Na de dood van ‘Oemar bin al Chattab (ra) werd ‘Oethman bin ‘Affan (ra) door de moslims verkozen als Khalifa. Hij was derhalve de derde van de vier Khoelafaa ar Raasjiddien, de Rechtgeleide Kaliefen.

Zijn naam, zijn genealogie, zijn jeugd, en zijn status onder Qoraiesj

Zijn naam was ‘Oethman bin ‘Affan bin Abi’l ‘Aas bin Oemayya bin ‘Abd Sjams bin ‘Abd Manaf bin Qoesayy bin Kilab bin Moerra bin Ka’ab bin Loeayy bin Ghaalib al Qoeraasjie al Amawi. Langs vaderszijde ontmoet zijn genealogie die van de Boodschapper van Allah (saw) bij ‘Abd Manaf. ‘Abd Manaf had twee zonen, ‘Abd Sjams en Haasjim. De Boodschapper van Allah (saw) is een nakomeling van het geslacht langs de zijde van Haasjim en ‘Oethman langs de zijde van ‘Abd Sjams. Langs moederszijde is de familieband met de Boodschapper van Allah (saw) nog hechter. Zijn moeder was Oerwa, dochter van Kariz, zoon van Rabiyya, zoon van Habieb, zoon van ‘Abd Sjams. Oerwa’s moeder was Oemm Haakim en Oemm Haakim was de zuster van de vader van de Boodschapper van Allah (saw).

‘Oethman werd geboren in het zesde jaar na het “Jaar van de Olifant”, het jaar waarin de heerser over Jemen probeerde Mekka te veroveren middels olifanten. Hij was daarmee omstreeks 6 jaren jonger dan de Boodschapper van Allah (saw). Hij behoorde tot de Oemayyad clan van Qoraiesj. Zijn vader was één van de rijkste handelaren van Qoraiesj waardoor ‘Oethman in de unieke situatie verkeerde als jong kind al lezen en schrijven geleerd te hebben.

Van zijn vader leerde ‘Oethman het vak van handelaar waarin hijzelf ook zeer bekwaam werd. De vader van ‘Oethman was van groot karakter. Eenmaal op de terugweg van een handelsreis naar Jemen werden ‘Oethman en zijn vader samen met ‘Abdoerrahman bin ‘Auf en diens vader tegengehouden. De vader van ‘Oethman droeg namelijk de nalatenschap van een persoon die in Jemen was overleden met zich mee. De groep van de vader van ‘Oethman werd staande gehouden door lieden die hem de nalatenschap afhandig wilden maken maar hij had beloofd deze te overhandigen aan diens erven in Mekka. Dus de vader van ‘Oethman weigerde en stond er op dat hij zijn belofte na zou komen. Daarop kwam het tot vechten waarbij de vader van ‘Abdoerrahman bin ‘Auf werd gedood. ‘Oethman, zijn vader en ‘Abdoerrahman bin ‘Auf ontkwamen echter. De nalatenschap werd overhandigd aan de rechtmatige eigenaren zoals de vader van ‘Oethman had beloofd.

Toen ‘Oethman omstreeks 20 jaren oud was overleed zijn vader tijdens een handelsreis. Hij liet ‘Oethman een fortuin na. ‘Oethman was net als zijn vader bekwaam in de handel zo niet meer. Hij stond bekend als een uitermate eerlijke handelaar en vergaarde voor zichzelf op jonge leeftijd al een groot fortuin waardoor hem de bijnaam ‘Oethman Ghaani werd gegeven. Hij was ook bekend omdat hij zijn rijkdom deelde met de armen in Mekka. Hij deelde zijn welvaart met zijn familie, hij ondersteunde arme families, en hij nam onder zijn hoede verschillende weduwen en wezen die niemand anders hadden om voor hen te zorgen. En ondanks zijn immense rijkdom hield hij van een leven van eenvoud en niet van extravagantie. Bij al zijn rijkdom kende hij geen arrogante trots. Hij sprak met zachte stem, was bescheiden en zachtaardig. Hij was één van de meest eerbiedwaardige personen onder de Mekkanen, want zeer correct in zijn omgang met de mensen. Hij was, ten gevolge van dit alles, zeer geliefd onder de Mekkanen.

Hij en zijn vriend Aboe Bakr (ra) hielden zich altijd afzijdig van de aanbidding van afgoden, de praktijk die in het Mekka van Onwetendheid de boventoon voerde. Aboe Bakr (ra) en hij waren ook goede vrienden van de Boodschapper van Allah (saw) reeds voordat deze de eerste openbaringen ontving. De jonge Mohammed (saw) werd door ‘Oethman veelvuldig gebruikt als raadsman en adviseur.

Van de ‘Oethman in de tijd van Onwetendheid is bekend dat zijn gevoel voor schaamte al zo sterk ontwikkeld was dat hij bij het spelen met leeftijdsgenootjes zijn bovenlichaam niet ontblootte zoals zij gewoon waren te doen. En ondanks dat het voor de Mekkanen de gewoonte was om zedeloosheid te bedrijven en overspel te plegen was ‘Oethman kuis. Hij dronk ook nooit alcohol, evenals zijn vriend Aboe Bakr (ra).

