Imaam Al Mawardi

Al Mawardi heeft in “Al Ahkaam al Soeltaniya” op bladzijde 5 gezegd: “Het aanstellen van een Imaam (Al Khalifa) die de zaken van de Oemma waarneemt is wajib (verplicht), waarover een concensus bestaat”.

Tevens zegt Al Mawardi in hetzelfde boek: “Het aanstellen van een Imaam die leider is van het wereldlijke en van de Oemma, opdat het geloof veilig is gesteld door zijn regering volgens de voorgeschreven wetten”.

Aboe J’ala

Aboe J’ala heeft gezegd in het boek “Al Ahkam Al Soeltaniya” op bladzijde 19 gezegd: “Het aanstellen van een Imaam is een plicht, en Ahmad (ra) heeft gezegd in de overlevering van Mohammed Ibn ‘Auf Ibn Soefyaam Al Homsi: “Het is een fitnah als er op een dag geen Imaam is die de mensen beveelt”.
En in hetzelfde boek, zelfde pagina: “Het (Al Khilafa) is een fard oel kifaya (plicht op de gemeenschap) daar er twee groepen onder de mensen zijn aangesproken. De ene groep zijn de mensen van idsjtihad totdat er een gekozen wordt, en de tweede groep zijn degenen die aan de voorwaarden van Imaama voldoen, totdat onder hen iemand tot het imama wordt aangesteld”.

Al Sjawkani

Al Sjawkani heeft gezegd in “Neil al Awtaar”: “Bij Al ‘Itra en de meeste M’oetazila en Asj’ariya is het verplicht uit sjar’i oogpunt (om een Imaam te benoemen)”.

Ibn Taymiyya

Ibn Taymiyya heeft gezegd in “De politiek van de Goddelijke Oordelen”: “Het is een plicht het leiderschap te aanvaarden om de nabijheid tot Allah (swt) te vergrootten. En het tot Allah wenden is middels de gehoorzaamheid aan hem en de gehoorzaamheid aan de Profeet (saw). En dit is de beste manier van wenden tot Allah (swt). Echter, de meeste mensen corrumperen in haar nabijheid (de positie van macht) omwille van hun machtswellust en de liefde voor het geld”.

Tevens heeft hij gezegd in “De verzameling van Fatwas”: “En voor de gehele mensheid kan het belang op de wereld noch in het hiernamaals gerealiseerd worden enkel door het samenkomen en het samenwerken van de mensen om hun eigen bestwil, en om de bedreigingen het hoofd te bieden. En daarom kan gezged worden: de mens is van nature geen individu. En wanneer mensen samenkomen, is het vanzelfsprekend dat zij handelen om het gezamelijke belang te realiseren, en handelingen laten omdat dezen in hun nadeel zijn. En daarom dienen zij te worden bevolen en geleid om deze belangen te realiseren, en daarom heeft de hele mensheid behoefte aan een leider die beveelt en verbiedt”.

Op bladzijde 64 van hetzelfde boek heeft hij gezegd: “En daarom heeft de Profeet (saw) zijn Oemma bevolen verantwoordelijken over hen aan te stellen, die hun verantwoordelijkheden nakomen en die, wanneer zij tussen de mensen oordelen, dit op rechtvaardige wijze doen. En de gehoorzaamheid aan de verantwoordelijke is gelijk aan de gehoorzaamheid aan Allah (swt) en Zijn Profeet (saw). In de Soenna van Aboe Dawoed is overleverd van Aboe Sa’id dat de Profeet (saw) heeft gezegd: “Wanneer drie erop uit trekken, laat één hen leiden.” En in zijn overleveringen zijn dergelijke overleveringen van Aboe Hoerayra (ra) te vinden, en in de overleveringen van Ahmed van ‘Abd Allah bin ‘Amr dat de Profeet (saw) heeft gezegd: “Het is niet toegestaan dat wanneer drie samenzijn, dat zij niet één onder hen aanwijzen als leider.” En wanneer dit, om een leider aan te wijzen, een plicht is voor een klein aantal personen dan is dat een een duidelijk signaal dat dit een absolute verplichting is voor de grote massa. En daarom was de verantwoordelijkheid van het leiderschap voor degene die dit aanvaarde, een van de beste taken die men kon krijgen. Van Ahmed is overgeleverd dat de Profeet (saw) heeft gezged: “De meest geliefde van onder de schepping bij Allah is een rechtvaardige Imaam, en de meest gehate van onder de schepping bij Allah is een onrechtvaardige Imaam.”

En in zijn boek heeft Ibn Taymiyya van ‘Ali ibn Aboe Talib overgeleverd dat deze heeft gegzegd: “Het is noodzakelijk voor de mensen dat zij geleid worden, al was dit middels een correct of een incorrect leiderschap”. Waarop de mensen hem vroegen; “Het correcte hebben we begrepen, wat houdt het incorrecte in?” Waarop hij (‘Ali) antwoordde: “Daarin worden de straffen gehandhaafd, en worden de zaken veiliggesteld, en eronder wordt Djihaad verricht tegen de vijand”.

