Op 8 mei 1945 namen duizenden Algerijnse mannen, vrouwen en kinderen deel aan een mars georganiseerd door de Franse autoriteiten ter gelegenheid van de overwinning van de geallieerde troepen tegen de nazi’s. Ondanks de schijnbare en feestelijke stemming van de mars waren de spanningen in Algerije om te snijden. Velerlei Algerijnse intellectuelen werden opgesloten voor het zich uitspreken tegen de brutaliteit van de bezittingsregime.

Naarmate de betogers zich verzamelden voor de mars, sloten veel Islamitische organisaties zich aan de beweging in een poging om hun zaak te publiekelijk te maken. De mars nam echter gewelddadige wending toen een 14-jarige lid van de Moslim Scouts een Algerijnse vlag hield. Hierop beval de politie hem om zich van het vlag te ontdoen, waarop hij weigerde en neergeschoten werd. Er volgde een golf van paniek en botsingen tussen Algerijnse en Franse demonstranten welk leidde tot een opstand. Meer dan 20.000 mannen, vrouwen en kinderen vonden de dood in de botsingen die daaruit voortvloeiden. Het aantal Franse doden was 102 en kwam bekend te staan als de ‘Sétif Massacre’, terwijl het aantal dodental onder de Algerijnen volgens bronnen tot wel in de 40.000 opgelopen was.

Het hoofd van de tijdelijke regering van Frankrijk op het moment was generaal De Gaulle en hij had generaal Duval aangesteld om met alle mogelijke middelen een einde te maken aan de conflicten. Hij beval dat boeren en dorpelingen uit de omliggende gebieden op inhumane wijze gelyncht en gedood werden. Gevallen van dorpelingen die opgepakt en in brand gestoken werden door de Franse militaire kwam bekend te staan als een standaardprocedure van de Franse onderdrukkers. Bommenwerpers werden opgeroepen om verschillende dorpen plat te bombarderen en twee oorlogsschepen, die gestationeerd waren bij de haven van Bedjaja, vuurden meer dan 800 kanonschoten af op de kustplaats.

De duizenden lichamen die zich over de periode van twee maanden ophoopten konden niet begraven worden en werden wederom in putten of ravijnen gedumpt. Plaatselijke bewoners die in de buurt van de kalkoven in Heliopolis woonden gaven later bij ondervragingen aan een ondragelijke geur van brandend vlees en zagen het constante komen en gaan van vrachtwagens die sporen en overblijfselen van dode lichamen achterlieten.

Comments

comments

DELEN