Patrick Dewael, de voorzitter van de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart, gaat de imam en de voorzitter van de Grote Moskee in Brussel aangeven bij het gerecht. De twee legden tegenstrijdige verklaringen af in de commissie. Het gerecht moet nu beslissen of ze vervolgd worden voor meineed.

De passage van hoofdimam Mohamed Galaye N’Diaye en voorzitter Jamal Saleh Momenah van de Grote Moskee in Brussel is niet onopgemerkt gebleven in de commissie die de aanslagen van 22 maart onderzoekt. “De commissie heeft vastgesteld dat er tegenstrijdigheden waren in de twee verklaringen”, zegt Patrick Dewael.

Imam Mohamed Galaye N’Diaye kon bij zijn verhoor door de commissie in februari vragen niet beantwoorden en commissievoorzitter Dewael zei dat het verhaal dat de man van de moskee schetste, niet strookte met andere getuigenissen in de commissie, o.a. van de Staatsveiligheid en het OCAD, het orgaan dat de terreurdreiging onderzoekt. Peter De Roover, die namens de N-VA in de commissie zit, vroeg daarom toen al een onderzoek naar eventuele meineed.

De echte leidinggevenden van de moskee weigerden aanvankelijk voor de commissie te verschijnen, terwijl ze wel in de zaal zaten. “Wraakroepend”, klaagde Patrick Dewael toen. “Dit voedt het wantrouwen.”

Gedagvaard

Uiteindelijk kon voorzitter Jamal Saleh Momenah toch ondervraagd worden, nadat hij gedagvaard was door de commissie. Maar het verhoor van de man verliep moeizaam en hij zei dingen die niet overeenkwamen met wat Mohamed Galaye N’Diaye had gezegd.

Op de vraag waarom de moskee nog geen erkenning had aangevraagd, antwoordde de voorzitter laconiek: “We gaan dit met veel plezier onderzoeken.” En vragen naar de financiering van de moskee werden ontweken, tot frustratie van de ondervragende politici in de commissie.

Lees hier verder: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2949053

Comments

comments

DELEN