bakr zei: ‘Moge mijn ouders voor u opgeofferd worden, O Allah’s Boodschapper! Geen nood noch behoefte zal degene treffen die geroepen wordt door deze poorten. Zal er iemand zijn die geroepen wordt door al de poorten?’. De Boodschapper van Allah (saw) antwoordde: ‘Ja. En ik hoop dat jij van onder diegenen zult zijn’.” (Boechari).

Het is overgeleverd van Sahl ibn Sa’ad (ra) dat de Boodschapper van Allah (saw) zei: “In het Paradijs zijn acht poorten waaronder een poort genaamd Ar Rayyaan waar niemand binnen zal gaan behalve degenen die vasten.” (Boechari).

Het Paradijs, een wereld niet voor te stellen door de mens

Op het moment dat de gelovigen het Paradijs binnen gaan zullen hun ogen aanschouwen wat nog nooit eerder door een mens is aanschouwd. Ze zullen ruiken en voelen wat nog nooit eerder door een mens is geroken en gevoeld. Een werkelijk onvoorstelbaar geluk. Aboe Hoeraira (ra) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd dat Allah (swt) heeft gezegd: “Ik heb voor Mijn rechtgeleide dienaren voorbereid wat geen oog heeft gezien noch een oor heeft gehoord, noch is het ervaren in het menselijke hart. Dus, reciteer indien jij wil: ‘En geen ziel weet wat voor blijdschap voor hen verborgen ligt’.” (Boechari).

Sahl bin Sa’ad (ra) heeft overgeleverd dat Allah’s Boodschapper (saw) heeft gezegd: “Een plek in het Paradijs gelijk aan de grootte van een zweep is beter dan de gehele wereld en al wat zich hierin bevindt.” (Boechari).

De rivieren van het Paradijs

In het Paradijs zullen rivieren zijn die de mensen voorzien van drinken. Er zijn rivieren van honing, en rivieren van wijn waarvan men niet dronken zal worden.

“Is het (geluk van) het Paradijs dat aan de Moetaqqoen beloofd is, waarin rivieren zijn met versblijvend water, en van melk waarvan de smaak niet verandert, en rivieren van wijn, als een genieting voor hen die drinken, en rivieren van zuivere honing, en waarin voor hen allerlei vruchten zijn en vergeving van hun Heer….” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Moehammad 47, vers 15)

“Zeg ( O Mohammed): “Zal ik jullie over iets beters dan dat meedelen? Voor degenen die (Allah) vrezen zijn er tuinen (het paradijs) bij hun Heer, waar onder door de rivieren stromen, daar zijn zij eeuwig levenden en (daar zijn) reine echtgenotes en het welbehagen van Allah.” En Allah is Alziende over de dienaren.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ali Imraan 3, vers 15)

“Voorwaar, degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is het Paradijs waar de rivieren onder door stromen. Dat is de grote overwinning.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Boeroedj 85, vers 11)

“Allah heeft de gelovige mannen en de gelovige vrouwen Tuinen (het Paradijs) beloofd waar doorheen de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. En goede woonplaatsen in de Tuinen van ‘Adn (Eden). En het welbehagen van Allah is groter. Dat is de geweldige overwinning.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tauba 9, vers 72)

Er is overgeleverd van Anas (ra) dat de Boodschapper van Allah (saw) gezegd heeft: “Terwijl ik door het Paradijs liep, zag ik een rivier waarvan de oevers koepels van holle parels waren. Ik vroeg: ‘Wat is dit, O Djibril?’. Hij zei: ‘Dit is Al Kauthar die jouw Heer aan jou gegeven heeft’. De engel raakte het aan met zijn hand en de modder of de geur was van de meest zoete (of pure) muskus.” (Boechari).

Er is overgeleverd dat ‘AbdAllah ibn ‘Amr gezegd heeft dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Mijn bassin is (zo groot als) de afstand van (een reis van) een maand. De lengte en breedte zijn gelijk en het water is witter dan melk en de geur is beter dan muskus. De drinkvaten zijn als de sterren van de hemel en wie er van drinkt, zal nooit meer dorst hebben.” (Boechari, Moeslim).

Kledij van de mensen in het Paradijs

De mensen van het Paradijs zullen er schitterend uit zien gekleed met de zachtste zijde en brokaat en sieraden van goud.

“Zij dragen kleding van fijne zijde en brokaat, (zij zijn) tegenover elkaar gezeten.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ad Doekhaan 44, vers 53)

“Voorwaar, degenen die geloven en goede werken verrichten: voorwaar, Wij zullen de beloning van wie een goed werk verricht niet verloren doen gaan. Zij zijn degenen voor wie er de Tuinen van ‘Adn (het Paradijs) zijn, waar onder door de rivieren stromen, zij zullen er in versierd worden met kettingen van goud en zij dragen groene gewaden van zijde en brokaat, er in leunend op kussens. De beste beloning en de beste verblijfplaats.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Kahf 18, vers 30-31)

Verblijfplaatsen voor de mensen in het Paradijs

De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Haar glinsterende licht, aromatische planten, een verheven paleis, een vloeiende rivier, rijp fruit, een prachtige vrouw en overvloedige kleding, in een eeuwige verblijfplaats van stralend plezier, in prachtige geluidloos geconstrueerde hoge huizen.” (Ibn Madja, Ibn Hibbaan).

