Tijdens de ononderbroken bombardementen van de voorbije weken in Oost-Ghouta zijn er 674 mensen omgekomen. Dat meldde de ‘Witte Helmen’ vandaag.

Vorig weekend had de VN-veiligheidsraad een resolutie ondertekend dat een staakt-het-vuren van 30 dagen voorzag, maar de bommen bleven vallen op de stad met 400.000 inwoners.

Een vrijwilliger die bij de ‘Witte Helmen’ werkt deelde mee dat er sinds de zogenoemde ‘staakt-het-vuren’ 103 mensen zijn omgekomen, waaronder 22 kinderen en 43 vrouwen.

Rusland voert (naar eigen zeggen) dagelijks een humanitaire pauze in om de gewonden een kans te geven zich te laten verzorgen en om humanitaire hulp binnen de stad te laten. Maar vooralsnog zijn de konvooien met humanitaire hulp niet binnengeraakt. En voor wie tijdens deze ‘pauzes’ wilt evacueren, is veiligheid geen garantie.

Duizenden families zijn, vanwege de intense bombardementen, nu gedwongen om in kelders of geïmproviseerde bunkers te gaan schuilen.  Maar inwoners zeggen dat ze zelfs in deze bunkers niet helemaal veilig zijn.

Een inwoner vertelt dat de bunkers overvol zijn en levensmiddelen schaars.

Comments

comments

DELEN