Het is helder en duidelijk de da’awa tot Islam, het oproepen en uitnodigen tot Islam en het doen neigen van anderen tot Islam middels woorden en handelingen betekent. Het is ook helder en duidelijk dat deze da’awa tot Islam een plicht is op iedere moslim. Ten slotte is het helder en duidelijk wat het doel van deze da’awa tot Islam moet zijn. Dit is het leiden van de mensen naar imaan (geloof) en taqwa (vroomheid), weg van koefr (ongeloof) en foedjoer (ongehoorzaamheid), waardoor is gebleken dat de da’awa tot Islam vereist dat ook opgeroepen wordt tot de Islamitische Staat Al Khilafa.

Nu dus helder en duidelijk is wat de plicht van het verrichten van da’awa tot Islam precies inhoudt, is het noodzakelijk geworden om te onderzoeken welke prioriteit aan deze da’awa gegeven moet worden, en hoe deze da’awa de prioriteitstelling in het leven van de drager ervan moet beïnvloeden.

De da’awa tot Islam moet een prioriteit zijn in het leven

De da’awa tot Islam is de levensader van Islam en het is het werk van de profeten (as). Niet voor niets was één van de eerste openbaringen aan Profeet Mohammed (saw):

“Sta op en waarschuw!” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Moeddaththir 74, vers 2)

Dit vers is een opdracht tot da’awa tot Islam. Voor de Boodschapper van Allah (saw) was deze da’awa tot Islam de absolute prioriteit in het leven.

Deze da’awa tot Islam werd het leven voor de Boodschapper van Allah (saw). En hij (saw) bracht erdoor een groep van mensen tot stand onder zijn (saw) aanvoering, die tezamen middels woord en daad de rest van de mensen opriepen en uitnodigden tot Islam. De Boodschapper van Allah (saw) en zijn metgezellen (as) maakten tezamen de da’awa tot Islam de prioriteit in hun leven. Zij gaven hun ganse leven voor deze zaak en zij offerden al wat zij hadden voor deze zaak. De verhalen met voorbeelden hiervan zijn teveel om op te noemen. Het is derhalve vereist van de moslims van nu dat ook zij hun levens geheel in beslag genomen laten worden door de da’awa tot Islam en dat zij alles offeren voor deze zaak. De da’awa tot Islam kan niet een parttime activiteit zijn die men verricht wanneer andere activiteiten in het leven het toestaan. Al de andere zaken in het leven die de aandacht van de mens kunnen trekken moeten feitelijk ondergeschikt gemaakt worden aan de da’awa tot Islam.

“Zeg: ‘Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tauba 9, vers 24)

Islam moet de prioriteit zijn in het leven van de drager van de da’awa tot Islam

Het feit dat de da’awa tot Islam de kern moet zijn van het leven van iedere moslim, kent verregaande consequenties. Allah (swt) heeft namelijk aangegeven dat Hij (swt) diegenen die het goede gebieden maar dit zelf niet doen, veracht:

“O gij die gelooft, waarom zegt gij hetgeen gij niet doet? Het is afkeurenswaardig bij Allah dat gij zegt hetgeen gij niet doet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera As Saff 61, vers 2 – 3)

En de Boodschapper van Allah (saw) heeft hierover gezegd: “Een man zal (naar voren) gebracht worden op de Dag des Oordeels. De bewoners van de Hel zullen zich om hem heen verzamelen en tegen hem zeggen: ‘O zo-en-zo, wat is er mis? Was jij niet degene die de mensen zei goed te doen, en hen zei weg te blijven van het slechte?’. Hij zal zeggen: ‘Ja, ik gebood de mensen het goede te doen maar deed dit zelf niet, en ik gebood de mensen weg te blijven van het kwade maar ikzelf verrichte dit’.” (Moeslim).

