De geschiedenis van marteling

In een legende uit de Griekse oudheid presenteert de smid Perillos vol trots zijn nieuwste uitvinding aan Phalaris, heerser over Agrigentum en groot tiran. Het betreft een uit brons gegoten stier, hol van binnen met een deur als opening naar buiten. Het gevaarte was volgens Perillos het middel bij uitstek om misdadigers mee te bestraffen. De misdadiger zou binnenin opgesloten moeten worden, waarna de bronzen stier – met de misdadiger in haar gevangen – door middel van een kolenvuur verhit zou moeten worden. De tiran Phalaris leek het idee wel wat, maar hij was niet overtuigd. Hij gaf opdracht om de bronzen stier te laten testen. Hij liet Perillos opsluiten in zijn eigen instrument voor marteling om deze vervolgens werkelijk te verwarmen boven een kolenvuur. Na het schreeuwen van Perillos, die langzaam werd gekookt in zijn eigen uitvinding, een tijdlang te hebben aangehoord liet Phalaris Perillos vrij vlak voordat deze bezweek – om hem vervolgens uit dank voor bewezen diensten van een klif naar beneden te gooien, zijn dood tegemoet. Phalaris zou de bronzen stier van Perillos vervolgens niet onbenut laten. Vele van zijn tegenstanders kwamen aan hun einde door tot de dood gekookt te worden in de bronzen stier. Uiteindelijk, echter, zou Phalaris op gelijke wijze zijn eigen einde tegemoet treden. Nadat Thelemarchis het regime van tiran Phalaris omver geworpen had gaf hij bevel Phalaris zelf te laten koken in zijn bronzen stier.

Martelingen zoals beschreven in de legende van de bronzen stier kennen een geschiedenis zo oud als de mensheid zelf. Volgens de oude Romeinen was marteling noodzakelijk voor eerlijke procesvoering. Bij hen was martelen en folteren een standaard onderdeel van het juridisch proces. Het idee was dat een slaaf als getuige onvermijdelijk zou liegen uit angst voor zijn meester. Voor een eerlijke verklaringen moest de slaaf daarom wel bedreigd worden met een lot erger dan hetgeen de meester zijn slaaf mee bedreigde. De verklaring van de slaaf werd om deze reden enkel acceptabel geacht indien deze onder foltering verkregen was.

na de Romeinen veranderde in Europa weinig voor wat betreft marteling. De Middeleeuwen in Europa staan vandaag de dag zelfs bekend als het tijdperk van marteling. Ten tijde van de Inquisitie vaardigde Paus Innocente IV een edict uit genaamd “ad extirpanda” dat de inquisiteurs het recht gaf om te martelen. Marteling zou een middel worden van de Inquisitie om verklaringen te vergaren, om bekentenissen te verkrijgen en om bestraffingen mee uit te voeren. Veelal werden de beklaagden – verdachten van ongeloof in de dogmas van de katholieke kerk – zonder dat zij bekend waren met precies hetgeen ze ten laste werd gelegd gemarteld om een bekentenis te verkrijgen. Eenmaal ze veroordeeld waren, veelal tot de dood, werd de executie door een verdere uitgebreide periode van marteling ingeleid in de hoop dat dit de veroordeelde ertoe zou aanzetten voor zijn sterven nog de namen van mogelijke medeplichtigen te geven. De Spaanse Inquisitie gebruikte marteling om de moslims en joden ertoe te bewegen het christendom aan te nemen, en om tot christendom bekeerde joden en moslims die men er van verdacht niet oprecht te zijn in het “nieuw gevonden geloof” aan te sporen zich beter in te leven als christen.

De publieke opinie in Europa betreffende marteling

Over tijd is de publieke opinie in Europa ten aanzien van marteling veranderd. Men zegt dat deze transitie begon met Pater Anton Praetorius (1560 – 1613), één van de eerste Europeanen die marteling publiekelijk afwees. Bij een proces tegen van hekserij verdachte vrouwen nabij Frankfurt am Main waar hij getuige van was, leidden zijn protesten tot het stopzetten van de marteling van de laatste van de vier beklaagde vrouwen, maar nadat de eerste drie reeds waren gestorven.

