“Jaarlijks plegen in Nederland zeker 200 jongens in groepsverband verkrachtingen of aanrandingen. Niet één jongen toonde berouw. Ze hadden gewoon recht op seks, zeiden ze tegen de politie. En: de meisjes wilden het zelf.” [1]

Nadat in 2004 een 2005 de media verschillende malen melding hadden gemaakt van arrestaties van groepen jongeren in relatie tot groepsverkrachtingen van minderjarige meisjes, barstte ook in Nederland de discussie los over de invloed van televisie op mensen. Dat de advocaat van enkele van de gearresteerde jongeren liet optekenen dat naar zijn mening rekening gehouden moest worden met het feit dat de jongens “slechts” nagespeeld hadden wat ze in videoclips op televisie voorgespiegeld kregen, speelde hierbij niet een geringe rol. In 2006 kwamen wederom twee berichten in de Nederlandse (en Belgische) media die de aandacht vestigden op de kwestie “beïnvloeding door televisie”. Eerst was er de vrijgave van een rapport van het GGD in Amsterdam, waarin werd gerept over een verregaande verloedering van de seksuele moraal onder een groot deel van de Amsterdamse jeugd. In het rapport werd een beeld geschetst van een generatie jonge meisjes van zo jong als twaalf jaar, voor wie de verrichting van seksuele handelingen in ruil voor drankjes of cadeautjes de normaalste zaak van de wereld was. [2] Het tweede bericht betrof een onderzoek in de Verenigde Staten waarin werd geprobeerd de verschillen in seksuele activiteit van jongeren te verklaren. De uitkomst van het onderzoek was dat “muziekvoorkeur” de enigste factor was die de waargenomen verschil tussen de jongeren kon verklaren. Bijvoorbeeld had 51% van de jongeren met een voorkeur voor hiphop muziek in de twee jaren na de aanvang van het onderzoek zijn / haar eerste seksuele relatie gehad, een percentage dat significant lager lag voor de jongeren die een andere muziekvoorkeur hadden gegeven (29%). “Jongens leren uit die muziek dat ze onvervaard op vrouwen moeten jagen, de meisjes leren zichzelf als seksobjecten zien”, was de enige uitleg die hoofdonderzoeker Martino voor het opmerkelijke verschil aan wist te dragen. [3]

Theorieën betreffende de invloed van televisie

De discussie over de rol van televisie op het gedrag van mensen is een universele discussie die feitelijk al sinds de komst van televisie bestaat. Al lang, heel lang wordt gediscussieerd over de vraag of de blootstelling aan fysiek en seksueel geweld via de televisie en andere media ook leidt tot agressie bij degene die blootgesteld wordt. Veel mensen geloven dat dit werkelijk zo is, dat bijvoorbeeld geweld op televisie de directe oorzaak kan zijn voor geweldplegingen door kinderen. Zij geloven dat agressie op televisie aanzet tot gewelddadig gedrag. Onder psychologen worden deze mensen de aanhangers van de stimulatietheorie genoemd. Één van de argumenten voor deze stelling is de neiging van kinderen om te imiteren hetgeen ze zien. De aanhangers van de stimulatietheorie zijn van mening dat kinderen ook het gedrag dat ze op televisie zien imiteren. Toen verschillende politieke partijen en christelijke organisaties in Nederland in reactie op de nieuwsberichten hierboven aangehaald een oproep deden tot een verbod op het uitzenden van seksueel expliciete videoclips, lieten zij zien aanhangers te zijn van deze theorie betreffende de invloed van televisie. Vanwege de door hen veronderstelde invloed op de jeugd van geweld en seks op televisie, moest volgens hen geweld en seksualiteit op televisie aan banden worden gelegd om de jeugd te beschermen.

