De Islamitische vastenmaand Ramadan begint dit jaar meest waarschijnlijk op de avond van 8 juli. Tegenwoordig beïnvloedt deze maand niet enkel de moslims, maar ook het bredere Nederlandse publiek.

Bij sommige mensen doet Ramadan het respect voor Islam en de moslims toenemen. Zij zien het vasten van de moslims en zij realiseren zich hierdoor dat de moslims een grote toewijding aan hun religie hebben. Of zij zien het breken van het vasten door de moslims, waarvoor ganse families en soms hele wijken bij elkaar komen, en realiseren zich hierdoor dat Islam de familiebanden en gemeenschapszin eerbiedigt.

Voor andere mensen, echter, is Ramadan vooral een maand om kritiek te uiten op Islam en de moslims. Zij zien het breken van het vasten door de moslims als iets dat afbreuk doet aan het vasten. In hun ogen zijn de uitgebreide maaltijden van de moslims na het vasten een teken van hypocrisie: “Mooi vroom doen tijdens de dag, maar in de avond jezelf helemaal vol proppen!”.

Deze negatieve intepretatie van Ramadan komt soms voort uit vooringenomenheid betreffende Islam en de moslims. Men heeft dan al een negatieve opvatting over Islam en de moslims en dientengevolge legt men alles dat de moslims doen op negatieve wijze uit. Maar, vaker resulteert deze negatieve interpretatie uit het feit dat de in het westen dominante ideeën over vroomheid en hypocrisie sterk beïnvloedt zijn door christelijke leerstellingen.

De christelijke visie op vroomheid

In de christelijke visie zijn de natuurlijke behoeften van de mens een kwaad. In het Nieuwe Testament, De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 17, staat bijvoorbeeld: “Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees. Het één gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt.” De natuurlijke behoeften mens worden in de christelijke visie gezien als hetgeen de mens misleid naar het verkeerde pad, zoals bijvoorbeeld staat geschreven in De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 19 tot 23: “Het is bekend wat het vlees allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.” In de christelijke visie zijn de natuurlijke behoeften daarom een test voor de mens. Hij moet zich verzetten tegen zijn natuurlijke behoeften en dezen onderdrukken, wil hij vroomheid realiseren. In De brief aan de Romeinen, hoofdstuk 8, versen 12 en 13, staat: “Welnu, broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven. Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.” In de christelijke visie is het “monniken leven” daarom het hoogtepunt van vroomheid, omdat dat in teken staat van het onderdrukken van de natuurlijke behoeften (ascese).

Zou men deze christelijke leerstelling betreffende vroomheid gebruiken voor de beoordeling van de Islamitische maand Ramadan, dan is het inderdaad makkelijk om te oordelen dat de moslims hypocrieten zijn. Tijdens de dag leven ze immers het volgens de christelijke leerstelling vrome leven, maar in de avond eten en drinken ze zoveel als ze honger hebben en gaan ze dus in tegen deze leerstelling. Echter, het is niet correct om de christellijke leerstelling betreffende vroomheid te gebruiken om te oordelen over Islam en de moslims. Vroomheid in de Islamitische visie is namelijk iets geheel anders dan in het christendom.

De Islamitische visie op vroomheid

In de Islamitische visie heeft vroomheid in principe niets te doen met de natuurlijke behoeften van de mens. Volgens Islam heeft Allah (swt) alles dat bestaat geschapen en is Hij (swt) compleet bekend met alles dat geschapen is:

“Voorwaar, uw Heer is de Schepper, de Alwetende.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hidjr 15, vers 87)

Allah (swt) kent dus de natuur van de mens en al diens natuurlijke behoeften. Hij (swt) zegt verder dat Hij (swt) eveneens de dingen heeft geschapen waarmee de mens zijn natuurlijke behoeften kan bevredigen:

“Zeg: ‘Wie geeft u uw levensonderhoud van de hemelen en de aarde?’. Zeg: ‘Allah’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Saba 34, vers 24)

En Hij (wt) zegt dat Hij (swt) de mens toegestaan heeft om zijn natuurlijke behoeften te bevredigen:

“Hij is het, Die alles, wat op aarde is, voor u schiep” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 29)

In de visie van Islam mag de mens zelfs genieten van de dingen die Allah (swt) voor hem geschapen heeft:

“…zoek door hetgeen Allah u heeft gegeven het tehuis van het Hiernamaals, en vergeet uw deel aan de wereld niet…” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Qasas 28, vers 77)