(Ter vergelijking, Islam verbood marteling ongeveer 900 jaar eerder. Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd: “Allah zal martelen degene die martelt in deze wereld.” (Moeslim).)

Markies Cesare van Beccaria (1738 – 1794) wordt alom aangeduid als de voornaamste Europese strijder tegen het gebruik van marteling als onderdeel van het rechtsproces. In zijn boek “Over Misdaad en Straf” van 1764 predikt Beccaria voor hervorming van het systeem van strafrecht in de Europese landen. Beccaria was overtuigd van de noodzaakt van een sociaal contract tussen de leden van een samenleving en de staat zoals beschreven door Montesquieu en beïnvloed door het utilitaire (op profijt gebaseerde) denken van Bentham. Als zodanig poneerde Beccaria de stelling dat de strafmaat niet moest resulteren uit concepten als wraak en bestraffing, maar uit het concept profijt. De straf zou volgens Beccaria bepaald moeten worden enerzijds op basis van de mate waarin de misdaad het sociaal contract schaadt. Anderzijds moet de straf volgens Beccaria bepaald worden op basis van profijt voor de samenleving.

Daarom stelde Beccaria dat de doodstraf en andere volgens hem “barbaarse wijzen van bestraffing”, oftewel marteling, een verkeerde manier van bestraffing was en dat slavernij een veel betere vorm van bestraffing zou zijn. Van de doodstraf ging volgens Beccaria geen dreiging uit om een misdaad niet te plegen, maar van levenslange opsluiting of gedwongen slavernij wel. Bovendien vertroebelden de doodstraf en de lijfstraffen het bewustzijn van menselijkheid in de mens, zo stelde Beccaria, wat op lange termijn schadelijk zou blijken te zijn voor de samenleving. Vanuit het perspectief van profijt van de samenleving viel levenslange opsluiting of gedwongen slavernij dus te prefereren boven de doodstraf en marteling.

Ook was Beccaria ferm gekant tegen het gebruik van marteling bij het zoeken naar informatie. Marteling zou de zwakke onschuldige doen bekennen, stelde Beccaria, terwijl de sterke schuldige in staat zou zijn om te blijven ontkennen. Desgevolgs zou in de rechtszitting de zwakke onschuldige bestraft worden maar de sterke schuldige beloond, voorspelde Beccaria.

Met zijn publicatie beïnvloedde Beccaria veel van het denken over marteling als bestraffing en als onderdeel van het juridisch proces. Zijn rationele behandeling van marteling, waaronder marteling werd beoordeeld als goed of slecht op basis van het profijt dat eruit zou resulteren, deden Beccaria concluderen dat marteling slecht was. Als straf zou het op lange termijn een slechte invloed hebben op de samenleving en als onderdeel van het juridisch proces zou het kunnen leiden tot bestraffing van de onschuldige en vrijspraak voor de schuldige, een onrecht dat op termijn ook slecht zou zijn voor de samenleving.

De publieke opinie tegenover marteling vandaag de dag wordt goed verwoord door verklaringen van wereldleiders als George W. Bush, die zei: “De Verenigde Staten zijn toegewijd aan de verwijdering van marteling van de wereld, en we leiden deze strijd door het goede voorbeeld te geven. Ik roep al de regeringen in de wereld op om zich te scharen achter de Verenigde Staten … in de bestrijding van iedere vorm van marteling.” [1] De publieke opinie is zozeer gekant tegen marteling dat de misdaad van marteling nu zelfs geaccepteerd wordt als rechtvaardiging voor invasie en bezetting van soevereine naties. Bijvoorbeeld zei wederom George W. Bush na de Amerikaanse invasie van Irak: “Irak is nu verlost van een brute dictator. Irak is nu verlost van de man die de oorzaak is voor massagraven aldaar. Irak is verlost van verkrachtings- en martelkamers. Irak is verlost van een misdadiger. Amerika heeft gedaan wat juist is.” [2]

De moderne wetten betreffende marteling

In de grondwet van de nieuwe Franse staat na de revolutie van 1789 werd een verbod op marteling opgenomen. Met de verovering van Europa door Napoleon zou deze praktijk zich verspreiden over Europa en in 1828 was Portugal het laatste Europese land dat marteling bij wet verbood.

