Op dinsdag 17 november presenteerde minister Eberhard van der Laan zijn “Integratiebrief 2009”. Een “visiebrief” noemde Van der Laan zijn document, omdat het uiteenzet wat de Nederlandse regering van plan is voor wat de betreft de integratie van immigrantengroepen en hun nakomelingen.

Wie een vlugge blik werpt op de brief krijgt de indruk dat dit nieuwe beleid breekt met eerder beleid op het gebied van integratie. Bijvoorbeeld neemt de brief afstand van de tegenstelling “allochtoon” versus “autochtoon”. In plaats van “allochtoon” wordt nu van de term “nieuwe Nederlanders” gebruik gemaakt, omdat, zo zegt de brief, “de term nieuwe Nederlander de blik (richt) op de toekomst en het erbij horen” terwijl de term allochtoon “op het verleden is gericht (de herkomst) en door velen wordt ervaren als een negatieve boodschap van ‘buitengesloten worden’.” Ook erkent de brief van minister Van der Laan eindelijk de keiharde realiteit dat de Nederlandse economie immigratie simpelweg nodig heeft, waar eerder integratiebeleid de fantasie in stand probeerde te houden dat Nederland niemand nodig heeft en immigranten alleen maar een plezier doet door ze in het land te laten. En hieraan gerelateerd maakt de integratiebrief racisme- en discriminatiebestrijding onderdeel van het nieuwe integratiebeleid, waar eerder integratiebeleid het bestaan van racisme en discriminatie grotendeels ontkende door immigranten te beschuldigen van te veel en te snel klagen (“in de slachtofferrol kruipen”).

De echte inhoud van de integratiebrief, echter, laat zien dat deze veranderingen enkel cosmetisch zijn en de kern van het integratiebeleid onaangeroerd laten.

Bijvoorbeeld geeft pagina 11 van de Integratiebrief aan dat integratie van de immigranten en hun nakomelingen vereist dat zij geloven in democratie. De brief zegt “Er is aanleiding voor de overheid om in te grijpen wanneer individuen of groepen (…) een antidemocratische agenda voeren”. Anders gezegd, immigranten en hun nakomelingen zijn verplicht om te geloven in democratie en om van democratie te houden.

Verder op pagina 11 wordt verder uiteengezet dat immigranten en hun nakomelingen verplicht zijn de door het integratiebeleid gestelde eisen onvoorwaardelijk te accepteren, en zich hieraan te onderwerpen. De brief zegt “Er is aanleiding voor de overheid om in te grijpen wanneer individuen of groepen (…) een anti-integratieve agenda voeren”.

Op pagina 23 van de integratiebrief, ten slotte, wordt de eis gesteld dat indien immigranten en hun nakomelingen scholen stichten op hun religieuze grondslag, dat deze dan niet de normen en waarden die daarbij horen leren aan de kinderen. Indien een school gesticht is door immigranten en hun nakomelingen dan is deze verplicht om de door de Nederlandse overheid goedgekeurde normen en waarden te leren aan de kinderen. De brief zegt “Immers, de school is een plek van overdracht van normen en waarden: de Nederlandse cultuur, waarbij het democratisch gedachtegoed en burgerschap hoog in het vaandel staan.”

Deze eisen zullen de onoplettende lezer mogelijk redelijk in de oren klinken. De bewuste lezer, daarentegen, zal opmerken dat het nieuwe integratiebeleid van de Nederlandse overheid twee ernstige misdaden in het eerdere integratiebeleid zal continueren.

De eerste van deze misdaden is dat de overheid eisen als bovengenoemde niet stelt aan westerse (lees: niet-moslim) immigranten en de zogenoemde gevestigde Nederlanders. Van hen eist de Nederlandse overheid niet dat zij geloven in de juistheid van democratie. De wet eist van hen enkel dat zij de democratie accepteren en respecteren. De Nederlandse overheid bemoeit zich verder ook niet met de scholen die zij op religieuze gronden stichten. Gevestigde Nederlanders mogen hun kinderen leren wat zij willen aan normen en waarden. Zij mogen hun kinderen zelfs de normen en waarden leren die de Nederlandse overheid verboden heeft verklaard voor immigranten en hun nakomelingen. Dit is discriminatie, feitelijk. Ook het nieuwe integratiebeleid zal precies zoals het eerdere integratiebeleid dus doorgaan met het verschillend behandeld van mensen, op basis van afkomst en etniciteit.

De tweede van de misdaden uit het eerdere integratiebeleid die ook door het nieuwe integratiebeleid gecontinueerd worden is de ergste, echter. Ook blijkens de Integratiebrief 2009 denkt de Nederlandse overheid de opvattingen en ideeën van immigranten en hun nakomelingen te mogen bepalen. Precies dit was ook de kern van het eerdere integratiebeleid, dat eveneens ten doel had om immigranten en hun nakomelingen te dwingen de door de Nederlandse overheid vastgestelde opvattingen en ideeën te accepteren, en dat dreigde met straf als de immigranten en hun nakomelingen weigerden dit te doen. Daarom is het zogenaamd nieuwe integratiebeleid van minister Van der Laan in werkelijkheid slechts een continuering van het eerdere integratiebeleid. Omdat haar kern – dwang tot verandering van opvattingen en ideeën – dezelfde is als de kern van het eerdere integratiebeleid. Het eerdere integratiebeleid is door minister Van der Laan enkel van een suikerrandje voorzien, om de “nieuwe Nederlanders” gunstig te stemmen en om hen te misleiden tot meewerken aan realisatie van de doelstellingen van het integratiebeleid.

Dit betekent dat de inquisitie het historisch precedent is van het integratiebeleid van de Nederlandse overheid. Omdat ook de inquisitie voor de mensen bepaalde waar zij in mochten geloven en waarin niet. Triest genoeg is het enige verschil tussen het integratiebeleid van de Nederlandse overheid en de inquisitie dat de inquisitie ten minste geen onderscheid maakte tussen mensen. Omdat de inquisitie iedereen verplichte tot geloof in katholicisme, of hij nu migrant was of niet.

Comments

comments

DELEN