Het is duidelijk dat de verbod op het dragen van “religieuze symbolen” die op verschillende plaatsen door Europe ingesteld zijn enkel en alleen gericht zijn tegen de Islamitische hoofddoek. Dat ook het keppeltje en de “grote” kruisen worden verboden is alleen maar om de schijn van gelijke behandeling hoog te kunnen houden.

De realiteit van de Islamitisch hoofddoek is dat deze bij Islam hoort zoals de vijf dagelijkse gebeden en het vasten in de maand Ramadaan. Bij een hoofddoekenverbod is daarom sprake is van onderdrukking van Islam en vervolging van de moslima’s die deze dragen.

De vraag is derhalve, hoe moeten de moslims reageren op een hoofddoek verbod? Valt een hoofddoekenverbod te rechtvaardigen? Moeten de moslims een hoofddoek verbod simpelweg accepteren? Of moeten de moslims zich hiertegen verzetten? En als de moslims zich hiertegen moeten verzetten, hoe zou dit dan moeten?

Het Goddelijk Oordeel betreffende de hoofddoek

Het dragen van de Islamitische hoofddoek is een verplichting (fard) op alle volwassen moslimvrouwen. Het bewijs hiervoor is ondermeer in de Koran, waar Allah (swt) zegt:

“En zij moeten hun choemoer over hun djoeyoeb trekken.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Noer 24, vers 31)

In het vers (aya) lezen we het woord choemoer, wat het meervoud is van chimaar. Letterlijk betekent dit “stof”. Wat chimaar in dit vers exact inhoudt leiden we af uit de Soenna van de Profeet (saw). Aboe Dawoed heeft overgeleverd van ‘Aiesja (ra): “Toen Asmaa, de dochter van Aboe Bakr met een doorzichtig gewaad bij de Boodschapper van Allah (saw) verscheen, wendde hij (saw) zijn blik af en zei: ‘O Asmaa, wanneer een vrouw de menstruatieleeftijd heeft bereikt, mag ze niets meer dan deze delen van haar lichaam laten zien’. En hij toonde hierbij zijn handen en gezicht.”

In het vers is chimaar dus het Arabische woord voor de hoofddoek. Het is een stof die specifiek het hoofd wel en het gezicht niet bedekt. Uit het vers en de overlevering (hadith) blijkt derhalve het Islamitisch oordeel dat het dragen van een hoofddoek die enkel het gezicht onbedekt laat verplicht is voor de moslimvrouwen vanaf de menstruatieleeftijd.

Het genoemd vers leert ons eveneens in hoeverre de hoofddoek de rest van het lichaam moet bedekken. Het woord djoeyoeb is het meervoud van djayb. Dit betekent de halsopening of de kraag van een kledingsstuk. Het vers spreekt derhalve over de boezem, ofwel het lichaamsdeel boven de borsten dat de hals omvat. Uit het vers volgt dus het Islamitisch oordeel dat het verplicht is om middels een hoofddoek zowel het hoofd, met uitzondering van het gezicht, als de boezem te bedekken.

De door Islam voorgeschreven chimaar heeft derhalve een specifiek eigen vorm. Het bedekt de haren, de oren, de nek, de hals en ten slotte de boezem. Hiermee onderscheidt deze Islamitische hoofddoek de chimaar, zich van andere hoofddoeken. Alle mogelijke varianten van de hoofddoek die deze vorm niet hebben, zoals de bandana, voldoen dus niet aan de vereisten gesteld door Islam.

Het afzetten van de hoofddoek is verboden (haraam)

Het afzetten van de hoofddoek is verboden (haraam) daar Allah (swt) het dragen van de Islamitische hoofddoek verplicht heeft en in Islam geldt dat het verboden is een verplichting niet na te komen. Het bewijs hiervoor is in de Koran:

“Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

En:

“Zeg: ‘Ik vrees, als ik mijn Heer niet gehoorzaam, de straf van de grote Dag’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An’aam 6, vers 15)

Over de hoofddoek bestaat geen discussie in Islam

De Wil van Allah (swt) valt enkel te leren kennen middels het gebruik van de bronnen van Islamitische wetgeving:

“O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisaa 4, vers 59)

“En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hasjr 59, vers 7)

Daarom is het dat wanneer iemand een fatwa (Islamitische juridische uitspraak) uitvaardigt, er altijd gevraagd moet worden naar bewijzen voor deze fatwa uit de bronnen van Islamitische wetten. Zodat men zeker kan zijn dat de fatwa inderdaad de Wil van Allah (swt) weergeeft.