In 1948, vervolgens, maakten de Verenigde Naties een verbod op marteling tot één van de Universele Rechten van de Mens. Artikel 5 van de Universele Rechten van de Mens van 1948 stelt: “Niemand zal onderhevig zijn aan marteling of wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing”. Op basis hiervan zoeken Internationale organisaties als Human Rights Watch en Amnesty Internationaal landen wereldwijd naar landen die desalniettemin nog steeds martelen. En ieder jaar publiceert het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten een rapport over de status van de mensenrechten in de wereld, waarin specifiek de status van marteling besproken wordt. Zowel Non-Gouvernementele Organisaties als nationale overheden lijken dus de heersende opinie tegenover marteling overgenomen te hebben. Europa en haar uitschietsel de Verenigde Staten hebben officieel afscheid genomen van een verschrikkelijke praktijk die veel van hun geschiedenis in een duister licht plaatst, en marteling is verandert van alledaags naar een misdaad.

Marteling in de werkelijkheid van de kapitalistische wereld

Zo overtuigd is de wereld van de onjuistheid van marteling dat toen op grote schaal foto’s en andere bewijzen beschikbaar kwamen van mishandeling en moord van gevangenen door Amerikaanse en Britse soldaten in Irak en Afghanistan, oprechte ontzetting ontstond. Niet het feit dat marteling plaats leek te vinden veroorzaakte de schok, want dat marteling nog altijd plaats vind is een algemeen erkend feit. Volgens de Verenigde Naties is marteling nog altijd een realiteit in omstreeks tweederde van al de landen in de wereld en vooral de tirannieën in het Midden- en Verre-Oosten zijn berucht voor hun gebruik van marteling als wapen ter onderdrukking van de mensen. Maar het feit dat juist de vaandeldragers van vrijheid en mensenrechten, de voorgangers van de vrije westerse wereld, marteling als instrument hanteerden, was wat de schok teweeg bracht.

De officiële verklaringen gedaan door de regimes in Washington en Londen in reactie op de foto’s stelden echter het hier geen marteling betrof, maar mishandeling. Volgens Amerika en Groot-Brittannië is marteling geïnstitutionaliseerde mishandeling, doelbewust uitgevoerd als onderdeel van het beleid van een staat ten overstaan van verdachten of gevangenen, terwijl mishandeling een misdaad is die door individuen begaan wordt. En de gebeurtenissen in de Amerikaanse en Britse gevangenissen in Irak en Afghanistan waren volgens de beleidsbepalers in Washington en Londen niet het resultaat van beleid maar het resultaat van misdaden begaan door individuen, enkele rotte appels binnen het militair apparaat. Dit maakte het lot van de gevangenen op de foto’s niet minder betreurenswaardig, zo erkenden Washington en Londen, maar daarom beloofden zij de verantwoordelijken hiervoor dan ook ter verantwoording te zullen roepen.

Met deze verklaringen was de kous af voor de meeste mensen en de initiële ongerustheid werd omgezet in geruststelling: “Wij martelen niet en ons systeem werkt – de overtreders van deze wet worden bestraft”.

Het enkel te applaudisseren dat de mensen in de westerse wereld afstand hebben genomen van het idee dat marteling acceptabel is. Echter, er vallen verschillende feiten aan te dragen die bewijzen dat in weerwil van deze publieke opinie, de westerse overheden marteling nog altijd benutten als instrument. Om dit te kunnen bewijzen is het noodzakelijk eerst consensus te ontwikkelen over de essentie van marteling. Oftewel, wat is marteling precies?

Artikel 5 van de Universele Rechten van de Mens van 1948 definieert marteling als “Een handeling waardoor ernstige pijn of lijden, fysiek dan wel psychologisch, opzettelijk wordt toegebracht…”.
Met andere woorden, marteling behelst zowel handelingen die ten doel hebben de opwekking van fysieke pijn als handelingen die ten doel hebben de opwekking van psychologische pijn.

