Sinds de maatregelen zijn gestart hebben de Moslims als gemeenschap zich gehouden aan de adviezen van de Nederlandse overheid. Er was tot zover dus geen aanleiding om te verdenken dat de Moslims zich niet aan de regels gaan houden. Toch vond de Nederlandse overheid het nodig om extra controles uit te voeren op moskeeën om te controleren dat moslims zich aan de regels houden. Dit deed zij in samenwerking met verschillende partijen waarvan de moskee de belangrijkste rol speelt.

De lockdown is in Nederland nog steeds in volle gang en de huidige maatregelen zijn wederom verlengd tot 20 mei 2020. Dat betekent voor de Moslims dat zij de maand Ramadan niet meer kunnen samenkomen voor de iftar en het nachtelijke taraweeh gebed. Dat is bovenop het feit dat de meerderheid van de moskeeën heeft besloten op advies van de overheid om de gebedshuizen te sluiten voor alle dagelijkse verplichte gebeden.

In het geval van de lockdown gaan de media en de overheid er bij voorbaat vanuit dat de Moslims zich niet gaan houden aan de maatregelen. Desalniettemin steunen de moskeeën de overheid in hun benadering om preventief de moslimgemeenschap te controleren. Hierdoor wordt enkel het beeld versterkt dat de Moslims zich niet zullen gaan houden aan de regels van de overheid omtrent het Coronavirus. Met andere woorden, door in samenwerking te treden met de overheid wordt de negatieve beeldvorming van de Moslims juist versterkt.

Het is daarom van belang om stil te staan bij de rol van de moskee in de gemeenschap. De moskee heeft altijd een unieke rol in de Islamitische geschiedenis gespeeld. In de tijd van de Profeet (saw) waren de metgezellen gewoon om daar samen te komen voor allerlei zaken en niet alleen het gebed. De Profeet (saw) gaf het Islamitisch oordeel over een bepaalde kwestie in de moskee en hij loste disputen tussen de mensen op. De moskee was dus de spil van de gemeenschap en er was altijd dynamiek aanwezig. Het was zeer zeker geen statisch gebouw dat mooi versierd werd en enkel voor spirituele bijeenkomsten werd gebruikt.

Het is voor de overheid niet in hun belang om de Islamitische identiteit te beschermen. Dit is enkel een belang die de Moslims en de moskee kunnen beschermen. Bovendien moeten de moskeeën nu inzien dat de overheid toch zeer zeker de moskeeën niet hoog in acht heeft. De parlementaire ondervraging van moskeebestuurders afgelopen februari 2020 zijn voldoende bewijsvoering om dit te ondersteunen.

De moskee zal zich eerder moeten richten op hun kerntaak en dat is namelijk de Islamitische identiteit van de Moslims in Nederland te beschermen. De moskee dient zich ook uit te spreken tegen het agressieve anti-islambeleid dat nu al jaren heerst in Nederland. Daarbij is er ook nog het zogenaamde integratiebeleid dat voornamelijk zich focust op de moslimgemeenschap. Dit zijn allerlei beleidsmaatregelen die de overheid voert waar de moskee een krachtig tegengewicht kan uitoefenen ten behoeve van de Moslims en de bescherming van hun identiteit. De invloed van de moskee op de gemeenschap is namelijk nog steeds enorm. De wekelijkse Djoem’a gebeden zijn uitstekende momenten om dit soort zaken aan te kaarten. Dit zijn de actuele zaken waar de Moslims dagelijks mee te maken hebben. Als de moskee daarbij niet het juiste beeld hierover meegeeft aan de moslim, wie gaat het anders doen?

Tot slot, het is niet realistisch dat de hulp die de moskeeën aanbieden aan de overheid hen weer in een goed daglicht zal brengen. Hadden de moskeeën jaren geleden ook al niet een dergelijke verstandshouding met de overheid? Heeft de overheid hen toentertijd tevens niet aan de kant geschoven puur op basis van hun ‘salafistisch’ achtergrond of ‘vermeende’ banden met ‘onvrije’ landen?

De Profeet (saw) heeft gezegd:

لاَ يُلْدَغُ الْمُؤْمِنُ مِنْ جُحْرٍ مَرَّتَيْنِ ‏

“De gelovige wordt niet twee keer uit hetzelfde hol gebeten.”  (Overgeleverd door Bukhari).

Abdel Haqq

Comments

comments

DELEN