Het Islamitisch oordeel over de hoofddoek is gebaseerd op teksten van de Koran en de Soenna. Het Arabisch oorspronkelijk van deze specifieke teksten kan op slechts één wijze begrepen worden. De communicatie van Allah (swt) betreffende de hoofddoek is dus eenduidig in het aantonen van de verplichting ervan. En zij laten daardoor geen ruimte voor twijfel of meningsverschil betreffende de verplichting van de hoofddoek.

Dit betekent dat degene die zegt dat de Islamitische hoofddoek geen verplichting van Allah (swt) is geen echte argumenten heeft. Ook niet als hij bekend staat als Islamgeleerde. Ieder opvatting betreffende de Islamitische hoofddoek die niet zegt dat deze verplicht is, is een misplaatste fatwa omdat deze de teksten betreffende de hoofddoek tegenspreken. Dit tegenspreken van teksten uit de bronnen van Islamitische wetgeving, wanneer deze teksten eenduidig zijn en slechts op één manier begrepen kunnen worden, is hetzelfde als het verwerpen van de wetgevende bronnen zelf. Hiervoor heeft Allah (swt) de moslims gewaarschuwd:

“Gelooft gij dan slechts in een gedeelte van het Boek en verwerpt gij een ander gedeelte? Er is geen beloning voor degenen uwer, die zulks doen, behalve schande in dit leven; en op de Dag van Opstanding zullen zij de strengste kastijding moeten ondergaan, want Allah is niet onachtzaam betreffende hetgeen gij doet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 85)

De moslims moeten zich beschermen tegen het volgen van de zogenaamde fatwa’s die de moslims er van proberen te overtuigen dat de Islamitische hoofddoek toch niet verplicht is. Dit is in werkelijkheid één van de technieken waar degenen die niet willen dat de mensen moslim zijn en zich onderwerpen aan Allah (swt), gebruik van maken. Zij proberen de moslims enkel te misleiden tot ongehoorzaamheid tegenover Allah (swt).

Is een hoofddoekenverbod gerechtvaardigd?

De mensen die voorstander zijn van het hoofddoekenverbod proberen zichzelf middels verschillende argumenten te rechtvaardigen.

Sommigen zeggen dat een hoofddoekenverbod noodzakelijk is om ervoor te kunnen zorgen dat de moslima’s een vrije keuze kunnen maken voor wat betreft de manier waarop ze door het leven gaan. En dit wordt belangrijk geacht in het westen, waar de visie op het leven is gebaseerd op het idee van vrijheid. Oftewel, het idee dat iedereen moet kunnen doen en laten wat hij zelf wil zolang hij anderen hiermee niet lastig valt.

Maar deze bewering is niet acceptabel als rechtvaardiging voor een hoofddoekenverbod. Is het deze mensen, die zeggen zo bezorgd te zijn over de vrijheid van mensen, soms ontgaan dat het verbod om de hoofddoek te dragen meisjes de vrijheid ontneemt deze wel te dragen? Echte vrijheid zou juist betekenen dat als mensen ervoor kiezen om volgens de leerstellingen van een bepaalde religie door het leven te gaan, dat hen dan de ruimte en de mogelijkheid wordt gegeven om dit te doen, ook al is men het hier niet mee eens.

Omdat het conflict tussen “vrijheid” en het hoofddoekenverbod overduidelijk is, wordt er beweerd dat de moslima’s door hun omgevingen gedwongen worden om de hoofddoek te dragen dat de moslima’s zelf de hoofddoek eigenlijk helemaal niet willen dragen.

Maar ook deze bewering kan niet geaccepteerd worden als rechtvaardiging voor een hoofddoekenverbod. Want als men de moslima’s zelf vraagt, antwoorden zij dat ze de hoofddoek willen dragen. Zij hebben zich duidelijk uitgesproken tegen het hoofddoekenverbod. Zelfs de moslima’s die niet de hoofddoek dragen!

Anderen zeggen dat het normaal is dat “gasten” zich aanpassen aan de “gastheer” en dus zeggen zij dat de moslims zich moeten kleden zoals gebruikelijk is in het land waar zij wonen. “En als je dit niet bevalt, dan ga je toch gewoon terug naar huis”, zeggen deze mensen vaak.