De implicatie hiervan is dat de drager van de da’awa tot Islam zijn uiterste best moet doen om Islam werkelijk en compleet na leven. Het verlangen naar de Tevredenheid van Allah (swt) moet het beginpunt zijn van iedere gedachte en iedere handeling. Dit betekent dat de da’awa drager Allah (swt) de prioriteiten in zijn leven moet laten bepalen, en niet zijn eigen individuele wensen en verlangens. En dit betekent dat de da’awa drager in iedere kwestie waarmee hij in zijn leven geconfronteerd wordt vast moet houden aan de halal en weg moet blijven van de haraam, zonder zich te laten beïnvloeden door het verlangen naar wereldlijk voordeel.

Hierdoor zal de da’awa drager verheven gedrag vertonen. En dit gedrag zal voor anderen een tastbaar bewijs zijn dat Islam werkelijk de juiste richtlijn voor het leven is. Dit gedrag zal de woorden van de da’awa drager bevestigen, waardoor anderen zullen neigen tot Islam.

De individuele en de collectieve plichten

De drager van de da’awa moet de individuele plichten (fard ‘ayn) die Allah (swt) hem gegeven heeft dus uiterst serieus nemen. Hij moet weten welke individuele plichten voor hem gelden, hij moet weten wat de plicht precies inhoudt, en hij moet deze plichten vervolgens op de correcte wijze nakomen. Zodat de individuele plichten hem niet met zonde zullen besmeuren.

Hiernaast moet de drager van de da’awa ook kijken naar de collectieve plichten (fard kifaya). Want alhoewel al de moslims vrij zijn van zonde indien iemand van onder de moslims de collectieve plicht nakomt, geldt ook dat indien niemand van de moslims de collectieve plicht is nagekomen, dat al de moslims dan zondigen. Dus ook door de collectieve plichten kan de da’awa drager door zonde geraakt worden. En het is niet correct om te denken dat het niet nakomen van een collectieve plicht minder erg is dan het niet nakomen van een individuele plicht. Allah (swt) zegt namelijk:

“En op de Dag der Opstanding zal iedereen alleen tot Hem komen (zonder helpers of ondersteuners).” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Maryam 19, vers 95)

Dus voor wat het niet nakomen van de plicht bestaat er geen verschil tussen de individuele plichten en de collectieve plichten. Bij het niet nakomen van een collectieve plicht wordt de moslim door zonde geraakt op precies dezelfde wijze als bij het niet nakomen van een individuele plicht. Voor deze reden wordt een collectieve plicht in feite een individuele plicht, indien de collectieve plicht niet nagekomen is. Indien een collectieve plicht niet nagekomen is dan wordt het een individuele plicht op alle moslims om te werken voor oplossing van dit probleem. Oftewel het wordt een individuele plicht op iedere moslim om ervoor te zorgen dat de collectieve plicht nagekomen wordt. Daarom moet de drager van de da’awa tot Islam ook serieus kijken naar de collectieve plichten, net zo serieus als naar de individuele plichten. En moet hij werken voor het nakomen van de collectieve plicht zoals hij werkt voor het nakomen van de individuele plichten, als een collectieve plicht nog niet nagekomen is. Zodat de collectieve plichten hem niet met zonde zullen besmeuren.

Prioritering in de plichten

Indien de moslim in staat is aan al zijn individuele en collectieve plichten te voldoen, dan is dit wat voor hem vereist is en heeft hij geen probleem. Als er echter een conflict ontstaat tussen de verschillende plichten op een moslim, in de zin dat nakomen van de ene het nakomen van de andere onmogelijk maakt, dan is het Allah (swt) en niet het menselijke verstand die de prioriteit voor sommige plichten boven anderen uiteenzet.

Als er bijvoorbeeld een conflict ontstaat tussen de individuele plichten op een moslim, dan is het Allah (swt) en niet het menselijke verstand die de prioriteit voor sommige plichten boven anderen uiteenzet. Allah (swt) heeft bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat de plicht van het verstrekken van nafaqa (onderhoud) voor de familie voorrang krijgt boven de plicht van terugbetaling van schuld en dat de plicht van terugbetaling van schuld voorrang krijgt over de Hadj.

