Willem de Haan is de eerste journalist, die als verslaggever verslag uitbrengt vanuit de TA (terroristenafdeling) in Vught. Hij wijdde hier een tweedelige reportage aan. De laatste uitzending werd gisteren uitgezonden op NPO Radio 1.

Verschillende personen (hoofdzakelijk medewerkers) werden geïnterviewd. Wat echter vooral opviel, is dat er nog steeds wordt gediscussieerd over de effectiviteit van de huidige aanpak. Tot op het punt dat het deradicaliseren van de gevangenen, onder meer gaat over de persoonlijke invulling van hun religie (kledingkeuze, wel of geen hand schudden).

Terwijl sommigen pleiten voor het opbouwen van een persoonlijke band met de gevangenen, om zodoende hun vertrouwen te winnen en eventueel hun wereldbeeld te beïnvloeden, lijkt er vooralsnog enkel sprake van het demoraliseren van de gevangenen. Hoewel men stelt dat het niet om een homogene groep gaat, is dit niet de perceptie van de buitenwereld. Het beeld bestaat vooralsnog dat het hier gaat om personen, die de facto een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. Dit maakt het alleen maar lastiger om een eerlijk debat te voeren over de reden voor plaatsing en of dit in alle gevallen terecht is. Daarbij komt ook nog dat het geluid van de gevangenen, niet of nauwelijks naar buiten wordt gebracht.

Sinds jaar en dag zijn er bedenkingen rondom de aanpak van moslimgedetineerden, die zich in het gevangeniscomplex in Vught bevinden.  Zij worden bijvoorbeeld onderworpen aan mensonterende visitaties, waarbij steeds meer mensen zich afvragen waarom er niet voor bodyscans wordt gekozen. Ook wordt er getwijfeld aan de voortdurende isolatie (gemiddeld 22 uur per dag) en of dit juist niet averechts werkt. Zo stelde een advocaat, dat men juist creëert wat men claimt te bestrijden.

Echter staat niet alleen de aanpak ter discussie, maar ook de reden voor plaatsing. De preventieve aanpak van de overheid, zoals dit is opgenomen in de ‘Integrale Aanpak Jihadisme’, maakt het namelijk mogelijk om moslims slechts op basis van verdenking te criminaliseren.

Dit zorgde in een eerder stadium al voor onterechte verdachtmakingen, waarbij het zogenaamde ‘jihadgezin’ uit ’t Gooi, met de beruchte ‘jihadbaby’, achteraf onschuldig bleek te zijn. Daarnaast werd een moslimvrouw vrijgesproken, nadat zij ten onrechte 6 maanden moest doorbrengen op de TA in Vught, omdat zij ervan werd verdacht uit te willen reizen.

Deze preventieve aanpak wordt onder meer gekarakteriseerd door anonieme kliklijnen en speciaal ontwikkelde programma’s op onderwijsinstellingen. In meerdere landen heeft dit er zelfs toe geleid, dat zelfs jonge kinderen van terreur of radicaliseing werden verdacht, op basis van een islamitische uiting (zoals het gebed).

Deze draconische aanpak drijft een wig tussen verschillende bevolkingsgroepen en zorgt voor ongezonde spanningen in de samenleving. In dit verharde klimaat verworden termen als terrorisme, radicalisering en extremisme tot containerbegrippen, waar politieke opportunisten wel raad mee weten. Er wordt namelijk constant momentum gecreëerd om nog meer draconische beleidsmaatregelen door te voeren. Dit zorgt er onder andere voor dat normatieve islamitische concepten worden gecriminaliseerd, waardoor op den duur iedere moslim een potentieel gevaar vormt.

Zo kunnen moslims op basis van een tweet worden vervolgd of beschuldigd worden van haatzaaien en opruiende woorden, zonder dat vast is gesteld dat zij zich daadwerkelijk schuldig hebben gemaakt aan terreur. Echter kunnen instanties als Sar-El Nederland openlijk rekruteren voor het IDF (“Israëlisch” Defensie Leger).

Kritische vragen rondom dit beleid, ontbraken in de reportage. In plaats daarvan werd er gediscussieerd over de vraag of moslimgedetineerden hun gevangenschap wel of niet als beproeving moeten zien en in hoeverre dit een probleem vormt, wanneer zij dit vanuit theologisch oogpunt zo ervaren. Het lijkt er daarom nog steeds op dat de moslim eerst moet bewijzen dat hij van vlees en bloed is, vooraleer er gediscussieerd kan worden over zaken die er werkelijk toe doen.

Comments

comments

DELEN