Deze redenering kan echter enkel als rechtvaardiging voor een hoofddoekenverbod geaccepteerd worden als men gelooft dat racisme en tirannie goed zijn in plaats van beschamend. Want het opdelen van de mensen op basis van afkomst of religie in enerzijds “gastheren” en anderzijds “gasten” is gewoonweg racisme. En hiernaast, wanneer de “gastheer” zijn “gasten” dwingt om zich te gedragen zoals hij wil, ongeacht wat zij zelf willen, dan is dit pure tirannie.

Bovendien zijn de meeste moslima’s in Europa geboren en getogen. Voor velen van hen geldt dat zelfs hun ouders ook in Europa geboren en getogen zijn. En voor een niet onaanzienlijk deel van hen geldt dat zij blauwe ogen en blonde haren hebben en dat hun voorouders tot de voorvaderen van de huidige Europeanen behoorden, omdat zij “bekeerlingen” zijn die op latere leeftijd Islam als religie hebben aangenomen. Het spreken over “gastheren” enerzijds en “gasten” heeft dus niets met de realiteit van de kwestie te maken. Het is een afleiding van de discussie.

De realiteit van de kwestie is dat er in Europa mensen zijn die geloven in Islam. Zij noemen zichzelf “moslim” en zij hebben een eigen, unieke kijk op het leven. Deze kijk op het leven is anders dan de in Europa dominante kijk op het leven en draait om onderwerping aan God, Allah (swt). En zij beschikken over een boek waarvan bewezen is dat deze een boodschap van Allah (swt) is en dit boek schrijft de volwassen vrouwen onder hen voor om de hoofddoek te dragen. Dit, en enkel dit is waarom in Europa de Islamitische hoofddoek wordt gedragen.

Deze hoofddoek hoort dus bij een religie. En dit stofje doet niemand pijn. Daarom bestaat er geen rechtvaardiging voor een verbod op de Islamitische hoofddoek. Want niemand heeft het recht om anderen voor te schrijven hoe zij hun religie moeten beleven, noch om voor te schrijven waar en wanneer zij hun religie mogen beleven. Om dit wel te doen is onmenselijk en barbaars. En het moment waarop dit wel gedaan werd, tijdens het tijdperk van de Europese Inquisitie, is daarom met recht een tijdperk waarvoor Europa vandaag de dag grote schaamte kent.

De onjuiste reactie op het hoofddoekenverbod

Er bestaat geen rechtvaardiging voor het afnemen van de hoofddoek in reactie op het hoofddoekenverbod. De moslim behoort te allen tijde de geboden van Allah (swt) te gehoorzamen en het afzetten van de hoofddoek in reactie op het hoofddoekenverbod is dus verboden.

Islam is heel duidelijk in het oordeel dat de moslim niet mag afwijken van het oordeel van Allah (swt) als dit van hem gevraagd wordt:

“O gij die gelooft, als gij sommigen hunner wie het Boek is gegeven gehoorzaamt, zullen zij u weer tot ongelovigen maken, nadat gij hebt geloofd.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 100)

En uit de Soenna van de Profeet (saw) blijkt hetzelfde. Er is overgeleverd door ‘Ali bin Aboe Taalib (ra) dat Profeet Mohammad (saw) heeft gezegd: “Er is geen gehoorzaamheid (tegenover mensen) in ongehoorzaamheid aan Allah. Voorzeker gehoorzaamheid (tegenover mensen) is in datgene wat correct is.” (Boecharie en Moeslim).

Het feit dat Islam de mensen aanspoort om kennis te vergaren is ook geen rechtvaardiging om de hoofddoek af te doen in reactie op het hoofddoekenverbod. De overlevering waarin de Profeet (saw) zegt “Het vergaren van kennis is verplicht (fard) op iedere moslim” (Ibn ‘Adiyy, Al Bayhaqi, At Tabarani) spreekt namelijk over de verplichting om kennis van Islam op te doen, om in het dagelijkse leven de wetten van Islam te kunnen volgen. Dit is een individuele verplichting omdat niemand een handeling mag doen zonder het Islamitische oordeel hierover te weten. Zoals de Profeet (saw) heeft gezegd: “Verlaat hetgeen waarover je twijfelt ten gunste van hetgeen waarover je niet twijfelt.” (At Tirmidhi, An Nasa’i). Het opdoen van kennis op gebieden als wetenschap en techniek valt niet onder het onderwerp van de overlevering.