Op basis hiervan oordeelde het Europese Hof voor de Mensenrechten in 1978 dat de onthouding van slaap van verdachten of gevangenen; het langdurig positioneren in posities van fysiek ongemak van verdachten of gevangenen; het blinddoeken van verdachten of gevangenen; en de onthouding van voedsel van verdachten of gevangenen allen praktijken zijn die vallen onder de verboden handelingen van marteling. Zij zijn allen veroordeeld als voorbeelden van “onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing”, oftewel marteling. [3]

Het eerder genoemde Amerikaanse “Landenrapportage over de staat van de mensenrechten” benoemt een aantal verdere behandelingen van verdachten en gevangenen als marteling. Zo wordt in het rapport van 2001 en 2002 Birma bekritiseerd voor marteling omdat “Regelmatig worden gevangen blootgesteld aan hardvochtige ondervragingstechnieken die ontwikkeld zijn om de verdachte te intimideren en te desoriënteren”. Als methoden hiervoor worden vervolgens genoemd “het plaatsen in posities van fysiek ongemak voor langere tijd” en “de onthouding van slaap en voedsel”. Over Egypte wordt gezegd dat voorname methoden van marteling de ontkleding en het blinddoeken van gevangenen zijn. Over Iran wordt gezegd dat de methoden voor marteling daar onder andere “het plaatsen in posities van fysiek ongemak voor langere tijd” omvatten. En over Saoedie-Arabië wordt geklaagd dat het de onthouding van slaap als instrument van marteling gebruikt. [4]

Op basis van het hierdoor ontwikkelde inzicht in de essentie van marteling is het mogelijk om objectief te oordelen over de staat van marteling in de westerse landen. Maar, er moet gewaarschuwd worden, dit schetst geen mooi plaatje.

Volgens CIA-baas Porter Gross maakt zijn dienst, ondanks alle aantijgingen, in werkelijkheid geen gebruik van marteling. De CIA gebruikt “professionele ondervragingstechnieken”, stelt hij. Deze “professionele ondervragingstechnieken” volgen een handleiding volgen die de CIA deed uitgaan bij het begin van de Vietnam oorlog, en die de naam draagt “KUBARK Counterintelligence Interrogation – July 1963”. Hierin wordt de volgende behandeling van verdachten en gevangen beschreven: “Doel is om maximale druk (op de verdachte) te ontwikkelen. Omstandigheden voor de gearresteerde persoon moeten zo georganiseerd worden dat de gearresteerde het gevoel heeft van de wereld afgesloten te zijn. … kleding wordt onmiddellijk weggenomen … Pijn aangedaan door iets van buiten kan de wil om de ondervraging te weerstaan versterken, terwijl de weerstand eerder verdwijnt wanneer het individu het idee gegeven wordt zelf verantwoordelijk te zijn voor de pijn. … Gearresteerde moet (daarom) langdurig in staande of zittende posities van fysiek ongemak gehouden worden (totdat deze positie ondraaglijk wordt) … zodat de gearresteerde gedesoriënteerd raakt en gevoelig voor gevoelens van angst en hulpeloosheid. … De dreiging met fysieke marteling kan angsten opwekken die meer vernietigend zijn dan de werkelijke ervaring van pijn. Concluderend: de voornaamste instrumenten van dwang bij onderhandeling zijn … dreigementen en drugs.” [5]

Een methode van ondervraging die zo standaard is dat zij werd onderwezen bij het vak “ondervragingstechnieken” aan de “School of the America’s (SOA)” in Fort Benning, de Verenigde Staten, in de periode 1964 tot 1984. Volgens de professoren daar zouden verdachten vroeg in de ochtend gearresteerd moeten worden om de schok te maximaliseren, geblinddoekt moeten worden om de angst te maximaliseren, gedwongen ontkleed moeten worden om de gevoelens van ongemak te maximaliseren, slaap en voedsel onthouden moeten worden, bloot gesteld moeten worden aan extreme temperaturen van warm tot koud, langdurig eenzame opgesloten moeten worden, vernederd moeten worden, en langdurige in posities van fysiek ongemak geplaatst moeten worden. [6]