Andere mensen geloven wat psychologen de no-effect theorie noemen, welke – kort samengevat – stelt dat geweld op televisie en geweld in het echte leven op geen enkele manier iets met elkaar te maken hebben. Volgens de aanhangers van deze theorie heeft televisie dan ook geen bijzonder effect op het gedrag van kinderen, noch in goede zin noch in slechte zin. Toen MTV Networks, de mediaonderneming achter de muziekzenders MTV, TMF en The BOX, in antwoord op de oproep tot het verbod op bepaalde videoclips een rapport liet presenteren aan de Nederlandse staatssecretaris voor mediazaken Medy van der Laan, liet zij zien een aanhanger te zijn van de no-effect theorie. Het rapport van MTV Networks betrof namelijk “de zogenaamde negatieve invloed van de media op jongeren”, zo stelde Dan Ligtvoet, directeur van MTV Networks Benelux, waarmee hij liet blijken dat zijn onderneming niet gelooft in een beïnvloeding van jongeren door televisie.

Onderzoeken naar de invloed van televisie

In reactie op al de discussies die gevoerd zijn bij het onderwerp van de beïnvloeding door televisie zijn reeds verschillende pogingen gedaan tot onderzoek om inzicht te verkrijgen in de kwestie.

In een onderzoek waarover in 2001 werd gepubliceerd werden jonge kinderen willekeurig in vijf groepen verdeeld. De eerste groep werd een persoon getoond die tegen een opgeblazen, plastic pop tekeer ging met fysieke en verbale agressie. De persoon sloeg de pop met een hamer, schopte hem en zei lelijke dingen. De tweede groep zag dezelfde handelingen, maar dit keer werd het op een video getoond aan de kinderen. De derde groep zag een cartoonfiguur dezelfde handelingen doen als in de vorige situaties. De vierde groep, daarentegen, keek naar een non-agressieve persoon, die rustig naast de pop zat en hem negeerde. En de vijfde groep van kinderen, ten slotte, kreeg helemaal niets te zien. Daarna werden deze kinderen afzonderlijk in de kamer met de pop alleen gelaten om te kijken of ze al dan niet agressief gedrag vertoonden, en zo ja in welke mate. Als uitkomst noteerde het onderzoek dat de kinderen die hadden gekeken naar de agressieve cartoonfiguur en de kinderen die de agressieve persoon op de film hadden gezien, opmerkelijk meer geweld vertoonden dan kinderen die helemaal niets te zien hadden gekregen. [4]

In 2002 publiceerde het wetenschappelijke magazine SCIENCE de resultaten van een onderzoek van de Colombia University, waarvoor 707 personen maar liefst zeventien jaar gevolgd waren geweest. Uit het onderzoek bleek dat kinderen die rond hun veertiende meer dan één uur per dag televisie hadden gekeken zich een paar jaar later agressiever gedroegen dan leeftijdgenoten die op 14-jarige leeftijd minder televisie hadden gekeken. Van degenen die op 14-jarige leeftijd minder dan een uur tv per dag hadden gekeken pleegde bijna zes procent geweldmisdaden tussen hun zestiende en tweeëntwintigste levensjaar. Dit, terwijl van de veertienjarigen die meer dan drie uur per dag keken meer dan een kwart geweldmisdaden pleegde twee tot acht jaar later. [5]

Onderzoeken als dezen lijken op het eerste gezicht de aanhangers van de stimulatietheorie gelijk te geven. Er lijkt immers uit te blijken dat mensen inderdaad beïnvloedt worden door hetgeen ze op televisie zien. Echter, critici van deze onderzoeken dragen in reactie vaak de zogenaamde “derde factor”-kritiek aan. Er kan weliswaar een verband lijken te bestaan, maar wie is te zeggen dat er in werkelijkheid niet een derde factor verantwoordelijk is voor het waargenomen verband? En dat is een terechte vraag.