Het opdoen van kennis op gebieden als wetenschap en techniek is feitelijk een plicht op de gemeenschap (fard kifaaya), wat wil zeggen dat als een voldoende aantal leden van de moslimgemeenschap (oemma) deze verplichting nagekomen is, dat dan de rest van de gemeenschap hiervan is vrijgesteld. En de realiteit is dat er binnen de moslimgemeenschap veel mensen zijn die wetenschap en techniek gestudeerd hebben. Dus er is vanuit dit perspectief geen noodzaak voor de moslimvrouwen om naar school te gaan voor kennis op gebieden als wetenschap en techniek.

Bovendien is het een principe binnen islamitische jurisprudentie (fiqh) dat er in gevallen van een conflixt tussen een individuele plicht (fard ‘ayn) en een plicht op de gemeenschap (fard kifaaya), de individuele plicht (fard ‘ayn) voorrang heeft. Oftewel, zelfs al zou er een noodzaak bestaan binnen de moslimgemeenschap aan kennis op gebieden als wetenschap en techniek, dan nog zou het de moslima’s niet toegestaan zijn om de hoofddoek af te doen in reactie op het hoofddoekenverbod. De hoofddoek is namelijk een individuele plicht (fard ‘ayn) terwijl de aanwezigheid van kennis op gebieden als wetenschap en techniek een plicht op de gemeenschap (fard kifaaya) is.

Islam heeft het de vrouwen toegestaan om naar school te gaan maar op voorwaarde dat het binnen het strikte wettelijke kader van de Islam plaatsvindt. Het studeren is daarom verboden (haraam) voor een moslimvrouw, wanneer ze haar hoofddoek hiervoor dient af te zetten.

Ook de behoefte aan levensonderhoud, waarvan men zou kunnen zeggen dat deze in het gedrang komt als de vrouw niet kan gaan leren en studeren, is niet een rechtvaardiging om de hoofddoek af te doen in reactie op het hoofddoekenverbod.

Ten eerste, namelijk, is Allah (swt) degene die de voorziening (rizq) geeft in dit leven:

“Voorzeker, Allah is de grootste Voorziener, de Almachtige, de Meest Sterke.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Adh Dhaariyaat 51, vers 58)

De voorziening wordt in werkelijkheid dus niet tot stand gebracht door te werken. In de voorziening van de mensen wordt voorzien door Allah (swt). Dus of men nu werkt of niet, de voorziening zal hierdoor niet veranderen.

En ten tweede, Allah (swt) heeft inderdaad een plicht om te werken gecommuniceerd. Maar, deze plicht is op de mannen, de verzorger van de vrouw (gewoonlijk de vader) of de echtgenoot van de vrouw. Deze plicht rust niet op de vrouwen. Er kan dus geen sprake van zijn dat een moslima iets verlaat wat van haar gevraagd is, zijnde de individuele plicht (fard ‘ayn) van de hoofddoek, om iets te doen wat niet van haar gevraagd is.

Dus ook al is zij de enige die kostwinnaar kan zijn in een gezin met tien kinderen, dan nog blijft het afzetten van de hoofddoek verboden.

Het is belangrijk dat ingezien wordt dat Allah (swt) beloofd heeft dat Hij (swt) de mensen zal beproeven in dit leven, om te kunnen zien in hoeverre zij inderdaad Hem (swt) gehoorzaam zullen zijn, zodat de waarheid en realiteit van al de mensen, de goeden en de slechten, duidelijk zal worden:

“Denken de mensen dat zij (met rust) zullen worden gelaten, alleen omdat zij zeggen: ‘Wij geloven’ zonder dat zij zullen worden beproefd? Wij beproefden degenen die vóór hen waren. Daarom zal Allah ook hen die waarachtig zijn, onderscheiden en de leugenaars kenbaar maken.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ankaboet 29, vers 1 – 2)

Het hoofddoekverbod blokkeert de moslima’s de weg tot het in het leven normale verlangen naar kennis. Maar, de moslims moeten ervoor waken dat zij door normale verlangens niet misleid worden tot het inslaan van het verkeerde pad van het negeren van de Islamitische wet. Dan namelijk, zouden zij in hun test falen.

