Deze uitspraak wordt ook in de aanloop naar de verkiezingen gebezigd. Normaal gesproken werd deze uitspraak door velen weggezet als PVV-retoriek, maar nu wordt deze zelfde uitspraak (al dan niet in mildere of zwaardere bewoordingen) zelfs gericht tot degenen die niet wensen deel te nemen aan de verkiezingen. Dan doel ik niet op de zogenaamde ‘Henk en Ingrid’ maar op broeders en zusters in hun onderlinge discussies.

-Stemmen is geen (ideologische) voorwaarde om in een land te verblijven. Er zijn talloze burgers die om uiteenlopende redenen niet stemmen. Niet enkel vanuit religieus oogpunt. Moeten al deze mensen, inclusief degenen met blond haar en blauwe ogen, allen het land verlaten?

-Mensen kunnen een eigen opvatting hebben over hoe een samenleving geordend zou moeten worden, terwijl ze tegelijkertijd op verschillende manieren een bijdrage leveren aan de samenleving en niet actief werken om de democratische rechtstaat omver te werpen, maar bijv. het werk voor politieke verandering in de moslimlanden ondersteunen.

-De vergelijking tussen stemmen en werken, het ontvangen van sociale voorzieningen of deelname op andere vlakken, gaat niet op. Ten eerste dient men de realiteit van verschillende vraagstukken afzonderlijk te definiëren. En zelfs als ze op elkaar zouden aansluiten, wordt hiermee een religieus verbod op deelname aan de verkiezingen niet geannuleerd.

Ten tweede is het voorzien in de (primaire) levensbehoeften van de burgers en het behartigen van de belangen van de burgers op verschillende vlakken, geen privilege maar een van de taken van iedere staat. Het geloven in democratie bijv. of het deelnemen aan democratische verkiezingen is daarbij geen voorwaarde. Sterker nog, men claimt dat er sprake is van een mechanisme om andersdenkenden in de samenleving te integreren. Het zogenaamde recht op alteriteit. Dit hangt niet samen met het geloof in een politiek systeem. Iemand wordt niet berecht vanwege de afwezigheid van geloof in het heersende systeem (dit staat dus los van je houden aan de wet- en regelgeving). Zou hier wel sprake van zijn, dan is dit volgens de Duits-Amerikaanse professor Carl J. Friedrich een kenmerk van een totalitaire samenleving. Hierin wordt van een persoon verwacht dat hij het credo van de officiële staatsideologie overneemt, opdat zijn eigen identiteit wordt uitgewist.

-Profeten hebben onder niet-islamitische systemen geleefd. De Profeet صلى الله عليه و سلم leefde onder Qoeraisj en er was een zogenaamd systeem van Djiwaar, waarbij stammen elkaar beschermden. En de Sahaba hebben handel gedreven. Echter neemt dit niet weg dat zij de dominante opvattingen in de samenleving uitdaagden (denk bijv. aan sjirk, het levend begraven van dochters, rente, fraude etc.) en Islam als alternatief presenteerden. Zij geloofden niet in het heersende systeem en hadden kritiek op de machthebbers. Nota bene de Koran verwijst naar de politieke elite in Mekka (waaronder Aboe Lahab).

Farao (Fir’aun) hanteerde ook de retoriek van dankbaarheid en loyaliteit om ieder kritisch tegengeluid van Moesa (as) in de kiem te smoren. Hij (Farao) zei: “Voedden wij u niet onder ons op toen gij een kind waart? En gij bleeft onder ons vele jaren van uw leven.’’ (VBK Soera al-Sjoe’araa, vers 18)

-In de geschiedenis zijn er verschillende bewegingen opgericht die de voorgestelde vertegenwoordiging niet accepteerden en deze zelf creëerden, door op grassroots level actief te zijn. Deze personen worden ook door veel stemmers herinnerd als moedige activisten die belangrijk waren voor hun samenleving. Sterker nog, sommigen geven toe door hen geïnspireerd te zijn. Niemand haalt het in zijn hoofd om over hen te zeggen: ‘als het je niet bevalt, ga je toch weg’. Simpelweg omdat deze mensen geloofden in een alternatief en deze presenteerden. Ongeacht of dit strookte met de dominante opvatting in de samenleving.

 

Comments

comments

DELEN