Praktische ervaring met de introductie van televisie

Voor een definitieve beantwoording van de kwestie zou men minder naar beïnvloeding van individuen moeten kijken, maar veel meer naar de invloed van televisie op gemeenschappen, zo dachten verschillende wetenschappers. Zou men kunnen kijken naar afgezonderde gemeenschappen, en zou men die kunnen bestuderen voor en na de introductie van televisie, en zou men de veranderingen in deze gemeenschap kunnen vergelijken met de veranderingen in gelijkaardige gemeenschappen die altijd wel of altijd niet hebben beschikt over televisie, dan zou men de mogelijkheid van het bestaan van derde factoren uit kunnen sluiten. Als namelijk een gemeenschap in afzondering wanneer deze overgaat van “zonder televisie” naar “met televisie” zich substantieel anders ontwikkelt dan een gemeenschap die altijd al over televisie heeft beschikt, dan zou beïnvloeding door televisie aangetoond zijn. Zou deze gemeenschap zich niet anders ontwikkelen dan andere gelijkaardige gemeenschappen die altijd al over televisie hebben beschikt, dan zou dit de aanhangers van de no-effect theorie gelijk geven. Voor veel onderzoekers was de vraag dan ook, waar vindt men afgezonderde gemeenschappen zonder televisie?

1973 was het jaar waarin een klein dorp in Canada voor het eerst op televisie aangesloten zou worden. Eerder was dit niet mogelijk geweest omdat het dorp zich afgelegen in een vallei bevond omringd door bergen die de doorgang van het televisiesignaal blokkeerden. Onderzoekers van de universiteit van Brits Columbia zagen in de komende gebeurtenis dan ook een uitgelezen mogelijkheid om de invloed van televisie te registreren. Voor het onderzoek werden allereerst verschillende kleinere onderzoeken gedaan in het dorp zonder televisie, dat voor het gemak Notel werd genoemd, bijvoorbeeld naar de leesvaardigheid van kinderen (door te kijken naar de tijd die een kind nodig heeft om een woord te herkennen), de vrijetijdsactiviteiten van kinderen, de agressiviteit in het speelgedrag van kinderen (gemeten door het aantal duwen, trekken en slaan op een speelterrein te tellen over een bepaalde tijd), et cetera. Om een vergelijk te kunnen hebben werd in twee voor wat betreft grootte en afgelegen ligging vergelijkbare dorpen identiek dezelfde onderzoeken gedaan, één dorp met één televisiekanaal dat in het onderzoek Onetel werd genoemd, en één dorp met kabelaansluiting en dus vele, hoofdzakelijk Amerikaanse televisiekanalen dat Multitel werd genoemd in het onderzoek. Twee jaar later, na introductie van televisie in Notel, werden dezelfde tests nogmaals gedaan in alle drie de dorpen. In Notel bleek de tijd die aan sport werd besteed met de helft afgenomen, waar dit niet het geval was in de twee dorpen die al de tijd al televisie hadden gehad en die ter controle mee waren genomen in het onderzoek. De tweede opmerkelijke waarneming was dat de leesvaardigheid van de kinderen in Notel afgenomen was. Kinderen hadden twee jaar na de introductie van televisie gemiddeld meer tijd nodig om een woord te herkennen, wederom zonder dat een vergelijkbare verandering in Onetel en Multitel geregistreerd werd. Het derde waargenomen effect was dat in Onetel twee maal zoveel agressieve handelingen op de speelplaatsen werden waargenomen als voor de introductie van televisie, een stijging die niet werd waargenomen in de twee andere dorpen. En ten slotte bleek enkel in Notel het aantal gewelddadige misdaden met 160% gestegen te zijn. [6]

In 1995 werd op het eiland Fiji de televisie geïntroduceerd. Een onderzoek van de Amerikaanse Harvard University vijf jaar later toonde aan dat op het eiland onder de jongere generatie een volledige omslag had plaatsgevonden voor wat betreft het schoonheidsideaal. Traditioneel was op Fiji het vrouwenideaal de mollige vrouw. Voor de introductie van televisie was “lijnen” en diëten dan ook niet gebruikelijk op Fiji. Sterker nog, vrouwen die mager waren of die gewicht verloren daar werd neerbuigend over gesproken want voor de mensen van Fiji stond dun voor zwakte, armoede en ziekte. Na introductie van televisie bleek uit onderzoek onder jonge vrouwen dat omstreeks 15% met een eetprobleem worstelde, en geregeld na het eten overgaven om hun gewicht te beïnvloeden. Gelijke studies van voor de introductie van televisie spraken over maximaal 3% van de vrouwen die dergelijk gedrag vertoonden. Tevens bleek op het eiland waar voorheen “mollig” voor “mooi” stond en diëten een schande waren, dat nu 74% van de jonge vrouwen zichzelf te dik vond en dat 62% van hen in de drie maanden voor het onderzoek ten minste eenmaal een dieet had gevolgd. Volgens de onderzoekers was dit resultaat een uiting van een veel meer algemene trend onder de mensen van Fiji: “Ze proberen een levensstijl te imiteren, westerse kleding, haarstijlen en magere lichamen.” [7]

