De Koran herinnert ons meermaals aan de wandaden van tirannieke heersers in het verleden, waaronder Fir’aun. Echter is tirannie niet voorbehouden aan historische figuren, maar is het van alle tijden. Alleenheersers die hun volk onderdrukken en zichzelf onaantastbaar achten. Fir’aun ging zelfs zover door goddelijkheid aan zichzelf toe te schrijven (hij zei: ‘ik ben jullie hoogste Heer’). Nimroed beweerde dat hij degene was die het leven schonk en anderen deed sterven. Hoewel tirannen verschillen in de mate van soevereiniteit die zij aan zichzelf toeschrijven, ervaren zij allen een gevoel van onafhankelijkheid. Imam al-Ghazali stelt in zijn uitleg van de Namen van Allah, dat Al-Malik Degene is die onafhankelijk is van alle bestaande materie en dat alle materie afhankelijk van Hem is. Niets kan bestaan of voortbestaan zonder Zijn wil, noch is Hij behoeftig.

Daarentegen is de mens afhankelijk, onmachtig en behoeftig. Zelfs wanneer hij de macht in handen heeft als politiek leider, zal hij afhankelijk zijn van anderen (assistenten, gouverneurs enz.). Derhalve zegt Imam al-Ghazali dat de echte ‘koning’ onder de mensen, degene is die zich realiseert dat de heerschappij enkel voorbehouden is aan Allah. Wanneer we dit in ogenschouw nemen en een blik werpen op de huidige tirannen in de (moslim) wereld, kunnen we vaststellen dat zij de mensen onderdrukken, zichzelf onaantastbaar achten en boven de wet staan. Velen zijn hen voorgegaan, waarbij het einde van Fir’aun als voorbeeld dient voor de mensheid en voor eenieder die in zijn voetsporen treedt. Zijn lot is tekenend voor het lot van de tiran. Hij zal tijdelijk de touwtjes in handen hebben, vooraleer hij het onderspit zal delven. Een correct begrip van deze Naam van Allah dient ons te motiveren, om ons te allen tijde in te zetten voor de hervatting van de islamitische manier van leven.

Comments

comments

DELEN