Ook als er een conflict ontstaat tussen een individuele plicht en een collectieve plicht is het Allah (swt) en niet het menselijke verstand die de prioriteit voor sommige plichten boven anderen uiteenzet. In dit geval is het Goddelijk Oordeel dat de het ondernemen van individuele plichten prioriteit geniet boven het ondernemen van collectieve plichten.

En als er een conflict ontstaat tussen collectieve plichten, ook dan is het Allah (swt) en niet het menselijke verstand die de prioriteit voor sommige plichten boven anderen uiteenzet. Deze mogelijkheid is het meest waarschijnlijk van alle mogelijke conflicten, omdat de collectieve plichten vaak veel inspanning en tijd vereisen, zoals de collectieve plicht op de Oemma om Islamitische geleerden in haar midden te hebben; of erg kostbaar zijn om te realiseren, zoals de collectieve plicht op de Oemma om een sterk leger te hebben dat de vijanden van Islam en de moslims zal afschrikken; of voor andere redenen slechts moeilijk realiseerbaar zijn, zoals het veranderen van de staatsvormen in de landen van de moslims van gebaseerd op koefr naar de Islamitische Staat Al Khilafa. Maar zoals gezegd, ook bij het conflict tussen de collectieve plichten is het Allah (swt) en niet het menselijke verstand die de prioriteit voor sommige plichten boven anderen uiteenzet.

De oproep tot de Islamitische Staat Al Khilafa kent de hoogste prioriteit

Omdat de da’awa tot Islam dus de hoogste prioriteit moet hebben in het leven van de moslim, en omdat de oproep tot de Islamitische Staat Al Khilafa onderdeel moet zijn van de da’awa tot Islam, daar middels de Islamitische Staat Al Khilafa de omstandigheden geschapen worden die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken wat onderdeel is van de da’awa tot Islam, moet de oproep tot de Islamitische Staat eveneens de hoogste prioriteit hebben in het leven van de moslim. Oftewel, iedere moslim moet een drager van de da’awa tot Islam zijn, en iedere drager van de da’awa to Islam moet oproepen tot de Islamitische Staat Al Khilafa.

Er bestaat geen excuus voor het negeren van de plicht tot werken voor de Islamitische Staat Al Khilafa

Tegen degenen die de plicht van da’awa tot Islam niet erkennen en die zeggen “het is al moeilijk genoeg voor de individuele moslim om zijn individuele plichten na te komen, laat de moslim zich daarom concentreren op zichzelf en op de individuele plichten op hem, in plaats van op het uitnodigen tot Islam van anderen”, moet gezegd worden:

Ten eerste, uit de Koran en de Soenna van de Boodschapper van Allah (saw) blijkt duidelijk dat het dragen van de da’awa tot Islam één van de individuele plichten is. Iedere moslim is verplicht een drager van de da’awa tot Islam te zijn en moet derhalve de mensen oproepen tot imaan en taqwa en werken voor de totstandbrenging van de omstandigheden die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken, oftewel tot de Islamitische Staat. U zegt dus in feite dat een individuele plicht genegeerd moet worden, om de individuele plichten na te kunnen komen. Maar dit is natuurlijk onzinnig. Wie echt zorg heeft voor de individuele plichten op hem, hij kan niet anders dan zich inzetten voor de da’awa tot Islam.