In het Aziatische land Bhutan werd nog later, in 1999, televisie voor het eerst geïntroduceerd. Bhutan is een klein boeddhistisch land in de Himalaya dat ligt tussen China en Tibet met minder dat één miljoen inwoners. Het is zeer afgelegen gebied dat daardoor vooralsnog nauwelijks in contact is getreden met de moderne wereld. Één jaar na de introductie van televisie in het land schreef een Bhutanese vader een brief naar de nationale krant Kuensel, om zijn ervaringen met het medium te delen met de mensen van Bhutan:

“Geachte heer, toen kabeltelevisie vorig jaar werd geïntroduceerd en de dienst beschikbaar werd gesteld aan klanten, toen heb ik lang getwijfeld om een abonnement te nemen, voor verschillende redenen. Ik kon al voorzien dat mijn kind en nichten grote delen van hun tijd door zouden brengen voor de televisie. Maar, in tweede aanzet dacht ik ook dat het hen goed zou kunnen doen, door hen bewust te maken van de gebeurtenissen in de wereld. En natuurlijk, ik zou ook mijzelf in kennis kunnen doen stellen van de gebeurtenissen in de wereld, en daarom besloot ik toch om een aansluiting te nemen.

Precies één jaar later krab ik mijn hoofdhuid wanneer ik denk aan die beslissing. Jawel, ik heb veel voordeel ervan gehad. Ik ben in staat geweest mijzelf op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in de wereld. Ik zie niet direct hoe deze dingen me op intellectueel niveau vooruit hebben geholpen, maar op zijn minst kan ik nu over ze spreken – al was het maar oppervlakkig – met vrienden en collega’s. Dus mijn bewustzijn van de dingen die gebeuren in de wereld is toegenomen. Ik ben gelukkig, of toch niet…

Net zoals ik in staat ben geweest om de kwesties in de wereld te volgen, zijn mijn familieleden dit ook geweest. Zij kijken meer televisie dan ik. Mijn zoon heeft verschillende verhalen te vertellen wanneer ik thuis kom van kantoor. “Apaa, goenda (slechte man) is in elkaar geslagen door kieta (held) en toen kwam de politie die hen allebei in de gevangenis gooide…”. Binnen één minuut rent hij naar de keuken en komt dan renende terug met een lepel in zijn hand. Hij houdt de lepel vast, die hij voorstelt als een microfoon, in een hand, en vraagt mij om aandacht. Met zijn ogen gesloten en zijn borst vooruit begint hij dan enkele scènes na te spelen uit gevechten van de World Wrestling Federation. Hij vertelt me dat hij “Rock” is, wie dat ook maar wezen mag, en springt boven op me. Met één hand rond mijn nek, slaat hij met de andere op het bed, en telt “één”, “twee”, “drie”. Na drie laat hij me los en springt op, en zegt dat hij het gevecht heeft gewonnen. Hij heeft iedere dag verschillende verhalen te vertellen. Hij heeft iedere dag verschillende handelingen om te laten zien. Soms telt hij “één”, “twee”, “drie”; soms waarschuwt hij me om mijn “handen omhoog” te doen en komt hij naar me toe met de aansteker op mij gericht, waarmee hij een filmster of misdadiger nadoet die een geweer schiet. Hij speelt niet langer door dingen te maken met stokjes en stenen, of poppen van stukjes doek, maar hij imiteert wat hij op televisie ziet.