Vergelijking van deze methoden van behandeling van verdachten en gevangen met de maatstaven voor marteling die resulteren uit het Verdrag van de Mensenrechten en de uitspraak van het Europees Hof voor de Mensenrechten, laat er geen twijfel over bestaan dat deze behandeling gerekend moet worden tot marteling. Onthouding van slaap, het langdurig positioneren in posities van fysiek ongemak om zo uiteindelijk ondraaglijke pijn op te wekken, blinddoeken van verdachten, dreigen met geweld en moord, de onthouding van voedsel en toedienen van drugs, allen zijn benoemd als voorbeelden van marteling door het Europees Hof voor de Mensenrechten en door het Amerikaanse State Department zelf in hun landenrapportages met betrekking tot de mensenrechten!

De Oorlog tegen Terreur heeft marteling weer legaal gemaakt

Er bestaat op dit moment veel ophef over een praktijk van de CIA om terreurverdachten in het geheim te transporten naar geheime gevangenissen in Europa, danwel naar gevangenissen in landen als Jordanië, Oezbekistan, Egypte, Afghanistan en Syrië. De ophef is voor een groot deel het resultaat van de vrees dat op deze plaatsen de verdachten onderworpen zouden kunnen worden aan martelingen. Colin Powell, de voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Amerika heeft bekend dat dit gebeurt, en heeft verklaard dat al de Europese regeringen hiervan op de hoogte zijn en hieraan actief meewerken. [7]

De behandeling van deze terreurverdachten door de Verenigde Staten, zoals deze blijkt uit de foto’s van de behandeling van gevangen in Aboe Ghraib en op Guantanmo Bay en de verklaringen van de personen die opgesloten zijn geweest in de geheime Amerikaanse gevangenissen, vertoont opvallende gelijkenissen met de beschreven “professionele ondervragingstechnieken” van de CIA.

In een recent debat in de Amerikaanse Senaat over een wetsvoorstel tot verbod op marteling lobbyde Dick Cheney, de vice-president, fanatiek voor een speciaal amendement dat de CIA vrij zou stellen van alle restricties op marteling. Dit verzoek beantwoort in feite de vraag of er door de CIA gemarteld wordt of niet. Als er toch niet door de CIA gemarteld wordt, waarom moet de CIA dan bij wet ontheven worden van een verbod op marteling?

De nieuwe Amerikaanse martelwet verbiedt “onmenselijke of vernederende behandeling door Amerikanen” en is dus geen algeheel verbod op marteling maar een verbod op martelen door Amerikanen. Dit is in feite acceptatie van martelen, zolang anderen het maar doen.
Bij de foto links: Muzaffar Avazov, broeder van Hizb ut-Tahrir, kwam uiteindelijk aan zijn einde door in de gevangenis in Oezbekistan ondergedompeld te zijn geworden in kokend water. Zijn lichaam vertoont, naast 3e-graads brandwonden op 70% van zijn lichaam, nog verdere tekenen van marteling: nagels zijn uitgetrokken, incisies door messen zijn zichtbaar, blauwe plekken, botbreuken, et cetera.

Bij de foto rechts: George W. Bush schudt welgemeend de hand van zijn vriend en medestander, de tiran van Oezbekistan, en degene verantwoordelijk voor de beestachtige moord op Muzaffar Avazov, Islam Karimov. Onder het bewind van Karimov zijn de gevangenissen van Oezbekistan gevuld met vele duizenden moslims enkel omdat zij de mensen oproepen tot Islam. Allen worden onderworpen aan de meest barbaarse methoden van marteling, waaronder dus de onderdompeling in kokend water, verkrachting, het breken van ledematen en gewrichten, en elektrocutie. [8]

Verder ontneemt het Graham-Levin amendement op de nieuwe Amerikaanse martelwet mensen die ten gunste van de Amerikanen gemarteld zijn geweest het recht om hierover te klagen voor een rechtbank in de Verenigde Staten. Oftewel, het maakt martelingen van door de Amerikanen gearresteerd individuen toegestaan zolang dit maar niet door Amerikanen gedaan wordt. Het Graham-Levin amendement maakt verder het gebruik van verklaringen verkregen onder deze martelingen in een rechtszaak in Amerika rechtmatig. [9]