Ten tweede, u gaat er van uit dat er een conflict bestaat tussen enerzijds het nakomen van individuele plichten zoals het gebed, het vasten en het zorgen voor de familie; en anderzijds de individuele plicht van het dragen van de da’awa tot Islam. Maar in de werkelijkheid van de meeste mensen bestaat dit conflict niet. De vervloekte duivel probeert de mensen weliswaar te laten denken dat het dragen van de da’awa tot Islam teveel voor hen zal zijn, hopende hen zo nalatig te kunnen laten worden betreffende deze plicht, maar Allah (swt) zegt:

“Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt – Allah is inderdaad Sterk, Almachtig” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Hadj 22, vers 40)

En ten derde, in de meeste gevallen waar de moslims problemen hebben voor wat betreft de individuele plichten, zoals in de gevallen waar vrouwen de hoofddoek verboden is (Turkije, Tunesië), of waar winkeliers verplicht zijn om alcohol te verkopen (Oezbekistan), of waar het vasten in Ramadan verboden is (bezet Turkmenistan, de provincie Xinjiang in China), daar is afwezigheid van de Islamitische Staat de kern van het probleem en terugkeer van de Islamitische Staat Al Khilafa de oplossing. De Islamitische Staat Al Khilafa zal haar moslim onderdanen in staat stellen de Islamitische Wet te volgen in alle bereiken van het leven. En de Islamitische Staat Al Khilafa zal ervoor zorgen dat de moslims buiten haar grenzen niet onderdrukt of vervolgd worden vanwege hun religie. Het negeren van de da’awa tot Islam zal genoemde problemen voor de moslims niet oplossen. Integendeel, het zal enkel bijdragen aan het probleem. De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Bij Degene in wiens hand mijn ziel is, jullie moeten het goede gebieden en het kwade verbieden anders zal Allah spoedig een straf over jullie sturen. En als jullie Hem dan voor hulp zullen aanroepen, dan zal Hij jullie niet antwoorden.” (At Tirmidhi).

Onder de mensen die aangeven wel bereid te zijn om voor Islam te werken zijn er sommigen die tegelijkertijd aangeven niet voor terugkeer van de Islamitische Staat Al Khilafa te willen werken. Dit is een hoogst opmerkelijk standpunt, omdat, zoals aangegeven, werken voor Islam inhoudt dat men oproept tot imaan en taqwa en werkt voor de totstandbrenging van de omstandigheden die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken, oftewel tot de Islamitische Staat Al Khilafa. Tegen degenen die dit standpunt van wel werken voor Islam maar niet voor de Islamitische Staat Al Khilafa proberen te rechtvaardigen door te zeggen “Veel mensen van de Oemma komen hun individuele plichten zoals het gebed niet eens na, laten wij da’awa dragers ons daarom concentreren op de individuele plichten van de mensen”, moet derhalve gezegd worden:

Te eerste, u zegt feitelijk dat de da’awa tot Islam enkel moet oproepen tot imaan en taqwa, en dat het werk voor de totstandbrenging van de omstandigheden die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken, oftewel de Islamitische Staat Al Khilafa, geen onderdeel is van de da’awa tot Islam. Maar, wie beweert die moet bewijzen. En dus vragen wij u, waar in de Koran en de Soenna zijn de bewijzen voor deze bewering? De realiteit is gewoonweg, zoals gezegd, dat uit de Koran en de Soenna van de Boodschapper van Allah (saw) duidelijk blijkt dat de drager van de da’awa ook moet werken voor de totstandbrenging van de omstandigheden die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken, oftewel tot de Islamitische Staat Al Khilafa, naast dat het oproepen van de mensen tot imaan en taqwa. En daarom moet uw opvatting verworpen worden.

Ten tweede, u zult niet ontkennen dat Islam meer is dan enkel bidden en vasten en dat Islam een complete manier van leven is met wetten en systemen die alle bereiken van het leven ordenen. De moslims zijn verplicht om gebruik te maken van deze wetten en systemen, en de Islamitische Staat Al Khilafa is de politieke entiteit die deze wetten en system ten uitvoer brengt. Derhalve, als u de oproep tot de Islamitische Staat Al Khilafa negeert, dan nodigt u de mensen effectief uit tot slechts een deel van Islam. U nodigt de mensen uit tot onderwerping aan de Islamitische wetten betreffende het gebed en het vasten, maar niet tot de overige wetten van Allah (swt).