Verder heeft Ibn Taymiyya gezegd: “Het aanstellen van een Imaam is een verplichting die in de wetten is vastgelegd naar de consensus onder de metgezellen van de Profeet (saw), zijn volgelingen en vrienden die na zijn overlijden de eed van trouw zwoeren aan Aboe Bakr (ra) en de zaakwaarneming aan hem overdroegen. Evenzo verging het in iedere tijd na hem, en het is niet tot chaos gekomen na hun tijden, en deze consensus tot de verplichting hiervan bleef overheersend”.

Ibn Hazm

Ibn Hazm heeft gezegd in “De scheiding tussen de volkerenen, de winden en de bijen”, bladzijde 87: “Alle soennieten, alle mardjia, alle sji’a behalve al chawaaridj zijn het eens over de verplichte aanwezigheid van het Imaamaat (Al Khilafa), en dat het een plicht is op de Oemma zich te laten leiden door een rechtschapen Imaam die de wetten van Allah (swt) op hen ten uitvoer brengt en die hun zaken waarneemt volgens de sjari’a waarmee de Profeet (saw). Enkel de chawaaridj zijn in deze afgeweken en hebben gezegd dat het Imaamaat niet een verplichting is, maar dat zij het recht onder elkaar volgen.

Ibn Khaldoen

In zijn boek “Al Moeqaddima” zegt Ibn Khaldoen in hoofdstuk 3, paragraaf 24: “De (invulling van de) positie van Khalifa is noodzakelijk. De concensus onder de mannen rondom Mohammed (saw) en de mannen van de tweede generatie geeft aan dat (het Kalifaat) noodzakelijk is volgens de religieuze (Islamitische) wet. Bij de dood van de Profeet (saw) gaven de mannen rondom hem de eed van trouw (bay’a) aan Aboe bakr (ra), en gaven hem de supervisie over hun zaken in bewaring. En zo was in al de opvolgende periodes. In geen enkele periode werden de mensen in een staat van anarchie achtergelaten. Dit werd zo gedaan onder algemene consensus, wat bewijst dat de positie van Imaam (Khalifa) een noodzakelijke is.”

Al Haithami

Al Haithami heeft in “De brandende bliksem”, bladzijde 17 gezegd: “Ik weet ook dat onder de metgezellen van de Profeet (saw) consensus bestond omtrent de verplichting tot het aanstellen van een Imaam na de afloop van het tijdperk van het profeetschap. Zij hebben dit tot de belangrijkste verplichting verheven daar zij ermee bezig waren voordat de Profeet (saw) werd begraven.

Al Nawawi

Al Nawawi in zijn uitleg van Sahih Moeslim heeft gezegd op bladzijde 205 van volume 12: “Zij hadden consensus bereikt over de verplichting op de moslims om een Khalifa te benoemen”.

Al Djirdja’i

Al Djirdja’i heeft gezegd: “Het aanstellen van een Imaam is van het grootste belang voor de moslims, en is één van de belangrijkste doelstellingen van het geloof”.

Al Djoeweini

De imaam van al Haramein, Al Djoeweini, heeft in zijn boek “De redding van de volkeren” gezegd: “Er bestaat een consensus over (de plicht tot) het aanstellen van een Khalifa die over de mensen regeert volgens Islam”.

Verder heeft Al Djoeweini gezegd: “Er bestond een algemene consensus onder de moslims na het overlijden van de Profeet (saw) dat er geen tijd mocht worden verspild zonder de aanstelling van een Imaam. Aboe Bakr (ra) heeft zelfs in zijn bekende toepsraak na Zijn (saw) overlijden gezegd: ‘Mohammad is overleden, en het is noodzakelijk voor deze godsdienst dat iemand deze ten uitvoer brengt (over de mensen)’. Daarna is hij aangesteld als Imaam, en zijn alle belangrijke zaken aan hem overgedragen waarop hij de Profeet (saw) heeft begraven. En de moslims deden dit in ieder tijdperk”.

Dia Al Dien

Dia Al Dien heeft in zijn boek “Islam en Khilafa” gezegd op bladzijde 90: “De Khilafa is de belangrijkste religieuze positie, en gaat alle moslims aan. En de Islamitische sjari’a heeft voorgeschreven dat de vestiging van de Khilafa een essentiële plicht is voor het geloof. Sterker nog, het is de belangrijkste plicht daar de uitvoering van alle andere verplichtingen hiervan afhangt”.