Echter, volgens Islam heeft de mens behoefte aan een ordening van de bevrediging van zijn natuurlijke behoeften. En deze ordening kan niet van de mens zelf komen, zegt Islam, ondermeer omdat de kennis van de mens te beperkt is om de juiste wijze te ordenen:

“… het kan zijn, dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is en het kan zijn, dat u iets behaagt terwijl het slecht voor u is. Allah weet het en gij weet het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 216)

Dus als de mens probeert te ordenen, dan resulteert niets anders dan ellende:

“Wanneer hun wordt gezegd: ‘Richt geen onheil op aarde aan’ dan zeggen zij: ‘Wij zijn slechts vredestichters’. Pas op! Voorzeker zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 11 – 12)

Daarom, zegt Islam, heeft Allah (swt) de mens Islam gegeven:

“Allah wil het voor u gemakkelijk maken, de mens is hulpbehoevend geschapen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 28)

En Islam is een leiding voor de mens, ter ordening van de bevrediging van zijn natuurlijke behoeften:

“Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de vromen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 2)

In de visie van Islam zijn de natuurlijke behoeften dus niet een kwaad en bevrediging van deze natuurlijke behoeften is niet per se vroom of on-vroom. Het is de manier waarop de mens zijn natuurlijke behoeften bevredigt die hem vroom of on-vroom maakt. Als de mens zijn behoeften bevredigt op de manier die Allah (swt) toegestaan heeft, omdat Allah (swt) deze manier van bevredigen toegestaan heeft, dan is hij vroom. En als hij zijn behoeften bevredigt op de manier die Allah (swt) verboden heeft, of hij intereseert zicht niet voor wat Allah (swt) toegestaan of verboden heeft en doet wat hij zelf wil, dan is hij niet vroom.

“Ziet gij hen die hun eigen lusten tot God nemen? .. Zij zijn als vee, neen, zij zijn nog verder afgedwaald.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Foerqaan 25, vers 43 – 44)

Dit betekent dat in de visie van Islam de moslims vroom zijn als zij in de maand Ramadan handelen zoals Allah (swt) geoordeeld heeft. Nu, Allah (swt) heeft vasten in Ramadan verplicht gesteld voor de moslims:

“O gij gelovigen, het vasten is jullie voorgeschreven zoals het degenen die voor jullie waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 183)

En Hij (swt) heeft middels Profeet Mohammed (saw) uitgelegd hoe precies de moslims moeten vasten. Onder de instructies van Profeet Mohammed (saw) is dat de moslim moet eten en drinken op de tijden dat er niet gevast hoeft te worden. Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd “Neem een maaltijd voor de komst van het zonlicht, want er is een zegening in het nuttigen van een maaltijd op dat moment.” (Boechari, Moeslim). En: “De mensen zullen voorspoed blijven kennen zolang zij zich haasten om het vasten (aan het eind van de dag) te verbreken.” (Boechari).

Er is verder niets in Islam dat zegt dat de moslims niet mogen genieten van dit eten. Integendeel, zoals in het voorgaande al is aangehaald, Allah (swt) zegt:

“…zoek door hetgeen Allah u heeft gegeven het tehuis van het Hiernamaals, en vergeet uw deel aan de wereld niet…” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Qasas 28, vers 77)

Echter, Islam leert de mensen ook dat dit genieten niet tot hoofdzaak genomen moet worden:

“Wie het tegenwoordige leven en de schoonheden er van wenst, Wij zullen hen volgens hun werken in dit leven ten volle belonen en zij zullen daarin niet tekort worden gedaan. Dezen zijn degenen, die in het Hiernamaals niets dan het Vuur zullen ontvangen en hetgeen zij in dit leven verrichtten zal teniet gaan en hetgeen zij doen is vergeefs.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hoed 11, vers 15 – 16)

Er mag dus genoten worden van het breken van het vasten, maar dit mag niet tot de hoofdzaak van het vasten gemaakt worden.

In conclusie, het is incorrect om het breken van de vasten te zien als een handeling van hypocrisie en het is incorrect om het genieten van het breken van het vasten te zien als een teken van hyocrisie.

De christelijke leerstelling omtrent vroomheid zou eerder ter discussie gesteld moet worden, want waarom zou God de mens de bevrediging van diens natuurlijke behoeften ontzeggen nadat Hij hem geschapen heeft met deze natuurlijke behoeften?

Comments

comments

DELEN