Ik beschik over nog een groep van mensen op wie de televisie een volkomen andere impact gehad schijnt te hebben. Zij allen zijn meisjes op de middelbare school. Hun gebieden van interesse zijn de Bollywood films en Hindi series. Ze schakelen van kanaal naar kanaal om maar op de hoogte te blijven bij ieder van deze programma’s. Ze kijken al de programma’s met groot enthousiasme. Ze kijken ook naar MTV en naar andere muziekkanalen zoals MCM en B4U Music. Wanneer ze ook maar vrij zijn discussiëren ze over Sharukh Khan, Aishwarya Rai, Madhuri Dixit en een hele reeks andere Bollywood sterren. Geïntrigeerd als ik was door hun discussies onderbrak ik hen eens en vroeg hen hoe oud Madhuri Dixit was. Een van hen antwoordde trots “ze is vierendertig”. Hierna vroeg ik hen wie de minister van Buitenlandse Zaken van Bhutan was, en hun gezichten werden bleek. Uiteindelijk gaven ze zich over en gaven ze toe dat ze dit niet wisten. Terwijl ik ze deze vraag stelde kwam er een reclame op televisie van Pantène shampoo. En wederom gaat hun aandacht over van op mij naar het televisiescherm. Vervolgens beginnen ze dan een hele reeks van reclames te bediscussiëren, over schoonmaakmiddelen, cosmetica, en andere consumptiegoederen. Ik kan niet anders dan me hulpeloos voelen. Maar het is daar niet bij gebleven. Hun verzoeken om geld om shampoo, parfum en enkele andere zaken te kopen blijven maar toenemen. En ze vragen me wanneer ik een wasmachine ga kopen, en een magnetron, en een heel scala aan andere luxe goederen waarvan ik de namen niet eens uit kan spreken!

Mijn verhaal van bovenstaande gebeurtenissen laat zien hoe ik gefaald heb in mijn ouderlijke verantwoordelijkheden. Jawel, ik erken, maar ik ga er van uit dat er ook andere ouders gefaald zullen hebben. Dat is geen geruststelling, echter. De kwestie is namelijk niet dat ik mezelf moet vergelijken met andere ouders. De kwestie is de invloed die televisie heeft en zal hebben op onze jongere generaties. Naarmate de televisie meer invloed krijgt op onze kinderen zullen onze inspanning om de kinderen Bhutanese waarden, houdingen en verlangens te leren kennen alsmaar meer tegenstand krijgen.” [8]

De regering in Bhutan heeft sindsdien leraren naar Canada moeten sturen om daar les te nemen in de begeleiding van schoolgaande kinderen, omdat de problemen die de Bhutanese kinderen sinds 1999 aandragen voor de oudere generaties volkomen vreemd zijn. Sinds de introductie van televisie, namelijk, vertellen de kinderen hun leraren plotseling dat ze last hebben van depressies en dat ze gekweld worden door gevoelens van jaloezie tegenover de bezittingen van anderen. Tevens was een veel gehoorde klacht de ervaring van stress, door een eeuwige druk die de kinderen zeggen te ervaren om te voldoen aan het ideaalbeeld van televisie. Problemen waarmee het land tot voor kort onbekend was, en problemen dus ook waarmee de leraren niet wisten om te gaan. Tegelijkertijd kampt de politie sinds 1999 met een scherpe toename in het aantal geweldsmisdrijven. Op zaterdagavond, wanneer hiphop feesten gehouden worden, kan de politie nog maar moeilijk orde houden. Opmerkelijk was het feit dat veel misdaden in relatie staan met het gebruik van alcohol en drugs, iets wat voorheen nooit gebeurde. Sinds mensenheugenis groeide marihuana in het wild in Bhutan, en het werd altijd als onkruid gezien – nu bestaat er echter een drugsprobleem. Geregeld worden jongeren gearresteerd voor openbare dronkenschap, vechten onder invloed, diefstal van televisies en video’s. Soms worden meisjes aangetroffen in hotels, zichzelf prostituerend voor zakgeld. Zelfs voor het hoofd van de Sigma kabelmaatschappij in Bhutan, de aanbieder van de televisie, was het onoverkomelijk om het niet te zeggen: “Jonge mensen willen en hebben nodig wat ze op televisie zien – de mode, de kleren, de andere levensstijl, naar de cafés gaan, de alcohol. Veel van deze ideeën komen van de televisie. Als je kijkt naar wat gestolen wordt, het staat in directe relatie met wat men te zien krijgt op televisie.”