Tevens heeft hij gezegd op bladzijde 341: “De geleerden van Islam kennen een consensus, zoals we voorheen hebben gelezen, over de Khilafa of de Imaama, dat van de verplichtingen van het geloof deze een essentiele fard (verplichting) is. Sterker nog, het is de eerste verplichting en de belangrijkste omdat van deze verplichting de implementatie van alle wetten afhangt, en tevens het realiseren van het algemene belang van de moslims ervan afhangt. En daarom wordt deze post het ‘grotere Imama’ genoemd in tegenstelling tot de Imama van het as salah (gebed), wat ook wel het ‘kleinere Imama’ wordt genoemd. En dit is de mening van de Soenna, die het overgrote deel van de moslims uitmaken, en het is de mening van de grootsten onder de moedsjtahiddien dat het een essentiele pijler is waarop het geloof rust. Dus Khilafa is of een fard, of het is een essentiële pijler waarop het geloof rust. Daarover bestaat geen enkele discussie”.

‘Abd Al Rahman Abd Al Khaalek

‘Abd Al Rahman Abd Al Khaalek heeft in zijn boek “Al Sjoera” op bladzijde 26 gezegd: “Met het algemene Imama, of de Khilafa, wordt bedoeld de implementatie van de wet van Allah (‘Azza we Djel) en de heerschappij van Zijn boek, en de behartiging van de belangen van de moslims, en de verbetering van hun positie, en de Djihaad tegen hun vijanden. En er is geen geschil onder de moslims over de verplichting tot haar aanwezigheid en haar noodzakelijkheid, en zonde die zij allen begaan wanneer zij haar totstandkoming verloochenen”.

‘Abd Al Qadr Awda

‘Abd Al Qadr Awda heeft gezegd op bladzijde 124 van zijn boek “Al tashr’i al djinai al Islami”: “De Khilafa wordt beschouwd als een fard oel kifaya, zoals Djihaad en rechtspraak, en wanneer een groep die capabel is handelt om dit te bereiken dan vervalt deze fard van de rest. En wanneer niemad handelt om deze fard na te komen, dan begaan alle moslims een zonde todat diegenen onder hen opstaan die capabel zijn om dit te bereiken. En sommigen zien dat de zonde slechts twee groepen onder de Oemma zal achtervolgen. De eerste zijn degenen die in staat zijn een Khalifa te kiezen omdat zij mensen van (Islamitische) mening zijn. En de tweede zijn diegenen in wie de voorwaarden voor het kalifaatschap voorhanden zijn, todat zij een Khalifa aanwijzen. En eerlijk gezegd, zonde achtervolgt alle moslims daar alle moslims door de Wet zijn aangesproken, en het is aan hen allen eraan te voldoen. En wanneer de keuze was beperkt tot een bepaalde groep onder de moslims, dan was het de plicht van de rest van de moslims om deze groep op haar verantwoordelijkheid en plicht te wijzen, en anders neemt zij deel in hun zonde”.

Soelayman Al Deidjie

Soelayman Al Deidjie heeft in zijn boek “De grote Imama” op bladzijde 75 gezegd: “Eerlijk gezegd bestaat er geen twijfel over de verplichting van de Khilafa bij beide stromingen (soenni en sji’a). En dit kan geconcludeerd worden uit het feit dat het een fardh kifaya is. (…) En wanneer geen van beiden deze verplichting vervullen, dan zal de zonde iedereen achteat wanneer enkelen deze plicht zouden nakomen, dan vervalt de plicht van de anderen. Echter wanneer niemand deze plicht op zich neemt, dan begaan allen zonde, gelijk zoals bij het gebieden tot het behoorlijke en het verbieden van het onbehoorlijke, djihaad, het eigenmaken van wetenschap, et cetera. En vandaag de dag hebben beide groepen deze verplichting verloochend, of zij zijn niet in staat deze verplichting na te komen, zodoende is het aan iedere moslim, naar vermogen, zich in te zetten om de algemene Islamitische Khilafa te herstichten die de moslims zal verenigen onder de vlag van de oprechte tawhied, en tot dit geloof de overheersing en het leiderschap doet wederkeren, en de moslims hun entiteit en hun plaats terug zal geven die zij verloren hebben dankzij hun tekortschieten in het nakomen van deze grootse plicht”.

Dr. Mohammed Al Khaldi

Dr. Mohammed Al Khaldi zegt in “De basis van het regeringssysteem” op bladzijde 248: “En de vernedering die constant boven de hoofden van de moslims hangt, en hen een marginaal leven doet lijden, en hen van de mensheid achteraan doet lopen, en hen waardeloos heeft gemaakt in de geschiedenis, is het resultaat van niets anders dan hun terughoudendheid om te werken aan de herstichting van de Khilafa en het aanstellen van een Khalifa zoals voorgeschreven door de Goddelijke Oordelen, waarvan het bekend is dat dezen noodzakelijk zijn zoals het gebed, het vasten en het verrichten van Hadj. Het niet meewerken aan de hervatting van de Islamitische manier van leven is een misdaad, en wel een van de grootste misdaden. En daarom is het aanstellen van een Khalifa een fard, een verplichting voor de oemma opdat de Goddelijke Oordelen op de moslims kunnen worden geïmplementeerd en de Islamitische da’awa over de hele wereld kan worden uitgedragen.

Comments

comments

DELEN