Ten slotte, de mensen die oproepen tot hoofddoekenverbod willen graag dat de moslima’s deze afnemen. Dit is de reden waarom zij het hoofddoekenverbod ingesteld hebben. Zij willen dat de moslims zich gedragen zoals zij zichzelf gedragen, zodat de moslims niet meer anders en uniek zullen zijn in de pure aannbidding middels onderwerping aan Allah (swt). Enkel daarom al zou men het verbod niet moeten gehoorzamen, omdat men dan deze mensen, die zich als tirannen gedragen, hun zin zou geven.

De juiste reactie op het hoofddoekenverbod

Alle moslimvrouwen moeten standvastig zijn en hun hoofddoek blijven dragen. Als alle moslimvrouwen hierin resoluut zijn, en vastberadenheid tonen in een strijd voor de hoofddoek, dan is het niet ondenkbaar dat het tij gekeerd kan worden.

“En voor hem die Allah vreest (en gehoorzaam blijft), zal Hij (altijd) een uitweg bereiden (in tijden van moeilijkheden).” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Talaq 65, vers 2)

De tegenstanders van de hoofddoek zijn namelijk mensen die voor alles zoeken naar het profijt. Standvastige, resolute en vastberaden moslima’s zullen hen doen inzien dat zij met maatregelen ter vervolging van Islam en de moslims niets zullen realiseren, omdat de moslims toch vast zullen blijven aan hun manier van leven (Dien) Islam. En dan zullen zij zich realiseren dat maatregelen ter vervolging van Islam en de moslims geen profijt voor hen zal doen resulteren, wat hen ertoe zal brengen om de maatregelen ongedaan te maken.

Bovendien, als alle moslimvrouwen, gesteund door de moslim mannen, de rug recht houden en niet door de knieën gaan, zal Allah (swt) hen te hulp komen:

“O gij, die gelooft, indien gij de zaak van Allah steunt zal Hij u helpen en standvastig doen blijven.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Mohammed 47, vers 7)

En niets of niemand is partij voor degene die gesteund wordt door Allah (swt):

“Verslapt noch treurt. Jullie zullen zeker overwinnaar worden, als jullie gelovig blijven.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 139)

“Maar de ongelovigen wacht vernietiging en Hij zal hun werken vruchteloos maken. Dat is omdat zij hetgeen Allah heeft geopenbaard haten. Daarom maakte Hij hun werken vruchteloos.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Mohammed 47, vers 8 – 9)

De moslims zouden Islam hiermee een grote dienst bewijzen. Zij zouden wandelende voorbeelden van Islam worden hierdoor. Zoals de Profeet (saw) was, die door zijn vrouw ‘Aiesja werd beschreven als “een wandelende Koran”. Ze zouden niet enkel zeggen dat ze zich onderworpen hebben aan enkel en alleen Allah (swt), ze zouden dit met hun gedrag ook laten zien. Ze zouden de echte getuigenis (sjahada) afleggen, met andere woorden. En dit is de beste uitnodiging tot Islam.

De eenheid binnen de moslimgemeenschap zal bepalend zijn in deze strijd. Elke moslim is verplicht in deze dagen van zware beproeving schouder aan schouder te staan. De moslims moeten dus één blok vormen tegen alle voorstanders van het hoofddoekenverbod:

“Voorzeker, Allah heeft diegenen lief die omwille van Hem strijden in geordende gelederen, alsof zij een hechte muur vormen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera As Saff 61, vers 4)

“En houdt allen vast aan het koord van Allah, tezamen, en weest niet verdeeld” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 103)

Het is daarom absolute noodzaak dat de moslims van alle nationaliteiten, zowel mannen als vrouwen, als één front strijden voor het behoud van onze hoofddoek.

In deze strijd vormen de moslimzusters die hun hoofddoek afzetten feitelijk het grootste struikelblok. Zij leveren de moslims de grootste kaakslag, omdat hun gedrag de tegenstanders van Islam, oftewel de voorstanders van het hoofddoekenverbod, het idee geven geven dat ze kunnen winnen. Het zal hen aanmoedigen om nog verder te gaan in hun vervolging van Islam en de moslims. Daarom moeten de moslimzusters die zwakker zijn, geholpen en ondersteund worden. In eerste instantie door met hen in contact te blijven, zodat zij zich niet alleen voelen tegenover de zovelen die hen aanvallen vanwege hun hoofddoek. En verder door hen te herinneren aan hun verantwoordelijkheid tegenover Allah (swt), en dat de Almachtige altijd met hen is als zij vasthouden aan Zijn (swt) wet.