De oorzaak voor de veranderingen in Bhutan zijn volgens het volk van Bhutan duidelijk, zo getuigen de vele brieven gericht aan de kranten in het land: “Geachte redacteur, de mensen gedragen zich zoals de acteurs, en ze zijn ongeduldig, hebzuchtig en ontevreden geworden.” [9]

Televisie beïnvloedt, maar waarom altijd op negatieve wijze?

Dat televisie van invloed is op de mensen staat feitelijk gezien dus buiten kijf. Er zijn eenvoudigweg teveel voorbeelden bekend van plaatsen waar televisie werd geïntroduceerd en waar kort hierna grote veranderingen waargenomen konden worden in mens en samenleving. Veranderingen die niet op andere plaatsen werden waargenomen. Dus de vraag is eigenlijk niet of televisie de mensen beïnvloedt, maar veel meer waarom televisie de mensen op zo een negatieve manier beïnvloedt.

Een gemiddeld Amerikaans kind keek in 1998 per week vijfentwintig uur televisie en speelde daarnaast nog eens zeven uren met een spelcomputer. De leeftijd van achttien jaren bereikt hebbende had dit gemiddelde kind op televisie ongeveer 16.000 moorden gezien en 32.000 pogingen tot moord. 57% van alle programma’s op televisie kennen namelijk een bepaalde mate van geweld als onderdeel van het vermaak. Volgens professor Dave Grossman, psycholoog van de militaire academie West Point die onderzoek doet naar het fenomeen geweld op televisie, wordt geweld en lijden hierdoor normaal gemaakt voor mensen: “Geweld is net als de nicotine in cigaretten. De reden dat de media alsmaar meer geweld op ons los laat, is omdat we er tolerantie tegen opbouwen. Om dezelfde kick te krijgen moeten we alsmaar meer geweld te zien krijgen…” [10]

De eerste keer dat we op televisie een gewelddadige moord zien doet ons dit nog schrikken, maar na een film of zes kijken we hier al niet meer van op en raakt het ons niet meer, met andere woorden. En zo is het ook. Andere onderzoeken naar het geweld op televisie geven inzicht in de eigenschappen van dit geweld: “Het nauwkeurig onderzoeken van 2.500 uren van gewelddadige televisie leverde het volgende opzienbarende resultaat op: in ongeveer driekwart van de gevallen kwam degene die geweld gebruikte hiermee weg zonder een bestraffing hiervoor te krijgen. Bij ongeveer de helft van de handelingen van geweld werden geen negatieve consequenties – zoals pijn – getoond. Bij slechts 4% van al de gewelddadige handelingen werd een alternatieve manier ter oplossing van het probleem getoond.” [11]

In de actiefilms en series op televisie wordt geweld vaak gerelateerd aan sterke en heldhaftige karakters die hun omgeving beheersen, die met vrijwel elk probleem kunnen omgaan, en die beloond worden voor hun agressie omdat ze hiermee hun problemen oplossen. Een onderliggende boodschap is hierbij dat agressie ten minste drie voordelen kan bieden: het is een goede manier om conflicten op te lossen, het levert status op en het geeft plezier. Zo worden dus de positieve uitkomsten van gewelddadig gedrag benadrukt. Volgens wederom professor Grossman worden mensen hierdoor effectief “geprogrammeerd”: geweld is niets bijzonders; geweld lost al de problemen op; geweld kent geen negatieve gevolgen, noch voor de verrichter van geweld als voor het slachtoffer van geweld; en degene die met geweld zijn problemen oplost is een held.

Het lijkt dan ook geen wonder dat maar liefst 87% van de kinderen een actieheld van televisie aandraagt wanneer hem of haar gevraagd wordt “wie zou je het liefst willen zijn”, maar een geruststellende gedachte is dit allerminst. En wat is het resultaat?