‘Oethman behoorde tot de mooiste mensen van Mekka. Er is overgeleverd dat hij groot noch klein was, maar van gemiddelde lengte. Hij had een witte, ietwat gelige huidskleur en een mooie, grote baard. Er waren op zijn gezicht sporen van pokken te zien, wat bij hem de schoonheid verrijkte echter. Hij was gespierd en had lange haren tot onder de oren. ‘Oesama bin Zaid werd eens, toen hij nog een kind was, door de Boodschapper van Allah (saw) naar ‘Oethman en zijn vrouw Roeqiyya (de dochter van de Boodschapper van Allah (saw)) gestuurd. Hij keek lang naar het gezicht van Roeqayya, en hij keek lang naar het gezicht van ‘Oethman. Toen hij terugkeerde naar de Boodschapper van Allah (saw) vroeg deze hem: “Heb je ooit een mooier stel gezien?”. ‘Oesama antwoordde: “Nee, o Boodschapper van Allah (saw)!”.

Zijn bekering tot Islam

Volgens Ibn Ishaaq was ‘Oethman de eerste man die Islam omarmde na Aboe Bakr, ‘Ali en Zaid ibn al Haritha. ‘Oethman omarmde Islam na hier tot uitgenodigd te zijn geweest door zijn vriend Aboe Bakr. De moeder van ‘Oethman boycotte hem na zijn bekering. Het is verder overgeleverd dat zijn oom van vaderszijde, Al Hakaam bin Abi’l ‘Aas bin Oemayya, hem na zijn bekering vast nam, vastbond met een touw en zei: “Wens jij de religie van je voorvaderen te verlaten voor een verzonnen religie? Bij Allah, ik zal niet stoppen totdat jij opgeeft hetgeen je bij betrokken bent”. ‘Oethman antwoordde: “Bij Allah, ik zal het niet opgeven noch verlaten”. Toen Al Hakaam de vastberadenheid bij ‘Oethman zag liet hij hem met rust.

Zijn tijd in Mekka

‘Oethman (ra) was ten tijde van zijn bekering tot Islam getrouwd met twee vrouwen die beiden weigerden hem (ra) te volgen. Hij (ra) scheidde derhalve van hen beiden. De Boodschapper van Allah (saw) trouwde daarop zijn tweede dochter Roeqayya met ‘Oethman (ra). Het was een buitengewoon gelukkig huwelijk maar de Mekkaanse haat voor hun Islam maakte het leven in Mekka niet gemakkelijk voor het paar. Na overleg met de Boodschapper van Allah (saw) besloten ze dan ook te emigreren naar Abessinnië. De Boodschapper van Allah (saw) zei: “Moge Allah (swt) hen tweeën vergezellen. ‘Oethman is de eerste die met zijn familie emigreert voor de zaak van Allah sinds (Profeet) Loet”. In Abessinnië kregen ‘Oethman (ra) en Roeqayya een zoon die zij ‘Abdoellah noemden. Hierna werd ‘Oethman (ra) Aboe Abdoellah genoemd.

Na twee jaar in Abessinnië hoorden ‘Oethman (ra) en Roeqayya het gerucht dat Mekka tot Islam overgegaan was en ze keerden daarop terug naar huis. Toen ze aankwamen in Mekka bleek het gerucht vals maar ze besloten niet terug te gaan naar Abessinnië. Ze bleven in Mekka en ‘Oethman (ra) stelde zijn fortuin ten dienste van Islam. Hij ondersteunde de arme bekeerlingen financieel en kocht de slaven vrij die zich bekeerd hadden tot Islam. Ten tijde van de boycot van de moslims in Mekka zorgde ‘Oethman (ra) er voor dat zij toch op gezette tijden bevoorraad werden met voedsel. En ‘Oethman (ra) gebruikte zijn status en reputatie om onder de jongeren in Mekka steun te vergaren voor een opheffing van de boycot, waardoor deze na drie jaren inderdaad opgeheven werd.

‘Oethman (ra) was ook een van de personen zijn die in opdracht van de Boodschapper van Allah (saw) de openbaringen van de Edele Koran opschreef, zoals de Boodschapper (saw) dicteerde.

Zijn tijd in Al Medina

‘Oethman (ra) emigreerde tezamen met de rest van de moslims naar Al Medina, nadat het volk daar de Boodschapper van Allah (saw) uitgenodigd had om hun leider te worden. ‘Oethman (ra) liet zijn rijkdommen in Mekka achter en vertrok samen met Roeqayya. In Al Medina nam ‘Oethman (ra) zijn beroep van handelaar weer op, waarmee hij een goed inkomen verdiende.

Toen twee jaar na de emigratie de moslims zich voorbereidden op wat de Slag bij Badr zou worden, bereidde ‘Oethman (ra) zich met hen voor. Echter, zijn vrouw Roeqayya werd ernstig ziek en de Boodschapper van Allah (saw) gaf ‘Oethman (ra) de opdracht in Al Medina achter te blijven. De Boodschapper van Allah (saw) zei tegen ‘Oethman, volgens een overlevering in Al Boechari: “Je zult een beloning krijgen en een deel van de oorlogsbuit gelijk het deel van iemand die deelgenomen heeft in de Slag bij Badr”. Hij (saw) maakte ‘Oethman (ra) verantwoordelijk voor Al Medina ten tijde van zijn (saw) afwezigheid. Roeqayya stierf toen de moslims vochten op het slagveld en toen het nieuws van de overwinning voor de moslims Al Medina bereikte werd Roeqayya juist begraven.