Met andere woorden, volgens de nieuwe wet die zogenaamd marteling moet tegengaan is marteling feitelijk toegestaan en mag het instrument van marteling weer toegepast worden in het juridisch proces. Het “ad extirpanda” van paus Innocente IV is daarmee effectief wedergekeerd, met enkele kleine en nietszeggende voorbehoudens.

Marteling is weer staatsbeleid geworden in de kapitalistische wereld

Maar de Verenigde Staten staan niet alleen in het gebruik van marteling. Ook Groot-Brittannië, de andere naar eigen zeggen voorvechter van rechtvaardigheid en mensenrechten, kunnen voorbeelden van behandelingen van mensen in de categorie marteling voorgeworpen worden. Bijvoorbeeld de eenzame opsluiting van gevangen voor lange perioden in Belmarsh gevangenis, zonder dat hen ooit is meegedeeld waar precies zij van beschuldigd dan wel verdacht worden en zonder dat hen ooit de mogelijkheid is geboden hun onschuld aan te tonen. Zoals valt te verwachten wanneer mensen in een dergelijke situatie worden geplaatst, zoals vele voorbeelden uit de geschiedenis hebben aangetoond, heeft dit bij sommige van de gevangenen tot krankzinnigheid geleidt. En omdat het VN verdrag van de mensenrechten zegt “Een handeling waardoor ernstige pijn of lijden, fysiek dan wel psychologisch, opzettelijk wordt toegebracht…” moet ook dit tot marteling gerekend worden volgens de Verenigde Naties.

Zelfs Nederland laat zich niet onbetuigd op het gebied van marteling en de onmenselijke behandeling van verdachten en gevangenen. Sinds het proces tegen de marinier Erik O. is bekend dat Nederland geheime eenheden heeft binnen het leger die in opdracht van de regering liquidaties verrichten in binnen- en buitenland. Effectief betekent dit dat de Nederlandse staat mensen zonder proces, in het geheim, laat executeren. [10] Bij de arrestatie van twee Marokkaanse jongens in een trein die in de richting van Amsterdam reed heeft heel het land kunnen zien hoe de politie de jonge mannen geblinddoekt de trein uit leidde om hen vervolgens voor enkele uren in eenzaamheid op te sluiten. Het is de standaard procedure voor terreurverdachten, maar zoals het Europees Hof voor de Mensenrechten heeft geoordeeld is het blinddoeken van verdachten een voorbeeld van “onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing”, en dus marteling.
Bij de foto: Gebonden en geblinddoekt worden de twee Marokkaanse jongeren afgevoerd door politie. Onschuldig, zo bleek al snel, maar excuses voor een behandeling die bij dieren niet geaccepteerd zou worden zijn nooit gevolgd.

Deze feiten tonen aan dat marteling zoals gedefinieerd door de Verenigde Naties en het Europees Hof voor de Mensenrechten tegenwoordig weer een alledaagse praktijk is in de westerse kapitalistische landen.

Conclusies

De pogingen van de Amerikaanse regering om te komen tot exceptie op de wet tegen marteling voor de CIA geeft aan dat in belevingswereld van de Amerikaanse regering de vrijwaring van marteling niet werkelijk een universeel recht is.

Naast dit specifieke voorbeeld waar getornd wordt aan het recht op vrijwaring van marteling bestaat er sinds het bestaan van de Oorlog tegen Terreur veel meer algemeen een nieuwe discussie bij de vraag of , en zo ja wanneer, marteling weer toegestaan is. Wat dit aantoont is dat in het denken van de mensen er niet zo iets bestaat als een recht op vrijwaring van marteling. Op papier in de verklaringen betreffende de Universele Rechten van de Mens, ja; in het denken van de mensen, neen.