“Bakstenen van goud en zilver, een mortier van de geur van muskus, stenen van saffier en parels, en grond van saffraan. Wie binnenkomt is gevuld met blijdschap en zal zich nooit slecht voelen; hij zal er voor eeuwig leven en nooit sterven; hun kleding zal nooit uitgedragen zijn en hun jeugd zal nooit vervagen.” (Ahmad, At Tirmidhi, Ad Daarimi).

“Voorwaar, voor de gelovigen in het Paradijs zijn tenten gemaakt van een holle parel. De lengte waarvan zestig mijlen van alle kanten met hun vrouwen zich daarin bevindend. De gelovige zal hen rond gaan (hen bezoeken) en ze zullen niet in staat zijn elkaar te zien.” (Ad Djaamie).

De tuinen en bomen van het Paradijs

In het Paradijs zullen prachtige tuinen en bomen zijn die schaduw geven aan de harde werkers voor de zaak van Allah (swt). Overvloedig zullen er de heerlijkste fruiten en dadels te vinden zijn bestemt voor de buiken van de weldoeners.

“Leunend op tapijten met brokaat aan hun binnenzijden en (de vruchten) van beide Tuinen hangen binnen handbereik” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ar Rahman 55, vers 54)

“Temidden van lotusbomen zonder doornen. En bananenbomen vol met vruchten. En langdurige schaduw. En stromend water. En fruit in overvloed. Niet onderbroken en niet verboden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Waqi’a 56, vers 28-33)

Aboe Sa’ied al Khoedri (ra) overleverde dat Allah’s Boodschapper (saw) heeft gezegd: “In het Paradijs is er een boom waar onder zijn schaduw een ruiter van een snelle paard kan reizen voor honderd jaren zonder de gehele afstand afgelegd te hebben. Er zal de tevredenheid van Allah zijn voor de bewoners van het Paradijs en Hij zal nooit vertoornd met hen zijn.” (Boechari).

Het eten en drinken voor de mensen in het Paradijs

“En onder hen wordt rondgegaan met kruiken van zilver en glazen als van kristal. Kirstalhelder, van zilver gemaakt, die naar wens schenken. En daarin wordt er voor hen geschonken uit een beker waarvan de mengdrank gember is. Er bevindt zich daarin een bron die Salsabiel genoemd wordt. En onder hen wordt rondgegaan door eeuwig jeugdigen. Als jij hen ziet, dan denk jij dat zij verstrooide parels zijn. En als jij rondkijkt dan zie jij een genieting en een geweldig koninkrijk. Zij dragen kleren van fijne groene zijde met brokaat en zij zullen gesierd worden met zilveren armbanden. En hun Heer zal hen een pure drank schenken.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Insaan 76, vers 15 – 21)

“Voorwaar, de Moettaqoen verkeren in schaduwen bij bronnen. En er zijn vruchten die zij wensen. (Er wordt gezegd): ‘Eet en drinkt smakelijk voor wat jullie plachten te verrichten’. Voorwaar zo belonen Wij de weldoeners.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Moersalaat 77, vers 41 – 44)

“Daarin leunen zij, zij vragen daarin om vele vruchten en om drinken.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Shaad 38, vers 51)

De mensen in het Paradijs

De gezichten en de toestanden van de mensen in Djenna zullen vol blijheid, vrede en rust zijn. Zij hebben in het leven geduld gehad bij de beproevingen van Allah (swt), zij hebben hard gewerkt voor de zaak van Allah (swt), en zij hebben Hem (swt) willen dienen door Hem (swt) gehoorzaam te zijn.

“Gezichten zullen die Dag verlicht zijn. Naar hun Heer zullen zij zien.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran soera Al Qiyama 75, vers 22-23)

“Jij herkent in hun gezichten de stralende gelukzaligheid.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, Al Moetaffifien 83, vers 24)

Deze mensen zullen vooral uit degenen bestaan die een armoedig en hard leven hebben gehad. De Hel zal hiertegenover gevuld zijn met mensen aanzien, macht en rijkdom bezaten op aarde. Aboe Sa’ied Al Khoedri (ra) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Het Paradijs en het Hellevuur waren in een dispuut verwikkeld en het Hellevuur zei: ‘In mij zitten de machtigen en de rijken’. Het Paradijs zei: ‘In mij bevinden zich de zwakken en de behoeftigen’. Dus oordeelde Allah tussen hen zeggende: ‘Jij bent het Paradijs, Mijn genade. Door jou en Mijzelf geef ik genade aan wie Ik wens. En jij bent het Hellevuur, Mijn bestraffing. Door jou bestraf ik degenen wie ik wens en het is verplicht op Mij dat een elk van jullie vol zal geraken’.” (Boechari, Moeslim en At Tirmidhi).

Comments

comments

DELEN