“Gelooft gij dan slechts in een gedeelte van het Boek en verwerpt gij een ander gedeelte?” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 85)

Ten derde, er mag niet vergeten worden dat het een individuele plicht is op de moslims om te beschikken over een bay’a voor de Khalifa. En dus dat het een individuele plicht is op de moslims dat een Khalifa bestaat. Het bewijs hiervoor is de overlevering van de Boodschapper van Allah (saw) waarin hij zegt: “Degene die zijn hand terugtrekt van gehoorzaamheid aan de Khalifa, hij zal Allah ontmoeten zonder een bewijs [van goede daden] voor hemzelf. En degene die sterft zonder de bay’a (eed van gehoorzaamheid en trouw) om zijn nek sterft de dood van Djahiliyya.” (Moeslim). Het afgeven van de bay’a is de manier waarop de Khalifa gekozen wordt. Uit de consensus van de metgezellen (as) van de Boodschapper van Allah (saw) blijkt dat het niet nodig is dat al de moslims zelf de bay’a geven. Het volstaat wanneer een deel van de Oemma, de vertegenwoordigers van de moslims (Al Ahl oel Halli wal ‘Aqd), de bay’a geeft. Zo, namelijk, zijn al de Choelafa’a ar Raasjiddien aangesteld geworden. Wanneer de Boodschapper van Allah (saw) dus spreekt over “het hebben van een bay’a om de nek” dan betekent dit dus niet dat het individu persoonlijk de bay’a heeft gegeven aan de Khalifa. Het betekent dat er een Khalifa bestaat aan wie de bay’a gegeven is. Dus wie doodgaat zonder dat er een Khalifa – en dus de Islamitische Staat Al Khilafa – bestaat, die “sterft de dood van Djahiliyya”. Het negeren van de da’awa tot de Islamitische Staat Al Khilafa is dus niet een wijze van handelen die concentratie op de individuele plichten mogelijk maakt. Door de da’awa tot de Islamitische Staat Al Khilafa te negeren wordt gewoonweg een individuele plicht genegeerd. De verrichting van de individuele plichten door de Oemma wordt dus niet geholpen wanneer de da’awa dragers de oproep tot de Islamitische Staat Al Khilafa negeren. Het negeren van de oproep tot de Islamitische Staat Al Khilafa voegt enkel toe aan de niet vervulde individuele plichten.

Ten vierde, alhoewel het werken voor de Islamitische Staat Al Khilafa in oorsprong een collectieve plicht is, is deze een individuele plicht geworden door het feit dat de Islamitische Staat Al Khilafa op dit moment nog niet wederopgericht is. Dit , namelijk, is de regel zoals al eerder aangehaald: als een collectieve plicht niet nageleefd wordt, dan is het een individuele plicht om ervoor te zorgen dat deze wel nageleefd wordt.

En tegen degenen die het standpunt van wel werken voor Islam maar niet voor de Islamitische Staat Al Khilafa proberen te rechtvaardigen door te zeggen “de Oemma is arm en heeft nu eerst en vooral behoefte aan voeding, onderwijs en ziekenzorg”, en die daarom hun energie gebruiken voor pogingen de Oemma te voorzien van eten en onderwijs en ziekenzorg in plaats van voor de wederoprichting van de Islamitische Staat Al Khilafa, moet gezegd worden:

Ten eerste, voeding, onderwijs en ziekenzorg zijn allen rechten voor de Oemma, omdat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Het is niet toegestaan om schade te berokkenen, noch om het toe te staan dat schade berokkend wordt” (Ibn Maadja). En inderdaad, op dit moment wordt de Oemma deze rechten niet gegeven en lijden vele moslims in diepe armoede, zonder toegang tot ziekenzorg of onderwijs. Maar, Islam heeft een specifieke methode geopenbaard om de verzorging van voeding, onderwijs en ziekenzorg te garanderen voor al de mensen. Deze methode is de Islamitische Staat Al Khilafa. De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Ieder van jullie is een herder. En ieder van jullie zal ondervraagd worden over (het welzijn van) zijn kudde. Een heerser is ook een herder en hij zal ondervraagd worden over (het welzijn van) zijn kudde.” (Boechari, Moeslim). De Khalifa, met andere woorden, is degene die de verantwoordelijkheid is gegeven om erop toe te zien dat de mensen hun rechten niet onthouden worden. En dus is hij degene die armoede moet bestrijden en moet zorgen voor onderwijs en ziekenzorg. Het correcte antwoord op de waarneming dat de Oemma rechten onthouden wordt is dus om te werken aan terugkeer van de Khilafa, omdat de Khalifa degene is die de rechten moet geven. Om zelf te proberen de Oemma haar rechten te geven is niet in overeenstemming met de methode geopenbaard door Islam, en is dus incorrect.

Ten tweede, het zorgen voor de armen is een collectieve plicht. Als iemand van onder de Oemma hiervoor gezorgd heeft dan zijn alle moslim vrij van zonde. De Khalifa moet erop toezien dat iemand van de moslims deze collectieve plicht nakomt, en als niemand van de moslims dit doet dan moet hij hen dwingen dit te doen (bijvoorbeeld door een belasting heffen op het bezit van de moslims zodat dit aan de armen gegeven kan worden). Het werken voor terugkeer van de Islamitische Staat Al Khilafa is eveneens een collectieve plicht. Zowel de voorziening van voedsel aan alle mensen, de voorziening van onderwijs, de voorziening van ziekenzorg, als het werken voor terugkeer van de Islamitische Staat Al Khilafa zijn grote en omvangrijke taken. Niemand kan in zijn eentje deze taken aan, en geen groep kan al deze taken tegelijkertijd aan. De vraag is derhalve, welke van deze collectieve plichten moet de prioriteit gegeven worden? Zoals eerder beargumenteerd moet Islam deze vraag beantwoorden, en niet het menselijke verstand. Islam heeft de benoeming van de Khalifa, oftewel de vestiging van de Islamitische Staat, tot de grootste en belangrijkste plicht gemaakt. Islam heeft de Islamitische Staat Al Khilafa namelijk een zaak van leven en dood gemaakt. De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Indien de bay’a is gegeven aan twee Kaliefen, doodt dan de degene aan wie de bay’a als laatste is gegeven.” (Moeslim). En de Boodschapper van Allah (saw) heeft ook gezegd: “Wie van jullie gehoorzaamheid heeft gezworen aan een Imaam, hem de handpalm gevende in oprechtheid (letterlijk: “en de vruchten van zijn hart”), hij moet hem gehoorzamen zo lang hij kan. En als iemand anders komt en hem betwist (oftewel de positie Imaam over wil nemen), dan moeten jullie hem zijn hals slaan.” (Moeslim). En: “Wie tot jullie komt terwijl jullie zaken behartigd worden door één man, met de intentie om jullie kracht te breken of jullie eenheid op te lossen, doodt hem.” (Moeslim). Islam heeft Islamitische Staat Al Khilafa ook een zaak van geloof en ongeloof gemaakt. De Boodschapper van Allah (saw) heeft namelijk gezegd: “Wie sterft zonder een bay’a om zijn hals, sterft de dood van Djahiliyya.” (Moeslim). En: “Als iemand zijn Amier iets ziet doen wat hem niet bevalt, laat hem geduldig zijn, want degene die zich van de Soeltan (autoriteit) afwendt, al is het ter grootte van een handspanwijdte, en vervolgens dood gaat, zal een dood van Djahiliyya sterven.” (Moeslim).

Slotwoord

Na de verrichting van de individuele plichten moet de moslim derhalve prioriteit geven aan het werk voor wederoprichting van de Islamitische Staat die de omstandigheden schept die imaan en taqwa doen floreren en die koefr en foedjoer onderdrukken, als onderdeel van de da’awa tot Islam.

Comments

comments

DELEN