Rechten zijn per definitie definitief, tijdloos en niet onderhandelbaar. Degene die de vraag opwerpt “wanneer zou het recht moeten gelden” tornt dus feitelijk aan het recht, in dit geval het recht op vrijwaring van marteling. Want hij beschouwt dit recht niet als definitief, tijdloos en niet onderhandelbaar.

De discussie bij de vraag of marteling toch niet rechtvaardig is wanneer de persoon die gemarteld wordt weet waar een tikkende bom zich bevind, is een uiting van het fundamenteel probleem bij de “rechten” zoals gedefinieerd door de landen in het kapitalistische westen. Dit fundamenteel probleem komt nadrukkelijk naar voren bij het recht op vrijwaring van marteling, omdat dit recht heel duidelijk zijn oorsprong vindt in de overwegingen van de Markies van Beccaria die allen op profijt gebaseerd zijn. Marteling is verkeerd omdat het de samenleving geen profijt brengt. Maar rechten kan men niet baseren op profijt. Profijt verandert afhankelijk van de situatie en wat vandaag een profijtelijke situatie is kan morgen weer bijzonder nadelig zijn. Een recht, echter, is definitief, tijdloos en niet onderhandelbaar, en daarmee onveranderbaar. Als zodanig botst het recht fundamenteel met het profijt, want de het recht is definitief, tijdloos en niet onderhandelbaar terwijl het profijt juist niet definitief is, niet tijdloos en onderhandelbaar. Precies daarom vindt men dat het recht op vrijwaring van marteling niet meer geldt ook niet in de westerse wereld, noch in de praktijk noch in het denken van de mensen. De situatie is met de Oorlog tegen Terreur verandert, en wel zo dat sommige mensen menen in staat te zijn aan marteling onder bepaalde omstandigheden enig profijt toe kunnen schrijven. Was het recht op vrijwaring van marteling werkelijk een recht, dan zou er desalniettemin geen discussie zijn. Maar er is wel discussie, wat inhoudt dat er geen recht meer is. Marteling, een van de primaire karakteristieken van de middeleeuwen, is terug.

De zelfverklaarde bestrijders van terreur nemen hiermee zelf hun toevlucht tot terreur. Iedere moslim weet dat enkel hij, vanwege zijn religie, ieder moment tot extremist gebombardeerd kan worden. En iedere moslim waar ook ter wereld weet tevens dat de extremist gearresteerd kan worden in het geheim, en dat hij, zonder in de gelegenheid gesteld te worden om zijn onschuld aan te tonen, op het vliegtuig gezet kan worden naar de kerkers van de tirannen van Caïro, Damascus en Tasjkent voor marteling. De dreiging van marteling bestaat daarom reëel in het leven van iedere moslim. Dit is marteling in de vorm waarin zij het meest effectief is, als wapen van ultiem terreur dat de mensen dwingt in gehoorzaamheid, volgzaamheid en bovenal zwijgzaamheid. Dit was de reden voor het bestaan van marteling in Nazi-Duitsland, en in Sovjet-Rusland, en dit is de reden voor het bestaan van marteling op grote schaal in al de tirannieën in de wereld: niet de vergaring van informatie maar het afdwingen van gehoorzaamheid, volgzaamheid en bovenal zwijgzaamheid.

Het gevaar bestaat dat moslims de uit hun religie resulterende weerzin bij marteling rechtvaardigen door mee te gaan in discussies die op profijt gebaseerd, en argumenten aandragen die aan moeten tonen dat marteling niet werkt, et cetera, alhoewel fouten bij renditioning reeds zijn voorgekomen. Zo werd Khaled el Masri uit Duitsland uitgebreid gemarteld in Afghanistan, een foutje [11], en Maher Arer uit Canada in Syrië, ook een foutje [12]. Maar marteling is een moreel vraagstuk, waarbij opgetekend moet worden dat de essentie van marteling – of zij nu wordt toegepast op een schuldige of op een onschuldige – is dat het degene die martelt verlaagt tot het niveau van de laagste mens. Zelfs al wordt de laagste mens gemarteld, de martelaar verlaagd zich met zijn handeling tot een minstens gelijkwaardig laag niveau. Dit is het enigste juiste morele oordeel over de handeling van marteling, het opzettelijk toebrengen van pijn. En als zodanig mag een vervolgdiscussie gebaseerd op profijt er niet meer toe doen.