Slachtingen op televisie zijn vermaak, de mensen lachen wanneer een persoon op televisie pijn lijdt of op verschrikkelijke wijze aan aan zijn eind komt. Ook al is de moord op televisie misschien niet echt (de ultieme kick tegenwoordig zijn de films waarin echte mishandelingen en moorden getoond worden [12]), wat wel echt vermoord wordt is het inlevingsvermogen van de mensen, de empathie.

Zo wordt in feite duidelijk waarom televisie de mensen op zo een negatieve wijze beïnvloedt, want bij beïnvloeding geldt een algemene opvoedkundige regel: het is minder van belang wat men men te zien krijgt, veel meer van belang is de presentatie van hetgeen men te zien krijgt want de handelingen van de mensen worden gestuurd door hun ideeën, hun opvattingen over wat goede handelingen zijn en wat slechte handelingen.

Op de televisie wordt geweld positivie associaties aangemeten – geweld is effectief, geweld is efficient, geweld is stoer, geweld brengt respect en aanzien, et cetera – en dit is waarom het geweld op televisie de mensen beïnvloedt, effectief meer gewelddadig maakt zoals verschillende onderzoeken dus hebben aangetoond. Het probleem van de negatieve invloed van televisie gaat dus schuil in de ideeën met betreking tot goed en kwaad die de televisie verspreidt.

Het is hierbij belangrijk om in te zien dat ongeacht het land waar men woont de programmering op televisie gedomineerd wordt door programma’s van westerse (hoofdzakelijk Amerikaanse) makelij, en dat geweld slechts een onderdeel is van het ideaalbeeld dat via deze televisie aan de mensen waar ook ter wereld wordt gepresenteerd. Op televisie zijn de relaties tussen de seksen die als goed gepresenteerd worden daarom altijd de relaties volgens het ideaalbeeld van de westerse visie op het leven, waarin mannen en vrouwen vrij met elkaar om gaan en het bestaan van seksuele relaties buiten het huwelijk normaal is. Overspel is geen reden voor schaamte, integendeel, het huwelijk staat een gelukkig leven eigenlijk in de weg omdat het de man weghoudt van de vrouw waar hij echt van houdt of de vrouw weghoudt van de man waar zij echt van houdt, enzovoorts. En zolang de handelingen gebaseerd zijn op vrije wil worden dezen door televisie als goed gepresenteerd, ook als de handeling bijvoorbeeld het drinken van alcohol betreft of het verleiden van jonge meisjes of vrouwen tot een schanddaad.

En geen groter kwaad bestaat er voor de jongere in het televisieprogramma dan door zijn opvoeders tot bepaald gedrag gedwongen te worden, ook al betreft deze dwang het voorkomen van promiscueus of ander onzedelijk of misdadig gedrag. En op televisie is geluk zoals goed -beter – best, precies zoals het westers ideaalbeeld denkt dat het is. Geluk op televisie resulteert uit het hebben van meer, en degene die het meest heeft is het meest gelukkig. Geluk op televisie resulteert uit het vertoon van schoonheid, in de combinatie slanker – slanker – slankst enerzijds en bloot – bloter – blootst anderzijds. Hoe mooier en hoe seksier de vrouw, hoe gelukkiger zij is op televisie. En geluk op televisie heeft te maken met aanzien, dat wordt afgedwongen door een combinatie van schoonheid, bezit, sportprestaties en genadeloosheid (bij de geslaagde zakenman of bij de “charmante” misdadiger).

Het is immers nooit kennis of goede manieren dat gelukkig maakt in series als “Beverly Hills 90210”, “Saved by the Bell” of “The Simpson”. De mensen die het belang van kennis heel hoog achten zijn op televisie altijd de mietjes, de “geek” of de “dork” in het Amerikaans, die allen hun eigen verenigen hebben waar ze zichzelf bezighouden met vreemde hobby’s, terwijl ze door de “normale” wereld om hun heen genegeerd worden. Voor hen is niet het “goede leven” van populariteit, feesten, alcohol en seks. Het intelligente-maar-niet-zo-mooie-meisje in de klas met een grote bril en uitstekende cijfers voor haar examens en met liefhebbende ouders wordt pas echt gelukkig nadat ze een metamorfose heeft ondergaan en zich heeft geconformeerd aan het ideaal: ze heeft haar bril gelaten voor een slank en sexy voorkomen compleet met minirok, de studie verdrongen naar de tweede plaats in haar leven in ruil voor feestjes en ontucht, en haar ouders tot wanhoop gedreven. De welopgevoedde persoon met goede manieren tegenover ouderen is altijd een buitenbeentje die teruggetrokken leeft, die wordt gepest op school, omdat hij of zij niet rebels en brutaal en dus niet stoer is.