Na de dood van Roeqayya boodt ‘Oemar ibn al Chattab (ra) ‘Oethman (ra) de hand van zijn dochter Hafsa aan. Echter, ‘Oethman (ra) kende nog teveel verdriet over de dood van Roeqayya en bedankte ‘Oemar (ra) op vriendelijke wijze. Hafsa zou uiteindelijk de vrouw worden van de Boodschapper van Allah (saw). Na een tijdje stelde de Boodschapper van Allah (saw) zijn derde dochter, ‘Oemm Koelthoem, voor aan ‘Oethman (ra). Ze huwden en de Boodschapper van Allah (saw) zei tegen zijn dochter Oemm Koelthoem: “Voorwaar, van alle mensen lijkt jouw man het meest op (Profeet) Ibrahiem en jou vader Mohammed”. Ook zijn huwelijk met Oemm Koelthoem was voorbeeldig. ‘Oethman (ra) hield veel van zijn vrouw en verzorgde haar liefderijk. Oemm Koelthoem op haar beurt verzorgde ‘Abdoellah, de zoon uit het huwelijk van ‘Oethman (ra) en Roeqayya met veel liefde. Maar ‘Abdoellah stierf twee jaar na zijn moeder. En nauwelijks vier jaar later, zes jaar na haar huwelijk met ‘Oethman (ra), stierf ook Oemm Koelthoem.

‘Oethman (ra) was hierdoor wederom zwaar getroffen met verdriet. In reactie vroeg de Boodschapper van Allah (saw) de mensen: “Geef jullie dochters aan ‘Oethman. Als ik een derde dochter zou hebben gehad, dan zou ik haar voorzeker in huwelijk aan hem geschonken hebben. Ik heb hem nooit één van mijn dochters getrouwd behoudens onder invloed van Goddelijke Inspiratie”. De Boodschapper van Allah (saw) zei ook tegen ‘Oethman: “Als ik veertig dochters zou hebben gehad, dan zou ik hen één voor één met je hebben laten trouwen, totdat geen van hen meer over zou zijn”.

‘Oethman (ra) werd Dhoe Noerain genoemd, de Bezitter van Twee Lichten. Imaam As Soejoeti heeft overgeleverd van ‘Abdoellah bin ‘Oemar bin Abban al Djoenaafi dat zijn oom van vaderszijde zei: “Niemand is ooit met twee dochters van een Profeet verenigd geweest sinds Allah (swt) Adam (as) schiep, noch zal er iemand zijn buiten ‘Oethman tot het Uur komt, en voor deze reden werd hij de Bezitter van Twee Lichten genoemd”. En van ‘Ali bin Aboe Taalib (ra): “Dat is een man (‘Oethman) die de Bezitter van Twee Lichten wordt genoemd in de Meest Verheven Plaats van Samenkomst van Engelen. Hij is de schoonzoon van de Boodschapper van Allah (saw) middels twee van zijn (saw) dochters”.

In Al Medina financierde ‘Oethman (ra) de bouw van de moskee van de Boodschapper van Allah (saw). Toen de moslims in Al Medina te leiden hadden onder slechte watervoorziening sprak de Boodschapper van Allah (saw) tot de moslims: “O jullie moslims! Wie van jullie wil de put in Beer Rauma kopen in ruil voor een huis in het Paradijs?”. ‘Oethman (ra) kocht de put, de enige zoetwatervoorziening in de omgeving en schonk deze aan de moslims. De Boodschapper van Allah (saw) gaf ‘Oethman (ra) toen de blijde tijding van het Paradijs voor hem in het komende leven.

Na de Slag bij Badr was ‘Oethman (ra) aanwezig bij de veldslagen die de moslims uitvochten. Tijdens de Slag van Oehoed ontstond op gegeven moment het gerucht dat de Boodschapper van Allah (saw) gedood was geworden. Behoudens een enkeling trokken de meeste moslims zich toen terug van het slagveld, niet wetende dat de Boodschapper van Allah (saw) nog altijd in leven was. ‘Oethman (ra) behoorde tot hen. Allah (swt) vergaf deze moslims hiervoor, en dus ook ‘Oethman (ra), en openbaarde:

“Voorzeker, diegenen onder u die op de dag waarop de twee scharen elkander ontmoetten, omkeerden, werden door Satan wegens hun daden aan het wankelen gebracht. Maar Allah heeft het hen vergeven. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam”. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 155)

Later, toen de Boodschapper van Allah (saw) met de moslims vertrok naar Mekka om de Hadj te verrichten, wees hij (saw) ‘Oethman (ra) aan om als afgezant van de moslims met de Qoraiesj in Mekka te onderhandelen. Een tijd nadat ‘Oethman (ra) vertrokken was ontstond in het kamp van de moslims, opgeslagen nabij Hoedaybiyya, het gerucht dat hij door de Qoraiesj vermoord was geworden. Hierop riep de Boodschapper van Allah (saw) de moslims bijeen om de eed van gehoorzaamheid en trouw (bay’a) van hen af te nemen, opdat zij verenigd zouden zijn en blijven in de strijd voor Islam, tegen de Qoraiesj. Omdat ‘Oethman (ra) afwezig was wegens zijn rol als gezant gaf de Boodschapper van Allah (saw) zelf de eed in naam van ‘Oethman, door met zijn rechterhand in zijn linkerhand te slaan. Hij (saw) zei: “ ‘Oethman bin ‘Affan is op de zaak van Allah (swt) en de zaak van Zijn Boodschapper (saw) (en hij sloeg zijn ene hand in de andere)”. De metgezellen achtten de eed van ‘Oethman (ra) de beste van alle eden die dag omdat hij gegeven was door de hand van de Boodschapper van Allah (saw).

Toen na het Pact van Hoedaybiyya alsmaar meer mensen Islam binnentraden werd de moskee van de Boodschapper van Allah (saw) in Al Medina al snel te klein. De Boodschapper van Allah (saw) verzocht zijn metgezellen geld te doneren om de moskee te vergroten maar ‘Oethman (ra) zwoer de ganse kost van de uitbreiding voor zijn rekening te nemen waardoor geen van de andere moslims nog iets hoefde bijdragen.