Islam ziet in de vrijwaring van marteling een menselijk recht en een morele waarde. Dit oordeel resulteert uit de Goddelijke openbaringen en als zodanig is zij niet bediscussieerbaar of gebonden aan omstandigheden en / of tijd. Zij is definitief en niet onderhandelbaar zoals een werkelijk recht behoort te zijn, en daarom doet de profijt er feitelijk niet toe. En daarom moet voor de moslim marteling onacceptabel zijn in iedere situatie, omdat voor Islam marteling onacceptabel is in iedere situatie. In Islam is de vrijwaring van marteling dus een werkelijk recht.

Hisham ibn Hakim ibn Hizam heeft overgeleverd dat in Syrië hij voorbij liep aan enkele boeren van Nabateaanse afkomst die gedwongen werden in de zon te staan met olie gegoten over hun hoofden. Hisham zei: “Wat is dit?” Men antwoordde: “Ze worden gestraft omdat ze de belasting op de opbrengst van het land niet betalen.” Hisham zei: “Ik getuig dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Allah zal diegenen die de mensen martelen in deze wereld straffen’.” Hij ging daarop naar de Emier, vertelde hem wat plaats gevonden had en de Emiegaf bevel de mannen vrij te laten. (Moslim)

Uit de legende van Perillos en Pharalis blijkt een wijze les. Zowel Perillos als Pharalis gingen ten onder door hun bronzen stier. Perillos werd als uitvinder van een instrument voor marteling zelf gemarteld en vermoord; de tirannieke barbaarsheid van Pharalis kwam tot uiting in zijn gebruik van de bronzen stier, en uiteindelijk leidde zijn tirannieke barbaarsheid zijn eigen ondergang in en kwam ook hij aan zijn einde door de bronzen stier. Pharalis kwam aan zijn einde, net zoals uiteindelijk al de tirannieke heersers die hun bewind baseren op terreur en onderdrukking aan hun einde komen. Met marteling als instrument hebben de westerse staten zich ook verlaagd tot het niveau van de dictatuur.

[1] George W. Bush: “U.S. Pledges to Avoid Torture”, The Washington Post, 27 juni 2003, www.washingtonpost.com/ac2/wp-dyn/A37460-2003Jun26?language=printer

[2] George W. Bush, speech voor het “Republican National Committee” Presidentieel gala, www.whitehouse.gov/news/releases/2003/10/20031008-9.html

[3] Zie: www.en.wikipedia.org/wiki/Uses_of_torture_in_recent_times#United_Kingdom

[4] Human Rights Watch: “Descriptions of Techniques Allegedly Authorized by the CIA”,
www.hrw.org/english/docs/2005/11/21/usdom12071.htm

[5] Zie: www.parascope.com/articles/0397/kubark06.htm

[6] Naomi Klein: “ ‘Never Before!’ Our Amnesiac Torture Debate”, 8 december 2005, The Nation, http://www.thenation.com/doc/20051226/klein

[7] Jaco Albers: “De IJsland-route van de CIA loopt over Nederland”, 28 december 2005, NRC Handelsblad, www.nrc.nl/binnenland/artikel/1135749767090.html

[8] Zie: www.muslimuzbekistan.com

[9] Human Rights Watch: “U.S.: Landmark Torture Ban Undercut”, www.hrw.org/english/docs/2005/12/16/usdom12311.htm

[10] NOS: “Mariniers soms op dodelijke missie”, 14 juni 2005, www.nos.nl/nieuws/artikelen/2004/6/14/nederlandersvoerendodelijkemissiesuit.html

[11] The Guardian: “They beat me from all sides”, 14 januari 2005, www.guardian.co.uk/usa/story/0,12271,1390256,00.html

[12] The Guardian: “Victim of suspicion”, 20 oktober 2003, www.guardian.co.uk/elsewhere/journalist/story/0,7792,1066940,00.html

Comments

comments

DELEN