Conclusie

Te veel onderzoeken tonen aan dat mensen wel degelijk beïnvloed worden door televisie en om dit nog te ontkennen is als het sluiten van de ogen voor de realiteit.

De televisie van nu presenteert de mensen met ideeën over goed en kwaad, en ideeën over de ideale manier van leven, die beiden resulteren uit de westerse visie op het leven. Omdat mensen door deze ideeën beïnvloedt worden, worden ook hun opvattingen en gedragingen beïnvloedt.

Maar uit de westerse visie op het leven resulteert een opvatting over goed en kwaad die de mensen onvermijdelijk naar ellende zal doen leiden. Deze opvatting is het idee van profijt: als ik er voordeel bij heb dan is het goed, en als ik er nadeel bij heb dan is het slecht, en ik heb verder met niemand anders iets te maken. Dit is waarom uit het westers ideaalbeeld vervolgens ellende resulteert, misdaad, ontevredenheid en jaloezie bij de mensen. Een allesverwoestend verlangen naar rijkdom en macht en een gebrek aan manieren en medeleven voor anderen. Hetgeen de mensen en de samenlevingen kapot maakt.

Dus niet televisie is de schuld van de ellende die de samenlevingen van tegenwoordig karakteriseert, in realiteit is zij enkel de brenger van het slechte nieuws. De echte boosdoener is het valse ideaalbeeld dat de televisie de mensen presenteert, en dus de visie op het leven waarop de televisie programma’s gebaseerd zijn. Deze visie, kapitalistische kijk op het leven, is hetgeen de mensen aanzet tot zoveel slechts, tot onmenselijkheid feitelijk. De kapitalistische ideologie, dat is de ware boosdoener.

De westerse cultuur is het ware recept voor ellende. Kijk maar om u heen…

________________________________________

[1] “Groepsverkrachters vinden het samen gewoon gezelliger”, www.nrc.nl/binnenland/article461521.ece en “200 jongens betrokken bij groepsverkrachtingen”, www.nrc.nl/binnenland/article461493.ece

[2] ”Seks in ruil voor drankje”, www.ad.nl/amsterdam/article169223.ece

[3] “Eerder seks door obscene muziektekst”,
www.telegraaf.nl/buitenland/47922591/Eerder_seks_door_obscene_muziektekst.html

[4] Bukatko & Daehler, “Child Development, a thematic approach”, 2001

[5] “Jongeren worden agressief van tv geweld”, www.scholieren.nrc.nl/weekkrant/2002/14/index.shtml

[6] Tannis MacBeth Williams, “The Impact of Television: A Natural Experiment in Three Communities”, www.world.std.com/~jlr/comment/tv_impact.htm

[7] “Eating disorders accompany television to Fiji, study finds”, www.news.bbc.co.uk/1/hi/health/347637.stm

[8] www.pbs.org/frontlineworld/stories/bhutan/editorial.html

[9] “Fast forward into trouble”, www.guardian.co.uk/weekend/story/0,3605,975769,00.html

[10] www.killology.com

[11] “Violence on TV: we must stop watching”, www.oecd.org/document/15/0,2340,en_2649_14935397_34389775_1_1_1_1,00.html

[12] Ter indicatie, zie bijvoorbeeld de populariteit van de “Faces of Death” films die enkel een verzameling van echte moorden tonen aan de kijker, of de opkomst van het tijdverdrijf van “happy slapping” waarbij nietsvermoedende voorbijgangers in elkaar worden geslagen en de misdadigers vervolgens de met hun telefoon gemaakte beelden op internet plaatsen om aan status te winnen.

Comments

comments

DELEN