Hierna toonde ‘Oethman (ra) zijn moed in de strijd voor Islam, tijdens de Slag om Khaybar. De moslims kenden de grootste moeite om de verstevigde forten van Khaybar in te nemen, maar als één van twee beklom ‘Oethman (ra) te midden van de vijand de muur van het fort van Naam. Daarmee leidde hij die dag de overwinning van de moslims in.

Toen de moslims in reactie op bedreiging afkomstig van Heraclius, de keizer van de Byzantijnen, een leger voorbereidden voor expeditie naar Syrië, vroeg de Boodschapper van Allah (saw) de moslims om dit leger te ondersteunen middels giften en donaties. ‘Oethman (ra) zei: “O Boodschapper van Allah (saw), ik zal verantwoordelijk zijn voor honderd gezadelde kamelen, op de weg van Allah”. Toen de Boodschapper van Allah (saw) de moslims hierop nogmaals vroeg om giften en donaties ter ondersteuning van het leger zei ‘Oethman (ra): “O Boodschapper van Allah (saw), ik zal verantwoordelijk zijn voor tweehonderd gezadelde kamelen, op de weg van Allah”. Toen de Boodschapper van Allah (saw) de moslims hierop nogmaals vroeg om giften en donaties ter ondersteuning van het leger zei ‘Oethman (ra): “O Boodschapper van Allah (saw), ik zal verantwoordelijk zijn voor driehonderd gezadelde kamelen, op de weg van Allah”. Daarop kwam de Boodschapper van Allah (saw) van de minbar (preekstoel) omlaag naar ‘Oethman, en zei: “Er zal niets meer tegen ‘Oethman zijn na vandaag, ongeacht wat hij doet hierna”.

Direct na de Val van Mekka brachten de moslims een zeer groot leger tezamen. Hun aantal was 12.000 waardoor sommigen zichzelf onoverwinnelijk achtten en de noodzaak tot de Hulp van Allah (swt) vergaten. Tijdens de Slag om Al Hoenain liep dit leger in een hinderlaag, echter, in de pas bij Al Hoenain. Een regen van pijlen en speren daalde op de moslims neer en de meeste van en vluchtten in wilde paniek. Slechts negen man hielden stand en beschermden de Boodschapper van Allah (saw). Onder deze negen man was ‘Oethman (ra).

Na de dood van de Boodschapper van Allah (saw), in de tijd van Khalifa Aboe Bakr (ra), fungeerde ‘Oethman (ra) als een voorname adviseur van de Khalifa. Op zijn sterfbed dicteerde Aboe Bakr (ra) zijn testament aan ‘Oethman (ra). Ook in de tijd van Khalifa ‘Oemar (ra) trad ‘Oethman (ra) op als adviseur van de Khalifa. Van ‘Oethman (ra) kwam de suggestie om een Bayt oel Mal (schatkist van de Islamitische Staat) in te stellen om in tijden van rijkdom te sparen voor tijden van armoe. In de tijd van de Boodschapper van Allah (saw) werd al hetgeen de Islamitische Staat aan middelen binnenkreeg direct uitgegeven ten gunste van Islam en de moslims en ten tijde van Khalifa Aboe Bakr (ra) was dit beleid gecontinueerd. Toen de moslims alsmaar rijker werden adviseerde ‘Oethman (ra) Khalifa ‘Oemar (ra) om een deel van de inkomsten van de Islamitische Staat opzij te zetten voor de toekomst en Khalifa ‘Oemar (ra) volgde dit advies.

Eenmaal, toen het land werd gekweld door ernstige hongersnood, arriveerde een karavaan met voedsel in Al Madina. De karavaan was handelswaar in eigendom van ‘Oethman (ra). Handelaren haastten zich daarop naar het huis van ‘Oethman (ra) en boden hem de wildste bedragen voor de karavaan. ‘Oethman (ra) vroeg hen hoeveel winst ze hem zouden geven. Het hoogste bod was 100% winst, maar ‘Oethman (ra) antwoordde dat hij 1000%, of 10 maal de kost, als winst wilde hebben. De handelaren zeiden dat ze dat niet konden betalen en dat niemand dat zou kunnen betalen. Maar ‘Oethman (ra) zei dat hij een dergelijk aanbod reeds ontvangen had. De handelaren vroegen hem wie de persoon was die een dergelijk bod gedaan had. ‘Oethman (ra) antwoordde hen dat Allah (swt) dit aanbod had gedaan en hij (ra) liet het voedsel verdelen onder de arme mensen van Al Medina.

‘Oethman (ra) kende verder als gewoonte om iedere vrijdag een slaaf vrij te kopen.