“Maar zoek door wat Allah u heeft gegeven het tehuis van het Hiernamaals; en vergeet uw deel aan de wereld niet, en doe goed (aan anderen) zoals Allah u goed gedaan heeft; en schep geen wanorde op aarde, want Allah heeft hen, die onheil stichten, niet lief.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Qassas 28, vers 77)

Als de moslims gewerkt hebben om deze eenheid tot stand te brengen, dan moeten zij vertrouwen (tawakkoel) hebben in Allah (swt). Vertrouwen hebben in Allah (swt) betekent de kennis dat alle macht enkel Allah (swt) toebehoort:

“Maar indien zij zich afwenden zeg dan: ‘Allah is mij toereikend. Er is geen God naast Hem. In Hem leg ik mijn vertrouwen want Hij is de Heer van de grote heerschappij’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Taubah 9, vers 129)

En het betekent het vrezen van niemand behalve Allah (swt). Dit vertrouwen hebben in Allah (swt) is belangrijk omdat het een voorwaarde is voor de overwinning:

“En degene die zijn vertrouwen plaatst in Allah, dan zal Hij voldoende voor hem zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Talaq 65, vers 2 – 3)

Deze correcte, zuivere en puur Islamitische houding zal in de praktijk betekenen dat de moslima’s wegblijven van scholen waar het hoofddoekverbod van kracht is. En dat zij in het uiterste geval, zoals nu de situatie is, geheel wegblijven van school als overal de hoofddoek verboden is. Dit zal zeker resultaat opleveren, aangezien België geen sancties kan opleggen aan duizenden ouders die hun dochters van school weghouden. Dit zal de voorstanders van het hoofddoekenverbod ook confronteren met de rechtstreekse gevolgen van het hoofddoekenverbod. Vele scholen zullen als het ware leeglopen en dit zal het hoofddoekverbod in de praktijk onuitvoerbaar laten zijn.

De Islamitische Staat Al Khilafa is de definitieve oplossing

Het hoofddoekverbod is één van de vele problemen die wij als moslims ondervinden bij het praktiseren van de Islam in ons dagelijks leven. Dergelijke problemen vinden hun oorsprong in de afwezigheid van de Islamitische Staat Al Khilafa.

De Islamitische Staat Al Khilafa is de staat die gesticht werd door de Profeet (saw) in Al Madina, om de wetten van Allah (swt), de Sjari’a, in zijn geheel ten uitvoer te kunnen brengen. Zodat Islam in het dagelijks leven van de moslims in de praktijk wordt gebracht.

Momenteel, in afwezigheid van de Islamitische Staat sinds het jaar 1924, verkeren de moslims in de situatie van een kudde schapen zonder herder. Ze hebben geen Khalifa die haar verdedigt, zoals de Profeet (saw) heeft gezegd: “De Imaam (Khalifa) is een schild, van waarachter gevochten wordt en die beschermd.” (Moeslim). Het Arabische woord voor schild hier, “djoenna”, betekent “bescherming”. De Khalifa zal Islam en de moslims beschermen tegen haar vijanden, hij zal de ‘aqieda van Islam beschermen, en hij zal gevreesd worden door hen die Islam willen belasteren en beledigen. Maar zonder zijn bescherming zullen de moslims kwetsbaar zijn en continu blootgesteld worden aan agressie tegen Islam en henzelf. Precies zoals het hoofddoekenverbod de destructieve boodschap met zich meedraagt dat de moslima, of meer precies Islam, er niet mag zijn.

Om onze hoofddoek definitief te kunnen behouden is het noodzakelijk om de Islamitische Staat op te richten. Want het is de Khilafa die dit probleem, en zoveel andere van de huidige problemen van de moslims, zal doen laten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De Profeet (saw) heeft gezegd:
“De Imaam (Khalifa) is een beschermer en hij is verantwoordelijk voor zijn beschermelingen.” (Boechari en Ahmed).

De Khilafa zal de moslims ook terug de plaats in de wereld geven die zij hoort te hebben. De leiders van de wereld, die vechten tegen onrecht, die de mensen rechtvaardigheid zullen geven, die het goede gebieden en het kwade verbieden:

“Jullie (moslims) zijn het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt. Jullie gebieden wat goed is, verbieden wat kwaad is en geloven in Allah. En indien de mensen van het Boek hadden geloofd, zou het zekere beter voor hen zijn geweest. Sommigen hunner zijn gelovigen, maar de meesten hunner zijn overtreders.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 110)

Comments

comments

DELEN