Zijn benoeming tot Khalifa

Op zijn sterfbed wees Khalifa ‘Oemar bin al Chattab (ra) zes metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw) aan die na zijn dood de taak zouden krijgen om een nieuwe Khalifa te kiezen. Zij waren ‘Ali bin Aboe Talib (ra), ‘Oethman bin Affan (ra), ‘Abdoerrahman bin Auf (ra), Sa’ad bin Abi Waqqas (ra), Zoebair bin Awwam (ra) en Talha bin ‘Oebaidoellah (ra). Deze commissie kwam voor het eerst bijeen toen Khalifa ‘Oemar (ra) nog in leven was. Talha (ra) was op dat moment niet in Al Medina. Het bleek al snel dat er binnen de commissie een verschil van mening bestond over wie de opvolger van ‘Oemar (ra) zou moeten zijn in het regeren over de mensen met het Boek van Allah (swt) en de Soenna van Zijn Profeet (saw). Op de derde dag na de dood van ‘Oemar (ra) deed ‘Abdoerrahman bin ‘Auf (ra) derhalve afstand van de claim op het leiderschap. ‘Abdoerrahman (ra) vertelde zijn commissiegenoten dat er lang genoeg gedebatteerd was en dat het tijd was geworden om een nieuwe Khalifa te kiezen. De overige commissieleden waren niet bereid om te doen zoals ‘Abdoerrahman (ra) had gedaan en vroegen hem om van onder hen de nieuwe Khalifa te kiezen. ‘Abdoerrahman (ra) accepteerde en ging te werk door de vier overige leden van de commissie (Talha was nog immer niet in Al Medina aangekomen) in persoonlijke gesprekken te vragen: “Wie zou je kiezen als Khalifa, indien ik zou besluiten jouw niet als Khalifa te kiezen?”. ‘Ali (ra) antwoordde: “In dat geval, ‘Oethman”. ‘Oethman (ra) antwoordde: “In dat geval, ‘Ali”. Zoebair (ra) antwoordde: “In dat geval ‘Ali of ‘Oethman”. Sa’ad (ra) antwoordde: “In dat geval, ‘Oethman”. Met deze keuze voor ‘Oethman (ra) trok ‘Abdoerrahman (ra) naar de leiders van de stammen in en rond Al Madina om hen naar hun mening te vragen. Mede omdat ‘Oethman (ra) op dat moment ouder was dan ‘Ali (ra), ‘Oethman (ra) was meer dan zeventig terwijl ‘Ali minder dan vijftig jaren oud was, ondersteunden zij de keuze voor ‘Oethman (ra). Ten slotte wendde ‘Abdoerrahman (ra) zich tot ‘Ali (ra) en ‘Oethman (ra) persoonlijk. Hij vroeg ‘Ali: “Als ik je kies als Khalifa, beloof je dan de Koran en de Soenna te volgen, en de idsjtihaad van je voorgangers?”. ‘Ali (ra) antwoordde dat hij de Koran en de Soenna zou volgen, maar dat hij de idsjtihaad van de voorgangers zou volgen voor zover hij dit goed achtte. ‘Oethman (ra) werd door ‘Abdoerrahman (ra) dezelfde vraag gesteld en hij antwoordde bevestigend. ‘Oethman (ra) beloofde de idsjtihaad van zijn voorgangers te zullen volgen. Daarop wees ‘Abdoerrahman (ra) ‘Oethman (ra) aan als de nieuwe Khalifa.

Gebeurtenissen ten tijde van het Kalifaat van ‘Oethman (ra)

Aboe Bakr (ra) had als Khalifa de verzen van de Edele Koran bijeen laten brengen door de materialen waar dezen op geschreven waren te laten verzamelen. Khalifa ‘Oethman (ra) stelde volgens een commissie in om de Edele Koran volgens één enkele schrijfwijze vast te leggen. Zodat in de toekomst de moslims niet verdeeld zouden raken voor wat betreft recitatie van de Koran. Zoals Khalifa Aboe Bakr (ra) had gedaan gaf ook Khalifa ‘Oethman (ra) aan Zayd ibn Thaabit (ra) de verantwoordelijkheid voor deze taak. Van Zayd ibn Thaabit (ra) is hieromtrent overgeleverd: “Ik zag de Metgezellen van Mohammed (saw) de straten opgaan, zeggende: ‘Bij Allah, ‘Oethman heeft goed gedaan! Bij Allah, ‘Oethman heeft goed gedaan!’”.

Ook ging Khalifa ‘Oethman (ra) verder waar Khalifa ‘Oemar (ra) het gelaten had voor wat betreft de verspreiding van Islam. Na het sterven van Khalifa ‘Oemar (ra) probeerden sommige mensen in verschillende gebieden zichzelf aan de autoriteit van Islam te onttrekken, zoals Perzië, Azerbeidjaan en Armenië. Maar onder leiding van Khalifa ‘Oethman (ra) werden al deze gebieden heroverd. De Byzantijnen stuurden na de dood van Khalifa ‘Oemar (ra) een leger naar Egypte, denkende dat de Islamitische Staat verzwakt zou zijn. Maar Khalifa ‘Oethman (ra) greep kordaat in, bereidde een leger voor en heroverde Egypte op de Byzantijnen. Tevens opende dit leger vervolgens het noorden van Soedan en het ganse noorden van Afrika voor Islam. Verder werd ten tijde van Khalifa ‘Oethman (ra) Transoxanië geopend voor Islam, oftewel Oezbekistan, Tadzjikistan en Kazachstan. De legers van Islam trokken ook oostwaarts en reikten tot aan India (Al Hind). Verder in de tijd van Khalifa ‘Oethman (ra) zetten de eerste moslims voet in Spanje. En de eilanden Cyprus en Rhodes werden geopend voor Islam, waardoor Khalifa ‘Oethman (ra) de geschiedenis in is gegaan als de eerste Amier al Moe’uminien die een zeevloot bijeenbracht. Onder Khalifa ‘Oethman (ra), met andere woorden, werd de Islamitische Staat ook een zeemacht die de Middellandse Zee domineerde.

In eerste instantie waren de mensen verheugd met het leiderschap van ‘Oethman (ra) omdat zij dachten dat dit conform de persoonlijkheid van ‘Oethman (ra) minder streng zou zijn dan het leiderschap van Khalifa ‘Oemar (ra). En de mensen hadden gelijk, want waar Khalifa ‘Oemar (ra) sommige mensen binnen de Wet van Allah (swt) additionele beperkingen had opgelegd om hen te beschermen tegen zichzelf, daar verruimde Khalifa ‘Oethman (ra) hetgeen mogelijk was voor de mensen daar waar de Wet van Allah (swt) dit toeliet. En Khalifa ‘Oethman (ra) besloot minder van de inkomsten van de Islamitische Staat te sparen voor latere uitgaven, om in plaats hiervan de uitkeringen van de Staat aan de mensen met 25% te verhogen.

Direct na zijn aanstelling deed Khalifa ‘Oethman (ra) aan de ambtenaren van de Islamitische Staat een bevel uitvaardigen waarin hij zei: “Na Allah geprezen te hebben en alle dank toegekomen te doen hebben, mag het gezegd worden dat Allah (swt) eist dat de ambtenaren de mensen het goede toewensen en hen beschermen. De ambtenaren is niet de macht gegeven enkel en alleen om belastingen te innen van de mensen. In Islam is de positie van ambtenaar om te beschermen, niet om belastingen te heffen”.

Khalifa ‘Oethman (ra) deed aan de soldaten van de Islamitische Staat een bevel uitvaardigen waarin hij zei: “Onthoudt dat jullie de grenzen van de Islamitische Staat beschermen. Jullie zijn er om het leven en het bezit van de moslim te beschermen. Ik ben bekend met de wetten die ‘Oemar uiteengezet heeft om jullie te leiden. Inderdaad, deze wetten zijn ingesteld na mij en andere moslims geconsulteerd te hebben. Pas op dat ik geen klachten ontvang betreffende jullie voor het overtreden van deze wetten. Als jullie dit doen, dan zal Allah een andere persoon in jullie plaats aanstellen”.

Khalifa ‘Oethman (ra) deed aan de belastingambtenaren in de Islamitische Staat een bevel uitvaardigen waarin hij zei: “Weet, jullie allen, dat alle Heil en Verheffing voor Allah is. Allah gebied rechtvaardigheid en Hij zal nooit een handeling van deze regering goedkeuring die niet gebaseerd is op rechtvaardigheid. Wees rechtvaardig en eerlijk voor iedere betrokkene. Neem niet van een lichaam wat niet een plicht op hem is. Wees eerlijk. Zorg ervoor dat het vertrouwen van de mensen niet geschaad wordt. Onderdruk de mensen niet en val hen niet lastig. Wees bijzonder aandachtig voor wat betreft de wezen en de armen. Zorg ervoor dat hen niet een plicht opgelegd wordt die zij niet kunnen dragen”.

En tegen het volk zei Khalifa ‘Oethman (ra): “Weet dat wat jullie ook bereikt hebben, het is dankzij Islam en het volgen van de leiding van de Boodschapper van Allah (saw). Als jullie verloren raken in (de zaken van) deze wereld dan zullen jullie het doel van jullie leven verraden hebben. Volg Islam gehoorzaam en introduceer geen innovaties in geloof. Zorg ervoor dat de overvloed aan rijkdommen jullie niet doet afdwalen van de idealen van Islam. De uitbreiding van het gebied onder jullie controle heeft verschillende volkeren in jullie midden gebracht. Zorg ervoor dat dit niet leidt tot geschillen onder jullie. Houdt vast aan het touw van Allah (swt) allen tezamen. Moge Allah (swt) jullie zegenen”.

Khalifa ‘Oethman (ra) paste de indeling van de Islamitische Staat, zoals hij die geërfd had van ‘Oemar (ra) lichtjes aan. De Islamitische Staat onder Khalifa ‘Oemar (ra) had bestaan uit ondermeer twee provinciën in Egypte en twee in Syrië. Khalifa ‘Oethman (ra) voegde de twee provinciën in Egypte samen tot één, waardoor de effectiviteit van de regering aldaar sterk verbeterd werd. En hij voegde ook de twee provinciën in Syrië samen tot één om een sterkere buffer te vormen tegen de Byzantijnen.

Maar ‘Oethman (ra) werd Khalifa op een moeilijk moment. Er ontstond onrust in de Staat. De Islamitische Staat werd zeer, zeer groot, waardoor de invloed en macht van de Khalifa in de verste regionen zwakker werd en de macht en invloed van de door de Khalifa aangestelde gouverneurs sterker. De mensen werden in de tijd van Khalifa ‘Oethman (ra) ook alsmaar rijker, wat sommige mensen op een slechte manier beïnvloedde. Praktijken van zinloos amusement zoals de mensen die gekend hadden in de tijd van onwetendheid, zoals kleiduivenschieten, kwamen terug op. Khalifa ‘Oethman (ra) tolereerde deze tijverspilling niet en verbood al deze zaken. Wat hem niet in alle kringen in dank afgenomen werd. Ook werden de sahaba ouder en verschillende stierven voor en tijdens het bewind van Khalifa ‘Oethman (ra). Waardoor de mensen die Islam ten beste begrepen, en die de mensen opvoedden in Islam en die fouten van de mensen corrigeerden, alsmaar schaarser werden.

Zo kwam het dat mensen van verdacht allooi in de Islamitische Staat begonnen rond te trekken om valse verhalen te vertellen over Khalifa ‘Oethman (ra) en zijn ambtenaren. Zo werd door deze valse lieden betreffende Al Walid bin ‘Oeqba, een sahaba en halfbroer ‘Oethman die door hem was aangesteld als gouverneur van Koefa, beweerd dat deze in staat van dronkenschap het ochtendgebed geleid had. En dat hij met opzet niet de gebruikelijke twee maar vier raka’a had verricht en zich toen in arrogantie tot de mensen gewend had door te zeggen: “Zal ik nog meer (raka’a) voor jullie doen?”. Sommige mensen begonnen te geloven in deze verzinsels, en er werden nog andere verzinsels rondverspreid, en zij begonnen Khalifa ‘Oethman (ra) te bekritiseren op basis van deze leugens. Hem werd ondermeer voor de voeten geworden dat hij enkel familieleden als hoge ambtenaren aanstelde. Terwijl de meeste van de familieleden van ‘Oethman (ra) met een hoge positie in de Staat aangesteld waren door Khalifa ‘Oemar en niet door ‘Oethman… En onwetende mensen begonnen Khalifa ‘Oethman (ra) te beschuldigen van diefstal uit de Bait oel Mal omdat hij een huis voor zichzelf liet bouwen. Vergetende dat ‘Oethman (ra) één van de rijkste mensen onder hen was reeds voor zijn benoeming tot Khalifa en dat Khalifa ‘Oethman (ra) vanwege zijn rijkdom geen loon had besloten voor zijn werk als Khalifa geen loon te zullen nemen uit de Bait oel Mal.

Tijdens Hadj riep Khalifa ‘Oethman de mensen daarom bijeen om hen toe te spreken betreffende de roddels die over hem en zijn bestuur de ronde deden. Na Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) geprezen te hebben herinnerde hij de mensen eraan dat het niet bij Islam past om te roddelen. Islam staat voor het benoemen van man en paard. Hierna deelde hij de mensen mee dat hij hen bijeen geroepen had om hun bezwaren betreffende zijn regering te bespreken. Khalifa ‘Oethman (ra) vroeg de mensen of het niet de waarheid was dat hij voor zijn tijd als Khalifa reeds tot de rijkste mensen onder hen had behoord en dat hij als zodanig geen nood kende om de positie van Khalifa te misbruiken om zichzelf te verrijken. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen of dit de waarheid was, en zij zeiden: “Dat is waar, o Khalifa van de Profeet (saw)”. Toen zei ‘Oethman (ra): “Ik zweer dat ik nooit de positie (van Khalifa) geaspireerd heb, maar eens ik Khalifa werd gemaakt heb ik mijn taak gedaan. Jullie weten dat ‘Oemar een strenge heerser was. Na hem (ra) wensten jullie enige verlichting. In tegenstelling (tot ‘Oemar) volgde ik een zachtmoedig beleid. Aan het begin van mijn bewind verhoogde ik de uitkeringen voor de mensen. Ik behandelde de mensen als mijn eigen kinderen, mijn behandeling van hen was zachtaardig en genereus”. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen of dit de waarheid was, en zij zeiden: “Jawel, wij getuigen van uw zachtaardigheid”. Hierna herinnerde Khalifa ‘Oethman (ra) de mensen aan het feit dat onder zijn bewind de opstanden tegen de Islamitische Staat ongedaan waren gemaakt, dat de Byzantijnen en de Perzen verslagen waren, en dat vele nieuwe gebieden voor Islam waren geopend. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen of dit de waarheid was, en zij zeiden: “Wij getuigen dat wat u spreekt de waarheid is”. Toen zei Khalifa ‘Oethman (ra): “Kijk dan nu om jullie heen en zeg in eerlijkheid of jullie wel of niet rijker zijn geworden dan jullie gister waren. Kijk naar Al Madina. Is het niet gegroeid, en is zo een groei niet een uiting van welvarendheid van de mensen? Zijn de mensen in Mekka niet meer welvarend dan zij waren in het verleden? Is er iemand in de Staat die verhongerd?”. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen of dit correct was, en zij zeiden: “Voorwaar, dit is correct”. Toen zei ‘Oethman (ra): “Als alles wat ik heb gezegd correct is, is het dan niet ongepast dat sommigen van jullie zich te buiten gaan in roddels? Als jullie het hoofd van de Staat het slachtoffer laten worden van valse propaganda dan verzwakken jullie de eenheid van de Oemma. Onze kracht is gelegen in eenheid en als een poging wordt gedaan om onrust te zaaien onder de moslims dan zal dit in de kaart spelen van de vijanden van de moslims! Ik verzoek jullie derhalve, wees eerlijk en rechtvaardig. Als jullie rechtvaardigheid zoeken, dan moeten jullie eerst zelf rechtvaardig zijn. Ik verzeker jullie dat indien jullie rechtmatige klachten hebben, dat dit dan zal worden gecorrigeerd. Maar aan de andere kant, als jullie geen rechtmatige klachten hebben maar enkel frivole beschuldigingen, dit is niet in jullie eigenbelang noch in het belang van de Staat”.

Hierna ging Khalifa ‘Oethman (ra) in op enkele van de zaken die hem voor de voeten werden geworpen, zoals de aanklacht dat hij enkel familieleden in posities van macht had geplaatst. Hij (ra) zei: “Als Khalifa ben ik verantwoordelijk voor het regeren van gans het land. Ik heb derhalve personen aangesteld in wie ik het volste vertrouwen heb. Of die persoon familie van mij is of niet is niet van belang. Wat van belang is, is: hebben deze mensen hun taak gedaan? Is het niet een feit dat Wali (gouverneur) Moe’awiyya bijzonder geliefd is in Syrië? Is het niet een feit dat ‘Abdoellah bin Sa’ad heel Noord-Afrika heeft geopend (voor Islam)? Is het niet een feit dat ‘Oeqba ibn Walid zeer geliefd was in Koefa tijdens de eerste vijf jaar van zijn heerschappij en dat ik hem verwijderd heb toen stemmen opkwamen tegen zijn heerschappij? Is het niet een feit dat ‘Abdoellah bin ‘Aamir als Wali van Basra gans Perzië heeft heroverd en dat hij de moslimlegers zelfs tot Transoxanië heeft gebracht? O moslims! Wees eerlijk en rechtvaardig! Hoe kunnen jullie de prestaties van deze woelaa (gouverneurs) ontkennen en hen enkel bekritiseren omdat zij tot mijn familie behoren? Ik verzeker jullie dat ik hen heb benoemd omdat ik hen de meest geschikte personen achtte. Allen hebben voldaan aan mijn verwachtingen en ik ben van mening dat ik niets verkeerd heb gedaan door hen te benoemen als wali (gouverneur). En aan de andere kant, Mohammed bin Hoedhaifa was als een zoon voor me en wilde aangewezen worden voor een post (van regeren). Maar ik heb dit geweigerd, want ik achtte hem niet geschikt om zulke verantwoordelijkheid te dragen”. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen: “Heb ik niet de feiten gesproken?”. De mensen zeiden: “Jawel, u heeft de feiten gesproken zoals zij zijn”. Toen zei ‘Oethman: “Ik heb nu gezegd wat ik wilde zeggen. Ik ben bereid om naar jullie te luisteren. Als iemand van jullie een rechtmatige klacht heeft tegen mij of mijn regering, het is jullie vrij om zulke klachten kenbaar te maken”. Maar iedereen zweeg, en niemand zei iets.

De moord op Khalifa ‘Oethman (ra)

Maar de onruststokers lieten het hier niet bij zitten. Na terugkeer in Al Madina van Hadj belegerden zij het huis van ‘Oethman (ra). Dit was zeer tegen de wens van de overgebleven notabele sahaba, zoals ‘Ali (ra) en Az Zoebair (ra) en Talha (ra). ‘Ali (ra) stuurde zijn zoons Al Hassan en Al Hoessein om Khalifa ‘Oethman (ra) te bewaken en Az Zoebair (ra) stuurde zijn zoon en Talha (ra) stuurde zijn zoon. Imaam As Soejoeti vertelt dat Al Moeghira naar Khalifa ‘Oethman (ra) ging ten tijde van de belegering, en hem zei: “Jij bent de Imaam van de mensen, en zie wat er van je gekomen is. Ik geef je drie mogelijkheden. Één van hen is dat je naar buiten komt en hen (je belagers) bevecht, want de aantallen en de kracht zijn met jouw (oftewel: de meeste mensen zijn met jouw, vert.); jij staat in het recht en zij zijn verkeerd. Of, we kunnen voor jouw een deur hakken (in de muur van je huis, vert.), een andere dan de deur waar de mensen over waken, zit dan op je rijdier en reis naar Mekka want de mensen zullen het niet toegestaan achten om je daar te doden. Of je gaat naar Syrië, want daar zijn de mensen van Syrië en daar is Moe’awiyya (die je zal helpen, vert.)”. Khalifa ‘Oethman (ra) antwoordde: “Voor wat betreft mijn naar buiten gaan en vechten, ik zal niet de Khalifa van de Boodschapper van Allah (saw) in zijn Oemma zijn die hun bloed verspilt. En voor wat betreft mijn naar Mekka gaan, ik hoorde de Boodschapper van Allah (saw) zeggen: ‘Een man zal ruziën en twisten in Mekka, er zal op hem de helft van de bestraffing de wereld zijn’, en ik zal niet deze persoon zijn. En voor wat betreft mijn naar Syrië, ik zal nooit het thuis van Hidjra en de nabijheid van de Boodschapper van Allah (saw) verlaten”. Khalifa ‘Oethman (ra) verbood ook de sahaba zoals ‘Ali om te vechten tegen zijn belagers.

Zo koos Khalifa ‘Oethman ervoor om zelf te sterven in plaats van hardhandig een einde te maken aan de rebellie van onwetende mensen. Uiteindelijk drongen enkelen van de belagers het huis van ‘Oethman binnen en doodden hem. Imaam As Soejoeti vertelt dat ‘Ali (ra) woest was toen het nieuws hierover hem bereikte en zijn zonen alsmede de zonen van Az Zoebayr en Talha sloeg omdat dezen gefaald hadden de Khalifa te beschermen. Imaam As Soejoeti heeft verder verteld dat Ibn ‘Oemar (ra) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allah (saw) sprak over een fitna en zei: ‘Deze zal onrechtmatig gedood worden’, betreffende ‘Oethman”. En dat Moerra ibn Ka’ab zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (saw) spreken over een komende fitna, waarvan hij (saw) dacht dat deze dichtbij was. Een man liep voorbij, verhuld in zijn jas, en (de Boodschapper van Allah (saw)) zei: ‘Deze man zal op de Leiding zijn’. Ik stond op en ging naar hem (de man in de jas) en het was ‘Oethman ibn ‘Affan. Ik draaide om tot hem (de Boodschapper van Allah (saw)) en zei: ‘Deze?’. Hij (saw) zei: ‘Ja’.”.

Zaken waarin ‘Oethman (ra) de eerste was

Hij was ondermeer de eerste die emigreerde. En de eerste die de moskeeën parfumeerde. En de eerste die de moeadhdhiens (degenen die oproepen tot gebed) een salaris liet betalen. En de eerste die sprakeloos was tijdens de choetba (vrijdagpreek) en toen zei hij (ra): “Mensen, de eerste opstap is (altijd) moeilijk. Na vandaag zijn er andere dagen. En als ik leef zullen jullie de choetba van mij horen op de correcte wijze. Wij zijn nooit een goede spreker geweest en Allah (swt) zal het ons leren”. En de eerste die een hoofd van politie aanstelde. En het was zijn oemma waar voor de eerste maal mensen elkaar van fouten betichtten en de mening van andere niet accepteerden enkel als dwaling, terwijl zij voorheen over zaken van Islamitische wetgeving (fiqh) discussieerden en respectvol van mening verschilden zonder elkaar van dwaling te betichtten.

Comments

comments

DELEN